Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AR2678

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-10-2004
Datum publicatie
07-10-2004
Zaaknummer
237018
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij kostenveroordeling worden explootkosten niet geluiquideerd omdat de dagvaarding gelet op artikel 28 lid 1 en 2, juncto artikel 3 lid 3 van de Gerechtsdeurwaarderswet, niet is uitgebracht door een bevoegde deurwaarder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

Sector Kanton Locatie Zaandam

Zaak/Rolnummer: 237018 CV EXPL 04-2712

datum uitspraak: 7 oktober 2004

Vonnis

De kantonrechter in de rechtbank Haarlem, locatie Zaandam, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

Gerechtsdeurwaarderskantoor C.W.M. Stam B.V.

te Purmerend,

gemachtigde: deurwaarder W.Th. Schoonebeek,

verder te noemen: Stam BV,

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats],

gemachtigde: geen (procedeert in persoon),

verder te noemen: [gedaagde].

BESLISSING.

[gedaagde] wordt veroordeeld om aan Stam BV te betalen de somma van € 1.076,71 met de wettelij-ke rente over € 999,04 vanaf de dag dat gedagvaard is tot de dag dat alles betaald is.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Stam BV tot op heden begroot op € 324,-- waarvan € 180,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het mogelijk meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

*******************

Verloop van de Procedure.

Stam BV heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geconcludeerd voor antwoord.

Vervolgens is schriftelijk voort geprocedeerd.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de door partijen overge-legde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

Beoordeling van het geschil.

De vordering.

Stam BV vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoer-baar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan Stam BV te betalen de somma van € 1.076,71 met (verdere) rente en kos-ten.

Het verweer.

Het verweer strekt primair tot nietigverklaring van de dagvaarding en subsidiair tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

Oordeel van de kantonrechter.

Geen nietige dagvaarding.

De dagvaarding is uitgebracht door Elma Pauline Bogaard als toegevoegd kandidaat gerechtsdeurwaarder, werkzaam ten kantore van Cornelis Wilhelmus Maria Stam, gerechtsdeurwaarder gevestigd te Purmerend.

Zoals terecht door [gedaagde] aangevoerd is deze dagvaarding, gelet op het bepaalde in artikel 28 lid 1 en 2 jo. artikel 3 lid 3 van de Gerechtsdeurwaarders-wet, niet uitgebracht door een bevoegde deurwaarder. Bij gebreke van betwisting moet immers worden aangenomen dat gerechtsdeurwaarder Stam de meerderheid van de aandelen bezit en/of directeur is van Stam BV. Anders dan onder artikel 95 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (oud) betekent dit echter nog niet dat de rechter daarom verplicht is de nietigheid in alle gevallen uit te spreken.

Dat de wetgever een dergelijke absolute nietigheid in dit geval niet heeft gewild vloeit voort uit het bepaalde in artikel 3 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet, waar –anders dan bij een onbevoegdheid zoals bedoeld in lid 2- bij een onbevoegdheid ingevolge lid 3 van dat wetsartikel slechts de vernietigbaarheid als sanctie is gesteld, waarmee wordt bedoeld dat de aanzet tot vernietiging moet worden gegeven door een belanghebbende, die in redelijkheid in zijn belangen is of kan worden geschaad!

Zo bezien derogeert het bepaalde in artikel 3 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet niet aan het bepaalde in artikel 66 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (nieuw), welke laatste wetsbepaling voorschrijft dat nietigverklaring van het exploit van dagvaarding achterwege dient te blijven indien [gedaagde] door het gebrek niet onredelijk is benadeeld. Welnu, dat laatste is inderdaad niet het geval. Wel zullen de kosten van dit onbevoegd uitgebrachte exploit bij de begroting van de proceskosten voor rekening van Stam BV worden gelaten.

Inhoudelijke beoordeling.

Het gaat in deze zaak om een (niettegenstaande behoorlijke aanmaning) onbetaald gebleven rekening van Stam BV wegens in opdracht en voor rekening van [gedaagde] verrichte werkzaamheden.

[gedaagde] wil deze rekening niet betalen omdat daarin (mede) kosten zijn begrepen voor overleg met een procureur, die in verband met het leggen van een door [gedaagde] opgedragen conservatoir beslag moest worden geconsulteerd. Volgens [gedaagde] is deze gang van zaken in strijd met het bepaalde in de artikelen 6,10 en 11 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders, omdat Stam BV deze werkzaamheden kennelijk niet alleen af kon en dat dit hogere kosten met zich mee zou brengen.

Dit verweer moet worden gepasseerd omdat het uitgaat van een onjuiste uitleg van de genoemde bepalingen. Voor het leggen van een conservatoir beslag is nu eenmaal een procureur nodig, hetgeen [gedaagde] (die werkzaam is als makelaar) toch bekend moet zijn geweest. Ik zou niet weten waarom Stam BV het daarvoor nodige overleg niet mocht berekenen. Overigens maakt dit overleg slechts een gering onderdeel uit van de rekening, die geheel onbetaald is gebleven.

Bij dupliek klaagt [gedaagde] er nog over dat Stam BV in strijd met artikel 11 van genoemde verordening zou hebben nagelaten het door hem gehanteerde tarief schriftelijk vast te leggen. Als dit al juist zou zijn, dan nog ontslaat dat [gedaagde] niet van de verplichting om dit tarief te betalen, nu hij in de conclusie van antwoord zelf stelt dat dit tarief tussen partijen is afgesproken. Anders gezegd: het belang dat met deze bepaling is gemoeid, te weten dat [gedaagde] ter zake niet voor verrassingen kwam te staan, is door een mogelijke omissie op dit punt in elk

geval niet getroffen, nu [gedaagde] het volgens hem afgesproken tarief daadwerkelijk in rekening heeft zien gebracht

Nu alle verweren falen ligt de vordering voor toewijzing gereed.

Proceskosten.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hiervoor bij de beslissing is bepaald. Zoals aangekondigd zijn de exploitkosten niet geliquideerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de

openbare terechtzitting van 7 oktober 2004, in tegen-woor-digheid van de griffier.