Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AP1718

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-02-2004
Datum publicatie
16-06-2004
Zaaknummer
214184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval. Beide bestuursters voerden een bijzondere manoeuvre uit, dus in beginsel gelijke aansprakelijkheid. Omdat bestuurster A echter tegen de richting in achteruit reed is zij geacht voor 75% schuld te hebben en de andere bestuurster 25%.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2004, 150
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie [woonplaats]

zaaknummer: 214184

datum vonnis: 25 februari 2004

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

DE ZWOLSCHE ALGEMEENE N.V.,

te Utrecht,

EISERES in conventie,

VERWEERSTER in reconventie,

hierna: de Zwolsche,

gemachtigde C.H. Boeder,

--tegen--

[X],

te [woonplaats],

GEDAAGDE in conventie,

EISERES in reconventie,

hierna: [X],

gemachtigde mr. M.E. Franke.

In conventie en in reconventie:

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 27 augustus 2003, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 22 oktober 2003 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 27 januari 2004 gehouden comparitie van partijen.

1.2 Ter zitting van 27 januari 2004 heeft de Zwolsche mondeling geantwoord in reconventie en hebben beide partijen foto's in het geding gebracht.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. Op 10 februari 2003 vond te Haarlem op het parkeerterrein van Vomar nabij het Spaarne een aanrijding plaats tussen een personenauto Daewoo (hierna: de Daewoo) met het kenteken [kenteken] en een personenauto Kia (hierna: de Kia) met het kenteken [kenteken].

b. De Daewoo werd ten tijde van de aanrijding bestuurd door [bestuurster] (hier-na: [bestuurster]), verzekerde van de Zwolsche.

c. De Kia werd ten tijde van de aanrijding bestuurd door [X].

d. Toen de beide auto's met elkaar in aanrijding kwamen, reed de Daewoo achter-uit tegen de rijrichting in om een parkeerplaats in te nemen die zij eerst was voorbijgereden, terwijl de Kia achteruit reed om van een parkeerplaats weg te rijden.

e. De schade aan de Daewoo bedroeg €2.213,08 inclusief omzetbelasting. De Zwolsche heeft hiervan €2.077,08 vergoed aan [bestuurster].

f. De schade aan de Kia bedroeg €632,28 en is behoudens het eigen risico van €135,00 vergoed aan [X] door haar verzekeraar.

In conventie:

3. De vordering

3.1 De Zwolsche vordert betaling van €2.137,83, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 februari 2003 ofwel de schadedatum tot aan de dag der algehele voldoening, en betaling van €311,56 wegens buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [X] in de proceskosten.

3.2 De Zwolsche heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd.

De Zwolsche acht [X] aansprakelijk voor het ontstaan van de onderhavige aanrijding en voor het ontstaan van de hieruit voortvloeiende schade, een en ander op grond van het bepaalde bij artikel 54 RVV juncto artikel 6:162 BW. [X] heeft geen voorrang verleend aan de door [bestuurster] bestuurde Daewoo.

De schade aan die Daewoo werd bij expertise vastgesteld op €2.213,08 inclusief omzetbelasting. De Zwolsche keerde hiervan €2.077,08 uit aan [bestuurster], hierbij rekening houdend met een eigen risico van €136,00. De Zwolsche is voor het uitgekeerde bedrag op grond van artikel 284 WvK in de rechten van [bestuurster] getreden.

De expertisekosten hebben €60,75 bedragen.

Voorts maakt de Zwolsche aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten, die op 15% worden begroot, zijnde €311,56.

Tenslotte vordert de Zwolsche vergoeding van de wettelijke rente vanaf 10 februari 2003.

4. Het verweer

[X] heeft de vordering aangevoerd gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

In reconventie:

5. De vordering

5.1 [X] vordert betaling van €135,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de schadedatum en betaling van €536,60 wegens buitengerechtelijke incassokos-ten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2003, met veroordeling van de Zwolsche in de proceskosten.

5.2 [X] heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

Door de wijze waarop [bestuurster] heeft gereden op het parkeerterrein, heeft zij het gevaar van ongelukken aanzienlijk verhoogd. Zij reed achterruit in verboden rijrichting, zonder voldoende acht te slaan op parkeerders die uit de parkeervakken konden en mochten komen.

De schade aan de auto van [X] bedraagt €632,28. Deze schade is vergoed door de verzekeraar van [X] met uitzondering van het eigen risico van €135,00. [X] heeft derhalve dit bedrag aan eigen schade geleden.

Daarnaast maakt [X] aanspraak op vergoeding van de werkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van €536,60.

6. Het verweer

de Zwolsche heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het ver-weer zal voor zover relevant bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

In conventie en in reconventie:

7. De beoordeling van het geschil

7.1 De over en weer ingestelde vorderingen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

7.2 Partijen verschillen van mening over de vraag wie aan de aanrijding schuld heeft. Zij spelen elkaar de zwarte piet toe.

7.3 Op grond van de vaststaande feiten moet geconcludeerd worden dat beide partijen bezig waren met een bijzondere manoeuvre, zodat zij op grond van het bepaalde bij artikel 54 RVV beiden aan de andere weggebruikers voorrang dienden te verlenen. In beginsel hebben zij daarom beiden schuld aan de aanrijding.

7.4 De kantonrechter is evenwel van oordeel dat [bestuurster] meer schuld heeft dan [X]. [bestuurster] reed immers achteruit tegen de rijrichting in. Onvoldoende gebleken is dat de omstandigheden ter plaatse dusdanig waren dat [X] er rekening mee had moeten houden dat een auto tegen de rijrichting zou rijden om een parkeerplaats in te nemen en haar geen voorrang zou verlenen.

7.5 Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [bestuurster] voor 75% schuld heeft aan de aanrijding en [X] voor 25%.

7.6 Het vorenstaande brengt met zich dat [X] 25% van de door de Zwolsche aan [bestuurster] uitgekeerde schadevergoeding vermeerderd met de expertise-kosten dient te betalen en dat de Zwolsche op haar beurt 75% van de schade van [X] dient te vergoeden.

7.7 Aldus moet [X] aan de Zwolsche betalen 25% van (€2.077,08 + €60,75) = €534,46 en moet de Zwolsche aan [X] 75% van €135,00 = €101,25 betalen. Per saldo zal daarom [X] €433,21 aan de Zwolsche moeten voldoen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum waarop de aanrijding plaatsvond, te weten 10 februari 2003.

7.8 Voor toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten is geen plaats nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld en het bovendien niet redelijk geacht moet worden dat deze kosten zijn gemaakt gelet op de wederzijdse stellingen.

7.9 Omdat partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

8. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie en in reconventie:

Veroordeelt [X] om tegen behoorlijk bewijs van kwij-ting aan de Zwolsche te betalen €433,21 te ver-meerderen met de wette-lijke rente vanaf 10 februari 2003 tot aan de dag der alge-hele voldoening.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het open-baar uitge-sproken ter te-rechtzit-ting van 25 februari 2004 in tegen-woordig-heid van de griffier.