Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AP1704

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-02-2004
Datum publicatie
15-06-2004
Zaaknummer
223809
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever heeft onzorgvuldig gehandeld door krantenberichten over een strafrechtelijke vervolging van werknemer in de onderneming kenbaar te maken. Die vervolging betrof een priveomstandigheid en had niet van doen met de werksituatie, terwijl ook geen sprake was van nadelige invloed op de arbeidsprestatie door die vervolging. Niettemin wel ontbinding, maar met een vergoeding voor de werknemer tegen factor C = 0,5 omdat werknemer een verwijt valt te maken voor het niet opvolgen van een opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

' RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 223809

datum uitspraak: 13 februari 2004

Beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de naamloze vennootschap KIJKGRIJP DEKAMARKT N.V.,

te Velsen-Noord, gemeente Velsen,

verzoekster,

hierna: Dekamarkt,

gemachtigde mr. A.J.P. Schram,

--tegen--

[verweerder],

te [woonplaats],

verweerder,

hierna: [verweerder],

gemachtigde mr. drs. A.J. Helderman.

1. De procedure

1.1 Op 16 december 2003 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Dekamarkt, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

1.2 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 30 januari 2004. Op deze zitting hebben partijen hun standpunt nader toegelicht. De gemachtigde van Dekamarkt heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld.

1.3 Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

1.4 De inhoud van de stukken dient als hier ingelast te worden beschouwd.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. [verweerder] is 29 jaar oud. Hij is sedert 24 maart 1997 bij Dekamarkt in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De huidige functie van [verweerder] is deegmaker tegen een salaris van thans €1.779,92 bruto per vier we-ken, exclusief emolumenten.

b. Bij brief van 9 mei 2003 heeft Dekamarkt het volgende aan [verweerder] medege-deeld:

"Hierbij bevestigen wij het gesprek van 8 mei 2003 tussen u, de heer [x], logistiek mana-ger, de heer [y], bedrijfsleider en mevrouw [z], senior personeelsfunctio-naris.

Dit gesprek vond plaats naar aanleiding van uw terugkeer op de werkplek. U bent veroordeeld voor een strafbaar feit. Tegen deze uitspraak gaat u in hoger beroep. Omdat men op de werk-vloer op de hoogte is van uw situatie hebben wij eerst onderzocht of uw collega's moeite hebben met uw terugkeer.

De meerderheid heeft hier geen moeite mee daarom zijn wij van mening dat u uw werkzaamhe-den gewoon weer kunt starten. Wij hebben hier wel een aantal aantekeningen bij:

· wij verwachten van u onberispelijk gedrag, ook als er opmerkingen worden gemaakt m.b.t. uw veroordeling;

· indien er problemen ontstaan bespreekt u dit met de heer [y];

· als er wel een uitspatting ontstaat wordt u met onmiddellijke ingang geschorst en zullen wij ons beraden over verdere stappen.

Tijdens dit gesprek is tevens aangegeven dat wij een overplaatsing hebben overwogen maar dat wij daar geen gebruik van maken daar uw collega's er geen moeite mee hebben weer met u te werken. Na het hoger beroep zullen wij uw situatie opnieuw bekijken."

3. Het verzoek

3.1 Dekamarkt verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dekamarkt baseert het verzoek primair op een dringende reden en subsidiair op veranderingen in de omstandigheden.

3.2 Ter toelichting heeft Dekamarkt het volgende - samengevat - gesteld.

Op 9 december 2003 zijn opnieuw ernstige problemen gerezen tussen [verweerder] en diens chef. [verweerder] gedroeg zich buitengewoon agressief. Hij is hiervoor gewaar-schuwd, waarna hij door zijn chef is geschorst.

Voor Dekamarkt is de maat vol. Een vruchtbare samenwerking behoort niet meer tot de mogelijkheden. De verhoudingen zijn ernstig verstoord als gevolg van de handelwijze van [verweerder].

4. Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van €16.147,00 bruto. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het verzoek nader worden ingegaan.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. Daarvan is in dit geval geen sprake.

5.2 Niet is gebleken dat [verweerder] op de dag van indiening van het verzoek ter griffie door ziekte verhinderd was zijn arbeid te verrichten.

5.3 Omtrent de vraag of zich gewichtige redenen voordoen die tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst moeten leiden, wordt het volgende overwogen.

Bij Dekamarkt ontbreekt momenteel elk vertrouwen in een verdere vruchtbare samenwerking met [verweerder]. Bovendien is ter zitting gebleken dat partijen nogal vijandig tegenover elkaar staan. Onder die omstandigheden is het niet zinvol de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.4 Er zijn dus voldoende gewichtige redenen de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 maart 2004.

5.5 Omtrent de vraag of de omstandigheden van het geval meebrengen dat [verweerder] naar billijkheid een vergoeding behoort te worden toegekend, wordt het volgende overwogen.

Hoewel de strafrechterlijke veroordeling van [verweerder] een rol lijkt te spelen in het ontstaan van de gespannen verhouding tussen partijen, komt daaraan in het kader van deze beoordeling niet zoveel gewicht toe dat reeds om die reden geen vergoeding zou moeten worden toegekend. Dekamarkt heeft er immers voor gekozen deze veroordeling geen belemmering te laten zijn voor voortzetting van het dienstverband, zij het onder een aantal, hierboven vermelde, voorwaarden.

Wel is van belang dat twee werknemers van Dekamarkt schriftelijk hebben verklaard dat zij de informatie over de veroordeling van [verweerder] hebben gekregen van hun chef. Er is onvoldoende aanleiding om aan de juistheid die schriftelijke verklaringen te twijfelen. Het betrof hier informatie die de privé omstandigheden van [verweerder], zodat, nu onvoldoende gebleken is dat die omstandigheden de oorzaak waren van problemen op de werkvloer, de voornoemde chef en dus Dekamarkt onzorgvuldig jegens [verweerder] heeft gehandeld.

Deze handelwijze zal ongetwijfeld van invloed zijn geweest op het gedrag van [verweerder].

Dekamarkt heeft zich op problemen beroepen die op 9 december 2003 zijn ontstaan. Vast staat dat zich die dag problemen in de productie voordeden en dat een woorden-wisseling is ontstaan tussen de meergenoemde chef en [verweerder]. De door Dekamarkt gestelde bedreiging van die chef door [verweerder] kan in het kader van deze procedure niet komen vast te staan. In de werkverhouding had [verweerder] echter wel een opdracht van die chef moeten respecteren en uitvoeren en niet moeten antwoorden dat die chef het zelf maar moest doen. Hiervoor valt [verweerder] een verwijt te maken.

Gelet op het relatief lange dienstverband en het feit dat de werkelijke problemen zich slechts tijdens het laatste dienstjaar hebben voorgedaan, is de kantonrechter van oordeel dat aan [verweerder] nog wel een billijke vergoeding toekomt gebaseerd op correctiefactor

C = 0,5 uit de kantonrechterformule. Aldus wordt die vergoeding gesteld op (afgerond) €7.300,00 bruto.

5.6 Dekamarkt heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter Dekamarkt in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken.

5.7 Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompen-seerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De kantonrechter:

Stelt partijen ervan in kennis dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden met ingang van 1 maart 2004 onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld.

Bepaalt dat Dekamarkt tot 23 februari 2004 te 15.00 uur de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op die datum en dat tijdstip ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan [verweerder].

voor het geval Dekamarkt het verzoek niet intrekt wordt reeds thans als volgt beslist:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2004.

Kent aan [verweerder] ten laste van Dekamarkt een vergoeding toe van €7.300,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid.

Veroordeelt voor zover nodig Dekamarkt tot betaling van die vergoeding aan [verweerder].

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst het meer of anders verzochte af.

voor het geval Dekamarkt het verzoek wel intrekt wordt reeds thans als volgt beslist:

Verstaat dat het verzoek is ingetrokken.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitge-sproken op de openbare te-rechtzit-ting van bovengenoemde datum.