Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AP1555

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-02-2004
Datum publicatie
14-06-2004
Zaaknummer
226172
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonrechter wijst ontbindingsverzoek van werkgever af omdat onder de gegeven omstandigheden een waarschuwing in plaats van een schorsing in plaats van een ontslag op staande voet meer voor de hand had gelegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 226172

datum uitspraak: 6 februari 2004

Beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAMPS NEDERLAND B.V.,

te Zwanenburg, gemeente Haarlemmermeer,

verzoekster,

hierna: Kamps,

gemachtigde mr. R.J. Wiebosch,

--tegen--

[verweerder],

te [woonplaats],

verweerder,

hierna: [verweerder],

gemachtigde mr. E.M. Rengelink.

1. De procedure

1.1

Op 19 januari 2004 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Kamps, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, voor het geval mocht blijken dat deze niet reeds is geëindigd. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

1.2

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 23 januari 2004. Op deze zitting hebben partijen hun standpunt nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld.

1.3

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

1.4

De inhoud van de stukken dient als hier ingelast te worden beschouwd.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [verweerder] is 52 jaar oud. Hij is, na een aantal jaren via uitzendbureau's te hebben gewerkt, sedert 13 mei 2002 bij Kamps in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De huidige functie van [verweerder] is algemeen inpakmedewerker tegen een salaris van thans €1.667,44 bruto per vier weken, exclusief emolumenten.

b. Na een voorafgaande schorsing met ingang van 20 november 2003 heeft Kamps [verweerder] per 24 november 2003 op staande voet ontslagen.

c. [verweerder] heeft de nietigheid van dit ontslag ingeroepen.

3. Het verzoek

3.1

Kamps verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval het dienstverband tussen partijen nog mocht blijken te bestaan. Kamps baseert het verzoek op veranderingen in de omstandigheden.

3.2

Ter toelichting heeft Kamps het volgende - samengevat - gesteld.

Kamps voert al geruime tijd een zeer stringent beleid ten aanzien van werknemers die vanwege pretense gezondheidsklachten of om andere redenen tijdens hun werkzaamheden verstek laten gaan. [verweerder] heeft een gefingeerde reden opgegeven toen hij zich ziek meldde. Achteraf heeft [verweerder] aan aantal malen een ander verhaal opgehangen. Aan [verweerder] is gevraagd om te laten zien dat zijn verhaal een kern van waarheid bevatte. Dat heeft [verweerder] niet gedaan. Het vertrouwen van Kamps in [verweerder] is tot nihil gedaald ten gevolge van diens verzuim en gedraai achteraf.

4. Het verweer

[verweerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek. Op het verweer zal voor zover relevant, bij de beoordeling van het verzoek nader worden ingegaan.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. Daarvan is in dit geval geen sprake.

5.2

Niet is gebleken dat [verweerder] op de dag van indiening van het verzoek ter griffie door ziekte verhinderd was zijn arbeid te verrichten.

5.3

Omtrent de vraag of zich gewichtige redenen voordoen die tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst moeten leiden, wordt het volgende overwogen.

Tussen partijen staat vast dat [verweerder] zich ziek heeft gemeld. Dat het om een gefingeerde reden is gedaan, is echter onvoldoende gebleken. Het was bij Kamps bekend dat [verweerder] in het recente verleden in verband met een levertransplantatie van zijn zoon een operatie heeft moeten ondergaan en daarna nog regelmatig klachten over zijn gezondheid heeft gehad. Aan Kamps moet worden toegegeven dat [verweerder] op zijn minst gesproken de verdenking op zich heeft geladen door telkens met afwijkende verklaringen te komen. Dat neemt echter niet weg dat voor een ontslag op staande voet meer nodig is dan de enkele onduidelijkheid omtrent de juistheid van de ziekmelding, ook al is die onduidelijkheid mogelijk (mede) door [verweerder] in het leven geroepen. Gelet op het lange arbeidsverleden van [verweerder] bij (rechtsvoorgangers van) Kamps en het ontbreken van eerdere gedragingen van [verweerder] als waarvan thans sprake is, had het meer voor de hand gelegen als Kamps [verweerder] een waarschuwing had gegeven. Daaraan doet niet af dat Kamps in verband met de ploegendienst strikt de hand moet houden aan verzuim door haar werknemers, omdat, zoals door [verweerder] onvoldoende weersproken is gesteld, op het moment waarop [verweerder] zich ziek meldde er voldoende andere medewerkers overbleven om de productie te kunnen voortzetten.

Al het voorgaande in aanmerking nemende komt de kantonrechter tot de conclusie dat thans geen, althans onvoldoende gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek zal worden afgewezen.

5.4

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De kantonrechter:

Wijst het verzoek af.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.