Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9754

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-04-2004
Datum publicatie
18-05-2004
Zaaknummer
232398
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Nadat de functie van eiseres wegens reorganisatie is vervallen heeft werkgever te weinig ondernomen om tot redelijke oplossing te komen, terwijl een oplossing voor de hand liggend was. Werkgever wordt op verbeurte van een dwangsom veroordeelt om eiseres een baan als manager of beheerder aan te bieden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

sector kanton, locatie Haarlem

zaak/rolnummer: 232398/VV EXPL 04-85

datum uitspraak: 26 april 2004

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

in de zaak van

[EISERES]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [EISERES]

gemachtigde mr. C. Uluman

--tegen--

de naamloze vennootschap

PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND

te Velserbroek, gemeente Velsen

gedaagde partij

hierna te noemen PWN

gemachtigde mr. A.R.C. van Ramshorst-Cnossen

De procedure

[EISERES] heeft PWN op 17 maart 2004 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 april 1004, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht. Partijen is vervolgens een termijn van twee weken gegeven om te proberen de zaak alsnog minnelijk te regelen. Op 13 april 2004 is ter griffie een brief van de gemachtigde van [EISERES] binnengekomen waarin zij meldt dat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen.

De feiten

a. Op 1 januari 1980 is [EISERES] in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) PWN. Haar functie was laatstelijk Manager Bezoekerscentra. Die bezoekerscentra zijn De Hoep en De Zandwaaier. Haar salaris bedroeg laatstelijk € 4.584 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en emolumenten, oftewel € 59.408,64 bruto inclusief vakantietoeslag per jaar.

b. Op 1 oktober 2003 werd [EISERES] meegedeeld dat wegens een reorganisatie haar functie en formatieplaats waren komen te vervallen.Verder werd haar meegedeeld dat binnen de organisatie van PWN geen passende baan voor haar zou zijn. Zij werd per diezelfde datum boventallig verklaard en vrijgesteld van haar werkzaamheden. Zij heeft sindsdien geen werkzaamheden meer voor PWN verricht.

c. PWN heeft het Sociaal Plan 2003 op [EISERES] van toepassing verklaard. Als redenen voor de reorganisatie heeft PWN aangegeven dat er een kostenreductie middels personeels-inkrimping diende plaats te vinden en dat De Zandwaaier over werd genomen door de Stichting de Zandwaaier.

d. De reorganisatie van De Hoep heeft erin geresulteerd dat het aantal fte's van circa 10 naar circa 4 is teruggebracht. Aan het hoofd van de locatie De Hoep staat nu een locatiemanager, welke functie voorlopig wordt vervuld door een externe interim manager die daarvoor € 128.000,-- bruto van PWN ontvangt.

e. In het kader van de reorganisatie van De Zandwaaier is fors gesneden in het aantal fte's en de begroting; het aantal fte's bedraagt daar nu 3,8. Het beheer van De Zandwaaier is wel overgedragen aan de Stichting De Zandwaaier, maar het pand waarin De Zandwaaier is gevestigd is eigendom van PWN en de medewerkers van De Zandwaaier zijn in dienst van PWN; zij worden door PWN betaald en gedetacheerd. Aan het hoofd van de locatie De Zandwaaier staat een beheerder die inhoudelijk dezelfde functie vervult als de locatiemanager van De Hoep. De beheerder is daarnaast uitvoerend secretaris van het bestuur van de Stichting De Zandwaaier. Ook voor die functie van beheerder is een externe kracht aangenomen, die voor € 60.000 bruto op de loonlijst staat.

De vordering

[EISERES] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van PWN om [EISERES] onmiddellijk en onvoorwaardelijk weder te werk te stellen in haar eigen functie van Manager Bezoekerscentra dan wel in de functie van Beheerder De Zandwaaier en Locatiemanager De Hoep dan wel in een andere passende functie, onder gelijkblijvende primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag. [EISERES] stelt daartoe onder meer het volgende.

PWN heeft zich niet als een goed werkgever gedragen door [EISERES] voor voldongen feiten te plaatsen met betrekking tot de eenzijdige functiewijziging/ontheffing en daarbij niet de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen, hetgeen zeker ook gezien het lange en duurzame dienstverband op zijn plaats was geweest.

Niet alleen heeft PWN de noodzaak tot reorganisatie en personele inkrimping onvoldoende aannemelijk gemaakt, ook is het [EISERES] gebleken dat ondanks beweringen daartoe van PWN haar functie in feite niet is komen te vervallen. Het overgrote deel van haar werkzaamheden, waarvoor zij zich altijd vol heeft ingezet en 60 à 70 uur per week heeft gewerkt, wordt nu gedaan door twéé mensen, die daarvoor ook nog eens per persoon meer salaris krijgen dan zij. De aangekondigde kostenreductie is daarmee volkomen onwaarachtig.

Ook de overdracht van De Zandwaaier is geen valide argument; de aldaar werkzame personeelsleden zijn in dienst van en worden betaald door PWN en ook anderszins heeft PWN een flinke (financiële) vinger in die pap.

Als niet alleen de benaming van haar functie maar toch ook de functie zelf door die opsplitsing is komen te vervallen, dan had PWN haar die functies van beheerder De Zandwaaier of manager De Hoep moeten aanbieden. Dat is echter niet gebeurd; PWN heeft die functies op voorhand als niet passend voor [EISERES] terzijde geschoven. Ten onrechte, gezien de bijna gelijke te verrichten werkzaamheden. Ook de gestelde te geringe zwaarte van die functies levert daarvoor geen argument op; de betreffende functies zijn nog niet ingeschaald en de beloning van de huidige functionarissen, hoger dan die van [EISERES], wijst zeker niet op een te geringe zwaarte van die functies voor [EISERES]. Als de inschaling uiteindelijk toch lager zou uitvallen, dan is dat nog geen beletsel; daar is ingevolge het Sociaal Plan een mouw aan te passen zodat [EISERES] haar huidige loon ook in die functies kan behouden. In ieder geval heeft [EISERES] die functies niet afgewezen.

PWN heeft [EISERES] evenmin een andere passende functie aangeboden en voor de functies waarnaar [EISERES] zelf nog heeft gesolliciteerd, heeft PWN haar afgewezen.

Gelet op de thans langdurige en onzekere situatie, alsmede gelet op het feit dat thans twee externen feitelijk de werkzaamheden van [EISERES] vervullen, is het voor haar niet langer verantwoord te berusten in de ontheffing uit haar eigen functie.

Daarnaast verlangt [EISERES] een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten die zij heeft gemaakt in haar pogingen om middels het inschakelen van een gemachtigde de kwestie in der minne te regelen.

Het verweer

PWN betwist de vordering en voert daartoe onder meer het volgende aan.

Er hebben zich wel een paar schoonheidsfouten voorgedaan, maar het is niet zo dat PWN zich tegenover [EISERES] niet als een goed werkgever heeft gedragen.

De reorganisatie is wel degelijk nodig. Uit onderzoek is gebleken dat PWN in vergelijking met andere waterleidingbedrijven bijzonder hoog scoorde wat personele bezetting en totale kosten betreft. Die kosten zijn als gevolg van de reorganisatie beduidend lager geworden. De functie van [EISERES] is wel degelijk vervallen. Naast het voeren van het dagelijkse operationele management vervulde [EISERES] ook tactisch/strategische managementtaken en dat deel van het takenpakket is overgeheveld naar KM (Marketing& Communicatie); visievorming en beleidsmatige aansturing vinden nu centraal plaats.

Als gevolg van de personeelsinkrimping is de locatiemanager van De Hoep nu "meewerkend voorman"; PWN verwijst voor de inschaling op 9 naar een advies van KPMG van 30 maart 2004. Die functie is dus van een te laag niveau voor [EISERES], ook volgens [EISERES] zelf. Omdat PWN nog geen geschikte kandidaat heeft gevonden voor een permanente invulling van die functie, is daarvoor een interim manager ingezet, hetgeen vanwege dat tijdelijke karakter meer kosten met zich brengt.

Over de functie van beheerder bij De Zandwaaier heeft PWN geen zeggenschap; zij kan [EISERES] om die reden al niet te werk stellen in die functie. Voorts heeft die functie een vergelijkbaar takenpakket met dat van de locatiemanager. Ook die functie was niet passend en PWN kan dan ook billijken dat [EISERES] ervoor heeft gekozen om niet te solliciteren naar die functie. Inmiddels is die functie vervuld; [EISERES] is dus gewoon te laat.

Overeenkomstig haar verplichtingen als werkgever heeft PWN in haar organisatie gezocht naar een passende functie, helaas zonder resultaat. De functies waar [EISERES] naar solliciteerde waren niet passend; die waren van te hoog niveau, te specialistisch of inmiddels vervallen. Van een ontslagvoornemen is geen sprake; alle aandacht is gericht op herplaatsing van [EISERES] met alle in het Sociaal Plan vastgelegde garanties.

De beoordeling van het geschil

1. Vooropgesteld wordt dat een voorlopige voorziening zoals gevraagd alleen kan worden toegewezen als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [EISERES] tot een toewijzing daarvan zal leiden. De Kantonrechter is voorshands, op grond van de thans voorliggende gegevens, van oordeel dat dit deels het geval is.

2. Het staat een werkgever vrij om zijn onderneming zodanig te reorganiseren als hem goed dunkt, waarbij overigens zo'n reorganisatie niet mag worden aangegrepen om een onwelgevallige werknemer kwijt te raken. Voorts rust op de werkgever een zware verantwoordelijkheid om een redelijke oplossing te zoeken voor de werknemer wiens functie komt te vervallen.

3. In dit geval komt het de kantonrechter niet onredelijk voor dat de reorganisatie tot de volgens PWN noodzakelijke (personeels)kostenreductie heeft geleid en dat de functie van [EISERES] is komen te vervallen doordat PWN de taken van [EISERES] in diverse andere functies onder heeft gebracht. Dat [EISERES] voor haar functie 60 à 70 uur per week in touw was, maakt het des te meer te billijken dat haar taken over meerdere functionarissen met een werkweek van circa 40 uur zijn verdeeld.

4. Gegeven het vervallen van de functie van [EISERES] is de kantonrechter voorshands van oordeel dat PWN zich te weinig moeite heeft getroost om een redelijke oplossing te zoeken ten faveure van [EISERES], dit terwijl die oplossing toch zo voor de hand ligt: biedt [EISERES] één van de functies aan van beheerder van De Zandwaaier of manager van De Hoep!

De kantonrechter ziet voorshands geen redenen waarom [EISERES] niet in één van die functies benoemd zou kunnen worden, zeker niet nu PWN veel geld kwijt is aan een interim manager, terwijl de besparing evident lijkt als PWN [EISERES] in die functie van manager De Hoep benoemt. Dat het beheer van De Zandwaaier is overgedragen aan de Stichting De Zandwaaier is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter geen beletsel, daar de gemachtigde van PWN ter zitting erkend heeft dat de medewerkers van De Zandwaaier in dienst zijn van en betaald worden door PWN.

5. Opvallend is dat PWN wat die functies betreft hinkt op twee gedachten: enerzijds acht zij die functies van een te laag niveau voor [EISERES], en anderzijds betoogt PWN dat [EISERES] niet gesolliciteerd heeft en nu gewoon te laat is.

Dat argument van een te laag niveau is nu volgens [EISERES] juist het argument geweest waarmee PWN die functies meteen als niet passend voor [EISERES] terzijde heeft geschoven en [EISERES] die functies niet heeft aangeboden. Dat argument van [EISERES] heeft PWN onvoldoende gemotiveerd weerlegd. [EISERES] nu voor de voeten werpen dat ze voor die functies gewoon te laat is, is onbehoorlijk.

6. Waaróm die functies niet passend zouden zijn is de kantonrechter voorts onduidelijk gebleven. PWN heeft gesteld dat aan de functies lagere schalen zijn verbonden dan waar [EISERES] nu recht op heeft, maar [EISERES] heeft onbetwist gesteld dat die functies nog niet zijn ingeschaald. Het enige stuk dat PWN daarover in het geding heeft gebracht oogt als niet meer dan een voorstel van KPMG aan PWN.

Verder is het veelzeggend dat beide nu in die functies werkzame medewerkers, die dus geen tactisch/strategische managementtaken meer doen, toch ieder voor zich meer ontvangen dan [EISERES] in haar meeromvattende takenpakket. Dat [EISERES] niet bereid zou zijn als "meewerkend voorman" taken te verrichten, heeft [EISERES] gemotiveerd betwist; zij heeft onbetwist gesteld dat zij tot in het recente verleden indien nodig ook balie- en schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht.

Daarnaast biedt ook volgens PWN zelf het Sociaal Plan de mogelijkheid om [EISERES] ook in een lager ingeschaalde functie hetzelfde loon door te betalen als waar zij nu recht op heeft.

7. Dat in de functie van beheerder De Zandwaaier inmiddels een ander is benoemd, acht de kantonrechter voorshands onvoldoende reden om [EISERES] niet in aanmerking te laten komen voor die functie. Dat is een probleem dat PWN zichzelf op de hals heeft gehaald en dat zij zelf moet oplossen. Bij de functie van manager De Hoep, die nu vervuld wordt door een tijdelijke kracht, speelt zelfs dat probleem voor PWN nog minder.

8. Ter zitting heeft PWN nog betoogd dat een hinderpaal voor deze oplossing wordt

gevormd door de strubbelingen in de werkrelatie tussen [EISERES] en haar (nieuwe) direct leidinggevende de heer Govers, en kritiek op haar functioneren.

Die argumenten overtuigen echter niet. [EISERES] heeft immers daartegenover gesteld dat zij nimmer is aangesproken op disfunctioneren met toepassing van hoor en wederhoor, laat staan dat, indien noodzakelijk, haar een kans voor verbetering was gegeven. PWN heeft ook geen relevante stukken overgelegd die haar stellingen zouden kunnen ondersteunen. Voorts heeft PWN zelf steeds volgehouden dat die twee functies van een te laag niveau voor [EISERES] waren; dat laat zich slecht rijmen met het verwijt van disfunctioneren.

9. De kantonrechter komt dan ook tot de slotsom dat de vordering van [EISERES] in die zin moet worden toegewezen dat PWN zal worden veroordeeld om [EISERES] één van de functies van manager De Hoep en beheerder De Zandwaaier aan te bieden en om [EISERES] bij acceptatie van één van die functies onvoorwaardelijk te werk te stellen. Om PWN de gelegenheid te geven een en ander te regelen, bijvoorbeeld met betrekking tot het contract met de interim manager, zal de kantonrechter de termijn waarbinnen PWN aan deze veroordeling moet voldoen, stellen op een maand. Na verloop van die termijn zal PWN een dwangsom verschuldigd zijn van € 1.000,-- per dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet.

10. Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten is de kantonrechter van oordeel dat die niet toegewezen kan worden. PWN heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd en in deze procedure is niet gebleken dat [EISERES] kosten heeft gemaakt voor meer werkzaamheden van haar gemachtigde dan ter instructie en voorbereiding van de zaak waarvoor de proceskosten een vergoeding plegen in te sluiten.

11. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

12. De proceskosten komen voor rekening van PWN omdat deze in het ongelijk is gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt PWN bij wijze van voorlopige voorziening om [EISERES] één van de functies manager De Hoep en beheerder De Zandwaaier aan te bieden en om [EISERES] bij acceptatie van één van die functies daarin onvoorwaardelijk te werk te stellen op de daarvoor gebruikelijke werkplek, een en ander onder dezelfde primaire en secundaire voorwaarden als waarop [EISERES] tot nu toe recht heeft gehad;

- bepaalt dat PWN een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 voor iedere dag na 26 mei 2004 dat deze de hiervoor gegeven beslissing niet nakomt, tot een (voorlopig) maximum van € 100.000,00;

- veroordeelt PWN tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [EISERES] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd en bepaalt dat de explootkosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in art. 9, 1e lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968, omdat [EISERES] de haar in rekening gebrachte omzetbelasting niet op grond van genoemde wet kan verrekenen en dit nadrukkelijk verklaart, en de gerechtsdeurwaarder aan de voet van het exploot verklaart dat de kosten in verband daarmee zijn verhoogd:

exploot € 70,40

vastrecht € 190,00

salaris gemachtigde € 360,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Baas en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.