Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9112

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-04-2004
Datum publicatie
10-05-2004
Zaaknummer
217842
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Exclusiviteit ontbindingsvergoeding. Kantonrechter acht de beweerdelijk geleden pensioenschade te zijn inbegrepen in de vergoeding die bij ontbinding van dearbeidsovereenkomst is toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 217842

datum vonnis: 7 april 2004

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

[EISER],

te [woonplaats],

hierna: [eiser],

gemachtigde H. Terhoeven,

--tegen--

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

DE NEDERLANDSE UNIE VAN OPTIEKBEDRIJVEN,

te Haarlem,

GEDAAGDE,

hierna: Nuvo,

gemachtigde mr. J.B. Köster.

1. Het verloop van de procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 10 oktober 2003, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. [eiser] is op 1 mei 1988 in dienst getreden bij Nuvo.

b. Bij beschikking van de kantonrechter te Haarlem van 3 november 2000 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 16 november 2000 ontbonden met toe-kenning aan [eiser] van een vergoeding van ƒ215.000,00 bruto (€97.666,45).

c. De onder b. genoemde vergoeding is door Nuvo correct uitbetaald.

d. Op 25 juli 2001 heeft Zurich Leven N.V. (hierna: Zurich) een offerte uitgebracht voor de affinanciering van het tijdsevenredig pensioen. Die offerte vermeldt een aanvullende afkoopsom van ƒ101.262,30 (€45.950,83).

e. Bij brief van 20 februari 2003 heeft Zurich onder meer het volgende geschre-ven:

"Op 25-07-2001 hebben wij een offerte verstrekt in verband met de tijdsevenredige pensioen-aanspraken van de heer [eiser].

Deze offerte heeft alleen betrekking op het pensioen dat tijdens het dienstverband is opgebouwd, 01-05-188 tot 01-12-2000, en heeft niets te maken met eventueel in de toekomst op te bouwen pensioen."

3. De vordering

3.1 [Eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. Nuvo zal veroordelen binnen zeven dagen nadat vonnis gewezen zal zijn over te gaan tot affinanciering van de ten behoeve van [eiser] bij pensioenverzekeraar Zurich afgesloten pensioenverzekering conform de door deze assuradeur uitge-brachte offerte door betaling van een bedrag groot €45.951,00 netto aan deze verze-keraar op straffe van een aan [eiser] verschuldigde dwangsom van €500,00 per dag vanaf 7 dagen na datum vonnis tot Nuvo aan haar affinancieringsverplichting voldaan zal hebben, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;

B. Nuvo zal veroordelen tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten, begroot op €1.835,99;

C. Nuvo zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over alle gevorderde bedragen vanaf de eerste dag van opeisbaarheid tot en met de dag van algehele voldoening;

één en ander met veroordeling van Nuvo in de kosten van het geding.

3.2 [Eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grond-slag gelegd:

Na beëindiging van het dienstverband is gebleken dat Nuvo niet is overgegaan tot een correcte affinanciering van het pensioen. Zoals uit de stukken van de pensioenverzeke-raar blijkt gaat het nadrukkelijk niet om toekomstig op te bouwen pensioenrechten, maar betreft het de betaling van de pensioenaanspraken tot aan de datum van de beëindiging van het dienstverband. Deze afspraken zal Nuvo dienen na te komen en voor de nakoming heeft [eiser] wel degelijk een mogelijkheid om een separate vordering in te dienen.

Teneinde voldoening van de vordering buiten rechte te verkrijgen heeft de gemachtigde van [eiser] diverse werkzaamheden verricht. Die buitengerechtelijke incassokosten worden conform de aanbevelingen van rapport Voorwerk-II door [eiser] begroot op €1.835,99.

4. Het verweer

Nuvo heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in diens vordering, althans tot afwijzing daarvan. Nuvo heeft daartoe tegen de vordering het volgende aangevoerd:

De affinanciering van de backserviceverplichting van het pensioen van [eiser] moet geacht worden in de ontbindingsvergoeding te zijn begrepen, nu die aanspraken:

1. niet zijn ontstaan tijdens de dienstbetrekking en

2. geen betrekking hebben op de periode voor de beëindiging van de arbeidsovereen-komst en

3. enkel en alleen het gevolg zijn van de (wijze van) beëindiging van de arbeidsover-eenkomst en de gevolgen van die beëindiging.

[eiser] heeft in de ontbindingsprocedure expliciet aan de orde gesteld dat hij bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst "een forse pensioenbreuk te incasseren" zou hebben. [eiser] heeft zich kennelijk ter dekking van die pensioenschade ook daadwerke-lijk het grootste gedeelte van de ontbindingsvergoeding als koopsom voor een recht op een premievrije uitkering bij een verzekeringsmaatschappij laten uitkeren.

Tot de ontbindingsdatum heeft Nuvo volledig aan haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de pensioenverzekering voldaan.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 De bewoordingen van de ontbindingsbeschikking van 3 november 2000 geven geen uitsluitsel over de vraag of bij de bepaling van de hoogte van de ontbindingsver-goeding wel of geen rekening is gehouden met de thans door [eiser] gestelde pensioenschade.

5.2 Onderzocht moet daarom worden of die pensioenschade geacht moet worden in de ontbindingsvergoeding te zijn begrepen, omdat het hier gaat om een aanspraak van [eiser]:

a. die is ontstaan tijdens de dienstbetrekking en

b. betrekking heeft op de periode vóór de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en

c. die geen verband houdt met de (wijze van) beëindiging van de dienstbetrekking en de gevolgen van de beëindiging.

5.3 Zoals uit de berichtgeving van Zurich blijkt, heeft de onderhavige verplichting tot affinanciering slechts betrekking de periode vóór de beëindiging van de arbeidsover-eenkomst. In zoverre is dus wel voldaan aan het onder 5.2. onder b. genoemde criteria.

5.4 Daarentegen is niet voldaan aan de criteria genoemd onder 5.2. onder a. en c.

Vast staat immers dat de verplichting tot affinanciering eerst ontstaat bij beëindiging van de deelneming en dus bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De onderhavige aanspraak is derhalve een aanspraak die verband houdt met de (wijze van) beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

5.5 Op grond van het vorenstaande moet de door [eiser] thans aan de orde gesteld pensioenschade geacht te zijn begrepen in de ontbindingsvergoeding. Dit geldt temeer nu [eiser] niet heeft weersproken dat Nuvo tot de ontbindingsdatum volledig aan haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de pensioenverzekering heeft voldaan en [eiser] zelf een voorziening heeft getroffen in de vorm van de door hem een deel van de ontbindingsvergoeding aangeschafte koopsompolis.

5.6 Op grond van het bovenstaande moet de vordering van [eiser] worden afgewezen.

6. De slotsom en kosten

De vordering wordt afgewezen. [Eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proces-kosten worden veroordeeld.

7. De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nuvo begroot op €1.090,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het open-baar uitge-sproken ter te-rechtzit-ting van 7 april 2004, in tegen-woordig-heid van de griffier.