Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7421

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-04-2004
Datum publicatie
13-04-2004
Zaaknummer
03-1188 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onder de waarschuwingsinstallaties voor auditief gehandicapten, zoals bedoeld in artikel 26 van de Regeling Hulpmiddelen 1996, kan ook apparatuur worden begrepen die bedoeld is voor persoonlijke bescherming, in casu een aangepaste rookmelder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Reg. nr: Awb 03 - 1188 ZFW

uitspraakdatum: 7 april 2004

RECHTBANK HAARLEM, sector bestuursrecht

enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. J.A.M. van der Goot-Andela, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand,

-- tegen --

Onderlinge waarborgmaatschappij Groene Land PWZ Zorgverzekeraar U.A.,

verweerster.

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 23 september 2002 heeft verweerster de aanvraag van eiseres voor de vergoeding van de kosten van aangepaste rookmelders in het kader van de Ziekenfondswet (ZFW) afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 21 oktober 2002 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 5 juni 2003 heeft verweerster het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 juli 2003, aangevuld bij brieven van 25 november 2003 en 4 december 2003, beroep ingesteld.

Verweerster heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 27 februari 2004, alwaar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Verweerster is verschenen bij gemachtigde mr. L. Ganner, werkzaam bij verweerster.

2. Overwegingen

2.1. In dit geding is de vraag aan de orde of het besluit van verweerster, waarbij het besluit tot afwijzing van de aanvraag van eiseres voor vergoeding van de kosten van aangepaste rookmelders wordt gehandhaafd, in rechte stand kan houden.

2.2. Verweerster heeft zich op het standpunt gesteld dat een aangepaste rookmelder geen verstrekkingen is op grond van de ZFW. Volgens verweerster wordt een auditief gehandicapte door een verstrekking van een wek- en waarschuwingsinstallatie in staat gesteld om met de handicap zelfstandig te functioneren en zoveel mogelijk deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. De door eiseres gevraagde aangepaste rookmelders zijn daarentegen bedoeld voor de persoonlijke bescherming van eiseres. Verweerster is van mening dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van eiseres behoort om de benodigde veiligheidsmaatregelen te nemen in de woonomgeving ten aanzien van een brand- of inbraakalarm. Ook al zou de aangepaste rookmelders als waarschuwingsinstallatie kunnen worden aangemerkt, dan nog - gelet op het doel van brandsignalering - ontbreekt het verstrekkingskarakter. Verweerster verwijst hiertoe naar het advies van het College van Zorgverzekeraars (CvZ) van 19 februari 2001, gepubliceerd in RZA 2001/27.

2.3. Eiseres kan zich niet verenigen met het standpunt van verweerster. Eiseres heeft gesteld dat zij op advies van het inbraakpreventieteam aangepaste rookmelders wil aanschaffen. Eiseres is auditief gehandicapt en daarom aangewezen op aangepaste apparatuur. Zij kan het piepen van een rookmelder niet horen, wel kan zij trillingen waarnemen. Eiseres is van mening dat zij, gelet op het feit dat zij geen gebruik kan maken van een reguliere rookmelder en dat een aangepaste rookmelder duurder is dan een reguliere rookmelder, uit oogpunt van doelmatige zorgverlening aangewezen is op aangepaste rookmelders.

2.4. De rechtbank overweegt als volgt.

2.5. Op grond van artikel 8, tweede lid van de ZFW en artikel 15 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering hebben verzekerden aanspraak op die hulpmiddelen die door de minister als zodanig zijn aangewezen. Die aanwijzing is uitgewerkt in de Regeling Hulpmiddelen 1996 (hierna: de Regeling) waarin een limitatieve lijst van hulpmiddelen is opgenomen.

2.6. Op grond van artikel 2, eerste lid, onder t, van de Regeling omvat de aanspraak op hulpmiddelen de verschaffing in eigendom van te allen tijde adequaat functionerende hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering aangegeven in artikel 26 van de Regeling.

2.7. Volgens artikel 26, eerste lid, sub j, onder 1, van de Regeling zijn de in artikel 2, eerste lid, onder t, van de Regeling genoemde hulpmiddelen signaleringsapparatuur en alarmeringsystemen: wek- en waarschuwingsinstallaties voor auditief gehandicapten.

2.8. Onder de in artikel 26 eerste lid, sub j, onder 1, van de Regeling, als hulpmiddel genoemde alarmeringsystemen: waarschuwingsinstallaties voor auditief gehandicapten, dient de in geding zijnde aangepaste rookmelder te worden begrepen. Deze aangepaste rookmelder heeft immers tot doel de auditief gehandicapte te alarmeren of te waarschuwen bij brand of rook. Noch in de toelichting op artikel 26 van de Regeling, noch in de jurisprudentie zijn aanknopingspunten te vinden voor het standpunt van verweerster dat onder de bedoelde waarschuwingsinstallaties geen apparatuur kan worden begrepen die bedoeld is voor persoonlijke bescherming. Nu sprake is van een hulpmiddel in de zin van de Regeling, kan in artikel 8 ZFW geen grond gevonden worden om eiseres desondanks de aanspraak op verstrekking van een dergelijk hulpmiddel te onthouden.

2.9. Verweerster heeft het bestreden besluit genomen in strijd met artikel 26 van de Regeling. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd.

2.10. Voorts bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van verweerster. Gelet op het bepaalde in de artikelen 1 en 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de proceskosten vast op € 644,-- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, gemiddelde zaak).

3. Beslissing

De rechtbank

3.1. verklaart het beroep gegrond;

3.2. vernietigt het bestreden besluit van 5 juni 2003;

3.3. bepaalt dat verweerster met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;

3.4. veroordeelt verweerster in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 644,--, te betalen door Onderlinge waarborgmaatschappij Groene Land PWZ Zorgverzekeraar U.A., aan eiseres;

3.5. gelast dat Onderlinge waarborgmaatschappij Groene Land PWZ Zorgverzekeraar U.A. het door eiseres betaalde griffierecht van € 31,-- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K.D. Jibodh, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 april 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op:

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.