Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AN7506

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-10-2003
Datum publicatie
05-11-2003
Zaaknummer
213271 /VV EXPL 03-244
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding: werknemer KLM terecht ontslagen op staande voet na invoer van zaken op Schiphol buiten douane om.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 6
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

sector kanton, locatie Haarlem

zaak/rolnummer: 213271 /VV EXPL 03-244

datum uitspraak: 31 oktober 2003

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

in de zaak van

[EISER]

te Nieuwveen

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. M.W. Kempe

--tegen--

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

gedaagde partij

hierna te noemen KLM

gemachtigde mr. M. Ris

De procedure

[Eiser] heeft KLM op 27 augustus 2003 gedagvaar-d. De mondelinge behan-deling heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2003, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

a. [Eiser] is sedert 1 juni 1982 bij KLM in dienst, laatstelijk in de functie van Tugdriver. Zijn salaris bedraagt thans € 2.195,87 bruto per maand (exclusief vakantietoeslag en emolumen-ten), vermeerderd met een ploegentoeslag van € 644,82 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor KLM-Grondpersoneel van toepassing.

b. Op 10 juli 2003 voerden beveiligingsbeambten een onderzoek uit naar aanleiding van de vermissing van autosleutels van een KLM-voertuig. Tijdens dat onderzoek constateerden zij dat [eiser] op het platform op Schiphol, dat is beveiligd gebied, twee tassen vanuit een KLM-trekker overbracht naar het bewuste KLM-voertuig, dat hij naar het personeelsparkeerterrein reed, daar stopte bij een rode bestelauto en dat hij de tassen in die bestelauto over wilde laden. De beveiligingsbeambten hebben [eiser] daarop staande gehouden. De tassen bleken horloges, kleding en portable telefoons te bevatten. Tegenover de beveiligingsbeambten heeft [eiser] verklaard deze tassen "te hebben overgenomen van een passagier die even tevoren op Schiphol was aangekomen met een vlucht van China Airlines."

c. [Eiser] is overgedragen aan de Douane. De Airside Authority Schiphol heeft op dat moment per direct zijn Schipholpas ingenomen. Hangende het onderzoek is [eiser] door zijn leidinggevende geschorst.

d. Op 14 juli 2003 vond een gesprek plaats tussen KLM en [eiser]. In dat gesprek heeft [eiser] zijn tegenover de beveiligingsbeambten afgelegde verklaring bevestigd; hij heeft daaraan toegevoegd dat hij doelbewust had gehandeld en dat hij een dergelijk transport al vier keer eerder had uitgevoerd. Hij zei in dat gesprek "gegokt te hebben en te hebben verloren." KLM heeft [eiser] die dag op staande voet ontslagen.

e. Bij brief van 15 juli 2003 heeft KLM dat ontslag bevestigd. In die brief staat onder meer:

"De redenen hiertoe werden u bij dit onderhoud uiteengezet en waren gelegen in het feit dat u op donderdag 10 juli 2003 bent aangehouden door de Douane te Schiphol omdat u, met gebruikmaking van een KLM-voertuig, goederen van het airside gebied heeft afgebracht zonder hiervan melding te maken bij de douane. (…)Op grond van de onderzoeksresultaten komen wij tot de conclusie dat u, met oneigenlijke gebruikmaking van KLM-faciliteiten, onrechtmatige en mogelijk zelfs strafbare handelingen heeft verricht. U heeft de KLM hierdoor ernstig in diskrediet gebracht en het vertrouwen dat KLM in u als medewerker had, zeer ernstig beschaamd. U heeft daarbij misbruik gemaakt van uw toegangsbevoegdheid op Amsterdam Airport Schiphol, waardoor uw toegangsbevoegdheid door de Airside Authority Schiphol per 10 juli 2003 is ingetrokken."

f. [Eiser] heeft de nietigheid van dat ontslag ingeroepen en zijn arbeid aangeboden. Ondanks daartoe te zijn aangemaand heeft KLM [eiser] vanaf 14 juli 2003 geen loon meer betaald of [eiser] toegelaten tot zijn werkzaamheden.

De vordering

[Eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat en na vermeerdering en vermindering van eis) veroordeling van KLM tot wedertewerkstelling van [eiser] en tot doorbetaling van loon vanaf 14 juli 2003. [Eiser] voert daartoe onder meer het volgende aan.

[Eiser] betwist dat hij KLM een dringende redenen voor ontslag op staande voet heeft gegeven. Hij erkent dat hij laakbaar heeft gehandeld, maar de handelingen hebben niet in werktijd plaatsgevonden. Verder is KLM op geen enkele wijze benadeeld; er is immers geen sprake van diefstal danwel verduistering van goederen die aan KLM toebehoren. Dat [eiser] van het KLM-voertuig gebruik heeft gemaakt rechtvaardigt evenmin een ontslag op staande voet. Een verregaande maatregel als ontslag op staande voet is hier disproportioneel, mede gezien de lengte van het dienstverband, een onberispelijke staat van dienst, de leeftijd van [eiser] en de financiële gevolgen voor [eiser]. KLM had kunnen volstaan met een minder ver strekkende disciplinaire maatregel.

Het ontslag is bij gebreke van een dringende reden dan ook nietig en de arbeidsovereenkomst loopt nog immer door. KLM dient hem toe te laten tot het werk en het loon door te betalen.

Het verweer

KLM heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

1. De kernvraag van deze procedure is of het voldoende aannemelijk is te achten dat de rechter, in een aan te spannen bodem-procedure, tot de slotsom zal komen dat er voor het [eiser] op 14 juli 2003 gegeven ontslag op staande voet een dringende reden aanwezig was.

De kantonrechter is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord op grond van de volgende vaststellingen en overwegingen.

2. Anders dan [eiser] leest de kantonrechter in de ontslagbrief niet dat [eiser] ontslagen is vanwege het privé-gebruik van een dienstvoertuig, maar wel dat dat ontslag is gegeven omdat [eiser] onrechtmatige en mogelijk zelfs strafbare handelingen heeft verricht waarbij hij misbruik heeft gemaakt van de bedrijfsmiddelen van KLM en van zijn toegangsbevoegdheid tot het beveiligde platform in het kader van zijn dienstbetrekking.

3. Naar het voorlopig oordeel vormen die handelingen wel degelijk een dringende reden voor ontslag op staande voet. KLM heeft onbetwist gesteld dat haar bedrijf naar zijn aard gevoelig is voor diefstal, smokkel en andere soortgelijke strafbare feiten. Dat zij zeker van haar medewerkers die in een vertrouwenspositie verkeren zoals [eiser] en vrije toegang hebben tot het platform, vliegtuigen en dergelijke, integriteit en 100 % betrouwbaarheid verwacht is volledig te begrijpen. Zonder twijfel en zoals [eiser] ook erkent, heeft hij het vertrouwen dat KLM in hem had gesteld beschaamd.

[eiser] stelt nog wel dat hij geen zaken van KLM zelf heeft verduisterd of gestolen, en dat KLM geen schade heeft geleden, maar niet alleen is het ontslag niet gebaseerd op diefstal of verduistering van zaken van KLM, [eiser] gaat er daarmee ook aan voorbij dat ook door andere feiten dan diefstal of verduistering schade kan worden geleden, zoals verlies van reputatie en goede naam. KLM is juist beducht voor een dergelijk verlies dat fnuikend kan zijn in de branche waarin KLM haar onderneming drijft. De gewraakte handelwijze van [eiser] doet die reputatie en goede naam bepaald geen goed.

4. Dat zijn handelingen met de tassen, zoals [eiser] stelt, niet in diensttijd zijn verricht, wordt niet alleen door KLM betwist, maar is ook niet van belang. Vast staat dat [eiser] de faciliteiten die hem in verband met zijn functie bij KLM ter beschikking stonden, waaronder bewegingsvrijheid op het platform, heeft misbruikt voor laakbare handelingen, hetgeen een werkgever niet hoeft te tolereren.

5. Gelet op het voorgaande heeft KLM, naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter, [eiser] terecht op staande voet ontslagen. De vordering, die is gebaseerd op de nietigheid van het ontslag vanwege het ontbreken van een dringende reden daarvoor, wordt daarom als ongegrond afgewezen.

6. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

7. De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk is gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- weigert de gevorderde voorlopige voorziening;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van KLM tot en met vandaag worden begroot op € 360,-- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.