Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AL9015

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-10-2003
Datum publicatie
20-10-2003
Zaaknummer
214955 CV EXPL 03-4079
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rolbeschikking van de kantonrechter, waarbij het verzoek om aanhouding van de behandeling wordt afgewezen. Zoals terecht door Dexia Bank opgemerkt heeft de voorgenomen bemiddeling door de Commissie Oosting geen betrekking op de juridische gegrondheid van de vordering. Dexia Bank heeft er daarom recht op dat haar vordering, op straffe van rechtsweigering, door de burgerlijke rechter wordt beoordeeld. Of zij een -mogelijk- veroordelend vonnis, in verband met de hiervoor bedoelde bemiddeling, uiteindelijk ook ten uitvoer zal leggen staat daar op zichzelf los van. Aanhouding van de zaak, zoals door [gedaagde] verzocht, zal een onaanvaardbare vertraging opleveren in de afdoening daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

Sector Kanton Locatie Zaandam

Zaak/rolnummer: 214955 CV EXPL 03-4079

datum uitspraak: 16 oktober 2003

Rolbeschikking

De kantonrechter in de rechtbank Haarlem, locatie Zaandam, heeft de volgende rolbeschikking gegeven in de zaak van:

Dexia Bank Nederland N.V.

te Amsterdam,

gemachtigde: deurwaarder C.Th. Snijder,

verder te noemen: Dexia Bank,

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gemachtigde: geen (procedeert in persoon),

verder te noemen: [gedaagde].

BESLISSING.

In deze zaak dient zonder verdere vertraging te worden doorgeprocedeerd.

[Gedaagde] dient daarom schriftelijk verweer te voeren tegen de vordering. Dit verweer dient (in tweevoud) op donderdag 13 november 2003 te 10.00 uur op de civiele rolzitting te worden overhandigd, dan wel tijdig eerder (al dan niet per post) op de griffie te zijn bezorgd.

Daarvoor wordt geen verder uitstel verleend.

*************************

Motivering.

Dexia Bank heeft bij dagvaarding een vordering ingesteld.

Daarop heeft [gedaagde] schriftelijk om aanhouding van de verdere behandeling gevraagd in afwachting van de uitkomsten van een door de Commissie Oosting voorgenomen bemiddelingspoging inzake de problematiek rondom aandelenlease constructies.

Hiertegen heeft Dexia Bank zich bij akte verzet.

Het verzoek om aanhouding van de behandeling wordt afgewezen. Zoals terecht door Dexia Bank opgemerkt heeft de voorgenomen bemiddeling door de Commissie Oosting geen betrekking op de juridische gegrondheid van de vordering. Dexia Bank heeft er daarom recht op dat haar vordering, op straffe van rechtsweigering, door de burgerlijke rechter wordt beoordeeld. Of zij een -mogelijk- veroordelend vonnis, in verband met de hiervoor bedoelde bemiddeling, uiteindelijk ook ten uitvoer zal leggen staat daar op zichzelf los van. Aanhouding van de zaak, zoals door [gedaagde] verzocht, zal een onaanvaardbare vertraging opleveren in de afdoening daarvan.

Het verzoek moet daarom worden afgewezen.

[Gedaagde] zal op de hiervoor bij de beslissing bepaalde zittingsdag moeten antwoorden op de vordering.

Deze rolbeschikking is gegeven door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.