Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AI1415

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-08-2003
Datum publicatie
25-08-2003
Zaaknummer
93907-KG ZA 03-370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vordering strekt tot het geven van een algemeen verbod tot het plegen van merkinbreuk door het staken en gestaakt houden van enige verwijzing naar het merk Oger in het economisch verkeer, een en ander voor zover dit niet valt onder de wettelijk toegestane gevallen van vergelijkbare reclame. Een vordering van een dergelijk vergaande en algemene strekking komt in beginsel niet voor toewijzing in aanmerking. Niet op voorhand kunnen immers met voldoende mate van zekerheid de grenzen van (on)toelaatbare merkvermelding worden getrokken. Een bij wijze van voorlopige voorziening te geven gebod voor de toekomst met een dergelijk ruime strekking onder verbeurte van een dwangsom kan tot onaanvaardbare executiegeschillen aanleiding geven en is reeds op die grond niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: 93907/KG ZA 03-370

Vonnisdatum: 25 augustus 2003

716

RECHTBANK TE HAARLEM,

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

eiser,

wonende te Blaricum,

eisende partij,

procureur mr. H.K. Garvelink,

advocaat mr. D.J.G. Visser te Amsterdam,

-- tegen --

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SUIT SUPPLY B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde partij,

procureur mr. R.F. Groos,

advocaat mr. M.C.S. de Boer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] respectievelijk Suit Supply.

1. Het verloop van het geding

1.1 Ter terechtzitting van 11 augustus 2003 heeft [eiser] overeenkomstig de dagvaarding (gerectificeerd bij herstelexploot van 30 juli 2003) gesteld en gevorderd als hierna on-der 3. weergegeven en die vordering toegelicht aan de hand van overgelegde pleitno-tities en producties. Suit Supply heeft tegen deze vordering verweer gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities, eveneens onder overlegging van producties.

1.2 Na verder debat in tweede termijn hebben partijen vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1 In dit geding wordt van het volgende uitgegaan:

a. [eiser] is eigenaar van een herenmodezaak, gespecialiseerd in maatpakken, die is gevestigd onder meer in de P.C. Hoofdstraat te Amsterdam. Suit Supply is een winkelbedrijf dat eveneens in maatpakken handelt en is onder meer gevestigd aan de Willemsparkweg te Amsterdam.

b. Op 16 oktober 1989 heeft [eiser] het Benelux-woordmerk Oger geregistreerd on-der nummer 470061 met de klasse-aanduiding: klasse 25, boven- en onderkleding voor dames, heren en kinderen; schoeisel en hoofddeksels.

c. Op of rond 8 juli 2003 heeft Suit Supply een mailing aan haar klanten gestuurd waarop onder het opschrift "profiteren van de pakkenoorlog" een tekening van "Fokke en Sukke" is afgebeeld staande voor twee vrijwel identieke herenmodeza-ken waarvan één met het opschrift Suit Supply met de tekst:

"Een mooi pak? Daarvoor ga je langs Oger…"

"…en dan links en dan rechts…"

Deze strip is afgebeeld op een achtergrond van krantenknipsels waarin melding wordt gemaakt van een "pakkenoorlog". Op de achterzijde is onder meer de tekst vermeld:

"Suit Supply sluit vrede?

No way, je krijgt er nu twee!", met vermelding van een aanbieding van heren-maatpakken.

3. De vordering en de grondslag daarvan

3.1 [eiser] vordert, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Suit Supply zal gebieden met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden het noemen van of verwijzen naar het merk Oger van [eiser] in reclame uitingen en in alle andere uitingen in het economisch verkeer, anders dan in eventuele objectieve en zorgvuldige vergelijkende reclame uitingen die voldoen aan alle eisen die de wet daaraan, onder andere in artikel 6:194A Burgerlijk Wetboek, stelt, zulks op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000 (zegge: vijftigdui-zend euro) voor elke overtreding, dan wel, zulks ter keuze van [eiser], voor elke dag of gedeelte van een dag dat aan dit bevel niet volledig is voldaan.

3.2 [eiser] legt - samengevat - aan zijn vordering ten grondslag dat met deze mailing inbreuk op de merkrechten van [eiser] op het woordmerk Oger wordt gemaakt. Met deze vorm van adverteren maakt Suit Supply zonder geldige reden in het economisch verkeer gebruik van het merk Oger anders dan ter onderscheiding van waren, waar-door ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit en afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen en de reputatie van dat merk, een en ander in de zin van ar-tikel 13A lid 1 sub d van de Benelux Merkenwet, aldus [eiser].

4. Het verweer en de slotsom daarvan

Suit Supply heeft tegen de vordering gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing daarvan met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding. Op dit verweer zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

5. De gronden van de beslissing

5.1 Als meest verstrekkende verweer heeft Suit Supply aangevoerd dat [eiser] geen of onvoldoende (spoedeisend) belang heeft bij zijn vordering.

5.2 Dit verweer wordt terecht voorgedragen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.3 De vordering strekt tot het geven van een algemeen verbod tot het plegen van merkinbreuk door het staken en gestaakt houden van enige verwijzing naar het merk Oger in het economisch verkeer, een en ander voor zover dit niet valt onder de wette-lijk toegestane gevallen van vergelijkbare reclame. Een vordering van een dergelijk vergaande en algemene strekking komt in beginsel niet voor toewijzing in aanmer-king. Daarvoor kan slechts in uitzonderingsgevallen plaats zijn, bijvoorbeeld wanneer sprake is van het herhaaldelijk maken van inbreuk. Dat Suit Supply zich eerder jegens [eiser] aan merkinbreuken schuldig heeft gemaakt is niet gesteld of gebleken. Niet op voorhand kunnen immers met voldoende mate van zekerheid de grenzen van (on)toelaatbare merkvermelding worden getrokken. Een bij wijze van voorlopige voorziening te geven gebod voor de toekomst met een dergelijk ruime strekking onder verbeurte van een dwangsom kan tot onaanvaardbare executiegeschillen aanleiding geven en is reeds op die grond niet toewijsbaar is.

5.4 In dit verband is voorts van belang dat Suit Supply bij monde van haar directeur, F.M. de Jong, desgevraagd onvoorwaardelijk en zonder voorbehoud heeft verklaard zich in de toekomst te zullen onthouden van een verdere verspreiding van de gewraakte car-toon. Ook in zoverre mist [eiser] derhalve voldoende belang bij zijn vordering, zodat ook een minder vergaande voorziening dan gevorderd - een verbod van het gebruik maken van de gewraakte cartoon - evenmin voor toewijzing in aanmerking komt.

5.5 Bij gebreke van voldoende belang behoort de door [eiser] gevraagde voorziening derhalve te worden geweigerd en kunnen de overige door Suit Supply aangevoerde verweren onbesproken blijven.

5.6 [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1 Weigert de gevraagde voorziening.

1.2 Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op de uitspraak van dit vonnis aan de zijde van Suit Supply begroot op € 286,16 aan verschotten en € 703,36 aan salaris voor de procureur.

6.3 Verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Udo de Haes, voorzieningenrechter van deze rechtbank, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 25 augustus 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.