Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AG6904

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-06-2003
Datum publicatie
23-06-2003
Zaaknummer
182407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht.

Werkgever overlegt urenoverzichten die door haarzelf, althans het door haar ingeschakelde administratiekantoor, zijn vervaardigd. De kantonrechter is echter van oordeel dat enkel aan de hand van de urenopgaven van inlenende bedrijven is te controleren of werkgever die uren juist heeft geaministrateerd. Nu de kantonrechter niet over die stukken beschikt acht hij de stellingen van werknemer, gelet op de bewijslast die op werkgever rust, onvoldoende weerlegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 182407

datum vonnis: 18 juni 2003

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

de vennootschap onder firma

NHD NOORD HOLLANDSE DIENSTVERLENING V.O.F.,

te Beverwijk,

EISERES in conventie,

VERWEERSTER in reconventie,

hierna: NHD,

gemachtigde R.F. Mellema,

--tegen--

[EISER],

te [woonplaats],

GEDAAGDE in conventie,

EISER in reconventie,

hierna: [eiser],

gemachtigde mr. P.H. Visser.

In conventie en in reconventie:

1. Het verloop van de procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 26 maart 2003 uitgespro-ken tussenvonnis en de daarin genoemde stukken,

- de akte uitlating en overlegging producties van NHD,

- de akte uitlating producties van [eiser].

2. De verdere beoordeling van het geschil

In conventie:

2.1 In conventie heeft de kantonrechter reeds beslist op de vordering van NHD. Voor zover Hellebrand in zijn laatste akte nog terugkomt op zijn betoog met betrekking tot de vergoeding van de kosten van de cursus, kan de kantonrechter daar thans niet meer op ingaan.

In reconventie:

2.2 Zoals uit het vonnis van 26 maart 2003 volgt, moet thans nog worden beslist op de vordering van [eiser] tot betaling van:

a. €948,38 bruto wegens 90 niet-uitbetaalde overuren en

b. €1.348,80 wegens niet-genoten vakantiedagen.

De kantonrechter overweegt ten aanzien van deze vordering het volgende.

€948,38 bruto wegens 90 niet-uitbetaalde overuren en

2.3 [eiser] stelt zich op het standpunt dat het gaat om wel gewerkte maar door NHD niet geregistreerde overuren, waarover door NHD betaling is toegezegd, maar welke toezegging NHD niet is nagekomen. Een dergelijke toezegging wordt door NHD gemotiveerd weersproken, zodat [eiser] daarvan bewijs moet aandragen. Hij heeft echter onvoldoende concrete feiten gesteld waaruit, indien bewezen, de gestelde toezegging zou kunnen blijken. De kantonrechter gaat daarom aan deze stelling van [eiser] verder voorbij.

2.4 [eiser] heeft expliciet gesteld dat hij bij Foekens Reconditioning B.V. en VKS B.V. veel overuren heeft gedraaid. Dit wordt door NHD niet weersproken, zodat van de juistheid van die stelling moet worden uitgegaan.

2.5 Op NHD als werkgeefster rust de verplichting om de gewerkte overuren op deugdelijke wijze te registreren. Om die reden had de kantonrechter in het vonnis van 26 maart 2003 overwogen dat NHD de urenopgaven van de onder 2.3 genoemde bedrijven diende over te leggen.

2.6 NHD heeft bij akte overzichten van urenopgaven overgelegd over de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 maart 2002. Het betreft hier kennelijk overzichten die door NHD zelf, althans door het door haar ingeschakelde administratiekantoor, zijn opgesteld. Het betreft echter niet de urenopgaven die door de genoemde bedrijven zelf zijn verstrekt. Slechts aan de hand van door die bedrijven verstrekte urenopgaven is immers te controleren of NHD de uren juist heeft geregistreerd. Nu de kantonrechter niet over die opgaven kan beschikken, acht hij de stellingen van [eiser], gelet op de bewijslast die op de NHD rust, onvoldoende weerlegd.

2.7 De kantonrechter gaat op grond van het vorenstaande daarom uit van de juistheid van de stelling van [eiser] dat hij nog recht heeft op uitbetaling wegens 90 overuren. Het door hem gevorderde bedrag is niet weersproken, zodat dit zal worden toegewezen.

2.8 De gevorderde wettelijke verhoging van 50% is ook toewijsbaar, omdat, zoals uit het bovenstaande volgt, het niet betalen van de overuren aan NHD is toe te rekenen.

2.9 De wettelijke rente is, als steunend op de wet, eveneens toewijsbaar zoals gevorderd.

€1.348,80 wegens niet-genoten vakantiedagen.

2.10 Partijen gaan er beiden van uit dat per jaar recht bestaat op 24 vakantiedagen. [eiser] is in dienst geweest van 11 december 2000 tot 25 maart 2002. Dat betekent dat hij in die periode 15,5/12 x 24 = 31 vakantiedagen heeft opgebouwd.

2.11 Uit de door NHD overgelegde overzichten blijkt dat [eiser] in ieder geval 16 vakantiedagen heeft opgenomen. Dit wordt onvoldoende gemotiveerd door [eiser] weersproken, zodat dit vaststaat.

2.12 Voorts blijkt uit die overzichten dat [eiser] in totaal 432 uren niet heeft gewerkt. Ook rekeninghoudende met de feestdagen resteren over de onderhavige periode meer niet-gewerkte uren dan de door [eiser] gestelde 20 dagen ad 8 uren. Niet aannemelijk is geworden dat NHD [eiser] zoveel uren naar huis heeft gestuurd omdat er geen werk was dat [eiser] uiteindelijk nog 20 vakantiedagen tegoed heeft. De kantonrechter acht daarom het verweer van NHD onvoldoende gemotiveerd weerlegd. Er moet daarom van worden uitgegaan dat [eiser] geen recht meer heeft op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen.

Dit onderdeel van de vordering moet daarom worden afgewezen.

3. De slotsom en kosten

Wegens de overuren wordt toegewezen €948,38 + 50% = €1.422,57 bruto.

De vordering wordt overigens afgewezen. Partijen worden over en weer in het ongelijk gesteld. Daarom zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd.

4. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

Veroordeelt [eiser] om tegen behoorlijk bewijs van kwij-ting aan NHD te betalen €3.492,89 te ver-meerderen met de wette-lijke rente berekend over €3.086,89 vanaf 14 april 2002 tot aan de dag der alge-hele voldoening.

Veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van NHD begroot op €217,18 aan verschot-ten en €450,00 aan salaris voor de ge-machtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

Veroordeelt NHD om tegen behoorlijk bewijs van kwij-ting aan [eiser] te betalen €1.422,57 bruto, te ver-meerderen met de wette-lijke rente vanaf 1 april 2002 tot aan de dag der alge-hele voldoening.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 18 juni 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.