Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AG6875

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-03-2003
Datum publicatie
23-06-2003
Zaaknummer
182407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht.

Werknemer beroept zich op verrekening met een tegenvordering ter zake van niet uitbetaalde overuren.

Werkgever wordt verzocht urenopgaven van de inlenende bedrijven over te leggen en te specificeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 182407

datum vonnis: 26 maart 2003

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

de vennootschap onder firma

NHD NOORD HOLLANDSE DIENSTVERLENING V.O.F.,

te Beverwijk,,

EISERES in conventie,

VERWEERSTER in reconventie,

hierna: NHD,

gemachtigde R.F. Mellema,

--tegen--

[EISER],

te [woonplaats],

GEDAAGDE in conventie,

EISER in reconventie,

hierna: [eiser],

gemachtigde mr. P.H. Visser.

In conventie en in reconventie:

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 15 augustus 2002, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met productie,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 23 oktober 2002 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 10 december 2002 gehouden comparitie van partijen,

- de akte houdende inbreng producties van NHD,

- de akte uitlating producties van [eiser].

1.2 De kantonrechter heeft thans de dagvaarding ambtshalve gerectificeerd ten aanzien van de eerste voornaam van [eiser], omdat deze volgens de eigen opgave van [eiser] luidt: Franciscus.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. [eiser] is van 11 december 2000 tot 25 maart 2002 in dienstbetrekking geweest van NHD.

b. Op 4 april 2002 heeft NHD een eindafrekening opgesteld. [eiser] dient op grond daarvan nog €1.814,78 inclusief vakantiegeld te ontvangen.

c. Over de maand maart 2002 heeft [eiser] van NHD een voorschot op zijn loon van €600,00 ontvangen, alsmede via de bank een bedrag van €1.079,83.

d. [eiser] heeft tijdens zijn dienstverband met NHD een cursus D.T.A. gevolgd, waarvan de kosten ad ƒ5.500,00 door NHD zijn voldaan. Partijen zijn overeengekomen dat [eiser] daarvan ƒ4.500,00 aan NHD terugbetaalt bij beëindiging van het dienstverband binnen een jaar, ƒ3.000,00 bij beëindiging binnen twee jaar en ƒ2.500,00 bij beëindiging na een periode van drie jaar.

e. [eiser] dient aan NHD nog €1.179,83 terug te betalen wegens een aan hem door NHD verstrekte geldlening.

In conventie:

3. De vordering

3.1 NHD vordert betaling van primair €3.549,92, subsidiair €3.068,89, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, voorts te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten conform rapport Voorwerk II, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.2 NHD heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

Van het bedrag van de eindafrekening heeft [eiser] het volgende tegoed:

eindafrekening €1.814,78

minus voorschot € 600,00

minus betaling per bank €1.079,83

resteert € 134,95

Omdat [eiser] binnen een jaar het dienstverband heeft beëindigd is hij op grond van de overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de D.T.A. cursus €2.042,01 (ƒ4.500,00) verschuldigd.

Tenslotte dient [eiser] nog €1.179,83 aan NHD wegens de verstrekte lening terug te betalen.

In totaal heeft NHD daarom per saldo van [eiser] te vorderen:

€2.042,01 + €1.179,83 - €134,95 = €3.086,89.

Naast deze hoofdsom is [eiser] verschuldigd €463,03 wegens buitengerechtelijke incassokosten en tevens de wettelijke rente.

4. Het verweer

[eiser] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 [eiser] heeft als enig verweer aangevoerd dat hij het door NHD gevorderde ter zake van de D.T.A. cursus niet verschuldigd is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij de cursus verplicht moest volgen en dat door NHD grote druk op hem is uitgeoefend om in te stemmen met het ontslag. Nu sprake is van een ontslag met wederzijds goedvinden kan volgens [eiser] in redelijkheid niet gesteld worden dat hij zelf met werken is gestopt.

5.2 De kantonrechter verwerpt dit verweer van [eiser]. De strekking van de overeenkomst is duidelijk: zodra er een einde komt aan de arbeidsovereenkomst en [eiser] zijn in de cursus opgedane kennis elders kan gaan gebruiken dient hij een deel van het cursusgeld terug te betalen. Dat dit alleen zou gelden indien hij zelf ontslag zou nemen en niet in de situatie waarin ontslag met wederzijds goedvinden plaatsvindt, is niet gebleken. Dat dit laatste het geval zou zijn ligt ook niet voor de hand, omdat in beide situaties [eiser] immers gebruik kan maken van de door hem tijdens de cursus opgedane kennis. Ten tijde van het ontslag met wederzijds goedvinden was [eiser] overigens bekend met de regeling tot terugbetaling van het cursusgeld, zodat hij er ook voor had kunnen kiezen niet in te stemmen met de beëindiging van het dienstverband. Van enige druk van de zijde van NHD is niets gebleken.

5.3 [eiser] heeft tevens aangevoerd dat de redengeving voor de overeenkomst gelegen is in het feit dat de werknemer of andere werkgevers voordeel zouden kunnen trekken uit de door NHD bekostigde opleiding, maar dat van een dergelijk voordeel geen sprake is omdat [eiser] niet voor de cursus is geslaagd.

5.4 De kantonrechter verwerpt ook dit standpunt van [eiser]. Uit niets blijkt dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een voorbehoud is gemaakt voor het geval [eiser] niet voor de cursus zou slagen. Het feit dat [eiser] niet is geslaagd, impliceert bovendien niet dat hij geen kennis heeft opgedaan waar hij in de toekomst baat bij kan hebben.

5.5 In beginsel ligt op grond van het vorenstaande de gevorderde hoofdsom voor toewijzing gereed.

5.6 Tegen de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat ook deze onderdelen in beginsel voor toewijzing vatbaar zijn. De kantonrechter zal evenwel de buitengerechtelijke incassokosten toewijzen conform de staffel bij het rapport Voorwerk II (waar ook NHD van uitgaat) en wijst daarom €406,00 toe wegens buitengerechtelijke incassokosten.

5.7 Voorts heeft [eiser] zich beroepen op verrekening met zijn tegenvordering. Daarom zal de kantonrechter thans ingaan op de reconventionele vordering.

In reconventie:

6. De vordering

6.1 [eiser] vordert betaling van €948,38 bruto te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf 1 april 2002 en betaling van €1.348,80 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2002, een en ander met veroordeling van NHD in de proceskosten.

6.2 [eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grond-slag gelegd:

[eiser] heeft nog recht op betaling van 90 overuren ad (1,25% x €8,43) = €948,38 bruto. Voorts maakt [eiser] bij het einde van de dienstbetrekking aanspraak op vergoeding voor 20 niet genoten vakantiedagen over de periode van 1 juni 2001 tot en met 25 maart 2002, uitgaande van 24 vakantiedagen per jaar. Deze vergoeding komt overeen met 20 x €67,44 (dagloon) = €1.348,80 bruto.

7. Het verweer

NHD heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het ver-weer zal voor zover relevant bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

8. De beoordeling van het geschil

8.1 [eiser] heeft gesteld dat hij naast de door NHD uitbetaalde overuren nog recht heeft op uitbetaling van 90 overuren. Volgens zijn stelling zouden deze overuren (naar de kantonrechter begrijpt) blijken uit de urenopgaven over de periode 11 december 2000 tot 25 maart 2002 van de bedrijven Foekens Reconditioning B.V en VKS B.V. aan welke bedrijven [eiser] volgens hem steeds is uitgeleend.

8.2 NHD heeft op deze stelling, die [eiser] immers eerst bij zijn akte uitlating producties heeft geponeerd, nog niet kunnen reageren. Daarom zal de kantonrechter NHD daartoe alsnog in de gelegenheid stellen. De kantonrechter verzoekt NHD daarbij tevens de onder 8.1 genoemde urenopgaven van de genoemde bedrijven over te leggen en te specificeren of zo ja welke overuren naast de reeds uitbetaalde overuren (96,5 in totaal volgens de door NHD bij akte overgelegde staten en salarisspecificaties) reeds aan [eiser] zijn uitbetaald.

8.3 Voorts heeft NHD bij akte een overzicht overgelegd van uren-verdeling 2002 van [eiser] waaruit 16 opgenomen vakantiedagen blijken. Dit overzicht wordt door [eiser] bestreden. Ook hierop heeft NHD nog niet kunnen reageren. Bovendien moet NHD nog de uren-verdeling en opgenomen vakantiedagen vanaf 11 december tot en met 31 december 2001 in het geding brengen, nu [eiser] stelt dat hij vanaf 11 december 2000 vergoeding wegens niet opgenomen vakantiedagen tegoed heeft.

Indien de benodigde stukken nog bij de belastingdienst zijn in verband met een controle, zoals door NHD op het overzicht over 2002 is vermeld, dient zij bij die dienst kopieën op te vragen.

8.4 Alvorens verder te (kunnen) beslissen zal NHD de gelegenheid worden geboden op de stellingen van [eiser] nader in te gaan onder overlegging van de hierboven bedoelde stukken.

8.5 [eiser] zal daarna nog de gelegenheid moeten worden geboden op de door NHD alsnog in het geding te brengen producties te reageren.

In conventie en in reconventie:

8.6 Gelet op het vorenstaande zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

9. De beslissing

De kantonrechter:

In reconventie:

Verwijst de zaak naar de rol van:

WOENSDAG 23 APRIL 2003

voor akte uitlating en overlegging producties aan de zijde van NHD.

In conventie en in reconventie:

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het open-baar uitge-sproken ter terechtzitting van 26 maart 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

NB HET EINDVONNIS IN DEZE ZAAK IS GEPUBLICEERD ONDER LJN-NUMMER AG6904.