Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AF9196

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-05-2003
Datum publicatie
28-05-2003
Zaaknummer
164942
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 164942

datum vonnis: 7 mei 2003

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

[EISER],

te Haarlem,

hierna: [eiser],

gemachtigde mr. J.R. Goppel,

--tegen--

de rechtspersoon STICHTING STADSTOEZICHT HAARLEM,

te Haarlem,

GEDAAGDE,

hierna: Stadstoezicht,

gemachtigde H. Terhoeven.

1. Het verloop van de procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 9 oktober 2002 uitgesproken tussenvonnis en de daar-in genoemde stukken,

- de processen-verbaal van de op 19 november 2002 en 9 januari 2003 gehouden getuigenverhoren,

- de conclusie na enquête tevens houdende overlegging producties en

- de conclusie van antwoord na enquête.

2. De verdere beoordeling van het geschil

2.1 Bij het vonnis van 9 oktober 2002 was Stadstoezicht toegelaten te bewijzen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan of dat nakoming van haar zorgplicht de arbeidson-geschiktheid van [eiser] niet zou hebben voorkomen.

2.2 Ter voldoening aan die bewijsopdracht heeft Stadstoezicht 3 getuigen doen horen, te weten: [namen getuigen]. Vervolgens heeft Stadstoezicht bij brief van 3 december 2002 meegedeeld dat zij afziet van het horen van nadere getuigen. Daarna heeft [eiser] op 9 januari 2003 in tegenverhoor drie getuigen doen horen, te weten: [namen getuigen].

Na sluiting van het getuigenverhoor heeft Stadstoezicht bij haar laatste conclusie nog schriftelijke bewijsstukken in het geding gebracht, waarop [eiser] heeft gereageerd.

2.3 De op verzoek van partijen gehoorde getuigen hebben -onder meer- het volgende verklaard:

[getuige 1]:

Ik was op 17 maart 1998 collega van de heer [eiser] en heb die dag samen met hem deelgenomen aan de cursus Bedrijfshulpverlening. Ik kan mij niet herinneren dat ik voorafgaande aan de cursus informatie van Stadstoezicht heb ontvangen. Ik ben 1 dag op de cursus geweest, namelijk 17 maart 1998. Die dag waren er 2 mannen aanwezig als instructeur. Ik weet niet meer of mij aanwijzingen zijn gegeven. U vraagt mij of ik kledingvoorschriften had gekregen. Niet dat ik weet. Ook wat de schoenen betreft weet ik het niet.

[getuige 2]:

Sinds oktober 1988 ben in dienst van de gemeente Haarlem. Ik ben vanaf juli 1996 tot en met 1998 gedetacheerd geweest bij Stadstoezicht. Ik weet dat er een groep mensen op 17 maart 1998 de cursus Bedrijfshulpverlening heeft gevolgd. Het was mijn taak niet om de mensen daarin te begeleiden, dat was iemand anders die dat deed. Er wordt geen speciale kleding of schoeisel voor de cursus Bedrijfshulpverle-ning voorgeschreven. Men draagt gewoon zijn uniform. Ik weet niet of de deelne-mers een helm krijgen.

[getuige 3]:

Het is juist dat ik op 17 maart 1998 aanwezig was op een cursusdag Bedrijfshulp-verlening waar de heer [eiser] ook cursist was.

Wij zijn 's morgens begonnen met theorie. Wij hebben iets verteld over ontruiming, eigen veiligheid, wat je wel en niet moet doen bij brand, het melden van de brand, portofoonverkeer, de werkingen van kleine blusmiddelen, ook zijn er 's morgens instructies gegeven over de praktijkoefeningen 's middags.

Het belangrijkste voor ons is de eigen veiligheid en het redden van mensen. Dit loopt als een rode draad door de hele cursus heen.

Voorafgaande aan de praktijkoefening hebben we gezegd dat men op de juiste wijze de deur moest openen, rustig aan moest doen, achterwaarts de trap aflopen en voor hun veiligheid zorgen. Men had witte bouwvakhelmen op. We hadden een stroom-voorziening gemaakt vanuit de brandweerkazerne op het terrein. Op de locatie zelf was geen gas, water en licht. Dat was afgesloten.

De heer [eiser] is samen met zij koppelgenoot eerst het trapje afgegaan om te zien of zij iets konden ontdekken, ze zijn toen achterwaarts de trap afgegaan.

Zelf stond ik toen boven aan de trap achter [eiser]. Vervolgens kwamen ze de trap weer omhoog, toen hebben we het slachtoffer laten roepen zodat zij konden horen dat er iemand binnen was. Ze zijn weer naar beneden gegaan, ik durf niet met zekerheid te zeggen of zij deze tweede keer ook achterwaarts de trap zijn afgegaan. Wat ik zeker weet is dat ik tijdens de cursus altijd vertel dat men achterwaarts de trap moet afgaan omdat als men dan zou vallen op de trap zou komen te liggen.

Toen ze de tweede keer beneden waren ontdekten ze het brandje en heb ik gezegd waar de binnenbrandslag hing. Nadat ze weer boven waren gekomen rolde de dame de brandslag uit waarna de heer [eiser] de slang mee nam. Hij had de slang vast bij de straalpijp en zo ging hij de trap af. Hij is toen vooruit de trap afgegaan. Ik stond tussen de heer [eiser] en de genoemde dame in. Ik durf u niet te zeggen in welke hand de heer [eiser] de slang vast hield. ik denk dat hij met beide handen de slang vasthield, hij moet de slang namelijk ook meenemen. Ik heb geen tijd gehad om de heer [eiser] erop te wijzen dat hij de trap achterwaarts moest afgaan. Het ging allemaal erg vlug. Hij was al gevallen voordat ik iets kon doen.

[getuige 4]:

Van maart 1996 tot einde januari 1999 ben ik als stadswacht in dienst geweest van Stadstoezicht.

Voorafgaande aan de cursus was mij verteld waar ik naar toe moest. Er is mij niks gezegd over de aard van de kleding of schoeisel die ik tijdens de cursus moest dragen.

Tijdens de cursus kregen wij eerst een schriftelijke uiteenzetting met een lesboek. Een oud-brandweerman heeft aan de hand van het boek les gegeven en er werd een videofilm getoond.

Ik ben voorwaarts de trap afgelopen. de oud-brandweerman heeft mij niet verteld hoe ik de trap moest aflopen. Deze oud-brandweerman werd bijgestaan door een brandweerman van Bloemendaal. Van hem heb ik voorafgaand aan de oefening geen instructies gekregen.

Zoals ik in mijn verklaring van 12 juli 1999 al heb opgenomen was het trapje waar ik af moest nat. Er waren wat druppels water uit de slang gelopen nadat ik deze had opengezet en er waren voor mij andere cursisten de trap afgegaan.

[getuige 5]:

Vanaf juni 1997 tot november 2002 was ik als stadswacht in dienst van Stadstoe-zicht. Het is juist dat ik op 17 maart 1998 heb deelgenomen aan de cursus Bedrijfs-hulpverlening. Ik vormde toen een koppel met [naam]. Voor zover mij bekend zijn er geen kleding voorschriften voor de cursus gegeven. Ik ben er in gewone burger-kleding naar toe gegaan. Ik had veiligheidsschoenen van een vorige werkgever aan en niet de Mephistoschoenen van Stadstoezicht.

's Morgens kregen we algemeen theoretische informatie. 's Morgens is niet speci-fiek verteld hoe wij 's middags de praktijkoefening moesten doen. Ik kan me herin-neren dat we een doorgang zonder deur door moesten. Het zicht was ronduit slecht in die ruimte, er was neprook en er waren vlammen. U vraagt mij of iemand mij vertelde hoe wij de trap af moesten lopen. Ik zou het niet meer weten. Ik kan het in ieder geval niet bevestigen. Het was in de ruimte zeker niet droog, zeker het trapje niet. Ik heb niet letterlijk gezien dat het trapje nat was, maar ik had wel die indruk. Het enige dat ik mij nog kan herinneren is dat de slang nat was. De heer [eiser] moest met een ander de oefening na ons doen.

[getuige 6 (=eiser)]:

Er was ons gevraagd wie de cursus wilde volgen. Ik heb me daarvoor opgegeven. Wij kregen te horen waar wij naar toe moesten, maar kregen geen instructies met betrekking tot te dragen kleding en schoeisel.

's Morgens kregen we algemeen theoretische les van de heren [namen].

De heer [naam] heeft niet gezegd hoe ik de trap af moest en heeft ook geen andere instructies gegeven. Nader verklaar ik nog dat de trap waar ik af moest nat was.

2.4 De kantonrechter acht -de verklaringen van de genoemde getuigen zowel in hun onderling verband als elk afzonderlijk beschouwd en gewogen, zulks in samen-hang met de voorts ter zake nog overgelegde bewijsstukken en de door partijen daarop gegeven toelichtingen- Stadstoezicht niet in het haar op gedragen bewijs geslaagd en overweegt daartoe als volgt.

2.5 Niet is gebleken dat Stadstoezicht ter voorbereiding op de cursus aan

[eiser] duidelijke instructies heeft gegeven over de te dragen kleding en schoeisel. Gelet op de aard van de cursus, waarbij immers ook een brandoefening aan de orde zou komen, brachten de verplichtingen van Stadstoezicht als werkgever met zich dat zij [eiser] vooraf duidelijke instructies gaf met name op het punt van de te dragen schoenen en had zij moeten controleren of de door haar jaarlijks verstrekte schoenen veilig genoeg waren voor deze brandoefening, ook indien zij niet op de hoogte zou zijn geweest van klachten over die schoenen. Dat heeft zij kennelijk niet gedaan. Ook is niet gebleken dat zij in samenspraak met de cursusleiding voldoende maatregelen heeft getroffen om een ongeval als het onderhavige te voorkomen. Er moeten immers altijd rekening mee worden gehouden dat bij een brandoefening de vloer of in dit geval de trap nat kan worden ook al is de waterleiding afgesloten. Zoals uit de getuigenverklaringen blijkt zat er toch nog wat water in de gebruikte slang en is dit op de trap terechtgekomen. Niet gebleken is dat voorafgaande aan de brandoefening de slang op daarin aanwezig water is gecontroleerd. Stadstoezicht had voordat zij [eiser] aan de cursus liet deelnemen ervoor moeten zorgen dat maatregelen werden getroffen om uitglijden te voorkomen. Zij had dit kunnen doen door in ieder geval instructies over het schoeisel te geven en te controleren of de verstrekte schoenen veilig genoeg waren voor deze brandoefening.

Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat [eiser] niet voorwaarts de trap is afgegaan, dan sluit dat de aansprakelijkheid van Stadstoezicht niet uit. Zij moet er als werkgever rekening mee houden dat een werknemer in een dergelijke ongewone situatie anders handelt dan wordt verwacht en zij dient van tevoren maatregelen te treffen om een ongeval te voorkomen.

Voor zover gezegd moet worden dat de bij de cursus betrokken docenten onvoldoende toezicht hebben gehouden of onvoldoende instructies hebben gegeven, komt één en ander voor rekening van Stadstoezicht die immers de cursus aan deze docenten heeft overgelaten.

2.6 Op grond van het vorenstaande is niet komen vast te staan dat Stadstoezicht aan haar zorgverplichting ex artikel 7:658 BW heeft voldaan en ook niet dat nakoming van haar zorgplicht de arbeidsongeschiktheid van [eiser] niet zou hebben voorkomen.

2.7 De vordering van [eiser] ligt derhalve thans voor toewijzing gereed.

3. De slotsom en kosten

De vordering wordt toegewezen. Stadstoezicht zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proces-kosten worden veroordeeld.

4. De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Stadstoezicht om aan [eiser] te vergoeden de schade die [eiser] heeft geleden en zal lijden ten gevolge van het [eiser] op 17 maart 1998 overkomen bedrijfsongeval, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat en moet worden vereffend volgens de wet.

Veroordeelt Stadstoezicht in de kosten van dit geding aan de zijde van [eiser] ge-vallen en tot op heden begroot op €1.787,88, waar-van te voldoen:

- aan de griffier van de Rechtbank Haarlem, door storting op rekeningnum-mer 19.23.25.833 t.n.v. Arrondissement 540 Haarlem onder vermelding van het zaaknummer, €1.751,68 namelijk:

€61,50 wegens in debet gesteld griffierecht,

€65,18 wegens verschotten van de deurwaarder die het exploot heeft uitge-bracht en

€1.625,00 wegens salaris van de gemachtigde van [eiser];

- aan de gemachtigde van [eiser]:

het restant ad €20,50 bestaande uit het niet in debet gestel-de deel van het griffierecht,

€15,70 wegens taxe van de getuige Hoetjes.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 7 mei 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.

ZIE VOOR TUSSENVONNIS: LJN-nummer: AF9197