Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AF6430

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-03-2003
Datum publicatie
26-03-2003
Zaaknummer
90199 KG ZA 03-102
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: 90199/KG ZA 03-102

Vonnisdatum: 25 maart 2003

715/CvdR

RECHTBANK TE HAARLEM,

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon STAATSBOSBEHEER,

eisende partij,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. M.F. van der Hoeven-Abbekerk te Den Haag,

-- tegen --

1. gedaagde sub 1,

wonende te Overveen

procureur en advocaat mr. V.J.M. Janszen.

2. zij die verblijven of wonen in de onroerende zaak of een gedeelte daarvan, staande en gelegen te Overveen aan de Elswoutslaan 20 (a),

niet verschenen

gedaagde partij.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Staatsbosbeheer respectievelijk [gedaagde sub 1] en gedaagden sub 2.

1. Het verloop van het geding

1.1 Ter terechtzitting van 18 maart 2003 heeft Staatsbosbeheer overeenkomstig de dagvaarding gesteld en gevorderd als hierna onder 3. weergegeven en die vordering toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities. [gedaagde sub 1] heeft tegen deze vorde-ring verweer gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities. Naast [gedaagde sub 1] zijn er geen andere personen verschenen die verblijven of wonen in de onroerende zaak of een gedeelte daarvan, staande en gelegen te Overveen aan de Elswoutslaan 20 (a). Staatsbosbeheer heeft gevraagd verstek te verlenen tegen gedaagden sub 2.

1.2 Na verder debat in tweede termijn hebben partijen vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan is bepaald op 25 maart 2003.

2. De vaststaande feiten

2.1 In dit geding wordt van het volgende uitgegaan:

a. Staatsbosbeheer is eigenaar van het perceel grond met opstallen, bestaande uit een landhuis (hierna te noemen: Het Grote Huis), staande en gelegen aan de Elswout-slaan 20(a) te Overveen.

b. Tussen Staatsbosbeheer en [gedaagde sub 1] is op 23 juli 1999 een bruikleenovereen-komst gesloten. In deze overeenkomst staat onder meer vermeld:

De ondergetekenden (...) komen overeen dat Staatsbosbeheer aan de bruiklener in bruikleen geeft: de bij Staatsbosbeheer in eigendom zijnde inpandige woning voorkomende in "Het Grote Huis", staande en gelegen aan de Elswoutslaan 20a 2051 AE te Overveen, kadastraal bekend gemeente Bloemendaal, sectie B, nummer 6341, hierna te noemen woonruimte, voor de duur van maximaal 3 maanden, ingegaan 1 juni 1999, derhalve tot uiterlijk 1 september 1999,

zonder dat hiervoor een vergoeding is verschuldigd.

Na afloop van de hierboven genoemde termijn wordt deze bruikleenovereenkomst geacht te zijn verlengd met telkens één maand met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van deze overeenkomst

(...)

Artikel 6 OP OF AANZEGGINGEN

De op-of aanzeggingen ingevolge deze overeenkomst dienen te geschieden bij aangetekende brief of deurwaardersexploit.

c. Staatsbosbeheer heeft op 1 mei 2000 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Cobraspen Vastgoed B.V. (hierna te noemen: Cobraspen) en de B.V. Neder-lands Monumenten Bezit (hierna te noemen: Monumenten Bezit) inzake uitgifte erfpacht en vestiging recht van opstal. Op grond van artikel 10 van deze samen-werkingsovereenkomst is Staatsbosbeheer jegens Cobraspen en Monumenten Be-zit gehouden om Het Grote Huis leeg en ontruimd op te leveren. Het Grote Huis zal worden gerenoveerd en worden herbestemd tot kantoorruimte. Op 24 septem-ber 2002 is de op 13 augustus 2002 verleende bouwvergunning onherroepelijk ge-worden.

d. Bij schrijven van 27 juli 2002 heeft M.J. Kuipers, Regiohoofd Staatsbosbeheer Noord-Holland, aan [gedaagde sub 1] laten weten dat Staatsbosbeheer de bruikleenover-eenkomst met ingang van 1 september 2002 wenste te beëindigen

e. De bruikleenovereenkomst is desondanks mondeling verlengd.

f. Bij aangetekend schrijven van 6 december 2002 heeft Staatsbosbeheer de bruik-leenovereenkomst met ingang van 1 januari 2003 opgezegd en [gedaagde sub 1] gesom-meerd om de woning gebruiksvrij aan Staatsbosbeheer op te leveren. [gedaagde sub 1] heeft deze brief op verzoek van Staatsbosbeheer ondertekend en aan Staatsbosbeheer retour gezonden.

g. [gedaagde sub 1] heeft Het Grote Huis niet verlaten, hetgeen er toe heeft geleid dat Co-braspen niet heeft meegewerkt aan de vestiging van en levering van het recht van erfpacht en het recht van opstal op 31 januari 2003.

h. Bij aangetekend schrijven van 31 januari 2003 is [gedaagde sub 1] gesommeerd om "Het Grote Huis" binnen drie dagen te ontruimen en ontruimd te houden.

i. Bij aangetekend schrijven van 14 februari 2003 is [gedaagde sub 1] gesommeerd om bin-nen drie dagen te bevestigen dat hij de woning uiterlijk 1 maart 2003 zal ontrui-men en ontruimd zal houden.

3. De vordering en de grondslag daarvan

3.1 Staatsbosbeheer vordert, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. gedaagden sub 1 en 2 veroordeelt (de door hen bewoonde c.q. gebruikte ruim-te(n) in) Het Grote Huis uiterlijk op 1 maart 2003 te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en al degenen die zich hunnentwege daarin mochten bevinden daaronder begrepen, met machtiging om dit vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm;

II. bepaalt dat het vonnis tot één jaar na de dag van de uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zon-der recht of titel in Het Grote Huis bevindt of daar binnen treedt, telkens wan-neer zich dit voordoet;

III. gedaagden sub 1 en 2 hoofdelijk in de kosten veroordeelt.

3.2 Staatsbosbeheer legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde sub 1], nu de bruikleen-overeenkomst is beëindigd, zonder recht of titel in Het Grote Huis verblijft en daar-mee onrechtmatig handelt jegens Staatsbosbeheer. Het Grote Huis betreft een uiterst kraakgevoelig object. Staatsbosbeheer loopt het risico dat nog voor het notariële transport alsnog andere personen hun intrek in Het Grote Huis nemen. Staatsbosbeheer heeft derhalve ook de eventuele overige bewoners/gebruikers van Het Grote Huis gedagvaard.

4. Het verweer en de slotsom daarvan

[gedaagde sub 1] heeft tegen de vordering gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing daarvan met veroordeling van Staatsbosbeheer in de kosten van het geding. Op dit verweer zal, voorzover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

5. De gronden van de beslissing

5.1 Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of tegen gedaagden sub 2 verstek kan worden verleend. Op grond van artikel 111 Rv juncto artikel 45 Rv vermeldt de dag-vaarding van een natuurlijk persoon tevens de naam van deze persoon. Op grond van artikel 45 lid 3 Rv kan hiervan worden afgeweken indien het een vordering tot ont-ruiming betreft van een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan door an-deren dan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht (hierna te noemen: krakers), van wie de naam in redelijkheid niet kan worden achterhaald. Artikel 61 Rv geeft een regeling voor de betekening van de dagvaarding aan dergelijke anonieme krakers.

5.2 Gesteld noch gebleken is dat er zich krakers in Het Grote Huis bevinden. Staatsbosbeheer heeft aangegeven de vordering zekerheidshalve te hebben ingesteld voor het geval Het Grote Huis na het vertrek van [gedaagde sub 1] alsnog zal worden ge-kraakt. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat de ingevolge de Leegstand-wet opgenomen artikelen betreffende het anoniem dagvaarden van krakers, in de on-derhavige situatie niet van toepassing zijn. De bepalingen inzake de anonieme dag-vaardingsregeling dienen restrictief te worden uitgelegd. De noodzaak van deze rege-ling is gelegen in het feit dat krakers, voordat de betreffende bepalingen ingevolge de Leegstandswet waren opgenomen, het instellen van een gerechtelijke procedure on-mogelijk konden maken door te weigeren hun naam te noemen. Voor het geval de naam van de krakers in redelijkheid niet kan worden achterhaald, kunnen zij sedert de invoering van de Leegstandwet anoniem gedagvaard worden. In het onderhavige ge-val is echter geen sprake van krakers die in Het Grote Huis verblijven, hun naam niet bekend willen maken en wiens namen in redelijkheid niet kunnen worden achterhaald. De voorzieningenrechter weigert derhalve het verzoek van Staatsbosbeheer om ver-stek te verlenen en verklaart de dagvaarding ten aanzien van gedaagden sub 2. nietig.

5.3 Voorts is aan de orde de vraag of bruikleenovereenkomst met [gedaagde sub 1] rechtsgeldig is opgezegd. Op grond van artikel 1787 BW kan de uitlener de geleende zaak niet terug-vorderen dan na verloop van de bepaalde tijd, of bij gebreke van een dusdanige bepa-ling, nadat de zaak tot het gebruik waartoe het was uitgeleend gediend heeft of heeft kunnen dienen. Blijkens de tekst van de schriftelijke overeenkomst is de overeen-komst tot bruikleen aangegaan voor bepaalde tijd, te weten van 1 juni 1999 tot 1 sep-tember 1999, waarna de overeenkomst telkens met een maand is verlengd. Ingevolge artikel 6 van de overeenkomst dient de opzegging te geschieden bij aangetekende brief. In de overeenkomst is geen opzegtermijn opgenomen. Bij aangetekende brief van 6 december 2002 heeft Staatsbosbeheer de bruikleenovereenkomst met ingang van 1 januari 2003 opgezegd. [gedaagde sub 1] heeft deze brief voor akkoord ondertekend. De voorzieningenrechter is gelet daarop van oordeel dat de bruikleenovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 januari 2003 is beëindigd.

5.4 Het verweer van [gedaagde sub 1] dat hij de brief slechts voor ontvangst heeft getekend, dient te worden verworpen nu door Staatsbosbeheer in de brief expliciet aan [gedaagde sub 1] wordt verzocht om de brief voor akkoord te tekenen, [gedaagde sub 1] vervolgens zijn hand-tekening heeft gezet onder de woorden "Akkoord" en een getekend exemplaar aan Staatsbosbeheer heeft geretourneerd.

5.5 Nu de bruikleenovereenkomst per 1 januari 2003 rechtsgeldig is beëindigd verblijft [gedaagde sub 1] sedert die datum zonder recht of titel in Het Grote Huis. De vordering tot ontruiming kan derhalve in beginsel worden toegewezen.

5.6 De stelling van de raadsman van [gedaagde sub 1] dat de vordering tot ontruiming niet ontvankelijk dient te worden verklaard omdat [gedaagde sub 1] niet in Het Grote Huis woont, maar slechts als anti-kraakwacht in het pand werkt, kan de voorzieningenrechter niet volgen. [gedaagde sub 1] heeft immers zelf ter zitting aangegeven uit overmacht zijn woon-ruimte in Het Grote Huis niet te kunnen ontruimen omdat hij nog niet over andere woonruimte beschikt.

5.7 Staatsbosbeheer heeft een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming nu zij ingevolge contractuele verplichtingen het pand leeg en ontruimd aan Cobraspen en Monumenten Bezit dient op te leveren. Niet gebleken is van bijzondere omstandighe-den die maken dat het belang van Staatsbosbeheer bij spoedige ontruiming, dient te wijken voor het belang van [gedaagde sub 1]. Dat [gedaagde sub 1] nog niet over vervangende woon-ruimte beschikt brengt niet mee dat de vordering in het kader van de belangenafwe-ging dient te worden afgewezen. [gedaagde sub 1] wist dat de bruikleenovereenkomst waarbij hij als anti-kraakwacht fungeerde van tijdelijk aard was. Hij was bovendien al vanaf 27 juli 2001 op de hoogte van het feit dat hij Het Grote Huis op korte termijn zou moeten verlaten. Omdat [gedaagde sub 1] moeilijkheden had om vervangende woonruimte te vinden en de noodzaak tot gebruiksvrije oplevering in de tijd opschoof, heeft Staatsbosbeheer [gedaagde sub 1] extra tijd gegund, zo is door Staatsbosbeheer onbetwist ge-steld. Het had op de weg van [gedaagde sub 1] gelegen om zelf actief naar vervangende woonruimte op zoek te gaan. Daarvan is niet gebleken. Dat door Staatsbosbeheer, dan wel de heer Prins, directeur van Cobraspen en tevens van Monumenten Bezit, toezeg-gingen zouden zijn gedaan, wat daar ook van zij, ontslaat [gedaagde sub 1] niet van deze ver-plichting.

5.8 De conclusie is dat de vordering tot uitruiming ten aanzien van [gedaagde sub 1] kan worden toegewezen.

5.9 De vordering van Staatsbosbeheer om te bepalen dat het vonnis tot één jaar na de dag van de uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel in Het Grote Huis bevindt of daar binnen treedt, telkens wanneer zich dit voordoet, zal worden afgewezen nu deze vordering gelet op het bepaalde in artikel 557a lid 3 samenhangt met de vordering met betrek-king tot gedaagden sub 2 en de dagvaarding gelet op hetgeen onder 5.1 en 5.2 is overwogen, op dat punt nietig is verklaard.

5.10 [gedaagde sub 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1 verklaart de dagvaarding ten aanzien van gedaagden sub 2 nietig;

6.2 veroordeelt [gedaagde sub 1] (de door hem bewoonde c.q. gebruikte ruimte(n) in) Het Grote Huis uiterlijk drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het zijne, met machtiging om dit vonnis, na betekening, ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm indien [gedaagde sub 1] aan deze veroordeling niet voldoet;

6.3 veroordeelt [gedaagde sub 1] in de kosten van dit geding, tot op de uitspraak van dit vonnis aan de zijde van Staatsbosbeheer begroot op € 205,-- aan verschotten en € 703,36 aan salaris voor de procureur;

6.4 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Monster, voorzieningenrechter van deze recht-bank, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 25 maart 2003, in tegen-woordigheid van de griffier.