Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2003:AF4133

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-02-2003
Datum publicatie
07-02-2003
Zaaknummer
89064 - KG ZA 03-17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Zaaknummer: 89064/KG ZA 03-17

Vonnisdatum: 7 februari 2003

134

RECHTBANK TE HAARLEM,

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

De Vishandelaren,

eisende partij,

procureur mr. J.P. van Vulpen,

advocaat mr. B. van der Goen te Soest,

-- tegen --

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HDC UITGEVERIJ ZUID B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem,

gedaagde partij,

procureur mr. H.K. Garvelink,

advocaat mr. K. Gilhuis te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vishandelaren, respectievelijk HDC.

1. Het verloop van het geding

1.1 Ter terechtzitting van 24 januari 2003 hebben de vishandelaren overeenkomstig de dagvaarding gesteld en gevorderd als hierna onder 3. weergegeven en die vordering toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities. HDC heeft tegen deze vordering verweer gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.

1.2 Na verder debat in tweede termijn hebben partijen vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan is bepaald op 7 februari 2003 of zoveel eerder als mogelijk.

2. De vaststaande feiten

2.1 In dit geding wordt van het volgende uitgegaan:

a. Eiseres sub 1. is de belangenvereniging van de visdetailhandelaren te Bunschoten-Spakenburg. De meerderheid van de visdetailhandelaren te Bunschoten-Spakenburg is bij eiseres sub 1. aangesloten. Eisers sub 2., 3. en 4. zijn actief in de detailhandel in vis en visproducten.

b. HDC is uitgeefster van onder meer het dagblad De Gooi- en Eemlander, een regi-onaal dagblad dat in het Gooi, het Eemland, de Vechtstreek, Almere en omstreken wordt verspreid.

c. Op de voorpagina van De Gooi- en Eemlander van 8 november 2002 is van de hand van M. onder de kop "Gratis cocaïne voor personeel" een artikel verschenen dat onder meer de volgende passages bevat.

"(…)

Visbedrijven in Bunschoten-Spakenburg geven kinderen vanaf veertien jaar cocaï-ne om hen tijdens de veelal zwarte uurtjes op zaterdag harder te laten werken. Er zijn ook visbazen die hun personeel, inclusief de kinderen, na afloop van het werk bij wijze van rondje van de zaak een lijntje coke aanbieden.

(…)

Dat volwassen werknemers in de visindustrie in het dorp regelmatig een lijntje co-ke snuiven om maar zoveel mogelijk uren per week te kunnen draaien, is al infor-meel bekend. Dat ook kinderen cocaïne krijgen, was nog niet eerder naar buiten gekomen.

Gemeentevoorlichter T. bevestigt namens burgemeester Groen dat visboeren jongeren cocaïne aanbieden.

(…)

Jongerenwerkster K. heeft al van verschillende jongeren gehoorde van de coke-praktijken in de vishandel.

(…)

Daar hebben jongeren mij verteld dat je in de vis soms van de baas een lijntje co-caïne aangeboden krijgt."

d. In een vervolgartikel in De Gooi- en Eemlander van 9 november 2002 van de hand van dezelfde journaliste staat onder meer vermeld:

"(…)

en zelfs nu er zeer sterke aanwijzingen zijn dat ook kinderen bij hun zaterdagse baantjes in de vis van bazen regelmatig een lijntje coke krijgen, verandert er niets.

(…)

Maar hoe kan het dan toch dat van verschillende kanten wordt bevestigd dat jon-geren in de visindustrie cocaïne aangeboden krijgen?

(…)"

e. Bij brief van 25 november 2002 heeft mr van der Goen namens eiseres sub 1 De Gooi- en Eemlander gesommeerd om:

- zich te onthouden van elke bewering of insinuatie met betrekking tot het ver-onderstelde begaan van de in het artikel van 8 november 2002 bedoelde strafbare feiten:

- hem binnen 48 uur te bevestigen dat De Gooi- en Eemlander zich daaraan zal houden;

- schriftelijk kenbaar te maken over welke verifieerbare bronnen of gegevens De Gooi- en Eemlander beschikt, afgezien van de in het artikel genoemde;

- schriftelijk te laten weten dat De Gooi- en Eemlander instemt met het plaatsen van een rectificatie;

- schriftelijk te bevestigen dat De Gooi- en Eemlander alle schade die aan de bij eiseres sub 1 aangesloten ondernemingen is berokkend voor haar rekening te ne-men.

De Gooi- en Eemlander heeft aan deze sommatie niet voldaan.

f. In een artikel in De Gooi- en Eemlander van 17 december 2002 heeft de hoofdre-dactie naar aanleiding van de commotie die het artikel van 8 november 2002 tot gevolg had gehad onder meer het volgende verklaard:

"(…)

Voor zover door dit artikel de suggestie zou kunnen zijn ontstaan dat ook in de visdetailhandel van Bunschoten/Spakenburg aan het personeel cocaïne zou wor-den verstrekt, is dit onterecht. De geraadpleegde bronnen hebben geen beschuldi-gingen geuit aan het adres van de visdetailhandel.

(…)"

3. De vordering en de grondslag daarvan

3.1 De vishandelaren vorderen, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. HDC op straffe van verbeurte van een dwangsom zal veroordelen zich met onmid-dellijke ingang te onthouden van beschuldigingen aan het adres van de vishandela-ren van gelijke aard of strekking als in het artikel van 8 november 2002;

b. HDC op straffe van verbeurte van een dwangsom zal veroordelen binnen acht da-gen na betekening van het te wijzen vonnis de bronnen te onthullen waarop zij ge-noemde beschuldigingen heeft gebaseerd;

c. HDC op straffe van verbeurte van een dwangsom zal veroordelen in de eerstvol-gende uitgave na de uitspraak van het te wijzen vonnis op de voorpagina van De Gooi- en Eemlander een rectificatie te plaatsen van de beschuldigingen in dezelfde opmaak en grootte zonder enige toevoeging of commentaar met de volgende tekst:

RECTIFICATIE

Op vordering van de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging SPAKENBRUG-SE VISHANDELSVERENIGING, gevestigd te Bunschoten alsmede van G., wonende te Bunschoten, handelend onder de naam "G.", de vennootschap onder firma FA A. DE GRAAF EN ZONEN, gevestigd te Bunschoten, de vennootschap onder firma V.O.F. HOPMAN'S ZEEVISHANDEL, gevestigd te Bunschoten, is bij vonnis van de Voorzieningenrechter van de Recht-bank te Haarlem het volgende uitgesproken. Het artikel dat op 8 november 2002 in deze uitgave onder de kop "gratis cocaïne voor personeel" waarin wordt gesteld dat visbedrijven in Bunschoten-Spakenburg personeel, waaronder kinderen, co-caïne verstrekken om deze harder te laten werken onjuist is en derhalve onrecht-matig jegens eisers.

De hoofdredactie en directie van De Gooi- en Eemlander.

danwel een door de voorzieningenrechter vast te stellen tekst.

d. HDC zal veroordelen tot betaling van een voorschot op schadevergoeding ter grootte van € 100.000,-, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen voor-schot.

3.2 De vishandelaren leggen aan hun vordering ten grondslag dat HDC met de publicatie van het artikel van 8 november 2002 onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld. Ten gevolge van het onrechtmatig handelen van HDC zijn zij in hun eer en goede naam aangetast en hebben zij schade geleden, voor welke schade zij HDC aansprakelijk houden.

3.3 Ter terechtzitting hebben zij daartoe primair gesteld dat de in het artikel geuite beschuldigingen mede zijn gericht aan het adres van de vishandelaren, terwijl HDC beoogt misstanden in de visverwerkende industrie aan de kaak te stellen. Subsidiair stellen de vishandelaren dat de beschuldigingen die in het artikel van 8 november 2002 worden geuit onjuist zijn en niet gestaafd worden met feiten of kenbare bronnen.

4. Het verweer en de slotsom daarvan

HDC heeft tegen de vordering gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot af-wijzing daarvan met veroordeling van de vishandelaren in de kosten van het geding. Op dit verweer zal, voorzover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

5. De gronden van de beslissing

5.1 Bij de beoordeling van het onderhavige geschil wordt vooropgesteld dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de verschillende soorten ondernemingen die zich met vis bezighouden. Voor zover hier van belang zijn dat enerzijds de visbewerkende indu-strie, ook wel visfileerders te noemen, en anderzijds de visdetailhandelsbedrijven, ei-sers in dit kort geding, die vanuit viswagens op markten en dergelijke vis en vispro-ducten aan de consument verkopen. De onderhavige vordering is ingesteld door en namens de vishandelaren in Bunschoten/Spakenburg, die zich door de publicatie van het gewraakte artikel in hun eer en goede naam aangetast voelen.

5.2 Primair stellen zij daartoe dat in het artikel melding wordt gemaakt van misstanden bij "visbedrijven, visbazen, de visindustrie, visboeren, vishandel en in de vis", welke ter-minologie suggereert dat de misstanden die De Gooi- en Eemlander beoogt aan de kaak te stellen zich zouden voordoen in de gehele visbranche en dus ook bij de vis-handelaren.

5.3 Derhalve komt allereerst aan de orde de vraag op welke sector van de visbranche het artikel betrekking heeft. Aan de vishandelaren kan worden toegegeven dat in het arti-kel, doordat de hiervoor aangehaalde terminologie wordt gebruikt, geen duidelijk on-derscheid wordt gemaakt tussen de visfileerders en de vishandelaren. In het artikel is echter ook sprake van "zoveel mogelijk uren per week draaien", "prestaties verhogen" en "het gebeurt meer in de sfeer van een baas die vroeger na afloop van het werk een rondje gaf", waaruit moet worden opgemaakt dat het artikel betrekking heeft op de visfileerderijen. Ook uit vervolgpublicaties van de Gooi- en Eemlander blijkt dat men heeft beoogd misstanden aan de orde te stellen die zich voordoen in de visfileerderij-en.

5.4 Eén en ander voert tot de conclusie dat de publicatie van 8 november 2002 redelijker-wijs niet kan worden opgevat als gericht tegen de vishandelaren, zodat die beroeps-groep zich ten onrechte aangesproken voelt.

5.5 Voor zover op dit punt ten gevolge van ongenuanceerd taalgebruik desondanks bij sommige lezers verwarring mocht zijn ontstaan, is dat te wijten aan de woordkeuze van de geraadpleegde bronnen: "Gemeentevoorlichter T. bevestigt namens burgemeester Groen dat visboeren jongeren cocaïne aanbieden." en "Jonge-renwerkster K. heeft al van verschillende jongeren gehoord van de coke-praktijken in de vishandel." Ook eiser sub 2. geeft er blijk van dat hij de gemeentevoorlichter medeverantwoordelijk houdt voor de ontstane verwar-ring. Blijkens een door HDC in het geding gebrachte productie schrijft hij op 22 no-vember 2002 aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad onder meer: "(…) Wat ook uit het gesprek duidelijk werd en dat blijkt uit de krant van zaterdag 9 november, dat het verschil tussen industrie en visdetailhandel door uw voorlichter niet duidelijk is weergegeven. (…)"

5.6 Bovendien heeft HDC, voor het geval dat de suggestie zou zijn gewekt dat de in het artikel genoemde misstanden zich ook voordoen in de visdetailhandel, in de Gooi- en Eemlander van 17 december 2002 op eigen initiatief de onder 2.1.f aangehaalde recti-ficatie geplaatst. De voorzieningenrechter acht in de gegeven omstandigheden deze rectificatie voldoende om aan het belang van de vishandelaren recht te doen.

5.7 Al het voorgaande voert tot de slotsom dat de vordering op de primaire grondslag niet kan slagen, nu redelijkerwijs niet kan worden volgehouden dat het gewraakte artikel (mede) betrekking heeft op de vishandelaren en, voor zover daaromtrent onduidelijk-heid mocht zijn ontstaan, HDC reeds voldoende heeft gerectificeerd.

5.8 Subsidiair stellen de vishandelaren dat de beschuldigingen die in het artikel van 8 november 2002 worden geuit onjuist zijn en niet gestaafd worden met feiten of kenba-re bronnen. Daaromtrent wordt het volgende overwogen.

5.9 In het voorgaande werd geconcludeerd dat de in het artikel geuite beschuldigingen niet aan het adres van de vishandelaren zijn gericht. Reeds op die grond is de vorde-ring op de subsidiaire grondslag evenmin voor toewijzing vatbaar. De vraag of de be-schuldigingen ten aanzien van de visfileerders al dan niet terecht zijn behoeft hier geen bespreking, aangezien de visfileerders in dit geding geen partij zijn. Het petitum strekt dan ook ten onrechte tot rectificatie ten behoeve van de gehele visbranche.

5.10 Al hetgeen hiervoor werd overwogen voert ertoe dat de vordering zal worden afgewezen. De vishandelaren zullen als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1 Weigert de gevraagde voorzieningen.

6.2 Veroordeelt eisers in de kosten van het geding, tot aan de uitspraak van dit vonnis aan de zijde van gedaagde begroot op € 193,- aan verschotten en € 703,36 aan procureurs-salaris.

6.3 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell, voorzieningenrechter van deze rechtbank, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 7 februari 2003, in tegenwoor-digheid van de griffier.