Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2002:AO3790

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2002
Datum publicatie
16-02-2004
Zaaknummer
54962 - HA ZA 99-458
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknr/rolnr: 54962/HAZA99-458

Vonnisdatum: 5 maart 2002

619

VONNIS VAN DE RECHTBANK TE HAARLEM,

ENKELVOUDIGE KAMER,

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te Heemstede,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

procureur mr. M.J.F.A. Mutsaers,

-- tegen --

[gedaagde],

wonende te Haarlem,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

advocaat mr. M.E. van Hagen-Hoying te Rotterdam,

procureur mr. P. Heidinga.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] respectievelijk [gedaagde].

1. De loop van het geding

Voor de loop van het geding verwijst de rechtbank naar de volgende zich in het griffiedossier bevindende gedingstukken, waarop vonnis is gevraagd:

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 27 maart 2001 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 1 oktober 2001.

2. De verdere beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van de bestrijding door [eiseres] in de brief van haar advocaat van 14 september 2001, van hetgeen de rechtbank in rechtsoverweging 6.10 en 6.11 van het tussenvonnis van 27 maart 2001 heeft overwogen ten aanzien van de vermenging van de nalatenschap van haar moeder met de besparingen gedurende het huwelijk en de vervanging van effecten, heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rolzitting van 30 oktober 2001, teneinde [eiseres] in staat te stellen bij akte te reageren op de vraag in hoeverre er sprake is van een eindbeslissing, waarop de rechtbank niet terug kan komen. Ter rolle van 30 oktober 2001 heeft [eiseres] meegedeeld af te zien van het nemen van een akte. Met betrekking tot de bindende eindbeslissing zij vooropgesteld dat de rechtbank daar in beginsel aan gebonden is. De enkele omstandigheid dat de beslissende rechter van een verkeerde voorstelling van zaken is uitgegaan rechtvaardigt niet het terugkomen op een eindbeslissing. Voor een uitzondering op deze regel is slechts plaats ingeval bijzondere, door de rechter in zijn beslissing nauwkeurig aan te geven, omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan een dergelijke eindbeslissing zou zijn gebonden. Zulke omstandigheden doen zich ten deze niet voor. Met name het feit dat beide partijen ter gelegenheid van de comparitie van 1 oktober 2001 hebben meegedeeld dat de schenking van de vader van [gedaagde] -anders dan waar de rechtbank in r.o.v. 6.11 van haar vonnis van 27 maart 2001van uit gaat- buiten de gemeenschap is gebleven en zich derhalve met name ook niet vermengd heeft met rekening de 56.31.41.115 waarop de nalatenschap van de moeder van [eiseres] is bijgeschreven, vormt niet een zodanige omstandigheid, nu daaruit geenszins noodzakelijkerwijs voortvloeit dat de nalatenschap van de moeder van [eiseres] niet vermengd is met besparingen gedurende het huwelijk. Aan de inhoud van de brief van mr. Mutsaers van 14 september 2001 kan in dit verband geen betekenis worden toegekend omdat de ratio van de bindende eindbeslissingen, te weten beperking van het processuele debat per instantie, en de noodzaak van terughoudendheid bij het maken van uitzonderingen, met zich meebrengt dat [gedaagde] daarop niet meer behoefde te reageren en hij zulks ook niet gedaan heeft. De rechtbank acht zich derhalve gebonden aan de in de overwegingen 6.10 en 6.11 van haar vonnis van 27 maart 2001 en komt daar niet op terug.

Voorafgaand aan de comparitie van partijen van 1 oktober 2001 waren partijen het eens over de verdeling van de meerwaarde van de rendementspolis 0325855 (r.o.v. 6.26 vonnis 27 maart 2001).

Ter gelegenheid van laatst genoemde comparitie hebben partijen overeenstemming bereikt over de geschilpunten waarvan dit in het proces-verbaal daarvan, is vermeld. De rechtbank zal de goederen waarover partijen overeenstemming hebben bereikt, dienovereenkomstig aan partijen toescheiden.

Met betrekking tot de effectenportefeuille en de nalatenschap van de moeder van [eiseres] hebben partijen ter gelegenheid van de comparitie van 1 oktober 2001, hun standpunt gehandhaafd. Nu de rechtbank -gelijk hiervoor sub 2.1. overwogen- over deze geschilpunten in haar vonnis van 27 maart 2001 een eindbeslissing heeft genomen zal zij dit goed dienovereenkomstig verdelen. [eiseres] heeft derhalve een vordering terzake de nalatenschap van haar moeder op de gemeenschap van ¦ 466.051,-. In mindering daarop strekt het door haar van rekening 56.31.41.115 opgenomen bedrag van ¦ 320.000,-, zodat zij pro resto een vordering van ¦ 146.051,- op de gemeenschap heeft. De goederengemeenschap gaat [eiseres] en [gedaagde] ieder voor de helft aan, zodat [eiseres] per saldo een vordering op [gedaagde] heeft ter grootte van de helft van haar restvordering ofwel ¦ 73.025,50.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen van 1 oktober 2001 hebben beide partijen meegedeeld dat, anders dan in het tussenvonnis van 27 maart 2001onder 6.11 is overwogen, de schenking van ¦ 50.000,- onder uitsluitingsclausule, van de vader van [gedaagde], niet terecht is gekomen op een rekening die deel uitmaakt van de rekeningen die in het kader van de onderhavige scheiding en deling verdeeld moeten worden. Het sub 6.11 van het vonnis van 27 maart 2001 becijferde restant van de opbrengst van de effectenportefeuille bedraagt derhalve ¦ 383.180 in plaats van ¦ 333.180,- en ieder der partijen komt terzake ¦ 191.590,- toe.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen van 1 oktober 2001 heeft [eiseres] meegedeeld zich niet te verenigen met de beslissing van de rechtbank betreffende de inboedel opgenomen in r.o.v. 6.24 van het vonnis van 27 maart 2001. Ook hier heeft de rechtbank een bindende eindbeslissing gegeven waarop zij niet kan terug komen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Naar aanleiding van hetgeen is overwogen in r.o.v. 6.31 van het tussenvonnis van 27 maart 2001, heeft [gedaagde] in de brief van zijn advocaat van 19 september 2001 een opsomming gegeven van de inboedelgoederen welke hij nog toegescheiden wenst te krijgen. Op de eerste plaats vermeldt [gedaagde] dat hij van de, volgens de conclusie van antwoord 12-delige, (ongemerkte) zilveren cassette, nog 6 grote en 6 kleine vorken, en 6 grote en 6 kleine lepels moet ontvangen. [eiseres] stelt zich in de brief van haar advocaat van 14 september 2001 op het standpunt, dat ter gelegenheid van de comparitie van 7 december 1999 is afgesproken welke inboedelgoederen [gedaagde] nog zou ontvangen en die zaken ook zijn afgegeven. Uit het proces-verbaal van laatst genoemde comparitie blijkt echter dat partijen toen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de helft van het ongemerkte zilver toegescheiden zou krijgen. Niet bestreden is dat de ongemerkte cassette 12-delig is, en uit de ontvangstbevestiging van 23 december 1999 (bijlage V bij de brief van de advocaat van [eiseres] van 19 september 2001 aan de rechtbank) blijkt dat [gedaagde] van het ongemerkte bestek slechts 6 grote en 6 kleine messen, 1 juslepel en 1 aardappellepel heeft ontvangen. De rechtbank zal derhalve tevens de 6 grote en 6 kleine vorken aan [gedaagde] toedelen.

Blijkens de eerder genoemde brief van 19 september 2001 maakt [gedaagde] voorts aanspraak op toescheiding van 8 van de 15 Verkade albums. Uit het bewijsstuk dat [eiseres] bij brief van haar advocaat van 6 december 1999 heeft overgelegd, wordt wel aannemelijk dat een of meer Verkade albums van haar vader afkomstig zijn, maar niet dat alle albums dat zijn. Uit de ontvangstbevestiging van 23 december 1999 blijkt niet dat [gedaagde] deze reeds heeft ontvangen. De rechtbank zal de door [gedaagde] genoemde 8 Verkade albums aan hem en de 7 overigen aan [eiseres] toescheiden.

Niet is gebleken dat het boek over Van Gogh waarop [gedaagde] aanspraak maakt nog aanwezig is. Voor zover dit wel het geval is wordt het aan [eiseres] toegescheiden..

De videocamera zal aan de [gedaagde] worden toegescheiden, waartegenover de Video 8 en VHS-banden aan de [eiseres] worden toescheiden, zulks onder gehoudenheid van de laatste deze binnen 4 weken na het uitspreken van dit vonnis, ter beschikking van [gedaagde] te stellen, zodat hij de banden waarvan hij zulks wenst, kan (laten) kopiëren en onder gehoudenheid van laatstgenoemde de originele banden binnen 4 weken na ontvangst van [eiseres] wederom aan haar af te geven tegen gelijktijdige betaling van de helft van de kosten van het kopiëren daarvan.

De niet klassieke cd's die in het bezit van [eiseres] zijn zullen tenslotte aan [gedaagde] worden toegescheiden, waartegenover de overige in haar bezit zijnde geluidsdragers aan [eiseres] worden toegescheiden.

Partijen hebben aan de hiervoor sub 2.6 t/m 2.10 genoemde inboedelgoederen geen gespecificeerde geldswaarde toegeschat. Mede gezien de relatief ondergeschikte waarde daarvan zullen deze daarom zonder verrekening aan de respectievelijke partijen worden toegescheiden.

Een en ander leidt tot de navolgende verdeling waarbij, evenals in het proces-verbaal van de comparitie van 1 oktober 2001, de nummering van rechtsoverwegingen in het tussenvonnis van 14 september 2001, casu quo die van dit vonnis zullen worden aangehouden.

Aan [eiseres] worden toegescheiden;

- r.o.v. 6.7 vordering op [gedaagde] ad ¦ 76.128,- terzake vakantiewoning met inboedel Oostenrijk;

- r.o.v. 6.8 vordering op [gedaagde] ad ¦ 397,50 terzake huur Oostenrijk;

- r.o.v. 6.9. vordering op [gedaagde] ad ¦ 925,- terzake taxatiekosten Oostenrijk;

- r.o.v. 6.10 vordering op [gedaagde] ad ¦ 73.025,50 terzake de nalatenschap van haar moeder (zie ook r.o.v. 2.4 hiervoor);

- r.o.v. 6.14 vordering op [gedaagde] ad ¦ 7.839,50 terzake de obligaties "Oostenrijk" met rentevergoeding;

- r.o.v. 6.16 een bedrag ad ¦ 90.518,34, deel uitmakende van de gemeenschappelijke en/of rekening 56.31.41.115, te vermeerderen met de helft van op deze rekening vanaf 10 juli 2001 gekweekte rente;

- r.o.v. 6.17 rekening 48.33.53.256;

- r.o.v. 6.18 rekening 56.31.41.123;

- r.o.v. 6.18 schuld aan [gedaagde] ad ¦ 1.643,19 terzake rekening 56.31.41.123;

- r.o.v. 6.19 vordering op [gedaagde] ad ¦ 4.129,25 terzake rekening 56.34.90.071;

- r.o.v. 6.20 een schuld aan [gedaagde] ad ¦ 0,88 terzake rekening 56.31.77.330;

- r.o.v. 6.21 een vordering op [gedaagde] ad ¦ 70,99 terzake rekening 54.69.06.893 (AMC)

- r.o.v. 6.22 een vordering op [gedaagde] ad ¦ 161,50 terzake Sparbuch Raika;

- r.o.v. 6.23 een vordering op [gedaagde] ad ¦ 3.716,77 terzake Raika bank;

- r.o.v. 6.24 een schuld aan [gedaagde] terzake inboedel echtelijke woning ad ¦ 27.000,-;

- r.o.v. 6.26 een vordering op [gedaagde] ad ¦ 12.554,71 terzake meerwaarde rendementspolis 0325855;

- r.o.v. 6.28 een schuld aan [gedaagde] ad ¦ 1.964,-terzake Inkomstenbelasting 1995;

- rente: een schuld aan [gedaagde] ad ¦ 6.238,03 terzake overbedeling op rekening 48.33.53.256 bijgeschreven rente, gekweekt op rekening 56.31.41.115,;

- alle tot de gemeenschap behorende goederen welke zij in haar bezit heeft, met uitzondering van de goederen die hierna aan [gedaagde] worden toebedeeld.

Aan [gedaagde] wordt toegescheiden:

- r.o.v. 6.7 de vakantiewoning met parkeerplaats en inboedel, gelegen te Oostenrijk,

- r.o.v. 6.7 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 78.128,- terzake vakantiewoning met inboedel Oostenrijk;

- r.o.v. 6.8 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 397,50 tezake huur Oostenrijk;

- r.o.v. 6.9 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 925,- terzake taxatiekosten Oostenrijk;

- r.o.v. 6.10 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 73.025,50 terzake de nalatenschap van haar moeder;

- r.o.v. 6.14 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 7.839,50 terzake obligaties Oostenrijk met rentevergoeding;

- r.o.v. 6.16 een bedrag ad ¦ 107.638,34, deel uit makend van de gemeenschappelijke en/of rekening 56.31.41.115, te vermeerderen met de helft van de na 10 juli 2001 over het saldo van die rekening gekweekte rente;

- r.o.v. 6.18 een vordering op [eiseres] ad ¦ 1.643,19 terzake rekening 56.31.41.123;

- r.o.v. 6.19 rekening 56.34.90.071;

- r.o.v. 6.19 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 4.129,25 terzake rekening 56.34.90.071;

- r.o.v. 6.20 rekening 56.31.77.330;

- r.o.v. 6.20 een vordering op [eiseres] ad ¦ 0,88 terzake vrekening56.31.77.330;

- r.o.v. 6.21 rekening 54.69.06.893 (AMC);

- r.o.v. 6.21 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 70,99 terzake rekening 54.69.06.893 (AMC);

- r.o.v. 6.22 rekening Sparbuch Raika;

- r.o.v. 6.22 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 161,50 terzake Sparbuch Raika;

- r.o.v. 6.23 rekening Raika Bank 1273895;

- r.o.v. 6.23 een schuld aan [eiseres] ad ¦3.716,77 terzake Raika bank;

- r.o.v. 6.24 een vordering op [eiseres] ad ¦ 27.000,- terzake de inboedel echtelijke woning;

- r.o.v. 6.26 een schuld aan [eiseres] ad ¦ 12.554,- terzake meerwaarde rendementspolis;

- r.o.v. 6.28 een vordering op [eiseres] ad ¦ 1.964,- terzake inkomstenbelasting 1995;

- rente: een vordering op [eiseres] ad ¦ 6.238,03 terzake overbedeling wegens op rekening 48.33.53.256 bijgeschreven rente, gekweekt op rekening 56.31.41.115;

- alle tot de gemeenschap behorende roerende zaken welke hij in zijn bezit heeft.

- r.o.v.2.7 6 grote en 6 kleine vorken en 6 grote en 6 kleine lepels van de ongemerkte zilveren cassette;

- r.o.v.2.8 de volgende Verkade albums: De Bonte Wei, Vetplanten, Cactussen, Bosch en Heide, De IJsel, Het Naardermeer, Paddestoelen en Onze Grote Rivieren;

- r.o.v.2.10 de videocamera;

- r.o.v.2.11 de niet klassieke cd's.

Samengevat komt aan [eiseres] toe;

een vordering wegens overbedeling op [gedaagde] ad ¦ 142.102,62 ofwel € 64.483,36;

- een bedrag ad ¦ 90.518,34, ofwel € 41.075,43, deel uit makend van de gemeenschappelijke en/of tekening 56.31.41.115, te vermeerderen met de helft van de op deze rekening vanaf 10 juli 2001 tot aan de uitbetaling/opheffing over het saldo daarvan gekweekte rente;

- de op haar naam staande rekeningen 48.33.53.256 en 56.31.41.123;

- alle tot de gemeenschap behorende roerende zaken welke zij thans onder zich heeft, zulks met uitzondering van die zaken welke hierna aan [gedaagde] worden toegescheiden.

2.15 Samengevat komt aan [gedaagde] toe:

- een schuld aan [eiseres] wegens overbedeling ad ¦ 142.102,62 ofwel € 64.483,36;

- de vakantiewoning met parkeerplaats, en bijbehorende inboedel, gelegen te Oostenrijk;

- de obligaties Oostenrijk;

- de op zijn naam staande rekeningen 56.34.90.071, 56.31.77.330, 54.69.06.893 (AMC), rekening Sparbuch Raika, rekening Raika Bank 1273895;

- 6 grote en 6 kleine lepels en 6 grote en 6 kleine vorken van de ongemerkte zilveren cassette;

- de in r.o. 2.13 genoemde Verkade albums.

- de video camera;

- de niet klassieke cd's;

- de tot de gemeenschap behorende roerende zaken welke hij in zijn bezit heeft.

2.16 De rechtbank zal de kosten tussen partijen, gewezen echtelieden, compenseren.

Beslissing

De rechtbank:

3. in conventie en in reconventie:

3.1 Scheidt aan [eiseres] toe de in rechtsoverweging 2.14 genoemde goederen.

3.2 Scheidt aan [gedaagde] toe de in rechtsoverweging 2.15 genoemde goederen

3.3 Wijst af het anders of meer gevorderde.

3.4 Compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Greuter, lid van voormelde kamer, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 5 maart 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.