Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2002:AE4965

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-07-2002
Datum publicatie
05-07-2002
Zaaknummer
83973 - KG ZA 02-311
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2007/5078 met annotatie van Red.
BR 2002/216
Module Vastgoed en wonen 2002/441

Uitspraak

Zaaknummers: 83973/KG ZA 02-311 en 84455/KG ZA 02-350

Vonnisdatum: 5 juli 2002

303/CW

RECHTBANK TE HAARLEM,

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak met nummer 83973/KG ZA 02-311 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JAN DE WIT AUTOCARS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem,

eisende partij,

procureur mr. J.B. Vallenduuk,

-- tegen --

DE GEMEENTE HAARLEMMERMEER,

gevestigd en kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde partij,

procureur mr. P. Heidinga,

advocaat mr.ing. J.J. van de Vijver te Rotterdam,

alsmede in de zaak met nummer 84455/KG ZA 02-350 van:

de naamloze vennootschap CONNEXXION N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

procureur mr. J.C. Binnerts,

advocaat mr. W. van de Wetering te Enschede,

--tegen--

DE GEMEENTE HAARLEMMERMEER,

gevestigd en kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde partij,

procureur mr. P. Heidinga,

advocaat mr.ing. J.J. van de Vijver te Rotterdam.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als respectievelijk Jan de Wit, ConneXXion en de Gemeente

1. Het verloop van de gedingen

1.1 De beide zaken zijn vanwege hun verknochtheid ter terechtzitting van 25 juni 2002 gevoegd behandeld.

1.2 Ter terechtzitting heeft Jan de Wit overeenkomstig de dagvaarding gesteld en gevorderd als hierna onder 3. weergegeven en die vordering toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities. Vervolgens heeft ConneXXion gesteld en gevorderd overeenkomstig haar akte houdende formulering eis als hierna onder onder 4. weergegeven en die vordering toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities.

1.3 De Gemeente heeft tegen beide vorderingen verweer gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities. Na verder debat in tweede termijn is in beide zaken vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan heeft de voorzieningenrechter bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In de onderhavige gedingen wordt van het volgende uitgegaan:

a. In januari 2002 heeft de Gemeente het met ingang van 1 augustus 2002 verzorgen van het leerlingenvervoer ten behoeve van het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal voortgezet onderwijs en het schoolzwemmen openbaar aanbesteed (publicatienummer 2002/S 20-015015).

b. Het bij deze aanbesteding behorende bestek 'Leerlingenvervoer Haarlemmermeer' vermeldt in paragraaf 4 de volgende selectiecriteria:

Gegadigden dienen minimaal te voldoen aan de navolgende minimumeisen. De gegadigde dient de volgende bescheiden op te nemen in zijn aanbieding:

a) Een schriftelijke verklaring, dat hij voldoet aan alle voorwaarden zoals gesteld in artikel 29 van de richtlijn 29/50/EEG.

b) Een (met, door het bevoegd gezag afgegeven, documenten te onderbouwen) verklaring, dat hij is ingeschreven in het nationale beroeps- of handelsregister overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de Lidstaat waar hij gevestigd is zoals gesteld in artikel 21 van de richtlijn 92/50/EEG.

c) Een (van een met, door een register accountant afgegeven, documenten te onderbouwen) verklaring betreffende de totale omzet van de leverancier en van zijn omzet in producten waarop de opdracht betrekking heeft in de afgelopen drie boekjaren zoals gesteld in artikel 31 van de richtlijn 92/50/EEG.

d) U stelt de volgende kengetallen beschikbaar, die door uw bedrijf zijn berekend aan de hand van de jaarverslagen van de 3 afgelopen jaren. De kengetallen worden in uw offerte verwerkt en dienen per jaar gespecificeerd te zijn.

(…)

e) Een referentielijst van de in de afgelopen drie jaar gedane leveringen c.q. diensten, die in aard en omvang overeenkomen met onderhavige levering c.q. diensten. Een opgave van referenties en hun reacties op de wijze waarop de leveringen c.q. de diensten en de kwaliteit ervan zijn uitgevoerd; het moet mogelijk zijn deze referenties te controleren!

f) De inschrijver dient direct mee te sturen:

- Informatie over de door de inschrijver ondernomen maatregelen tot kwaliteitsborging en indien aanwezig gewaarmerkte kopieën van certificaten die dit bewijzen.

- Informatie over de door de inschrijver ondernomen maatregelen met betrekking tot het milieu en indien aanwezig gewaarmerkte kopieën van certificaten die dit bewijzen.

- Informatie over de organisatiestructuur, wat bijvoorbeeld duidelijkheid moet verschaffen over afdelingen, organisatie-eenheden, uw rechtspositie, allianties met andere organisaties e.d.

c. In paragraaf 5 vermeldt het bestek de volgende gunningscriteria:

Het criterium voor gunning van de opdracht is: De economisch meest voordelige aanbieding.

De volgende criteria zijn van belang, de belangrijkheid wordt aangegeven door middel van een wegingsfactor.

· Procedurele aspecten [Weging 1]

· Zakelijke aspecten [Weging 1]

· Selectie criteria [Weging 2]

· Productgroep, de wijze waarop de aanbieding beantwoord aan de vragen [Weging 3]

· Prijsniveau [Weging 2]

· Alg. voorwaarden leerlingenvervoer, de mate waarin de aanbieding voldoet aan de gestelde eisen [Weging 3]

· Percelen, de wijze waarop de aanbieding percelen kan combineren [Weging 1]

· Overeenkomst, de mate waarin de aanbieding voldoet aan de gestelde eisen [Weging 3]

De criteria zullen worden gewogen om te komen tot de voor de Gemeente Haarlemmermeer economisch meest voordelige aanbieding.

d. Op de aanbesteding hebben drie aanbieders ingeschreven, te weten Jan de Wit, ConneXXion en Verhoef Personenvervoer B.V. te Uithoorn (hierna Verhoef te noemen).

e. De Gemeente heeft de offertes van de drie aanbieders met elkaar vergeleken en het resultaat van die vergelijking weergegeven in de volgende puntenmatrix:

omschrijving Connexxion Jan de Wit Verhoef

(b)1 Offerte eisen + procedure 1 165 155 150

(b)2 Zakelijke aspecten 1 70 75 80

(b)3 Selectie criteria 2 230 220 210

(b)4 Productgroep 3 420 285 420

(b)5 Alg. voorwaarden leerlingenvervoer 3 297 300 300

(b)6 Prijsniveau 2 142 172 168

(b)7 Percelen 1 70 70 70

(b)8 Overeenkomst 3 450 480 480

totaal behaalde punten (gewogen) 1.844 1.757 1.878

Procentuele score 92,66% 88,29% 94,37%

Ranking 2 3 1

f. De in de puntenmatrix vermelde criteria (b)1 tot en met (b)8 zijn in daarmee corresponderende Bijlagen 1 tot en met 8 uitgewerkt in subcriteria. Deze subcriteria betreffen aspecten waarop de offertes zijn beoordeeld door toekenning van 0, 5 of 10 punten.

g. De Gemeente heeft bij brief d.d. 23 mei 2002 het volgende aan Jan de Wit meegedeeld:

(…) Op basis van de door u ingediende offerte d.d. 25 maart 2002, deel ik u mede dat uw organisatie niet in aanmerking komt voor gunning van het contract.

Enkele redenen voor uw afwijzing zijn (in willekeurige volgorde):

· Ontbreken van contactpersonen;

· Minimale beschrijving van (toelichting op) klachtenafhandeling;

· Niet geheel conform bestek aanleveren van prijzen (o.a. geen diskette, geen vaste prijs perceel 4);

· In eerste instantie verkeerd aanleveren van kengetallen;

· Weinig tot geen informatie over vaste chauffeurs;

· Prijsstelling.

Uw organisatie heeft evenwel een keurige offerte ingediend, maar heeft net een aantal punten laten liggen op bovenstaande criteria ten opzichte van de uiteindelijke nummer één. De meeste punten zijn verloren gegaan bij de prijsstelling. (…)

h. De Gemeente heeft bij brief d.d. 23 mei 2002 het volgende aan ConneXXion meegedeeld:

(…) Op basis van de door u ingediende offerte d.d. 19 maart 2002, delen wij u mede dat uw organisatie niet in aanmerking komt voor gunning van het contract.

Enkele redenen voor uw afwijzing zijn (in willekeurige volgorde):

· De (kleine) wijziging op de voorwaarden;

· In eerste instantie het niet op de gevraagde wijze aanleveren van de prijzen;

· Prijsstelling.

Uw organisatie heeft een keurige offerte ingediend, maar heeft net een aantal punten laten liggen op bovenstaande criteria ten opzichte van de uiteindelijke nummer één. Met name op het gebied van de prijsstelling heeft u veel punten verloren. (…)

i. Een aan Verhoef gerichte brief van de Gemeente d.d. 27 mei 2002 luidt als volgt:

(…) Op grond van de door de Gemeente Haarlemmermeer uitgevoerde aanbesteding inzake het leerlingenvervoer (publicatienummer 2002/S 20-015015) delen wij u mede dat Verhoef Personen Vervoer B.V. de economisch meest voordelige aanbieding heeft gedaan. Het contract voor alle zes percelen voor de duur van 5 jaar zal aan u gegund worden.(…)

j. De beslissing omtrent gunning van de opdracht tot het verzorgen van leerlingenvervoer is ingevolge het 'Mandaatbesluit 1998 Gemeente Haarlemmermeer' aan het College van Burgemeester en Wethouders voorbehouden. In afwachting van de uitkomst van de onderhavige procedures heeft het College van Burgemeester en Wethouders nog geen (formeel) besluit over de gunning genomen.

3. De vordering van Jan de Wit en de grondslag daarvan

3.1 Jan de Wit vordert, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

- zal verbieden dat de Gemeente met onmiddellijke ingang verdere besluitvorming over het leerlingenvervoer in relatie tot Verhoef voortzet waaronder eventuele handelingen leidende tot een overeenkomst;

- zal gelasten dat de Gemeente de (voorlopige) gunning aan Verhoef ongedaan maakt;

- zal gelasten dat het leerlingenvervoer aan Jan de Wit wordt gegund voor zover uit feiten en omstandigheden ter zitting blijkt dat Jan de Wit de economisch voordeligste aanbieding heeft;

Subsidiair

- zal verbieden dat de Gemeente met onmiddellijke ingang verdere besluitvorming over het leerlingenvervoer in relatie tot Verhoef voortzet, waaronder eventuele handelingen leidende tot een overeenkomst;

- zal gelasten dat de Gemeente de (voorlopige) gunning aan Verhoef ongedaan maakt;

- zal gelasten dat de Gemeente de aanbestedingsprocedure opnieuw en correct zal uitvoeren op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte van een dag dat de Gemeente, na betekening van dit vonnis, daarmee in strijd handelt;

- de Gemeente zal veroordelen om aan Jan de Wit een voorschot ad € 50.000,-- te vergoeden op de schade die Jan de Wit zal lijden als gevolg van de toerekenbare onrechtmatige daad jegens haar, als uit feiten en omstandigheden ter zitting zal blijken dat Jan de Wit voor de gunning en de overeenkomst in aanmerking zou komen;

- de Gemeente zal veroordelen in de kosten van de procedure;

- althans (subsidiair): in deze maatregelen zal bevelen die de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren.

3.2 Jan de Wit legt aan haar vordering - kort samengevat - ten grondslag dat de onderhavige aanbesteding niet in overeenstemming is met de toepasselijke Europese Richtlijn 92/40 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (hierna: Richtlijn Diensten).

4. De vordering van ConneXXion en de grondslag daarvan

4.1 ConneXXion vordert, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- de Gemeente met onmiddellijke ingang zal verbieden om handelingen te verrichten, c.q. besluiten te nemen, gericht op het tot stand brengen van een (nadere) contractuele relatie met Verhoef Personenvervoer B.V. in Uithoorn met betrekking tot het leerlingenvervoer binnen de gemeente Haarlemmermeer;

- de Gemeente zal gelasten om de (voorlopige) gunning aan Verhoef personenvervoer B.V. te Uithoorn binnen twee dagen na betekening van dit vonnis ongedaan te maken;

- en de Gemeente zal gelasten om aan ConneXXion alle informatie te verschaffen die nodig is voor de toetsing van de beoordeling door de Gemeente van alle inschrijvingen;

- althans een zodanige voorziening te treffen als in deze wenselijk moet worden geacht.

In alle gevallen met veroordeling van de Gemeente in de kosten van deze procedure.

4.2 ConneXXion legt aan haar vordering eveneens - kort samengevat - ten grondslag dat de onderhavige aanbesteding strijdig is met de Richtlijn Diensten.

5. Het verweer en de slotsom daarvan

De Gemeente heeft tegen beide vorderingen gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing daarvan met veroordeling van Jan de Wit respectievelijk ConneXXion in de kosten van het geding. Op dit verweer zal, voorzover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

6. De gronden van de beslissing

In de zaak van Jan de Wit

6.1 De Gemeente heeft betwist dat Jan de Wit spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorziening en daartoe gewezen op een faxbericht van Jan de Wit d.d. 24 mei 2002 waarin zij heeft meegedeeld dat 24 mei 2002 een fatale datum is voor de vraag of zij het door haar gebodene nog zou kunnen leveren. Dit verweer faalt echter nu Jan de Wit naar aanleiding daarvan heeft gesteld dat zij vooralsnog in staat is haar aanbieding gestand te doen en dit op zichzelf door de Gemeente niet is weersproken.

In beide zaken

Procedurele onregelmatigheden

6.2 Ten aanzien van de door Jan de Wit en ConneXXion naar voren gebrachte procedurele klachten wordt overwogen dat deze klachten weliswaar steekhoudend lijken te zijn maar niet van dien aard dat op grond daarvan tot heraanbesteding zou moeten worden overgegaan. Bij dit oordeel is met name van belang dat Jan de Wit en ConneXXion niet concreet hebben aangegeven dat de veronachtzaming van de betreffende procedurevoorschriften hen ten opzichte van hun respectieve mede-inschrijvers heeft benadeeld.

Ontoelaatbare gunningscriteria?

6.3 Jan de Wit en ConneXXion hebben als centrale klacht aangevoerd dat de gunning heeft plaatsgevonden met hantering van maatstaven die niet als gunningscriteria mogen worden gebruikt. Omtrent deze klacht wordt het volgende overwogen.

6.4 Artikel 23 van de op de onderhavige aanbesteding toepasselijke Richtlijn Diensten maakt, evenals de andere Europese aanbestedingsrichtlijnen, een principieel onderscheid tussen criteria betreffende de geschiktheid van de aannemers en criteria voor de gunning van de opdracht. Art. 23 van de Richtlijn Diensten bepaalt:

'De gunning geschiedt, met inachtneming van artikel 24, op de grondslag van de in hoofdstuk 3 vervatte criteria, nadat de geschiktheid van de dienstverleners die niet uit hoofde van art. 29 zijn uitgesloten door de aanbestedende diensten is nagegaan overeenkomstig de in de artikelen 31 en 32 vermelde criteria.'

De Richtlijn Diensten splitst met opname van de artikelen 31 en 32 de beoordeling van de geschiktheid van de dienstverleners vervolgens in twee onderdelen: de financiële en economische draagkracht (artikel 31) en de geschiktheid om diensten te verrichten (artikel 32). Beide bepalingen geven een aantal criteria aan de hand waarvan draagkracht resp. geschiktheid kunnen worden beoordeeld. Wat betreft het laatste gaat het met name om de vakkundigheid, efficiency, ervaring en betrouwbaarheid.

6.5 De centrale bepaling van hoofdstuk 3 van de Richtlijn Diensten is artikel 36. Deze bepaling kent, evenals haar evenknieën in de andere Europese aanbestedingsrichtlijnen, twee gunningscriteria: hetzij alleen de prijs, hetzij, indien gunning aan de inschrijver met de economisch voordeligste aanbieding plaatsvindt, een samenstel van beoordelingscriteria die variëren al naar gelang van de aard van de opdracht, zoals de kwaliteit, de technische waarde, de esthetische en functionele kenmerken, de klantenservice en technische bijstand, de datum van en termijn voor levering en de prijs. Naar heersende opvatting geeft artikel 36 voor het geval waarin gunning aan de inschrijver met de economisch voordeligste aanbieding plaatsvindt weliswaar geen limitatieve opsomming van de in aanmerking komende beoordelingscriteria maar stelt de bepaling wel een voor al deze criteria geldend vereiste: zij dienen betrekking te hebben op de aard van de te verrichten prestatie of op de wijze van uitvoering ervan. Niet toegelaten zijn overwegingen betreffende degene die de prestatie verricht (A-G Darmon bij HJEG 20 september 1988, zaak 31/87). Deze beperking in de toelaatbaarheid van gunningscriteria hangt samen met het onderscheid in de Europese aanbestedingsrichtlijnen - waaronder de Richtlijn Diensten - tussen de beslissing omtrent de selectie van inschrijvers enerzijds en die omtrent de gunning anderzijds. De eerste beslissing ziet op de geschiktheid van de meedingende inschrijvers om de te gunnen opdracht uit te voeren, terwijl de tweede beslissing ziet op de kwaliteit van het door de verschillende inschrijvers gedane aanbod.

6.6 Het vorenstaande brengt mee dat het in het systeem van de Richtlijn Diensten niet toelaatbaar is om het door de inschrijvers op het gebied van de selectie en de gunning behaalde aantal punten bij elkaar op te tellen, zoals de Gemeente heeft gedaan. In het besluitvormingsproces dat na ommekomst van de inschrijvingstermijn plaatsvindt zullen eerst de inschrijvers dienen te worden geselecteerd die voor gunning in aanmerking komen. Na deze selectie komt de inhoudelijke vergelijking van de betreffende aanbiedingen aan de orde.

6.7 Getoetst aan voormelde uitgangspunten zijn van de door de Gemeente bij de beoordeling van de offertes gehanteerde criteria als gunningscriteria toelaatbaar:

(b)2 Zakelijke aspecten;

(b)4 Productgroep;

(b)5 Algemene voorwaarden leerlingenvervoer;

(b)6 Prijsniveau;

(b)7 Percelen;

(b)8 Overeenkomst.

Niet toelaatbaar zijn daarentegen de criteria:

(b)1 Offerte eisen en procedure;

(b)3 Selectie criteria.

6.8 Blijkens de specificatie ervan in subcriteria in Bijlage 3 ziet het criterium (b)3 op de kwaliteit van de aanbieder en niet van de aanbieding, en vervult het aldus de functie die in de Richtlijn wordt aangeduid als 'Criteria voor kwalitatieve selectie', zoals de gebezigde aanduiding ook doet vermoeden. Voorts volgt uit de specificatie in Bijlage 1 dat het criterium 'Offerte eisen en procedure' ziet op de wijze waarop de aanbieding in de offerte is gepresenteerd, en dan met name voor zover het betreft de vraag of de offerte is opgesteld en ingediend conform de dienaangaande in het bestek gestelde voorwaarden. De niet-inachtneming van deze voorwaarden zou blijkens paragraaf 2.2 ertoe leiden dat de betreffende aanbieding buiten beschouwing wordt gelaten.

6.9 Op de criteria 'Offerte eisen en procedure' en 'Selectie criteria' hebben ConneXXion, Jan de Wit en Verhoef in totaal respectievelijk 395, 375 en 360 punten gescoord. Nu de inschrijver die als eerste uit de gunningsprocedure is gekomen op de geschiktheidscriteria het laagste aantal punten heeft behaald, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat alle drie de inschrijvers zich voor gunning hebben gekwalificeerd.

6.10 Hier kan niet aan afdoen het betoog van ConneXXion dat Verhoef ten onrechte tot de gunning zou zijn toegelaten. De Gemeente heeft onvoldoende weersproken gesteld dat Verhoef ervaring heeft opgedaan met opdrachten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn, aangezien Verhoef het leerlingenvervoer voor de gemeenten Amstelveen, De Ronde Veenen en voor de stichtingen Nifterlake en JBO heeft verzorgd en dat rekening mag worden gehouden met de ervaring met leerlingenvervoer en zwemvervoer van de door Verhoef ingeschakelde onderaannemer Oostenrijk Touringcars B.V. Bij die stand van zaken kan niet worden gezegd dat Verhoef niet over de in bestek vereiste ervaring beschikt.

6.11 Uitgaande van geschiktheid van de drie inschrijvers kan de door de Gemeente uitgevoerde toetsing aan de toelaatbare criteria worden weergegeven in de volgende matrix:

6.12 Omschrijving 6.13 Weging 6.14 Max. aantal

6.15 haalbare punten 6.16 Connexxion 6.17 Jan de Wit 6.18 Verhoef

6.19 (b)2 Zakelijke aspecten 6.20 1 6.21 80 6.22 70 6.23 75 6.24 80

6.25 (b)4 Productgroep 6.26 3 6.27 450 6.28 420 6.29 285 6.30 420

6.31 (b)5 Alg. voorwaarden leerlingenvervoer 6.32 3 6.33 300 6.34 297 6.35 300 6.36 300

6.37 (b)6 Prijsniveau 6.38 2 6.39 200 6.40 142 6.41 172 6.42 168

6.43 (b)7 Percelen 6.44 1 6.45 70 6.46 70 6.47 70 6.48 70

6.49 (b)8 Overeenkomst 6.50 3 6.51 480 6.52 450 6.53 480 6.54 480

6.55 Totaal behaalde punten (gewogen) 6.56 6.57 1.580 6.58 1.449 6.59 1.382 6.60 1.518

De matrix laat zien dat gegrondbevinding van de centrale klacht van Jan de Wit en ConneXXion meebrengt dat de reeds bestaande voorsprong van Verhoef op de overige inschrijvers nog groter zou worden.

6.12 Dit is het vertrekpunt voor de bespreking van de kritiek die Jan de Wit en ConneXXion hebben geuit ten aanzien van de beoordeling van hun offertes op de gunningscriteria. Als maatstaf heeft daarbij te gelden dat die kritiek op een zodanig aantal punten steekhoudend moet zijn dat serieus rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat herbeoordeling van de inschrijvingen in het licht van die kritiek in termen van het relatieve resultaat ten opzichte van Verhoef tot een andere beslissing omtrent gunning zou kunnen leiden.

In de zaak van Jan de Wit verder

6.13 Jan de Wit verwijt de Gemeente onder meer dat zij haar op de onder het gunningscriterium 'Offertevergelijking' vallende subcriteria 'Klachtenregeling aanwezig?' en 'Waardering Klachtenregeling?' ten onrechte geen punten heeft toegekend.

6.14 Dit verwijt faalt. Paragraaf 6.8 van het bestek bepaalt dat bij de offerte een klachtenregeling moet worden aangeboden waarin minimaal is opgenomen de wijze van afhandeling van klachten en de termijn waarbinnen dit gebeurt. Bij een opdracht tot het vervoer van jonge kinderen is, naar de Gemeente ter zitting heeft benadrukt, de kwaliteit van de dienstverlening voor de opdrachtgever van groot belang. Het ligt dan ook voor de hand dat de wijze waarop de inschrijver in de offerte stelt met eventuele klachten te zullen omgaan een belangrijk aandachtspunt bij de beoordeling van de offertes is, hetgeen ook blijkt uit het gegeven dat de Gemeente aan de betreffende gunningscriteria wegingsfactor drie heeft verbonden.

6.15 Jan de Wit heeft in de bij haar offerte behorende Bijlage 9 ('Klachtenregeling') het volgende vermeld: 'Jan de Wit Autocars draagt zorg voor een adequate klachtenregeling conform artikel II.8 welke op een correcte wijze wordt geadministreerd. Klachten dienen schriftelijk aan Jan de Wit Autocars te worden overgelegd waarop vervolgens binnen 24 dagen schriftelijk wordt gereageerd. Telefonische klachten worden telefonisch afgehandeld. Verder verwijzen wij naar het kwaliteitshandboek onder bijlage 6a'. Het bedoelde kwaliteitshandboek maakt vervolgens onder 5.10.2 slechts summierlijk melding van de wijze waarop Jan de Wit intern met een klacht van een klant omgaat en bevat geen uitgewerkte klachtenregeling, hetgeen de aanname wettigt dat zodanige regeling er niet is. Ook ter zitting is op het bestaan van een dergelijke regeling niet gewezen. De Gemeente heeft dan ook op de betreffende subcriteria aan Jan de Wit nul punten kunnen toekennen.

6.16 Gegeven dat de puntentoekenning voor de prijsstelling niet in discussie is, brengt het voorgaande mee dat Jan de Wit, die op het aspect van de klachtenregeling 60 punten is misgelopen (twee maal 10 punten, vermenigvuldigd met wegingsfactor 3), in de offertevergelijking nimmer het hoogste aantal punten kan behalen. Jan de Wit kan bij gegrondbevinding van al haar overige kritiekpunten immers maximaal (1.382 minus 60 =) 1.322 + 172 = 1.494 punten toegekend krijgen. Aan de hiervoor onder 6.12 vermelde maatstaf is dus wat Jan de Wit betreft niet voldaan, hetgeen meebrengt dat Jan de Wit onvoldoende belang heeft bij de primair gevraagde voorziening, zodat haar overige kritiekpunten geen bespreking behoeven.

6.17 Het door Jan de Wit (subsidiair) gevorderde voorschot komt reeds niet voor toewijzing in aanmerking nu uit het vorenoverwogene volgt dat niet aan de daaraan verbonden voorwaarde is voldaan.

6.18 De slotsom is dat de door Jan de Wit gevraagde voorzieningen moeten worden geweigerd, met veroordeling van Jan de Wit in de proceskosten van de Gemeente, voor zover toe te rekenen aan dit geding.

In de zaak van ConneXXion verder

6.19 ConneXXion zou bij gegrondbevinding van al haar kritiekpunten 70 punten kunnen behalen, hetgeen meebrengt dat zij wel belang heeft bij beoordeling van die kritiek.

6.20 ConneXXion heeft in de eerste plaats aangevoerd dat haar op het onder 'Productgroep' vallende subcriterium 'Benodigde chauffeurs' ten onrechte 5 in plaats van 10 punten zijn toegekend, nu zij in haar offerte op correcte wijze en conform het bestek opgave heeft gedaan van het aantal benodigde chauffeursuren.

6.21 Die klacht is gegrond. De opmerking van de Gemeente dat de offerte van ConneXXion op dit aspect in vergelijking met die van de andere inschrijvers minder gedetailleerd zou zijn kan geen rechtvaardiging voor het onthouden van punten vormen, nu niet in geschil is dat dat de offerte voldeed aan de bestekseisen. Dit brengt mee dat aan ConneXXion voor het subcriterium 'Benodigde Chauffeurs' in totaal 15 extra punten (5 punten, vermenigvuldigd met wegingsfactor 3) toegekend hadden moeten worden.

6.22 Verder heeft ConneXXion aangevoerd dat haar voor het tot 'Productgroep' behorende subcriterium 'Vaste ritprijs' eveneens ten onrechte 5 in plaats van 10 punten zijn toegekend, aangezien zij overeenkomstig paragraaf 6.3 van het bestek de vaste ritprijs heeft vermeld bij iedere rit die in de offerte is opgenomen. Nu deze klacht door de Gemeente onvoldoende is weersproken moet worden geoordeeld dat ConneXXion ook voor dit subcriterium 15 extra punten (5 punten, vermenigvuldigd met wegingsfactor 3) toegekend hadden moeten worden.

6.23 Ook meent ConneXXion dat zij voor het onder 'Zakelijke aspecten' vallende subcriterium 'Prijzen worden aangeboden zoals gevraagd?' ten onrechte geen punten gekregen. In dit verband heeft ConneXXion aangevoerd dat paragraaf 6.3 aan de inschrijver de keuze laat om in de offerte hetzij een totaalprijs per genoemd perceel voor een schooljaar, hetzij een totaalprijs bij inschrijving op een combinatie van percelen dan wel het geheel der percelen voor schooljaar te vermelden en dat zij voor deze laatste mogelijkheid heeft gekozen.

6.24 Deze klacht slaagt eveneens. De Gemeente heeft erop gewezen dat in de aanbieding van ConneXXion de gegevens niet per perceel zijn opgegeven en dat daartoe juist spreadsheets in het bestek waren opgenomen. Dat neemt echter niet weg dat de wijze waarop ConneXXion haar offerte heeft ingericht besteksconform is. Voor dit subcriterium hadden ConneXXion derhalve 10 punten moeten worden toegekend.

6.25 Tenslotte heeft ConneXXion betoogd dat onduidelijk is waarom haar op het onder 'Overeenkomst' vallende subcriterium 'Artikel 4' geen punten zijn toegekend.

6.26 Ook deze klacht slaagt, nu de Gemeente voor deze onthouding geen deugdelijke verklaring heeft gegeven. Dat brengt mee dat serieus rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat ConneXXion voor het subcriterium 'Artikel 4' 30 extra punten (10 punten, vermenigvuldigd met wegingsfactor 3) toegekend had moeten krijgen.

6.27 De voorgaande waardering van de kritiek van ConneXXion op de afwegingen die aan de gunning ten grondslag hebben gelegen zou, voorshands oordelend, moeten leiden tot ophoging van het aan haar toegekende puntentotaal met (15 + 15 + 10 + 30 =) 70 punten, waarmee zij komt op een totaal van 1.519 punten. Dat brengt mee dat serieus rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat herbeoordeling van de inschrijvingen in het licht van die kritiek in termen van het relatieve resultaat ten opzichte van Verhoef tot een ten gunste van ConneXXion uitvallende beslissing omtrent gunning zou kunnen leiden. Aan de sub 6.12 weergegeven maatstaf is derhalve voldaan.

Slotsom

6.28 Nu aan de onder 6.12 bedoelde maatstaf is voldaan bestaat aanleiding tot het treffen van de hierna onder 7. weergegeven voorziening. Bij het treffen van deze voorziening is in aanmerking genomen dat het leerlingenvervoer in de gemeente Haarlemmermeer op dit moment door ConneXXion wordt verzorgd en dat zij zich ter terechtzitting in staat en bereid heeft verklaard de bestaande overeenkomst in afwachting van een besluit omtrent gunning te continueren. Voorts brengt een afweging van de belangen van Verhoef tegen die van Jan de Wit en ConneXXion mee dat deze voorziening dient te worden getroffen. Verhoef heeft de mogelijkheid om na een herbeoordeling van de aanbiedingen wederom voor gunning in aanmerking te komen. Voor zover Verhoef ten gevolge van de door de Gemeente gevolgde handelwijze schade lijdt zal naar aanleiding van een door Verhoef ingestelde vordering tot schadevergoeding moeten worden beoordeeld of zij daarop aanspraak heeft.

6.29 Voor een voorziening die strekt tot het verschaffen van meer informatie dan in dit geding al aan ConneXXion is gegeven bestaat geen aanleiding, nu de motiveringsplicht van de aanbestedende dienst, gegeven het bepaalde in artikel 12, lid 1, van de Richtlijn Diensten, van beperkte omvang is. Voor een dwangsom bestaat evenmin aanleiding nu er geen reden is om aan te nemen dat de Gemeente zich niet aan deze uitspraak zal houden.

6.30 De Gemeente zal als de overwegend in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In de zaak van Jan de Wit (nummer 83973/KG ZA 02-311):

7.1 Weigert de gevraagde voorzieningen.

7.2 Veroordeelt Jan de Wit in de kosten van het geding, tot op de uitspraak van dit vonnis aan de zijde van de Gemeente begroot op € 193,-- aan verschotten en € 351,68 aan salaris voor de procureur.

In de zaak van ConneXXion (nummer 8445/KG ZA 02-350):

7.3 Verbiedt de Gemeente met onmiddellijke ingang om handelingen te verrichten, c.q. besluiten te nemen, gericht op het tot stand brengen van een (nadere) contractuele relatie met Verhoef Personenvervoer B.V. in Uithoorn met betrekking tot het leerlingenvervoer binnen de gemeente Haarlemmermeer, alvorens navermelde procedure is doorlopen.

7.4 Gelast de Gemeente de voorlopige gunning aan Verhoef personenvervoer B.V. te Uithoorn binnen twee dagen na betekening van dit vonnis ongedaan te maken.

7.5 Gelast de Gemeente om, alvorens tot gunning over te gaan, gehoord de drie inschrijvers, een professioneel begeleidingsbureau in te schakelen die haar van advies dient bij een heroverweging van de beslissing omtrent de gunning van de opdracht tot het verzorgen van genoemd leerlingenvervoer en die heroverweging procedureel begeleidt.

7.6 Bepaalt dat bij de totstandkoming van dit advies de volgende spelregels in acht zullen worden genomen:

· de Gemeente draagt er zorg voor dat Verhoef terzake de beoordeling van de offertes van de overige inschrijvers over dezelfde informatie kan beschikken als die waarover Jan de Wit en ConneXXion naar aanleiding van de onderhavige procedure kunnen beschikken;

· de inschrijvers worden door de adviseur in de gelegenheid gesteld om commentaar te leveren op de (sub)criteria waarop zij op basis van de door de Gemeente uitgevoerde beoordeling van de betreffende offerte niet het maximale aantal punten hebben behaald;

· de inschrijvers worden door de adviseur in de gelegenheid gesteld hun commentaar desgewenst mondeling aan toe te lichten;

· bij de inrichting van het advies wordt het stelsel van criteria en subcriteria als door de Gemeente gehanteerd opnieuw gebruikt, voor zover zij in dit vonnis als gunningscriteria toelaatbaar zijn geacht;

· de puntenwaardering wordt telkens gerelateerd aan de kwaliteit van het aanbod in het licht van hetgeen het bestek terzake voorschrijft;

· aan de drie inschrijvers wordt het advies, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen aanbieding, ter kennis gebracht waarna zij de gelegenheid krijgen om hierover gedurende twee weken schriftelijk hun zienswijze kenbaar te maken;

· de Gemeente neemt op basis van het advies een gemotiveerde beslissing omtrent de gunning en stelt de inschrijvers hiervan gelijktijdig schriftelijk in kennis;

· de formele gunning vindt niet eerder plaats dan 14 dagen na de dagtekening van evenbedoelde kennisgevingen.

7.7 Veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit geding, tot op de uitspraak van dit vonnis aan de zijde van ConneXXion begroot op € 193,-- aan verschotten en € 703,36 aan salaris voor de procureur.

In de beide zaken:

7.8 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van deze rechtbank, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 5 juli 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.

w.g. C.T.C. Welters w.g. A.H. Schotman