Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2002:AE0305

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-03-2002
Datum publicatie
19-03-2002
Zaaknummer
15/031884-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

tegenspraak

parketnummer : 15/031884-01

uitspraak : 18 maart 2002

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 maart 2002 gewezen in de zaak tegen:

een persoon, zich noemende [verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Havenstraat te Amsterdam, Havenstraat 6.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I (a t/m c) bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding van verdachte geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.1 Bewijsbeslissing

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd. De rechtbank acht dit feit met name niet bewezen, omdat uit geen enkele verklaring naar voren komt dat de vrijheidsbeneming van het slachtoffer ter kennis is gekomen van anderen, met name de familie om die aldus te dwingen tot betaling van een geldsom over te gaan.

3.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan op de wijze als is vermeld in bijlage II (a en b) van dit vonnis die daarvan deel uitmaakt.

Hetgeen aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van de feit

Het bewezenverklaarde feit levert op:

medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede de persoon van verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de bepaling van de strafsoort -duur en -modaliteit heeft de rechtbank meer in het bijzonder het navolgende overwogen.

Verdachte heeft zich, tezamen met zijn medeverdachten, schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving. Daarbij is het slachtoffer, daags nadat zij in het kader van mensensmokkel door onder meer verdachte per auto van Frankrijk naar Nederland was gebracht, door een of meer hunner met de dood bedreigd en mishandeld met de achterkant van een hakmes. Voorts is haar familie in [geboorteplaats] gebeld om - toen zich kennelijk betalingsproblemen in verband met de smokkel van het slachtoffer van China naar Europa voordeden - betaling te bewerkstelligen. Vanwege deze betalingsproblemen en haar vrijheidsberoving - waaraan zij zich niet kon onttrekken - bevond het slachtoffer zich klaarblijkelijk in een dwangpositie. Voormelde bedreigingen waren van dien aard dat het slachtoffer in paniek door een raam van de flat, waarin zij gevangen zat, is weggevlucht. Hierbij is zij van tamelijk grote hoogte naar beneden gevallen of gesprongen en zo ernstig gewond geraakt, dat zij blijvend de gevolgen daarvan zal moeten dragen.

Aldus is op grove en ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer met eerdergenoemd noodlottig gevolg. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten ook psychisch nog lang de nadelige gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Verdachte moet zich ervan bewust zijn geweest dat het slachtoffer doodsangsten uitstond. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Op grond van het vorenoverwogene en mede gelet op de rol die verdachte bij het plegen van het delict heeft gespeeld, behoort een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur te worden opgelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 10, 27, 47 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit zoals vermeld in bijlage II (a en b) van dit vonnis heeft begaan.

Zij verklaart niet bewezen wat aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert het hierboven in rubriek 4. vermelde strafbare feit op.

Zij verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Zij veroordeelt de verdachte wegens het subsidiaire feit tot een gevangenisstraf voor de tijd van DERTIG MAANDEN.

Zij bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Groverman, voorzitter,

mrs. Toeter en van der Bijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr drs Rive, griffier,

en uitgesproken ter terechtzitting van 18 maart 2002.

Mr van der Bijl is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.