Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2001:AD7488

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-11-2001
Datum publicatie
20-12-2001
Zaaknummer
64841/00
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2003, 11
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE HAARLEM

Zaaknummer: 64841/00

Datum beschikking: 20 november 2001

IM/SE

BESCHIKKING ENKELVOUDIGE KAMER VOOR FAMILIEZAKEN

op vordering van :

De Officier van Justitie in het arrondissement Haarlem,

strekkende tot doorhaling van een geboorteakte van de burgerlijke stand en aanvulling van een geboorte akte in de lopende registers van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op 8 november 1996.

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- de op 18 april 2000 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering met bijlagen;

- de brief van de gemeente Zaanstad d.d. 15 mei 2000;

-het op 18 september 2001 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verweerschrift van de moeder van de minderjarige, met bijlagen;

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting d.d. 20 september 2001, alwaar zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar raadsman, en de man.

2 De vaststaande feiten

2.1 Op 8 november 1996 is in de gemeente Zaanstad geboren de minderjarige [naam minderjarige], dochter van [naam vrouw], hierna mede te noemen de vrouw. Ten tijde van de geboorteaangifte was de vrouw gehuwd met [naam man], geboren [in] 1966, hierna mede te noemen de man.

2.2 Het huwelijk tussen de vrouw en de man is gesloten op het Egyptisch consulaat. De vrouw had ten tijde van de huwelijksvoltrekking de Nederlandse nationaliteit en de man de Egyptische nationaliteit. Gelet op het destijds geldende artikel 4 Wet Conflictenrecht Huwelijk (WCH), werd het huwelijk niet als rechtsgeldig aangemerkt. Dientengevolge is de man op de geboorteakte van de minderjarige niet als vader aangemerkt, heeft de vrouw van rechtswege het ouderlijk gezag gekregen en is aan het kind de geslachtsnaam [naam man] toegekend.

2.3 De gemeente heeft op een later tijdstip alsnog de huwelijksgegevens in de gemeentelijke basisadministratie verwerkt naar aanleiding van een mededeling van het Ministerie van Justitie waaruit bleek dat het huwelijk toch als rechtsgeldig diende te worden aangemerkt. In de geboorteakte van de minderjarige heeft te dien aanzien geen aanpassing plaatsgevonden.

2.4 Op 21 september 1999 heeft de rechtbank Haarlem de echtscheiding uitgesproken tussen de man en de vrouw, waarbij de vrouw met het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] is belast.

3 De vordering en het verweer

3.1 Gevorderd wordt de doorhaling te gelasten van de geboorteakte van [naam minderjarige], met gelijktijdige aanvulling van een geboorteakte in de lopende registers, waarbij de gegevens van de man worden opgenomen als zijnde de gegevens van de vader van [naam minderjarige], en waarbij de geslachtsnaam van [naam minderjarige] dienovereenkomstig wordt aangepast, te weten dat geen geslachtsnaam in de geboorteakte wordt vermeld.

3.2 De man heeft aangegeven er belang bij te hebben dat de vordering wordt

toegewezen, aangezien thans niet uit de geboorteakte van [naam minderjarige] blijkt dat hij haar vader is. Voorts wenst hij dat [naam minderjarige] niet de ten onrechte verkregen geslachtsnaam [naam man] draagt.

3.3 De vrouw heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij stelt dat indien de vordering wordt toegewezen, [naam minderjarige] mede de Egyptische nationaliteit zal krijgen, waardoor het onmogelijk zal worden haar terug te halen uit Egypte, indien de man haar mee mocht nemen. Ter terechtzitting heeft zij evenwel ten aanzien van de vordering tot vermelding van de gegevens van de man in de geboorteakte van [naam minderjarige], als zijnde de gegevens van de vader, aangegeven in te zien dat zij hier niet omheen kan. Ten aanzien van de vordering tot aanpassing van de geslachtsnaam van [naam minderjarige] heeft zij nadrukkelijk gesteld dat [naam minderjarige] de achternaam [naam man] dient te behouden.

4 Beoordeling

4.1 Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 13 december 1996, NJ 1997, 469 en de overgangsbepalingen bij de wijziging van artikel 4 Wet Conflictenrecht Huwelijk (Wet van 17 december 1998, Stb. 1999,1) kan het consulaire huwelijk van de man en de vrouw thans als rechtsgeldig worden aangemerkt en is de minderjarige een wettig kind.

4.2 Gelet hierop staat vast dat de man de vader van de minderjarige is en als zodanig in de geboorteakte van de minderjarige dient te worden vermeld. In zoverre zal de vordering worden toegewezen.

Voor zover de vordering strekt tot doorhaling van de geboorteakte onder gelijktijdig bevel tot opmaak van een nieuwe akte, is de rechtbank van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen, nu de geboorteakte niet een ten onrechte in de registers voorkomende akte is. Gelet op de tekst van artikel 1:24 BW dient de huidige akte te worden verbeterd.

4.3 Vervolgens dient de vordering ten aanzien van de aanpassing van de geslachtsnaam van [naam minderjarige] te worden beoordeeld.

Daartoe is van belang het toepasselijke namenrecht vast te stellen. Gelet op artikel 2 van de Wet Conflictenrecht Namen wordt de geslachtsnaam en de voornaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse interne recht. Het gegeven dat [naam minderjarige], nadat de geboorteakte is aangevuld met de vadergegevens, automatisch naast de Nederlandse nationaliteit, ontleend aan de nationaliteit van de vrouw, ook de Egyptische nationaliteit krijgt, ontleend aan de Egyptische nationaliteit van de man, doet hier derhalve niet terzake. Volgens het in 1996, ten tijde van de geboorteaangifte van de minderjarige, geldende Nederlandse namenrecht kreeg een wettig, gewettigd of geadopteerd kind de geslachtsnaam van de vader. Aangezien in het onderhavige geval de vader geen geslachtsnaam heeft maar een namenreeks, zou toepassing van deze wettelijke bepaling met zich meebrengen dat de minderjarige in de geboorteakte geen geslachtsnaam doch uitsluitend een voornaam krijgt. In zoverre is derhalve de gevorderde verbetering van de geboorteakte van [naam minderjarige], waarin zij niet langer een geslachtsnaam heeft, rechtens juist.

Desalniettemin is de rechtbank in het onderhavige geval van oordeel dat er zwaarwegende belangen aan de zijde van de minderjarige aanwezig zijn, die ertoe dienen te leiden dat de wettelijke bepaling, dat de minderjarige de geslachtsnaam van de vader aanneemt, buiten toepassing wordt gelaten.

Daarbij stelt de rechtbank voorop dat het recht op naam blijkens de rechtspraak en doctrine, ondanks dat de tekst van het EVRM niet voorziet in een expliciete bescherming van dit recht, een persoonlijkheidsrecht is dat krachtens artikel 8 EVRM bescherming geniet. Het desbetreffende artikel stelt de bescherming van het prive-leven voorop, welk begrip, volgens de Commissie voor de Rechten van de Mens, zich ruim laat definieren als "een sfeer waarin het individu zijn persoonlijkheid vrij

kan ontwikkelen en handhaven". Het recht op naam heeft de bedoeling er toe bij te dragen dat ieder individu zijn eigen persoonlijkheid kan ontwikkelen.

Gelet op het feit dat [naam minderjarige], die thans 5 jaar is, reeds sedert haar geboorte de geslachtsnaam [naam man] draagt, gelet op het feit dat partijen in 1999 gescheiden zijn en dat de vrouw sedertdien alleen het gezag over [naam minderjarige] uitoefent, is de rechtbank van oordeel dat het in haar belang is dat zij het dragen van de naam, zoals zij vanaf haar geboorte doet, en waaraan zij mede haar identiteit aan ontleent, ongestoord kan voortzetten.

Daarbij komt dat het toewijzen van de vordering met zich mee zou brengen dat de minderjarige geen geslachtsnaam meer zou hebben, hetgeen in het maatschappelijk verkeer in Nederland als niet wenselijk dient te worden aangemerkt. Het aan de minderjarige ontnemen van haar geslachtsnaam zou in dit geval een ongerechtvaardigde inbreuk maken op het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op bescherming van het prive- en gezinsleven. Daaronder dient immers ook het recht op de geslachtsnaam te worden begrepen, nu deze een persoonlijke identificatie vormt en, zoals in het onderhavige geval, een band aangeeft met de vrouw, die de minderjarige verzorgt. Bovendien dient het recht van de minderjarige om haar identiteit te behouden te worden geeerbiedigd op grond van artikel 8 van het Verdrag inzake de rechten van het kind.

Het belang om de historische en juridische werkelijkheid in de openbare registers van de burgerlijke stand vast te leggen en vast te houden wordt naar het oordeel van de rechtbank niet in gevaar gebracht. Immers, het stelsel van de wet beoogt de historische gang van zaken vast te leggen, zodat de opgemaakte akten dienen te berusten op de ten tijde van het opmaken van de akte oorspronkelijke op waarheid berustende feiten en omstandigheden. Nu de persoonsgegevens van de man in de geboorteakte zullen worden opgenomen als gegevens van de vader, leidt het ongewijzigd laten van de geslachtsnaam er niet toe dat de historische gang van zaken niet zou kunnen worden getraceerd. De identiteit van de vader is immers alsdan uit deze akte af te lezen.

De rechtbank acht bij de man onvoldoende belang aanwezig om de gevorderde verbetering in de (geslachts)naam van de minderjarige aan te brengen, aangezien de minderjarige, nu de man zelf geen geslachtsnaam heeft, ook niet zijn geslachtsnaam zal verkrijgen. Dat hij vader is van de minderjarige wordt immers niet tot uitdrukking gebracht door het enkel laten vervallen van de naam [naam man]. Aan de wens van de man om tot uitdrukking te brengen dat hij de vader is wordt overigens reeds voldaan door vermelding van hem als vader in de geboorteakte.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering tot aanpassing van de geslachtsnaam van [naam minderjarige] dient te worden afgewezen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1 Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zaanstad de akte onder nummer [nummer akte], voorkomende in de register van geboorte van de gemeente Zaanstad over het jaar 1996, te verbeteren in die zin dat de gegevens van de vader van de op 8 november 1996 te Zaanstad geboren [naam minderjarige] [naam man] als volgt worden opgenomen:

naam vader: [naam man]

voornamen vader: --

plaats van geboorte vader: [geboorteplaats man]

dag van geboorte vader: [geboortedatum man].

5.2 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

5.3 Wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gegeven door mr. E.A. Mink en uitgesproken ter openbare terechtzitting 20 november 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.