Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2001:AD7176

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-12-2001
Datum publicatie
18-12-2001
Zaaknummer
78703/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE HAARLEM

Zaaknummer: 78703/01

Datum beschikking: 18 december 2001

IM/FT

Gezagswijziging

BESCHIKKING ENKELVOUDIGE KAMER VOOR FAMILIEZAKEN

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats man],

hierna mede te noemen: de man,

procureur: mr. W.T. Doyer,

--tegen--

[verweerster],

wonende te [woonplaats vrouw], gemeente Haarlemmermeer,

hierna mede te noemen: de vrouw,

procureur: mr. R.J. Riebosch.

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 25 oktober 2001 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift van de man met bijlagen;

- het op 19 november 2001 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verweerschrift van de vrouw met bijlagen;

- het proces-verbaal van de behandeling ter zit-ting van deze kamer van de rechtbank van 22 november 2001.

2 De vaststaande feiten

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken:

2.1 Partijen zijn op [huwelijksdatum] 1992 gehuwd, welk huwelijk op [datum ontbinding] 2001 is ontbonden door de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 24 april 2001.

2.2 De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de uit hun huwelijk geboren minderjarige kinderen [geslachtsnaam man]:

[kind 1], geboren op [geboortedatum kind 1] 1992 te [geboorteplaats kind 1], Spanje;

[kind 2], geboren op [geboortedatum kind 2] 1994 te [geboorteplaats kind 2];

[kind 3] , geboren op [geboortedatum kind 3] 1998 te [geboorteplaats kind 3].

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek van de man strekt tot wijziging van het gezag over voornoemde minderjarigen, in die zin dat hij alleen met het gezag wordt belast. Tevens verzoekt hij te bepalen dat de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal betalen van

fl. 300,- per maand per kind.

3.2 De man heeft zijn verzoek gebaseerd op de stelling, dat de omstandigheden sedert de datum van voornoemde echtscheidingsbeschikking zijn gewijzigd. De vrouw heeft aan hem kenbaar gemaakt dat zij zich in de zomer van 2002, na afloop van het schooljaar, met de kinderen permanent in Spanje wil gaan vestigen. De man is het hier niet mee eens. Hij is van mening dat het in het belang van de kinderen is dat zij hun verdere opvoeding in Nederland blijven genieten. De kinderen zijn hier volledig geworteld, aangezien partijen sedert 1 februari 1993 in Nederland gevestigd zijn. De man stelt zeer wel in staat te zijn de opvoeding en verzorging van de kinderen op zich te nemen. Hij wil met de kinderen in de echtelijke woning gaan wonen, zodat zij in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven. Tussen partijen is geen overeenstemming bereikt over deze kwestie. De man is van mening dat het in het belang is van de minderjarigen dat hij alleen met het gezag wordt belast over hen. Door het vertrek van de vrouw naar Spanje is het niet mogelijk om op deugdelijke wijze het gezamenlijk ouderlijk gezag voor te zetten. Bovendien zullen partijen van mening blijven verschillen over de plaats waar de minderjarigen hun opvoeding zullen moeten genieten. Ter zitting heeft de man zijn verzoek nog aangevuld in die zin dat hij subsidiair verzoekt, de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem te bepalen.

4 Het verweer

De vrouw heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.

De vrouw verzoekt primair het verzoek van de man af te wijzen en uitsluitend haar te belasten met het gezag over de minderjarigen. Subsidiair verzoekt zij het gezamenlijk gezag in stand te laten en te bepalen dat zij het hoofdverblijf van de kinderen kan verplaatsen naar Spanje.

Zij stelt dat het de bedoeling van partijen was in Spanje te blijven wonen, maar door werkloosheid van de man hebben zij zich in Nederland gevestigd. De oudste zoon van de vrouw, [oudste zoon vrouw], geboren in 1988 in de Verenigde Staten, verblijft sedert september 2001 in Barcelona en de andere kinderen missen hem. [oudste zoon vrouw] is naar Spanje verhuisd omdat hij werd bedreigd en mishandeld door de man. De man heeft nooit voor de kinderen gezorgd. Hij maakt schulden. Het is in het belang van de kinderen om naar Spanje te verhuizen omdat de vrouw daar een goed sociaal kader heeft van familie en vriendinnen alsmede heeft zij daar goede kansen op behoorlijk betaalde arbeid. De vrouw zal medewerking verlenen aan de omgang tussen de man en de kinderen na haar vertrek naar Spanje.

5 Beoordeling van de verzoeken

5.1 De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van ieder der partijen om alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te worden belast, dient te worden afgewezen.

Partijen hebben naar het oordeel van de rechtbank niet gesteld dan wel is niet aannemelijk gemaakt dat de communicatie tussen hen beiden zodanig ernstig is verstoord dat dientengevolge een onaanvaardbaar risico bestaat dat bij voortzetting van het gezamenlijk ouderlijk gezag de minderjarigen dreigen klem te raken of verloren te raken tussen beide ouders.

5.2 De rechtbank acht het wel in het belang van de minderjarigen dat er duidelijkheid komt voor de toekomst inzake het tussen partijen gerezen geschil over de vraag of het de moeder wordt toegestaan zich met de minderjarigen in Spanje te vestigen. De rechtbank zal derhalve dienen te beslissen over het door ieder der partijen - de man heeft ter zitting zijn verzoek in die zin mondeling aangevuld met een subsidiair verzoek - ingediende verzoek te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hen zal zijn. Ter terechtzitting is gebleken dat de standpunten van partijen dienaangaande haaks op elkaar staan en zij te dier zake niet tot een vergelijk kunnen komen.

Daaromtrent overweegt de rechtbank het volgende.

5.3 Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de vader een intensief contact met de minderjarigen onderhoudt. In de periode van een half jaar waarin de man in Londen heeft verbleven voor een opleiding voor zijn werk, heeft hij nagenoeg wekelijks het weekend in Nederland doorgebracht en heeft hij in die weekenden de kinderen gezien. Ook sedertdien, vanaf juli 2001, heeft de man zeer regelmatig de kinderen in de weekenden bij zich en begeleidt hij hen daarnaast ook regelmatig bij hun doordeweekse sport- en muziekactiviteiten.

Nu het contact tussen de man en de kinderen aldus zeer intensief is acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij hun band met hun vader op deze wijze kunnen voortzetten en in stand houden. Een verhuizing van de vrouw met de kinderen naar Spanje kan niet anders dan een aanzienlijke vermindering van deze intensiteit van de omgang tussen de man en de kinderen opleveren.

5.4 Voldoende aannemelijk is geworden dat de vrouw voor het verrichten van - behoorlijk betaalde - arbeid in loondienst niet uitsluitend aangewezen is op een werkkring in Spanje, zoals zij heeft gesteld. De vrouw heeft immers voor het huwelijk van partijen enige jaren in de Verenigde Staten verbleven en gewerkt en ook gedurende het huwelijk van partijen, die sedert 1 februari 1993 in Nederland wonen, heeft zij - met onderbrekingen - telkens in meerdere of mindere mate arbeid in loondienst verricht, laatstelijk tot juni 2001. Er is derhalve geen absolute noodzaak voor de vrouw zich in Spanje te vestigen om zo haar mogelijkheid om in haar levensonderhoud te voorzien te realiseren.

Daarnaast is door de vrouw niet dan wel onvoldoende weersproken dat de man evenals de vrouw in staat is om de kinderen op te voeden en te verzorgen. Weliswaar hebben de kinderen sedert de feitelijke scheiding van partijen bij de vrouw gewoond, doch aannemelijk is geworden dat de man gedurende het huwelijk ook een substantieel aandeel heeft gehad in de verzorging en opvoeding van de kinderen, mede gezien de omstandigheid dat ook de vrouw regelmatig werkte en voor haar werk reizen heeft moeten maken. De man heeft bovendien naar voren gebracht zijn werktijden zodanig te kunnen aanpassen dat hij beter in staat zal zijn de dagelijkse verzorging van de minderjarigen op zich te nemen. De man heeft het argument van de vrouw dat hij schulden maakt ter zitting genoegzaam weerlegd. Ook is, na betwisting door de man, niet aannemelijk gemaakt dat [oudste zoon vrouw] vanwege het handelen van de man naar Barcelona is verhuisd, gezien het feit dat deze verhuizing eerst in september 2001 heeft plaatsgevonden en partijen gedurende twee jaren gescheiden van elkander wonen.

Nu beide partijen tot opvoeding en verzorging in staat zijn heeft een beslissing van de rechtbank in die zin dat de vrouw de kinderen niet zou mogen meenemen naar Spanje in elk geval niet tot gevolg, dat de vrouw daardoor ontoelaatbaar in haar keuzevrijheid zich elders te vestigen, wordt beperkt.

5.5 De rechtbank kan de wens van de vrouw om naar Spanje te verhuizen begrijpen doch onder de genoemde omstandigheden - het langdurig verblijf van de minderjarigen in Nederland en de intensieve contacten alhier tussen de man en de minderjarigen - is de rechtbank van mening dat het belang van de kinderen het meeste is gediend met een voortgezet verblijf in Nederland. Het staat de vrouw daarbij uiteraard vrij om met de kinderen op vakantie naar Spanje te gaan teneinde aldaar familie en vrienden te bezoeken. Ook is uit het verhandelde ter zitting gebleken dat het mogelijk is dat het oudste kind van de vrouw, [oudste zoon vrouw], desgewenst naar Nederland terugkeert om zich wederom bij de vrouw te voegen.

5.6 Indien de vrouw in Nederland zou blijven wonen, nu de rechtbank het niet in het belang van de kinderen acht dat zij naar Spanje verhuizen - de vrouw heeft gesteld dat zij dan in Nederland zal blijven wonen - is de rechtbank van oordeel dat het in dat geval niet wenselijk is de feitelijke hoofdverblijfplaats van de kinderen te verleggen naar de man. In beginsel is het in het belang van de kinderen om niet te worden geconfronteerd met wisselingen in de verblijfplaats van de ene naar de andere ouder. Het argument van de man, dat de vrouw de echtelijke woning binnenkort zal (moeten) verlaten en het in het belang van de minderjarigen is om in dezelfde woning te blijven wonen, acht de rechtbank niet zodanig groot dat dientengevolge de verblijfplaats van de kinderen van de vrouw naar de man dient te worden verlegd. Van doorslaggevend belang ten deze acht de rechtbank de omstandigheid dat zo min mogelijk wijzigingen worden aangebracht in de verblijfplaats van de minderjarigen en in de omgang met de ouder waar zij niet hun hoofdverblijfplaats hebben. Zoals hiervoor overwogen zijn beide ouders in staat om de kinderen op te voeden en te verzorgen. De man heeft ook niet gesteld dat de vrouw hiertoe niet in staat is.

5.7 Derhalve zal de rechtbank beslissen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen van partijen, zolang de vrouw in Nederland haar woon- en verblijfplaats heeft, bij de vrouw zal zijn en zal het subsidiaire verzoek van de vrouw dan ook in dier voege toewijzen.

Mocht de vrouw besluiten Nederland te verlaten, dan zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man bepalen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1 Wijst af de verzoeken van de man en van de vrouw om alleen te worden belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen:

[kind 1], geboren op [geboortedatum kind 1] 1992 te [geboorteplaats kind 1], Spanje;

[kind 2], geboren op [geboortedatum kind 2] 1994 te [geboorteplaats kind 2];

[kind 3], geboren op [geboortedatum kind 3] 1998 te [geboorteplaats kind 3].

6.2 Bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is bij de vrouw zolang zij haar woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.

6.3 Bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man zal zijn, indien de vrouw Nederland zal verlaten om elders te gaan wonen en in dat geval met ingang van de datum van haar vertrek uit Nederland, mits de man op dat moment woonplaats in Nederland heeft.

6.4 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

6.5 Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mr. E.A. Mink, lid van voormelde kamer en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 18 december 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.