Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2001:AD5755

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-11-2001
Datum publicatie
15-11-2001
Zaaknummer
74870/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module GBA 2001/617
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE HAARLEM

Zaaknummer: 74870/01

Datum beschikking: 6 november 2001

IM/SE

BESCHIKKING ENKELVOUDIGE KAMER VOOR FAMILIEZAKEN

in de zaak van :

[S],

hierna te noemen: de vrouw,

en

[MO] [MH],

hierna te noemen: de man,

beiden wonende te Purmerend,

hierna mede te noemen: verzoekers,

gemachtigde: mr. A.P. van Stralen,

-- tegen --

het gemeentebestuur van de gemeente Purmerend,

zetelende te Purmerend,

hierna mede te noemen: de gemeente,

gemachtigde: C.H.M. van Groningen-Schuitemaker.

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 3 april 2001 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het op 22 juni 2001 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verweerschrift van de gemeente met bijlagen;

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting d.d. 20 september 2001.

2 Vaststaande feiten

2.1 Verzoekers hebben de Afghaanse nationaliteit. Zij wonen sedert 1 augustus 1998 in Nederland. Sinds februari 2000 zijn zij in het bezit gesteld van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Voorafgaande aan de inschrijving van verzoekers in de gemeentelijke basisadministratie heeft er een gesprek in het bijzijn van een tolk plaatsgevonden op grond waarvan de persoonsgegevens van partijen en de minderjarige kinderen van partijen zijn vastgelegd op een inlichtingenformulier van de gemeente en in een verklaring ex artikel 36 Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens. Verzoekers en hun minderjarige kinderen zijn vervolgens op 8 mei 2000 - voorzover ten deze van belang - als volgt ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Purmerend:

ten aanzien van de man:

"voornamen: ---

geslachtsnaam: [MO] [MH],

geboortedatum: 00/00/[geboortejaar]";

ten aanzien van de vrouw:

"voornamen: ----

geslachtsnaam: [S],

geboortedatum: [geboortedatum]";

ten aanzien van de minderjarige kinderen van verzoekers:

"voornamen kind: ----

geslachtsnaam kind: [Z] [ML]

geboortedatum kind: [geboortedatum]";

respectievelijk

"voornamen kind: ---

geslachtsnaam kind: [SH] [ML]

geboortedatum kind: [geboortedatum]";

respectievelijk

"voornamen kind: ----

geslachtsnaam kind: [P] [ML]

geboortedatum kind: [geboortedatum]".

Verzoekers hebben zich bij brief van 14 maart 2001 gericht tot de gemeente met het verzoek hun persoonsgegevens te wijzigen, aangezien hun achternamen onjuist zouden staan vermeld. De gemeente heeft bij brief van 19 maart 2001 aan verzoekers medegedeeld voornemens zijn aan het verzoek geen gevolg te geven. Verzoekers hebben vervolgens bij brief van 21 maart 2001 schriftelijk bericht zich niet te kunnen vinden in het voornemen van de gemeente. De gemeente heeft op 28 maart 2001 besloten het verzoek tot naamcorrectie af te wijzen.

3 Het verzoek

Verzoekers komen in beroep van de beslissing van de gemeente Purmerend d.d. 28 maart 2001. Zij verzoeken de beslissing van de gemeente te vernietigen en de ambtenaar van de burgerlijke stand op te dragen ten aanzien van hen en van drie van hun vier minderjarige kinderen een naamscorrectie in de basisadministratie door te voeren, in die zin dat de volgens hen juiste, hierna te melden naamsgegevens worden vermeld:

· [mh] [ML];

· [s] [ML];

· [z] [ML];

· [sh] [ML];

· [p] [ML].

Zij stellen bovenstaande volgens hen juiste gegevens te hebben opgegeven aan diverse overheidsinstellingen waar zij gedurende de asielprocedure mee te maken hebben gehad, zodat niet te begrijpen is waarom de gegevens foutief door de gemeente zijn opgenomen. Zij hebben hiertoe de rapporten van nader gehoor, opgemaakt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, overgelegd en gesteld dat zij deze gegevens ook bij binnenkomst in Nederland hebben opgegeven. Zij stellen dat de procedure bij de inschrijving kennelijk zeer onzorgvuldig is geweest, aangezien zij de Nederlandse taal niet voldoende beheersen en zij niet kunnen lezen zodat zij de ter gelegenheid van de onder ede afgelegde verklaring opgestelde teksten niet hebben kunnen controleren alvorens deze te ondertekenen. Voorts stellen zij dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij communicatie met behulp van tolken er nog wel eens iets mis gaat en dat de bij het gesprek met de gemeente aanwezige tolk uit Iran afkomstig is en een ander dialect sprak dan verzoekers. Verzoekers stellen dat zij bij de geboorte een voor- en een achternaam krijgen, zodat het op de weg van de gemeente had gelegen om met dit feit bij het invullen van het inlichtingen formulier rekening te houden.

Met betrekking tot hun vierde kind, dat in Nederland, te weten 's-Hertogenbosch, is geboren, zijn de naamsgegevens wel juist vermeld, te weten: [a] [ML].

Verzoekers hebben hun verzoek nog aangevuld in die zin, dat zij verzoeken de geboortedata van de minderjarigen [z] en [sh] als volgt te verbeteren:

· [z] [ML], geboren op [geboortedatum];

· [sh] [ML], geboren op [geboortedatum].

Zij voeren daartoe aan dat bij de vertaling van de geboortejaren van de Afghaanse naar de Europese kalender een fout is geslopen.

4 Het verweer

De gemeente heeft zich tegen het verzoek verweerd en heeft gesteld niet onzorgvuldig te hebben gehandeld.

Zij betwist dat het Afghaanse namenrecht het begrip geslachtsnaam kent, alsmede dat er in het Afghaanse recht onderscheid wordt gemaakt tussen voornamen en achternamen.

Voorts betwist zij de stelling van verzoekers dat zij gedurende de gehele asielprocedure de juiste gegevens hebben opgegeven. Zij geven daarbij aan dat de rapporten van nader gehoor geen brondocumenten zijn waaraan de gemeente persoonsgegevens mag ontlenen.

Ten aanzien van het verzoek om de persoonsgegevens van de minderjarigen te wijzigen, merkt de gemeente op dat bij haar geen verzoek tot wijziging van die gegevens is ontvangen en dat er ook geen besluit ligt van de gemeente om die gegevens niet te wijzigen.

5 Beoordeling

Verzoekers zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoeken betrekking hebbende op de verbetering van de namen en geboortedata van de drie minderjarige kinderen, nu zij te dien aanzien niet eerst een verzoek aan het gemeentebestuur hebben gedaan, zoals voorgeschreven in artikel 82 GBA en de gemeente dan ook ten aanzien van de drie minderjarige kinderen geen besluit heeft genomen.

Ten aanzien van de verzochte naamscorrectie van verzoekers overweegt de rechtbank als volgt.

Artikel 36 lid 2 van de Wet GBA schrijft voor op grond van welke documenten persoonsgegevens in de basisadministratie worden opgenomen. De opsomming van brondocumenten in voornoemd artikel is in volgorde van bewijskracht die aan het document kan worden toegekend. Indien op een gegeven moment een sterker brondocument voorhanden is, dan wordt dit document de bron voor de opgenomen gegevens.

In artikel 36, tweede lid onder e wordt bepaald dat een betrokkene ten overstaan van een door het gemeentebestuur aangewezen ambtenaar onder het afleggen van de eed of belofte een verklaring kan afleggen betreffende gegevens over de burgerlijke staat, indien deze feiten betreft die zich buiten Nederland hebben voorgedaan en hij geen officiële documenten daarvan kan overleggen. De verklaring wordt op schrift gesteld en door betrokkene ondertekend.

Nu verzoekers geen van de in artikel 36 lid 2 GBA genoemde documenten aan de gemeente hebben overgelegd en niet aannemelijk is geworden dat omtrent de persoonsgegevens een geschrift kan worden overgelegd, heeft de gemeente in beginsel juist gehandeld door het afnemen van een verklaring onder ede in het bijzijn van een tolk. Zolang er geen andere van de in artikel 36 lid 2 GBA genoemde documenten voorhanden zijn, dient derhalve in beginsel uitgegaan te worden van de juistheid van de in de onder ede afgelegde verklaring vervatte gegevens.

Artikel 37 lid 3 GBA bepaalt dat aan hiervoor bedoelde onder ede afgelegde verklaring geen gegevens worden ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.

Is een gegeven waarover een verklaring is afgelegd opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie dan kan betrokkene later niet stellen dat dit verkeerd is opgenomen zonder dat hij met bewijsmiddelen komt waaruit dit blijkt. In principe wordt men gehouden aan een eenmaal afgelegde verklaring onder ede: vanuit een oogpunt van Nederlandse openbare orde kunnen de gegevens van een in de basisadministratie ingeschreven persoon slechts onder omstandigheden worden gewijzigd en dan nog uitsluitend indien daartoe een door de wet aangewezen geschikt document wordt overgelegd.

Hieruit volgt dat de bewijslast om aan te tonen dat de in het geding zijnde persoonsgegevens onjuist zijn, bij verzoekers ligt.

De onderhavige zaak spitst zich derhalve toe op de vraag of het aannemelijk is dat de in de verklaring onder ede opgenomen gegevens onjuist zijn. Hiertoe is vooreerst van belang het toepasselijk namenrecht te bepalen.

Voor het registreren van de naamsgegevens dient als uitgangspunt het namenrecht van het land waarvan men de nationaliteit heeft. De namen van verzoekers worden bepaald door het Afghaanse recht, zijnde het recht van de staat waarvan zij de nationaliteit bezitten.

Ten aanzien van het Afghaanse namenrecht zijn noch wettelijke bepalingen, noch gerechtelijke uitspraken over het voeren van namen bekend. In de praktijk wordt geen onderscheid gemaakt tussen voor- en geslachtsnaam. Namenreeksen zijn in Afghanistan echter niet gebruikelijk. Naast de eigennaam kan een Afghaanse onderdaan nog een tweede, het Nederlandse begrip geslachtsnaam benaderende, naam aannemen, die hij ook weer kan verwerpen. Deze aanvullende naam wordt in het buitenland vaak als geslachtsnaam gebruikt. In ambtelijke stukken en paspoorten wordt deze gekozen geslachtsnaam soms vermeld meestal wordt echter met betrekking tot de persoon alleen de eigennaam vermeld. Voor de echtgenote geldt dat de vrouw zowel haar eigennaam kan behouden als de naam van de echtgenoot kan aannemen.

De man stelt ter zitting dat hij - evenals zijn gehele familie- als tweede naam [ML] voert. De man beschikt niet over stukken waaruit deze gekozen geslachtsnaam blijkt, maar de man geeft aan dat deze naam in Afghanistan inderdaad niet in stukken wordt vermeld.

De gemeente stelt in haar verweerschrift: "uit de praktijk van het adviesbureau van de Nederlandse Vereniging Voor Burgerzaken blijkt dat documenten die de Afghaanse autoriteiten afgegeven geen steun geven aan de tweede naam, omdat er geen documenten bekend zijn waaruit blijkt dat Afghanen een naam hebben die overeenkomt met het begrip geslachtsnaam in Nederland".

Voldoende aannemelijk is geworden dat geslachtsnamen als bedoeld in artikel 1: 5 Burgerlijk Wetboek in het Afghaanse namenrecht niet bekend zijn. Gelet hierop moet worden aangenomen dat een gekozen geslachtsnaam in Afghanistan niet op een geboorteakte noch op enig ander identiteitsbewijs wordt vermeld. Deze "gekozen geslachtsnaam" benadert evenwel het meest het Nederlandse begrip geslachtsnaam.

Voorzover van verzoekers wordt verlangd dat zij middels door de wet aangewezen geschikte documenten bewijzen dat de door de gemeente op grond van een onder ede afgelegde verklaring opgenomen gegevens omtrent de (gekozen) geslachtsnaam onjuist zijn, zijn zij daartoe niet in staat omdat die naam niet op de betreffende documenten wordt vermeld.

De rechtbank is van oordeel dat verzoekers derhalve in staat moeten worden gesteld anderszins aannemelijk te maken dat hun namen anders luiden dan is vermeld in de GBA.

Gelet op de omstandigheid dat verzoekers onweersproken hebben gesteld dat de tolk een ander dialect sprak dan zij, dat zij niet kunnen lezen en derhalve niet wisten wat zij ondertekenden, dat in de rapporten van nader gehoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het ministerie van Justitie zij staan vermeld met de namen waarvan zij de gewijzigde registratie in de GBA verzoeken, dat in de geregistreerde namen van hun drie kinderen de naam "[ML]" wel voorkomt alsmede hun jongste in Nederland geboren kind is geregistreerd met de geslachtsnaam "[ML]", acht de rechtbank aannemelijk geworden dat de in de verklaring opgenomen gegevens onjuist zijn en dat de (gekozen) geslachtsnaam van verzoekers "[ML]" luidt, zodat het verzoek zal worden toegewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1 Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoeken ten aanzien van de verbetering van de persoonsgegevens van drie van de vier minderjarige kinderen.

6.2 Gelast het gemeentebestuur van de gemeente Purmerend in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens de persoonsgegevens van [MO] [MH], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Afghanistan, in die zin te wijzigen dat de navolgende naamsgegevens worden vermeld:

voornamen: [mh];

geslachtsnaam: [ML].

6.3 Gelast het gemeentebestuur van de gemeente Purmerend in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens de persoonsgegevens van [S], geboren op [geboortedatum], te [geboorteplaats], Afghanistan in die zin te wijzigen dat de navolgende naamsgegevens worden vermeld:

voornamen: [s];

geslachtsnaam: [ML].

6.4 Wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gegeven door mr. E.A. Mink en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 november 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.