Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2000:AF0383

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-08-2000
Datum publicatie
07-08-2006
Zaaknummer
00/214 R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Failliet heeft geen gebruik gemaakt van schorsing van 14 dagen voor verzoek schuldsaneringsregeling; niet verwijtbaar want bijgestaan door niet bij uitstek deskundige adviseur (dhr. Vellen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Haarlem,

enkelvoudige kamer

X. , wonende te P.,

verzoeker,

heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van het op 25 januari 2000 uitgesproken faillissement van verzoeker onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.

In de onderhavige zaak is verzoeker tijdens de aanvraagtermijn van het faillissement uitdrukkelijk de mogelijkheid gegeven een verzoek tot wettelijke schuldsanering te doen, van welke mogelijkheid geen gebruik is gemaakt.

In beginsel verhindert artikel 15b lid 1 van de Faillissementswet het uitspreken van de schuldsanering indien de gefailleerde niet tijdens de aanvraagtermijn van het faillissement een verzoek tot wettelijke schuldsanering heeft gedaan, tenzij redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden dit heeft nagelaten. Dit laatste doet zich, hoewel verzoeker werd bijgestaan door een adviseur, H.J. Vellen, en een advocaat mr. Diederen, hier voor.

De rechtbank heeft geconstateerd dat verzoeker nimmer in persoon is verschenen in het kader van de faillissementsaanvraag, maar zich altijd heeft laten vertegenwoordigen door Vellen, die aangaande juridische vraagstukken niet bij uitstek deskundig was. Vellen heeft zijn aandacht bij de behandeling van het faillissement geheel gefixeerd op de voorkoming ervan. Kennelijk was mr. Diederen destijds niet in die mate bij de zaak betrokken dat zij verzoeker dan wel Vellen heeft kunnen wijzen op het risico dat verzoeker liep, door zich -niettegenstaande zijn schuldenpositie- vast te houden aan het standpunt dat hij niet was opgehouden met betalen.

De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vaststellen. De kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en zullen dus ten laste van de Staat komen.

Beslissing

De rechtbank:

• heft het faillissement van verzoeker op;

• stelt het salaris van de curator vast op fl 790.59 (inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) te vermeerderen met de eventuele nagekomen rente op de faillissementsrekening en brengt dit bedrag ten laste van de schuldenaar;

• bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ten laste van de Staat komen;

• spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: X. geboren op ...,wonende te P.

• benoemt tot rechter-commissaris mr A.H. Veldmaat-Wansink, en tot bewindvoerder mr. S.M.W.L. van Hoven, wonende/gevestigd te Postbus 280 2000 ACE Haarlem;

• geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen;

Gewezen door mr M.C.M van Dijk, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.