Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BZ2224

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
20-12-2012
Datum publicatie
25-02-2013
Zaaknummer
18/630505-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren voor de man die zich heeft schuldig gemaakt aan

1. De voortgezette handeling van

A. Primair

De voortgezette handeling van het medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

B. Primair

Medeplegen van poging tot moord

2. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/630505-11 (promis)

datum uitspraak: 27 december 2012

op tegenspraak

raadsman: mr. J.H.L.C.M. Kuijpers

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] te [plaats] (Land),

thans preventief gedetineerd in P.I. HvB ter Apel, Ter Apel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 december 2011, 15 maart 2012, 11 juni 2012, 3 september 2012, 21 november 2012, 22 november 2012 en 20 december 2012.

Tenlastelegging

Aan verdachte is na toegestane vordering nadere omschrijving tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 augustus 2011, te Tripscompagnie, althans in de gemeente Menterwolde, in elk geval in het arrondissement Groningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een of meer personen, te weten [Aangever 1] en/of [getuige 1] en/of [medeverdachte 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogels heeft afgevuurd op die [aangever 1] en/of die [getuige 1] en/of die [medeverdachte 2],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 27 augustus 2011, te Tripscompagnie, althans in de gemeente Menterwolde, in elk geval in het arrondissement Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer personen, te weten [aangever 1] en/of [getuige 1] en/of [medeverdachte 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogels afgevuurd op en/of in de richting van die [aangever 1] en/of die [getuige 1] en/of die [medeverdachte 2] op en/of in de richting van het pand waarin die [aangever 1] en/of die [getuige 1] en/of die [medeverdachte 2] toen verbleef/verbleven, en/of

- op zodanige wijze dat die [aangever 1] en/of die [getuige 1] en/of die [medeverdachte 2] dat kon(den) waarnemen met een of meer vuurwapens een of meer kogels afgevuurd op en/of in de richting van een auto (Volkswagen Polo);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 augustus 2011, te Tripscompagnie, althans in de gemeente Menterwolde, in elk geval in het arrondissement Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, te weten [aangever 2], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- een of meer vuurwapens op (de/een knie(ën) en/of het hoofd van) die [aangever 2] gericht en/of gericht gehouden, althans een of meer vuurwapens aan die [aangever 2] getoond en/of hierbij aan die [aangever 2] de woorden toegevoegd: "Nu ga je er aan" en/of "je gaat dood", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het primair ten laste gelegde, te weten de poging tot moord op [medeverdachte 2], [getuige 1] en [aangever 1] wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte is met medeverdachte [medeverdachte 1], en zijn zoons gewapend naar de boerderij van [medeverdachte 2] gegaan. [medeverdachte 3] zou daartoe het initiatief hebben genomen en zou de weg wijzen. [medeverdachte 1] en [verdachte] hadden vuurwapens meegenomen om zich zo nodig ter verdedigen tegen agressie van de kant van [medeverdachte 2]. Op het erf aangekomen zag verdachte een blauwe auto, waarin [aangever 2], de neef van [medeverdachte 2] (naam) zat. Hij hoorde [medeverdachte 1] vragen waar [medeverdachte 2] was, waarop [aangever 2] zei: “Boven”.

Verdachte heeft zijn pistool getrokken en daarmee in de lucht geschoten. Nadat verdachte 1 of 2 keer achter de boerderij heeft geschoten is hij naar voren gerend, via de oprit naar de Hoofdweg. Hij zag daar [medeverdachte 2] rennen en een Hollandse jongen met een grijs vest aan. Dat was [getuige 1]. Verdachte heeft toen nog een keer geschoten, maar niet gericht.

Het schieten in de richting van [getuige 1] wordt bevestigd door de verklaring van [getuige 4] en door [medeverdachte 3].

Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte gericht op dan wel in de richting van [getuige 1] heeft geschoten toen die in de weilanden op de vlucht was. Door met een vuurwapen te schieten op [getuige 1] heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op diens dood.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 2 ten laste gelegde, te weten het medeplegen van bedreiging van [aangever 2], wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie wijst op de verklaring van [aangever 1] en [aangever 2].

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1 ten laste gelegde.

Verdachte heeft weliswaar geschoten maar [medeverdachte 2] heeft als eerste geschoten vanuit de boerderij. Op de dag van de schietpartij heeft een telefonisch gesprek plaatsgevonden waarin bedreigingen door [medeverdachte 2] zijn geuit. In de aanloop naar de schietpartij zijn eveneens bedreigingen geuit. Verdachte moest een bedrag van € 15.000,- betalen. Verdachte kreeg voorts te horen dat hij voor een vergoeding van € 3.000,- zou worden doodgeschoten. Inmiddels was er een molotov cocktail naar het huis van de vriendin van verdachte gegooid en verdachte was bang dat er nog meer zou gebeuren. Daarop heeft verdachte een wapen aangeschaft om zichzelf te verdedigen.

Verdachte is met [medeverdachte 1] naar de boerderij gegaan voor een gesprek met [medeverdachte 2]. [medeverdachte 3] had aangeboden te bemiddelen. Uit het ping contact vlak voor ze er waren bleek dat er niemand op de boerderij aanwezig was. [medeverdachte 1] wilde toch naar de boerderij gaan voor het adres.

Toen verdachte aankwam hoorde hij geknal heeft hij in paniek zijn wapen gepakt en heeft geprobeerd terug te schieten, maar dit is mislukt. [medeverdachte 1] heeft wel terug geschoten.

Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat verdachte naar boven heeft geschoten. Verdachte heeft niet gericht geschoten op de plaats van het delict, ook niet toen er mensen wegliepen.

De raadsman heeft verzocht verdachte tevens vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde, nu de verklaring van [aangever 2] niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Daarbij is ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

Ten laste gelegde onder 1 en 2

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

Het klopt dat ik een vuurwapen mee heb genomen naar de boerderij in Tripscompagnie. Ik had voor het gesprek gehoord dat [getuige 1] mij zou vermoorden voor € 3.000,-. Daarom besloot ik met [medeverdachte 1] mee te gaan. Het was de bedoeling om ons te verzoenen. Ik wilde weten waarom hij mij wilde doodschieten. Toen we aan kwamen zagen we [aangever 2]. [medeverdachte 1] vroeg waar [medeverdachte 2] was. Ik trok mijn vuurwapen en ik heb 1 of 2 schoten gelost.

Toen ik wegrende zag ik [medeverdachte 2] achter de boerderij. Ik vluchtte via de voorkant en ik kwam op de weg. Ik zag ze op mij af komen rennen, een Hollandse jongen en [medeverdachte 2].

Ik heb toen geschoten. U houdt mij voor dat op een afstand van 54 meter van het huis door de Technische Recherche een huls gevonden is. Ik zou daar geschoten kunnen hebben.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 28 augustus 2011, opgenomen op pagina A.001 van dossier nr. 2011086140, d.d. 12 december 2012, inhoudende de verklaring van [aangever 1] (PLO1PC 2011086159-1)

Ik ben op zaterdag 27 augustus 2011 naar de [straat] in Tripscompagnie gegaan. Ik zag dat er een man die ik herkende als [medeverdachte 1] naar de auto rende waar mijn broer in zat. Ik zag dat [medeverdachte 1] de deur van de auto open trok en vervolgens zag ik dat [medeverdachte 1] een vuurwapen richtte op mijn broer die nog in de auto zat. Vervolgens zag ik dat er nog een man aan kwam die ik herkende als [verdachte]. Ik zag dat [verdachte] de deur verder open trok en ook een vuurwapen op mijn broer richtte. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mijn broer zei "nu ga je er aan". Vervolgens keek [medeverdachte 1] naar boven en zag mij staan. Ik zag dat [medeverdachte 1] zijn pistool in mijn richting richtte. Ik ben weg gedoken en hoorde gelijk een knal en zag dat er door het raam was geschoten. Ik hoorde terwijl ik over de grond kroop meerdere schoten.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 28 augustus 2011, opgenomen op pagina AH.007 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 2] (PLO1PC 2011086140-1)

Ik was op zaterdag 27 augustus 2011 aan de [straat] in Tripscompagnie. Ik zat in mijn auto. Deze auto stond achter de woning van mijn oom aan de [straat]. Ik kwam een man aan die een pistool in zijn hand had. Ik zag dat het pistool op mij gericht was, want ik zag de voorkant van het pistool. Ik zag dat de man op mijn auto af kwam lopen. Toen de man dichter bij mijn auto kwam herkende ik deze persoon als [medeverdachte 1].

Vervolgens zag ik dat [medeverdachte 1] naast mij stond. Hij stond aan de binnenkant van de deur van de auto. Ik zag dat [medeverdachte 1] het pistool op mijn knieën richtte. Ik zag dat het pistool erg groot was en zwart van kleur. Het was een handpistool. In het midden van de loop zat een grijs vakje. Vervolgens zag ik dat hij het pistool omhoog richtte naar mijn hoofd. Dit deed [medeverdachte 1] een paar keer van mijn hoofd naar mijn knieën.

Ik hoorde dat [medeverdachte 1] wel dingen tegen mij zei en ik begreep eruit dat hij bedoelde "jij gaat dood". Ik zag vanuit mijn ooghoeken dat er een persoon aan kwam lopen. Ik zag dat de persoon voorbij mijn deur van mijn auto liep. Ik herkende deze persoon als zijnde [verdachte] (fonetisch). Ik zag dat er bij de auto nog 2 personen stonden. Vervolgens zag ik dat [verdachte] mij onder schot hield met zijn pistool. Ik zag dat [verdachte] zijn pistool klein was. Ik schat dat deze ongeveer 6 mm pistool was. [verdachte] stond naast mij en zei tegen mij:" je bent dood" in het Marokkaans. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei:"blijf hier staan, niet weggaan." Ik zag ook dat hij mij onder schot hield.

Ik zag vervolgens dat [verdachte] zijn pistool naar de bovenkant van de woning richtte en begon te schieten. Ik zag dat [verdachte] al schietend naar de achterkant van mijn auto liep.

Proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 28 augustus 2011 p. G.006, dd p. 361, inhoudende de verklaring van [getuige 1],

Gisteren, zaterdag 27 augustus 2011 was ik in een woning in Tripscompagnie, ik weet het adres is, het huis is van [BP]. Ik verwachtte al drie dagen trammelant, de sfeer is opgeblazen. Bij mij in huis waren [aangever 1] en zijn broer [aangever 2], [betrokkene 2], en de oom van [aangever 1], [medeverdachte 2]. Nog geen minuut nadat [aangever 2] weg ging hoorde ik een Turk roepen: "Jullie gaan er allemaal aan", Ik liep naar het raam. Dit was een voorraam vanuit de woonkamer. Ik keek naar beneden en zag een Turk en een andere Turk om het huis rennen. Ik hoorde en zag opeens dat de Turk een wapen op mij richtte en zag en hoorde drie knallen. Ik herkende het wapen, het is een browning, 100 % zekerheid. Het was een bruin met zwart wapen. De Turk richtte met zijn linkerhand op mij.

Ik ben naar de slaapkamer gerend, heb daar het raam opengedaan. Ik ben door de opening gesprongen en kwam in de achtertuin, ongeveer drie meter lager. Ik was gevallen, stond op, rende door een weiland, door prikkeldraad. Daar kwam een andere Turk op me af, hij had ook een vuurwapen en richtte op mij. Hij vuurde terwij1 ik nog overeind moest komen na de val. [medeverdachte 2] is toen ook beschoten, de ramen liggen er uit.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 3 oktober 2011, opgenomen op p. G.006-02 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1]

Voor het schietincident in de boerderij hoorde ik in de keuken dat [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] belde. Ik zag en hoorde dat [medeverdachte 2] helemaal hysterisch was. Ik hoorde [medeverdachte 2] in het Nederlands zeggen "ik maak je dood, ik maak je moeder dood, ik maak je kinderen af, ik verbrand jullie", of woorden van gelijke strekking.

In de boerderij stond ik voor het grote raam waar doorheen was geschoten. Ik zag dat [aangever 1] voor het grote raam stond. Ik hoorde op dat moment geschreeuw van buiten. Kort voor het geschreeuw hoorde ik schoten. Ik zag ineens glas op het tafel liggen. Er stond een glazen tafel onder het grote raam. Ik zag tevens een kogelgat in het plafond. Ik zag [aangever 1] in paniek rondkijken of alle deuren dicht waren zodat de daders niet binnen konden komen. Ik liep naar het grote raam om te kijken wie er op ons schoot. Ik zag toen een paar Turkse mannen buiten staan. Een van deze Turkse mannen was [verdachte] volgens mij. Ik zag bij allebei, [verdachte] en [medeverdachte 1], een vuurwapen. Zij stonden 7 of 8 meter van mij af op het moment dat ik voor het raam stond. Ik zag dat [verdachte] links om de boerderij liep. [medeverdachte 1] stond toen nog op hetzelfde positie. Ik zag dat [medeverdachte 2] een vuurwapen pakte en uit een klein raampje naast het grote raam naar beneden richtte. Hij richtte het vuurwapen in de richting van [medeverdachte 1]. [verdachte] was op dat moment al omgelopen. [medeverdachte 2] had een klein vuurwapen waar twee patronen in konden. Volgens mij hebben jullie dat vuurwapen ook gevonden. [medeverdachte 2] heeft er niet mee geschoten. Hierop ben ik naar de slaapkamer tegenover de keuken gelopen en ik ben hier door een raam naar buiten gesprongen. Ik rende richting Veendam door de weilanden achter de boerderij. Terwijl ik door de weilanden rende werd ik wederom beschoten. Ik zag dat een auto op de openbare weg richting deze persoon reed. Ik zag hierop dat dezelfde persoon die mij had beschoten hierin stapte. Die dag ik een grijs g-star vest aan, ik had een zwarte Nike pet op.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 september 2011, opgenomen op p. V3.005 van voornoemd dossier

Ik ben betrokken bij het schietincident op zaterdag 27-08-2011 bij de woning aan de [straat] te Tripscompagnie. Ik heb zelf geschoten. Bij mij was [verdachte], [medeverdachte 3] en mijn twee kinderen [getuige 2] en [getuige 3]. We zijn in mijn Toyota naar het perceel gereden. Ik reed en [verdachte] zat naast mij. Mijn zoons en [medeverdachte 3] zaten achterin. Omdat ik vooraf gehoord had wat voor een persoon [medeverdachte 2] was had ik een vuurwapen bij mij. Ik had namelijk gehoord dat [medeverdachte 2] al diverse mensen had gedood en diverse mensen geld had afgeperst met een vuurwapen. [medeverdachte 3] wees mij de weg naar de woning waar [medeverdachte 2] zou verblijven. We gingen er in mijn auto naar toe en ik reed het erf op. Ik reed door tot de parkeerplaats achter de boerderij. Ik zag dat er twee auto's stonden waaronder een blauwe Volkswagen Polo of Golf. Ik zag dat de deur van de blauwe auto open stond er dat er een persoon op de bestuurdersstoel van de auto zat. Ik stapte samen met [verdachte] uit. Ik liep naar de persoon die in de auto zat. Ik trok mijn pistool en hield dit in mijn hand. Ik zei tegen hem:" Waar is [medeverdachte 2]. Ik hoorde hem zeggen boven. Ik zag hem naar de bovenzijde van de boerderij wijzen. Ik keek naar de aangewezen plek en zag [medeverdachte 2] voor een raam staan. Ik zag dat [medeverdachte 2] een pistool in de hand had. Ik bracht mijn wapen omhoog en schoot 2 of 3 keer op het raam waar [medeverdachte 2] stond. Ik zag en hoorde dat [verdachte] ook op [medeverdachte 2] schoot. Ik wist dat [verdachte] een wapen bij zich had.

[verdachte] was namelijk was woedend op [medeverdachte 2] omdat hij hem verdenkt van het gooien van de molotov cocktails naar zijn woning in Bellingwolde. Ik zag dat [medeverdachte 2] bukte en bij het raam verdween. Ik liep hierna de woning in omdat ik [medeverdachte 2] wilde spreken.

Ik zag dat [verdachte] naar de voorzijde van de woning liep. Ik liep [verdachte] achterna en ik schoot voor de woning gekomen nog een aantal keren in de lucht.

Ik erken dat ik meerdere keren met mijn pistool op de woning die ik hiervoor heb beschreven heb geschoten. Ik heb dit absoluut niet met het doel gedaan om iemand te doden of te verwonden. Ik wilde [medeverdachte 2] alleen schrik aanjagen zodat hij zijn bedreigingen niet zou uitvoeren.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 22 september 2011, opgenomen op p. V3.007 van voornoemd dossier

Op 25 augustus 2011 ging ik naar het café van de zus van [medeverdachte 2] met [verdachte]. Ik heb [getuige 6], haar man, een hand gegeven. Ik heb toen het wapen laten zien aan [getuige 6]. Dit was bedoeld om te laten zien dat ik in staat was om mijn familie te beschermen. Dit was voor [medeverdachte 2] bedoeld.

Toen we naar de boerderij van [medeverdachte 2] gingen hadden ikzelf en [verdachte] wapens mee. Ik heb de auto schuin op de oprit neergezet met de voorzijde in de richting van de woning. Er stond nog een auto aan de achterzijde, parallel aan de woning. Dit was een blauwe vw polo of golf. Hier stond [aangever 2].

Ik ben samen met [verdachte] uitgestapt. Ik ben richting [aangever 2] gegaan samen met [verdachte]. Die blauwe volkswagen golf of polo. [verdachte] en ik hebben hem gevraagd waar is [medeverdachte 2]. Hij heeft in het Nederlands antwoord gegeven. Hij zei ze zijn boven. De bende die mij bedreigd heeft waren allemaal boven. Het wapen was zichtbaar voor [aangever 2].

Ik heb op de blauwe Polo geschoten.

[medeverdachte 2] verscheen voor het raam. Er is daar een heel groot raam waar [medeverdachte 2] zichtbaar was.

Ik zag het aan zijn ogen en zijn kale hoofd, ik vergeet zijn gezicht nooit, nadat ik hem tegen ben gekomen in de winkel en ik hem een duw heb gegeven. Ik zag [medeverdachte 2] met een pistool in zijn handen. Ik kan niet 100% zeggen dat [medeverdachte 2] heeft geschoten.

Ik heb wel 1 keer geschoten tegen het raam om [medeverdachte 2] bang te maken. [verdachte] heeft ook 1 keer geschoten.

Ik had een pistool bij me. Er zaten 7 kogels in. Twee/drie dagen voordat ik naar de boerderij ging heb ik het pistool geregeld. Ik was behoorlijk bang, geïntimideerd.

Een proces-verbaal verhoor [verdachte] d.d. 5 oktober 2011, opgenomen op p. V1.004 van voornoemd dossier

Medio 3 augustus 2011 werd ik klemgereden door [medeverdachte 2]. Hij zat achter het stuur. [medeverdachte 2] stapte uit en deed mijn zijportier open. Hij begon te schreeuwen en te bedreigen. Ik moest 25.000 euro boete betalen. Ik begon hierom te lachen. Ik zei nog wil je het in briefjes van 100 of 50. Hij keek mij met grote ogen aan. Hij zwoer toen dat hij mij zou vermoorden. Ik dacht toen dat hij dat echt zou doen. Ik zou hebben ingebroken en wiet hebben meegenomen.

Ik ben toen naar [getuige 2] gegaan en [medeverdachte 1] was daar ook. Ik bedoel met [medeverdachte 1], [medeverdachte 1].

Ongeveer midden augustus vertelde [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 2] hem had bedreigd. Hij was helemaal overstuur. Ik ben naar hem toegegaan. Ik zag dat hij er niet goed uitzag. Hij heeft hartproblemen. [medeverdachte 1] werd de hele tijd gebeld. Er werd gezegd dat zijn vrouw geneukt zou worden. Ik wist dat dit gezegd werd, omdat [medeverdachte 1] de woorden steeds herhaalde van wat er werd gezegd. Hij vertelde over het incident in de growshop. Later was [medeverdachte 2] langs de woning van [medeverdachte 1] gereden. [medeverdachte 1] heeft toen een vuurwapen geregeld en we zijn langs de zaak van de zus van [medeverdachte 2] gegaan. [medeverdachte 1] zei tegen die man ik verdedig mijn gezin en ik verdedig mijzelf, en liet hierbij een wapen zien.

Volgens mij is dit op een woensdag geweest dat we in Nieuweschans zijn geweest.

Ik ben tegen een uur of 23.00 naar mijn huis gegaan. In de nacht, dit wat omstreeks 05.00 uur op donderdag ochtend werd ik gebeld door [betrokkene 1]. Zij vertelde dat er brand was bij haar woning. Het was doordat een molotovcocktail tegen het raam was gegooid. Ik was er erg van overstuur.

De volgende dag ben ik naar een vriend van mij gegaan in Groningen. Ik heb daar een vuurwapen gekocht voor 500 euro. Ik werd die dag nog gebeld door [medeverdachte 2]. Hij zei dat hij wist waar ik was en dat ik met een lijkkist naar huis zou gaan. Ik heb toen [medeverdachte 1] gebeld en gevraagd of hij mij wou halen. Ik was op dat moment wel erg bang.

[medeverdachte 3] kwam toen bij [medeverdachte 1]. Hij zei dat hij kwam om te bemiddelen. Hij zou de boerderij laten zien. [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en zijn zoon [getuige 3] zijn in de auto naar de boerderij gegaan. Onderweg hebben we [getuige 2] opgepikt. Onderweg zei [medeverdachte 3] dat ze er niet waren in de boerderij. We zouden gaan praten. Later was het om te kijken waar ze woonden.

[medeverdachte 1] stapte uit en ik volgde hem. We schrokken dat de auto's er stonden omdat we dachten dat ze er niet waren. Ik zag toen dat [aangever 2] in de polo zat. [aangever 2] zat aan de bestuurderskant. Ik hoorde dat [aangever 2] zei: boven boven. Vervolgens hoorde ik pang pang. En ik hoorde glas kapot gaan. Uit reactie trok ik mijn pistool. Ik heb toen mijn pistool in de lucht gericht. Ik weet zeker dat er iemand een wapen in zijn hand had. Er stond bij het raam een kale man en een man met een petje. [medeverdachte 2] stond achter het raam; het was iemand met een kaal hoofd. Die jongen die erachter stond kan [aangever 1] zijn, maar ik heb niet kunnen zien wie erachter [medeverdachte 2] stond. Ik denk 1 of 2 keer dat ik geschoten heb. Ik ben via de oprit naar de hoofdweg gerend. Ik zag toen ik op de Hoofdweg was mensen rennen. Ik zag twee personen rennen. Ik zag [medeverdachte 2] mijn kant op rennen en een andere jongen. Deze had een grijs vest aan. Dat was die [getuige 1]. Ik heb toen nog een keer geschoten. Ik heb 1 of 2 keer geschoten. In totaal heb ik drie keer geschoten.

Een proces-verbaal verhoor [getuige 2], d.d. 21 september 2011, opgenomen op p. V2.006 van voornoemd dossier

Ik zag dat mijn vader net via een portaal in de achtergevel de boerderij in ging. Ik liep naar het portaal waar mijn vader naar binnen was gegaan. Ik zag dat mijn vader met een wapen in zijn hand stond.

Terwijl ik achteruit reed zag ik mijn vader over de oprit naar de [straat] lopen en hoorde ik enkele schoten.

Ik zag [verdachte] naar de auto toe komen lopen. Ik zag dat hij een wapen in zijn hand had. Ik hoorde gelijktijdig enkele schoten.

Een proces-verbaal verhoor [getuige 3], d.d. 30 september 2011, opgenomen op p. V4.007 van voornoemd dossier

Mijn vader en [verdachte] stapten uit de auto. Terwijl ze daar stonden, hoorde ik ineens glasgerinkel en een schot tegelijkertijd. Ik zag mijn vader of [verdachte] terugschieten. Ik zag dat mijn vader of [verdachte] hun handen schuin naar boven gericht hadden en een wapen in de hand had. Ik zag dat mijn vader of [verdachte] die kant op schoten, naar boven toe.

Proces-verbaal verhoor [getuige 4], d.d. 28 augustus 2011 opgenomen op p. G.004 van voornoemd dossier

Ik woon aan de [straat] 61. Op 27 augustus 2011 rond half 8 reden we richting Veendam. Ik hoorde een geluid als van knappertjes. Ik zag dat er iemand in het weiland weg sprintte met een grijs vest. Ik zag een auto die stapvoets reed met aan weerszijden twee jongens/mannen. Er was een jongen bij met een zwart vest. We keken achterom en ik zag een jongen met een zwart vest met een pistool schieten. Volgens mij was dat de jongen die rechts van die auto liep en dan achteraan. Die schoot. U vraagt mij hoe ik dat weet, dat hij schoot. Ik zag dat hij een houding aannam, die hoort bij schieten, hij deed zijn arm in de richting van het weiland waar die jongen weg sprintte. En ik hoorde in de auto een dof knalletje, dat van buiten kwam.

Proces-verbaal verhoor [getuige 5], d.d. 12 september 2011 opgenomen op p. G.008 van voornoemd dossier

Op 27 augustus 2011 liep ik de [straat] op en na ongeveer 700 meter hoorde ik een hard geluid, dat leek op vuurwerk met een aantal knallen in een heel kort tijdsbestek. Ik zag drie personen bij het huis aan de [straat] de weg op rennen. Ik zag dat de drie personen op de straat stonden en allen richting het huis schoten. Ik zag dat alle drie de personen met een handvuurwapen schoten. Ik zag zelfs rookpluimen uit de vuurwapens vandaan komen. De personen stonden allen in een schiethouding met de rug naar het water toe. Ze stonden gericht te schieten.

Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6], d.d. 31 augustus 2011 opgenomen op p. G.003 van voornoemd dossier

Op donderdag 25 augustus 2011 was ik in mijn Bed & Breakfast zaak, te [plaats]. Op dat moment zag ik [verdachte] de zaak binnenkomen. [verdachte] kwam binnen en ik hoorde hem zeggen dat hij met mij wilde praten over mijn kinderen [aangever 2] en [aangever 1]. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat [medeverdachte 1] met hem was en dat hij met mij wilde praten. Hierop zag ik dat een man van tussen de 40 en de 50 jaar oud de zaak binnen komen. Deze man stelde zich voor aan mij met als zijnde [medeverdachte 1]. Ik zag dat achter [medeverdachte 1] nog een hele groep met mannen mee naar binnen kwamen. Ik hoorde [medeverdachte 1] dreigen met woorden in de strekking van dat hij mijn zoon dood wilde maken. Ik zag dat [medeverdachte 1] een vuurwapen tevoorschijn haalde en deze naar het plafond richtte. Ik zag op hetzelfde moment dat [verdachte] mij ook een vuurwapen toonde, [verdachte] had zijn vuurwapen in zijn broekriem. Ik zag hierop dat een aantal van de groep ook vuurwapens toonden die zij bij zich hadden. Ik schat dat er ongeveer 8 tot 10 man bij mij in de zaak kwamen te staan. Ik hoorde hierop [verdachte] wederom dreigen dat mijn kinderen dood zouden gaan. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat het niet goed zou komen met mijn kinderen.

Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 7], d.d. 2 november 2011 opgenomen op p. G.014 van voornoemd dossier

Ik was in de growshop. Terwijl ik daar zat kwam de mij bekende [medeverdachte 1] de zaak binnen. Ik zag daarna de mij bekende [medeverdachte 2] binnen komen. [medeverdachte 2] vertelde mij over een inbraak bij hem thuis. Ik zag aan zijn houding dat hij opgefokt was. Wel kreeg ik mee dat hij boos was op een Marokkaan en in het verhaal noemde hij ook de naam van [medeverdachte 1].

Terwijl ze naar elkaar toe liepen hoorde ik hen in het Arabisch tegen elkaar praten. Ik zag dat beiden doorliepen totdat ze bijna neus tegen neus stonden. Ik hoorde en zag dat ze nog iets tegen elkaar zeiden en dat [medeverdachte 1] daarna [medeverdachte 2] achteruit drukte. De duw van [medeverdachte 1] was niet zo hard. [medeverdachte 2] week wel een stukje achteruit, maar kwam niet ten val.

Ik zag dat [medeverdachte 2] boos was. Dat [medeverdachte 2] boos was merkte ik aan zijn hoge stem. Het leek op schreeuwen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 november 2011, p. AH.051, sporenonderzoek van de schoten, opgenomen in voornoemd dossier met als bijlage foto’s

- vindplaatsen aangetroffen hulzen:

1.een lege patroonhuls, 9mm Luger, merk S en B. Sin: AABG4144NL

2.een lege patroonhuls, .32 auto CBC Sin: AABG4145NL

3.een lege patroonhuls, .32 auto CBC Sin: AABG4146NL

4.een lege patroonhuls, 9mm Luger, Sin:AABG4147NL

Op de rijbaan van de Tripscompagnie, ongeveer 54 meter vanaf de woning in de richting van de [straat] werd in de berm een huls aangetroffen. Dit betrof een huls van het kaliber .32.

Door ons verbalisanten Jager en Jullens, werden geen andere hulzen op het erf aangetroffen. Er werd door ons, verbalisanten Jager en Jullens, in de achtergevel van de woning/boerderij een inschot in het raam op de eerste etage aangetroffen. Er werden op andere plaatsen in de achtergevel geen inschoten aangetroffen. Aan de vorm van de beschadiging in de glasruit zagen wij, dat er van buiten naar binnen was geschoten. Het projectiel zat vast in een gipsplaat.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank, kort samengevat, de volgende feitelijke gang van zaken af. Voor de schietpartij op 27 augustus 2011 hebben tussen verdachte en medeverdachte 1 enerzijds, en [medeverdachte 2] (naam) anderzijds diverse confrontaties plaatsgevonden. De eerste confrontatie tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vindt plaats in de growshop. [medeverdachte 1] is daarna herhaaldelijk (telefonisch) bedreigd door [medeverdachte 2]. Verdachte is eveneens bedreigd door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] heeft € 15.000,- geëist van verdachte en hij schrijft het gooien van een molotovcocktail naar de woning van zijn vriendin op het conto van [medeverdachte 2]. Verdachte heeft voorts gehoord dat iemand hem zou vermoorden in opdracht van [medeverdachte 2].

Verdachte is gewapend en al met medeverdachte [medeverdachte 1] met een groep naar de zaak van de zus van [medeverdachte 2] gegaan. Daar hebben zij de wapens getoond en te kennen gegeven dat zij bereid en in staat zijn zichzelf zo nodig met geweld te verdedigen. Op de dag van de schietpartij heeft [medeverdachte 2] telefonisch ernstige bedreigingen geuit naar [medeverdachte 1] en zijn familie. [medeverdachte 3], die in de boerderij was met [medeverdachte 2], is naar verdachte en [medeverdachte 1] gegaan om te bemiddelen tussen de beide kampen. Verdachte en [medeverdachte 1] willen het conflict met [medeverdachte 2] uitpraten. Vanaf het huis van [medeverdachte 1] zijn verdachte, [medeverdachte 3] en [getuige 3] in de auto op weg gegaan naar de boerderij waar [medeverdachte 2] zou zijn. Onderweg wordt [getuige 2] opgepikt. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] heeft een geladen vuurwapen bij zich gestoken. Onderweg krijgen zij van [medeverdachte 3] te horen dat er niemand op de boerderij aanwezig is. Wanneer zij bij de boerderij arriveren zien zij [aangever 2] op de oprit staan. Verdachte en [verdachte] zijn met een pistool in de hand op [aangever 2] afgelopen en hebben gevraagd waar [medeverdachte 2] was. Daarbij heeft [medeverdachte 1] het pistool op de knieën en het hoofd gericht van [aangever 2]. Vervolgens hebben verdachte en [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] voor het raam gezien met andere personen. [medeverdachte 1] heeft een aantal keren geschoten op het raam waarachter [medeverdachte 2] en de andere personen stonden. Ook verdachte heeft geschoten. Wanneer de slachtoffers vluchten gaan verdachte en medeverdachte naar hen op zoek. [medeverdachte 1] is de boerderij binnen gegaan op zoek naar [medeverdachte 2], terwijl verdachte [getuige 1] heeft achtervolgd. Verdachte heeft vervolgens gericht op [getuige 1] geschoten toen hij in het weiland weg rende

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte en medeverdachte

[medeverdachte 1] met voorbedachten rade hebben gehandeld toen zij hebben geschoten op [medeverdachte 2],

[getuige 1] en [aangever 1]. Verdachte en medeverdachten hebben immers verklaard dat zij niet naar de boerderij zijn gegaan met de opzet om te gaan schieten. Ook verwachtten zij van tevoren niet dat er iemand op de boerderij aanwezig zou zijn.

Verdachte heeft zich evenwel, samen met [medeverdachte 1] die ook gewapend was, voorzien van een vuurwapen in een situatie begeven waarin hij een gewelddadige confrontatie kon verwachten. Immers er hadden diverse confrontaties plaatsgevonden tussen hem, zijn medeverdachte en [medeverdachte 2] waardoor verdachte boos was en in paniek. [medeverdachte 1] heeft vervolgens gericht geschoten op een raam van het woonhuis van de boerderij. Verdachte heeft ook schoten gelost, terwijl hij en zijn medeverdachte hadden gezien dat [medeverdachte 2] achter het raam stond met meerdere personen.

Aldus en onder die omstandigheden handelend, heeft verdachte zich, samen met zijn medeverdachte, naar het oordeel van de rechtbank willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij [medeverdachte 2], dan wel [getuige 1] of [aangever 1] dodelijk zou verwonden.

De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld toen hij heeft geschoten op [getuige 1], terwijl die het weiland invluchtte. Verdachte heeft immers, nadat het eerste schietincident heeft plaatsgevonden, op het moment dat hij [getuige 1] achtervolgde, de gelegenheid gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven.

Verdachte is samen met [medeverdachte 1] gewapend naar de boerderij gegaan, is gezamenlijk met medeverdachte opgetreden in het schietincident, verdachte en medeverdachte hebben beiden geschoten, verdachte en medeverdachte zijn beiden de slachtoffers gevolgd, waarbij verdachte [getuige 1] nog gericht heeft beschoten. [medeverdachte 1] heeft zich daarvan niet gedistantieerd. Integendeel, hij is zelf bewapend de boerderij in gegaan en heeft daarna ook nog op een stilstaande auto en in de lucht geschoten. Dit alles past bij het nauwe en bewuste samenwerken dat vanaf het moment van aankomst bij de boerderij door verdachten is ingezet. Na het eerste schieten zijn verdachte en zijn medeverdachte gezamenlijk voortgegaan op de weg van het gericht gebruik maken van hun vuurwapens.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en medeverdachte [aangever 2] hebben bedreigd, waarbij een pistool op zijn hoofd en knieën is gericht.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank zal het onder 1 ten laste gelegde onderscheiden in een a en b gedeelte.

Bewezenverklaring

1.

A. Primair

hij op 27 augustus 2011, te Tripscompagnie,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk personen, te weten [aangever 1] en/of [getuige 1] en/of [medeverdachte 2] van het leven te beroven, met dat opzet met vuurwapens kogels heeft afgevuurd op die [aangever 1] en die [getuige 1] en die [medeverdachte 2],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

B. Primair

hij op 27 augustus 2011, te Tripscompagnie,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met voorbedachten rade, [getuige 1] van het leven te beroven,

na kalm beraad en rustig overleg, met vuurwapens kogels heeft afgevuurd op

[getuige 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 27 augustus 2011, te Tripscompagnie,

tezamen en in vereniging met een ander, een persoon, te weten [aangever 2],

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk dreigend

- vuurwapens op de knieën en het hoofd van die [aangever 2] gericht en gericht gehouden en hierbij aan die [aangever 2] de woorden toegevoegd: "Nu ga je er aan" en "je gaat dood".

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1. De voortgezette handeling van

A. Primair

De voortgezette handeling van het

medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

B. Primair

Medeplegen van poging tot moord

2.

Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Noodweer/noodweer exces

Standpunt van verdachte

Door en namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte uit noodweer dan wel uit noodweerexces heeft gehandeld. Er is sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding doordat [medeverdachte 2] als eerste heeft geschoten. Verdachte was woedend en angstig.

Mocht de rechtbank het noodweer verweer passeren dan is sprake van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de spanningen en de bedreigingen door [medeverdachte 2] in de aanloop naar de schietpartij.

Standpunt van de officier van justitie

Het beroep op noodweer dan wel noodweerexces-verweer moet worden verworpen. Verdachte heeft zich gewapend in een situatie begeven waarin hij er op rekende in contact te komen met [medeverdachte 2]. Verdachte had dat wapen meegenomen omdat hij er rekening mee hield dat hij zich zou moeten verdedigen tegen mogelijk geweld. Op het moment dat verdachte naar de voorzijde van de boerderij was gerend, was er van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of een ogenblikkelijke dreigend gevaar geen sprake meer.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het namens verdachte gedane beroep op noodweer dan wel noodweerexces overweegt de rechtbank als volgt

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich in een situatie heeft begeven, waarvan hij van tevoren wist dat er een confrontatie zou gaan plaatsvinden. Verdachte heeft immers diverse confrontaties gehad met [medeverdachte 2] in de periode voorafgaande aan de schietpartij. Daarbij is verdachte ernstig bedreigd door [medeverdachte 2]. Verdachte is in die wetenschap met [medeverdachte 1] naar de boerderij van [medeverdachte 2] gereden. Daar aangekomen is verdachte, nadat hij [aangever 2] heeft bedreigd, gaan schieten. Uit de bewijsmiddelen is niet aannemelijk geworden dat [medeverdachte 2] vanuit de boerderij heeft geschoten. Dit maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake was van een zodanige ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte door [medeverdachte 2] dat er een noodzaak tot verdediging door verdachte bestond. Het beroep op noodweer en noodweer exces wordt derhalve verworpen.

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank het ten laste gelegde bewezen mocht achten, gepleit voor een gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij op 27 augustus 2011 een poging heeft gedaan [medeverdachte 2], [getuige 1] dan wel [aangever 1] van het leven te beroven. Verdachte heeft zich voorzien van een vuurwapen en is met medeverdachte [medeverdachte 1] naar de boerderij gegaan waar de slachtoffers verbleven. Verdachte en medeverdachte zijn bewust de confrontatie aangegaan die is uitgelopen op een schietpartij van de zijde van verdachte en medeverdachte. Daarbij heeft verdachte gerichte schoten gelost richting [getuige 1] terwijl die het weiland in vluchtte. Dat daarbij niemand van de aanwezigen van de boerderij dodelijk gewond is geraakt mag een wonder heten en is niet aan het handelen van verdachte of medeverdachte te danken.

Verdachte heeft door zijn handelen het gevoel van veiligheid in de samenleving in het algemeen – en dat van de slachtoffers in het bijzonder – aangetast. Daarnaast is de veiligheid van de openbare ruimte door verdachte op grove wijze geschonden. Toevallige passanten werden onverhoeds met een schietpartij geconfronteerd en geraakten ongevraagd in een bedreigende situatie.

Dergelijk handelen, dat een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter draagt, rechtvaardigt zonder meer een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf in aanmerking dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, omdat de eis naar haar oordeel de aard en de ernst van de feiten miskent.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [BP], wonende te [plaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de vordering benadeelde partij.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering van € 190,- zal worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Hoofdelijkheid

Verdachte is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit al door verdachtes mededader is voldaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 56, 57, 285, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1. A primair, 1. B primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1.A primair 1 B primair en 2 ten laste gelegde meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [BP] wonende te [plaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 190,--.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 190,--, ten behoeve van de benadeelde partij [BP] wonende te [plaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij geldt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, de verplichting vervalt om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Verdachte is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit al door veroordeeldes mededader is voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.W. van Weringh, voorzitter, F. de Jong en Th.A. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. de Wind, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 december 2012.