Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BZ0518

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-12-2012
Datum publicatie
04-02-2013
Zaaknummer
554142 CV EXPL 12-8212
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

afwijzing vordering i.v.m. onvoldoende onderbouwing, gespannen voet art. 21 en 111 lid 2 onder d en 3 Rv. Gedaagde partij onredelijk in belangen geschaad

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 554142 CV EXPL 12-8212

Vonnis d.d. 13 december 2012

inzake

de vennootschap onder firma VT Diensten VOF,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam],

eiseres, hierna VT Diensten te noemen,

gemachtigde J.H. Anbergen, werkzaam bij Bureau Mercuur,

tegen

[naam],

wonende te [plaatsnaam], aan de [adres],

gedaagde, hierna [A] te noemen,

gemachtigde mr. M. Schuring, advocaat te Groningen.

PROCESGANG

Bij tussenvonnis van 27 september 2012, waarvan de inhoud hierbij als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Deze heeft plaatsgevonden op 30 november 2012. Partijen (VT Diensten deugdelijk vertegenwoordigd door één van haar vennoten) en hun gemachtigden zijn ter zitting verschenen, waar zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen hebben gezet. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het geschil

1. VT Diensten vordert dat [A] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het bedrag van € 7.407,52, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 5.142,29 vanaf 17 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.

1.1 [A] voert verweer.

1.2 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

2. VT Diensten heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat tussen partijen een (doorlopende) overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen en vordert in de onderhavige procedure betaling van de door haar in dat kader verrichte werkzaamheden. [A] stelt zich op het standpunt dat de vordering zowel bij dagvaarding als tijdens de mondelinge behandeling onvoldoende is onderbouwd dan wel inzichtelijk is gemaakt en dat hij daardoor in zijn verdediging is geschaad. Verder betwist hij uitdrukkelijk dat tussen partijen een (doorlopende) overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen.

3. De kantonrechter oordeelt als volgt. In de inleidende dagvaarding heeft VT Diensten haar vordering nauwelijks van enige onderbouwing voorzien. Behalve de vermelding van een openstaand saldo ter zake het verrichten van werkzaamheden, heeft VT Diensten geen enkel inzicht gegeven wanneer deze overeenkomst is gesloten en/of in de wijze waarop zij tot bedoeld saldo is gekomen. VT Diensten heeft weliswaar bij dagvaarding een aantal producties bijgevoegd, maar een verwijzing (voorzien van toelichting) naar deze producties in de dagvaarding is achterwege gebleven. Daarnaast is in de inleidende dagvaarding vermeld dat de onderhavige vordering bij weten van de incassogemachtigde niet inhoudelijk is betwist, terwijl partijen een vergaande geschiedenis met elkaar hebben en is gebleken dat de vordering wel degelijk in het voortraject door [A] is betwist. Voorts heeft VT Diensten bij akte een enorme stapel nadere producties ingebracht, die ook op geen enkele wijze zijn toegelicht. Dit terwijl van de veelvoudig procederende incassogemachtigde van VT Diensten verwacht mag worden dat zij op de hoogte is van heersende jurisprudentie (vergelijk Gerechtshof Leeuwarden, LJN: BK3727), waarin is bepaald dat een procespartij niet kan volstaan met een enkele verwijzing naar door haar in het geding gebrachte stukken, maar dient aan te geven welke stellingen zij op basis van die stukken inneemt en waar die stellingen in die stukken steun vinden of onderbouwd worden.

4. Vorenstaande staat naar het oordeel van de kantonrechter op uiterst gespannen voet met de artikelen 21 en 111 lid 2 onder d en lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Uit deze artikelen volgt immers dat partijen in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure alle voor de beslechting van het geschil relevante feiten en omstandigheden dienen aan te voeren. Weliswaar heeft VT Diensten tijdens de mondelinge behandeling getracht om duidelijkheid te verschaffen over de onderhavige vordering, maar ook daaruit is geen duidelijk beeld te verkrijgen van de opbouw van de vordering en de eventuele gedane verrekeningen van diverse ondernemingen over en weer.

5. De kantonrechter is voorts van oordeel dat [A] door de wijze van procederen van VT Diensten onredelijk in zijn belangen is geschaad. VT Diensten heeft haar vordering pas tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht en daarbij voor het eerst allerlei verrekenconstructies te berde gebracht. Dientengevolge is [A] niet, dan wel onvoldoende, in de gelegenheid gesteld om zich daaromtrent uit te laten. De kantonrechter rekent VT Diensten de door haar gekozen handelswijze zwaar aan.

6. Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat VT Diensten haar vordering noch bij dagvaarding, noch (nadien) tijdens de mondelinge behandeling voldoende heeft onderbouwd en dat deze op grond daarvan zal worden afgewezen.

7. De uitkomst, zoals hiervoor overwogen, leidt er toe dat overige verweren van [A] geen bespreking meer behoeven.

8. Als de in het ongelijk gestelde partij zal VT Diensten worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt VT Diensten in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van [A] tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 500,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann, kantonrechter, en op 13 december 2012 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: bb