Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BY8225

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
11-01-2013
Zaaknummer
133563/PR RK 12-181
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek nu de rechter gehoor heeft gegeven aan een verzoek van de wederpartij zijndeeen verzoek tot uitstel van de behandeling.

Wrakingsverzoek is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GRONINGEN

MEERVOUDIGE KAMER

Zaaknummer: 133563 / PR RK 12-181

Datum beslissing: 13 juni 2012

Beslissing op het schriftelijke verzoek van [A], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. F. Sijens.

1. Procesverloop

1.1. Bij brief van 24 april 2012 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. F. Sijens, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 12/212 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.

1.2. Mr. Sijens heeft bij brief ontvangen op 25 april 2012 medegedeeld niet in de wraking te berusten.

1.3. Hierop is een wrakingskamer geformeerd, bestaande uit mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. E.J. Oostdijk en mr. E.M.J. Brink.

1.4. Op 24 mei 2012 is het wrakingverzoek ter zitting behandeld. Mr. Sijens en verzoeker zijn niet ter zitting verschenen.

1.5. Bij brieven van 24 en 25 mei 2012 heeft verzoeker geprotesteerd tegen de gang van zaken om reden dat hij eerst in de middag van 24 mei 2005 het bericht dat de zitting op die dag zou plaatsvinden heeft ontvangen. De rechtbank heeft dit protest van verzoeker opgevat als een verzoek om op een nadere zitting gehoord te worden.

1.6. Op 5 juni 2012 heeft de nadere zitting van de behandeling van het wrakingverzoek plaatsgevonden. Daarbij is verzoeker verschenen. Mr. Sijens is niet ter zitting verschenen.

2. Het standpunt van verzoeker

2.1. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn wrakingverzoek aange¬voerd dat

mr. Sijens de schijn van partijdigheid heeft gewekt door in weerwil van de spoedeisendheid van de zaak zonder dat daarvoor gegronde redenen of bijzondere omstandigheden zijn gebleken uitstel van de behandeling te verlenen, waardoor de verweerder in de betreffende zaak wordt bevoordeeld.

3. Het standpunt van mr. Sijens

3.1. Mr. Sijens heeft aangevoerd dat het verzoek tot wraking niet toegewezen dient te worden. De zaken worden enkel administratief aan een rechter gekoppeld, hetgeen betekent dat er tot de zittingsdag door de rechter aan wie de zaak is toegewezen geen processuele beslissingen worden genomen. Op verzoeken om uitstel, verdaging en ook een versnelde behande¬ling, wordt tot de zittingsdag door de sectorleiding beslist. Aldus heeft hij niet beslist de behandeling uit te stellen.

4. Beoordeling

4.1. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek de toe¬passelijke norm is gegeven in artikel 8:15 Awb en artikel 6 EVRM, in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria.

4.2. In artikel 8:15 Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 8:15 Awb/artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet wor¬den vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een proces¬partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

4.3. De rechtbank is van oordeel dat, noch daargelaten dat de beslissing tot uitstel dan wel verdaging van de mondelinge behandeling niet door mr. Sijens is genomen, de enkele beslissing om voor een mondelinge behandeling uitstel te verlenen of die behandeling te verdagen geen feit en/of omstandig¬heid is waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.4. Nu de rechtbank ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert of waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden, wordt het verzoek tot wraking afgewezen.

5. Beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst het verzoek af,

5.2. bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 12/212 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,

5.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker,

mr. Sijens en het College van Burgemeester en Wethouders der gemeente Groningen, Dienst SOZAWE, afdeling Juridische Zaken.

Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, E.J. Oostdijk en E.M.J. Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Beuker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.

chb