Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BY2138

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
11-06-2012
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
544458 EJ VERZ 12-43
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opmerking(en): bewuste ontslagname? onderzoeksplicht werkgever; zie ook 543896 VV EXPL 12-21

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0967
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Winschoten

Zaak\rolnummer: 544458 EJ VERZ 12-43

Beschikking d.d. 11 juni 2012

Inzake

de besloten vennootschap Benco B.V., m.h.o.d.n. Flexjob,

gevestigd en zaakdoende te [plaatsnaam], [adres],

verzoekster, hierna Flexjob te noemen,

gemachtigde. Mr. H.J. Hoekman, advocaat ten kantore van Hoekman Advocaten, gevestigd te Stadskanaal,

tegen

[A],

wonende te Stadskanaal,

verweerster, hierna [A] te noemen,

gemachtigde: mr. J.M.M. Bakker, als jurist werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam.

PROCESGANG

Bij verzoekschrift van 16 mei 2012 heeft Flexjob verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 15 mei 2012, althans tegen een redelijk te achten termijn, voorwaardelijk te ontbinden, zonder toekenning van een vergoeding aan [A].

Zowel Flexjob als [A] heeft vervolgens voorafgaand aan de mondelinge behandeling producties in het geding gebracht.

De behandeling van het verzoek vond plaats ter terechtzitting van 29 mei 2012. De zaak is op 29 mei 2012 mondeling behandeld, gelijktijdig met de door [A] bij kortgedingdagvaarding ingediende loonvordering. Partijen (Flexjob deugdelijk vertegenwoordigd door de eigenaar [B]) zijn ter zitting verschenen en werden bijgestaan door hun gemachtigde. Ter zitting hebben zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen gezet, waarbij namens Flexjob een pleitnota is overgelegd. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

Ten slotte is de beslissing bepaald, waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden.

OVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten

1.1. Met ingang van [begin 2012] is [A], geboren op [medio 1982], bij Flexjob werkzaam als intercedente op basis van een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van een jaar tegen een brutosalaris van € 1.774,50 per maand, te verhogen met 8 % vakantietoeslag en negentien vakantiedagen. In de overeenkomst is geen tussentijds opzegbeding opgenomen.

1.2. Eén van de taken van een intercedente bij Flexjob is het benaderen van potentiële opdrachtgevers voor mogelijke vacatures voor uitzendkrachten van Flexjob.

1.3. Tot 17 april 2012 heeft [A] haar werkzaamheden naar volle tevredenheid van Flexjob verricht.

1.4. Op 17 april 2012 heeft [A] na onenigheid met [B] over de uitvoering van haar werkzaamheden en na vragen van [B] omtrent het nemen van actie op vacatures een half uur voor het einde van haar werkdag haar werkplek verlaten. Daarbij heeft zij tegen [B] gezegd:

Nou, dat ga ik dus niet doen. Ik heb het namelijk al een tijdje gehad met deze baan en dit werk. Dit werk is niks voor mij. Ik wil dit ook niet meer en stop ermee. Ik heb er geen zin meer in. Ik heb het hier gezien en ga weg.

1.5. Op 19 april 2012 heeft [A] een brief d.d.18 april 2012 van Flexjob ontvangen. In de brief is het volgende vermeld:

Hierbij bevestig ik het door u zelf genomen ontslag per 17 april 2012.

U heeft aangegeven per direct vanaf genoemde datum in het geheel niet meer werkzaam te willen zijn voor Flexjob.

[…]

1.6. Op 20 april 2012 heeft Flexjob een brief van [A] ontvangen waarin zij heeft aangegeven dat zij geen ontslag heeft genomen en dat zij niet akkoord gaat met de bevestiging die Flexjob haar heeft gestuurd. Verder heeft [A] Flexjob er in de brief op gewezen dat zij zich op 18 april om 7:56 uur per WhatsApp-bericht bij [B] heeft ziek gemeld. Ten slotte heeft [A] Flexjob aangesproken op doorbetaling van loon.

1.7. Op 23 april 2012 heeft [A] haar eigen huisarts bezocht. Daarnaast heeft zij een medisch consult aangevraagd bij het UWV, welk consult eind mei 2012 heeft plaatsgevonden.

1.8. Bij brief van 27 april 2012 heeft de gemachtigde van [A] voormeld standpunt van [A] herhaald. Daaraan is toegevoegd dat [A] wil overleggen met een bedrijfsarts en dat zij zich beschikbaar houdt voor haar werkzaamheden indien en voor zover zij is hersteld. Verder heeft de gemachtigde Flexjob gesommeerd het loon voor de maand april binnen veertien dagen te voldoen.

1.9. Begin mei 2012 is [A] uitgenodigd door de bedrijfsarts. Op 10 mei 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de bedrijfsarts de bevinding neergelegd in een brief aan Flexjob van diezelfde datum. Hierin is onder meer vermeld:

Bevindingen

De arbeidsongeschiktheid van uw medewerker wordt (mede) veroorzaakt door:

- een arbeidsconflict

Uit gesprekken met uw medewerker blijkt dat er sprake is van een verstoorde relatie. Ons advies is zo spoedig mogelijk een toekomstgericht gesprek met uw medewerker aan te gaan. […]

Vervolgafspraak

Om de arbeidsongeschiktheid van uw medewerker nader in kaart te brengen, nodigen wij uw medewerker zo spoedig mogelijk uit voor het spreekuur van de bedrijfsarts. […]

1.10. Vervolgens heeft op 14 mei 2012 een afspraak plaatsgevonden bij de bedrijfsarts. In de daarvan opgemaakte rapportage heeft de bedrijfsarts vermeld:

Relatie klachten/werk en arbeidsgeschiktheid

Tussen de klachten en het werk zie ik wel een relatie. Zowel werkgever als medewerkster noemen de relatie met het werk en vertellen dat beide partijen via juristen in gesprek zijn.

Beperkingen en mogelijkheden

Uw medewerkster verzuimt.

de klachten van uw medewerkster berusten naar mijn oordeel niet op ziekte of gebrek

1.11. Nadien heeft [A] naar aanleiding van haar eerder ingediende aanvraag een second opinion gekregen van het UWV.

1.12. Flexjob heeft [A] nadien niet meer benaderd.

2. De standpunten van partijen

2.1. Flexjob stelt dat het dienstverband met [A], voor zover deze nog bestaat, op kortst mogelijke termijn moet eindigen wegens gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek. Primair bestaan de gewichtige redenen uit een dringende reden. Ter toelichting heeft Flexjob naar voren gebracht dat [A] zich schuldig heeft gemaakt aan werkweigering. In de wetenschap van het cruciale belang van het vinden van vacatures en na deze gevonden te hebben daarop op meest adequate wijze in te spelen, heeft [A] haar taken willens en wetens niet alleen veronachtzaamd, maar zelfs na daartoe opgeroepen te zijn geweigerd deze werkzaamheden uit te voeren en vervolgens is zij vertrokken. Flexjob heeft hierdoor elk vertrouwen in [A] verloren. Subsidiair is volgens Flexjob vanwege de situatie zoals deze zich op 17 april 2012 heeft voorgedaan sprake van een zodanige wijziging van omstandigheden dat voortzetting van het dienstverband niet mag worden verlangd. Flexjob betwist overigens met klem dat sprake is van arbeidsongeschiktheid.

2.2. [A] betwist dat sprake is van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Van werkweigering is geen sprake geweest. Weliswaar heeft zij niet de door Flexjob gestelde werkzaamheden uitgevoerd op het moment dat hiernaar is gevraagd, maar [A] was op dat moment doende met andere belangrijke werkzaamheden die in haar ogen meer prioriteit hadden. Naar aanleiding van het voorval op 17 april 2012 ontkent [A] niet dat inmiddels sprake is van gewijzigde omstandigheden, bestaande uit verstoorde verhoudingen. Zij verzet zich daarom niet tegen ontbinding. Nu de gewijzigde omstandigheden echter aan Flexjob zijn te wijten, stelt [A] recht te hebben op een vergoeding.

2.3. Waar nodig zal hierna in de beoordeling nader op de stellingen van partijen worden ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft zich er van vergewist dat het verzoek tot ontbinding geen verband houdt met het bestaan van een wettelijk opzegverbod.

3.2. Bij vonnis van heden is in kort geding geoordeeld dat te verwachten valt dat in een bodemprocedure niet wordt aangenomen dat sprake is van ontslagname door [A] op 17 april 2012, dat aldus geen einde is gekomen aan het dienstverband tussen partijen en Flexjob het loon heeft door te betalen. In deze procedure staat de vraag ter beantwoording of, indien in de bodemprocedure mocht komen vast te staan dat geen sprake is van een ontslagname door [A], er sprake is van gewichtige redenen die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen.

3.3. Met betrekking tot het primaire standpunt van Flexjob dat vanwege werkweigering sprake is van een dringende reden overweegt de kantonrechter als volgt. Partijen hebben beide hun eigen lezing voor wat betreft het antwoord op de vraag of al dan niet sprake is van werkweigering. Vaststaat evenwel dat [A] op 17 april 2012 niet heeft willen ingaan op de vraag van [B] waarom zij geen actie ondernam op de gevonden vacatures en voorts staat vast dat [A] na enige woordenwisseling voor het einde van haar werktijd is vertrokken. Daarbij heeft [B], zo stelt Flexjob, uitdrukkelijk aan [A] gevraagd nog eens na te denken over haar vertrek en er een nachtje over te slapen. Uit dit laatste leidt de kantonrechter af dat het voorgevallen incident voor Flexjob niet zodanig gewichtig is geweest dat een einde van de arbeidsovereenkomst onmiddellijk moest volgen. Een ontslag op staande voet is niet gegeven. Bovendien staat vast dat [A] tot de desbetreffende dag naar volle tevredenheid van Flexjob heeft gefunctioneerd. Het verzoek tot ontbinding op grond van een dringende reden zal dan ook worden afgewezen.

3.4. [A] heeft niet betwist dat inmiddels sprake is van verstoorde verhoudingen en kan zich vanwege die gewijzigde omstandigheid vinden in een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In zoverre kan het subsidiaire verzoek dan ook worden ingewilligd. De ontbinding zal worden uitgesproken met ingang van de hierna in het dictum genoemde datum. De vraag is vervolgens of [A] een vergoeding toekomt. Daarvoor is van belang het antwoord op de vraag of Flexjob een verwijt kan worden gemaakt van voormelde gewijzigde omstandigheiden. De kantonrechter overweegt daaromtrent als volgt.

3.5. Uit het vonnis in kortgeding dat heden tussen partijen is gewezen volgt dat Flexjob zich niet heeft gekweten van de op haar rustende onderzoeksplicht om zich er met de nodige zorgvuldigheid van te vergewissen dat [A] daadwerkelijk beëindiging van de arbeidsovereenkomst wenste. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Flexjob niet zonder meer mogen aannemen dat daadwerkelijk sprake was van de wil bij [A] om op 17 april 2012 ontslag te nemen en heeft zij [A] bij gebreke van de uitvoering van haar onderzoeksplicht hieraan niet mogen houden.

3.6. Zoals ook uit voormeld vonnis blijkt kan verder op grond van de als productie 2 bij kortgedingdagvaarding overgelegde productie worden vastgesteld dat [B] de per WhatsApp-bericht verstuurde ziekmelding op 18 april 2012 heeft ontvangen. Hoewel het ook zonder deze ziekmelding op de weg van Flexjob had gelegen om actie te ondernemen jegens [A], geldt dat op basis van deze ziekmelding des te meer. Hieruit volgt immers zonder meer dat [A] op haar uitingen van de daaraan voorafgaande dag terug is gekomen. Dat Flexjob dit niet heeft gedaan en evenmin gevolg heeft gegeven aan de ziekmelding is haar te verwijten. Pas begin mei 2012

- nadat [A] Flexjob meerdere keren op haar ziekmelding had gewezen - heeft Flexjob de bedrijfsarts ingeschakeld, waarop op 10 mei 2012 een gesprek tussen de bedrijfsarts en [A] heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van dat gesprek heeft Flexjob van de bedrijfsarts een brief ontvangen waarin haar is geadviseerd om zo spoedig mogelijk een toekomstgericht gesprek met [A] aan te gaan. Naar het oordeel van de kantonrechter had Flexjob hieraan gestalte moeten geven. De inhoud van de nadien door de bedrijfsarts opgestelde brief van 14 mei 2012 laat dit onverlet. Weliswaar valt in deze laatste brief te lezen dat het verzuim van [A] niet op ziekte berust, maar wel valt daaruit op te maken dat de klachten die aan het verzuim ten grondslag liggen aan het werk gerelateerd zijn. Vast staat dat Flexjob ook na voormeld advies van de bedrijfsarts geen enkele actie heeft ondernomen om tot een oplossing van de ontstane situatie te komen. Naar het oordeel van de kantonrechter is zij daardoor als goed werkgever te kort geschoten.

3.7. Op grond van voormelde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de thans ontstane onherstelbaar verstoorde verhoudingen grotendeels aan Flexjob zijn te wijten. Dit betekent dat aan [A] een vergoeding toekomt. Ter zake overweegt de kantonrechter het volgende.

3.8. Het betreft hier een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zonder de mogelijkheid van tussentijdse opzegging. Aanbeveling 3.6 van de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters schrijft in een dergelijk geval voor dat in beginsel een vergoeding moet worden toegekend ten bedrage van het aantal maandsalarissen dat de werknemer nog zou hebben ontvangen indien de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd door het verstrijken van de duur waarvoor zij is aangegaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is evenwel sprake van omstandigheden die billijken dat een lagere vergoeding wordt toegekend. Eén daarvan is dat wellicht een wat professionelere houding verwacht had mogen worden van [A] jegens haar werkgever op 17 april 2012. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat [A] pas sinds 13 februari 2012 bij Flexjob in dienst is getreden, zij zelf niet de wens koestert om terug te keren tot de werkplek bij Flexjob, dat zij pas dertig jaar oud is en niet is gebleken dat haar perspectieven op de arbeidsmarkt ongunstig zijn. Onder deze omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om de aan [A] ten laste van Flexjob toe te kennen vergoeding vast te stellen op € 7.670,00 bruto.

3.9. Flexjob zal in de gelegenheid worden gesteld haar verzoek in te trekken. De kosten van de procedure zullen, in het geval het verzoek niet wordt ingetrokken, vanwege de samenhang met het kort geding worden gecompenseerd in die zin dat partijen de eigen kosten dragen. Mocht Flexjob haar verzoek alsnog intrekken, dan zal zij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

BESLISSING

De kantonrechter:

- stelt partijen in kennis van zijn voornemen de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 15 juni 2012 te ontbinden wegens gewijzigde omstandigheden, onder toekenning van na te melden vergoeding ten laste van Flexjob;

- stelt Flexjob in de gelegenheid uiterlijk vóór 15 juni 2012 voor 12:00 uur gebruik te maken van haar bevoegdheid het verzoek in trekken, waarbij de datum van ontvangst van de betreffende brief ter griffie van dit gerecht bepalend zal zijn;

- veroordeelt Flexjob in geval van intrekking van het ontbindingsverzoek tot betaling van de proceskosten, tot op deze beslissing aan de zijde van [A] begroot op € 200,00;

Voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken:

- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 15 juni 2012;

- kent aan [A] ten laste van Flexjob een vergoeding toe van € 7.670,00 bruto en veroordeelt Flexjob tot betaling van dit bedrag;

- compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en uitsproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2012 in aanwezigheid van de griffier.

typ:: mb