Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BX8917

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-09-2012
Datum publicatie
03-10-2012
Zaaknummer
18/670062-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor tweemaal het bezit van kinderporno, belaging en tweemaal een bedreiging.

De bewezenverklaarde feiten en justitiële documentatie van verdachte geven naar het oordeel van de rechtbank thans geen aanleiding om de maatregel tbs op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670062-12

datum uitspraak: 27 september 2012

op tegenspraak

raadsman: mr. P.T. Huisman

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[naam.verdachte],

geboren te [geboorteplaats.verdachte] op [geboortedatum.verdachte],

wonende aan [adres.verdachte], [woonplaats.verdachte],

thans preventief gedetineerd in [plaats.PI].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

4 mei 2012, 6 augustus 2012 en 13 september 2012.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op omstreeks 12 oktober 2011 te [plaatsnaam 1], in elk geval in Nederland, een

harde schijf van een computer en een aantal losse harde schijven, bevattende

88 foto's in bezit heeft gehad

terwijl op die foto's seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens)

een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt,

was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of de mond/tong van het

lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt

en/of

het vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de

penis

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met

(een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen poseren

in een omgeving en/of in (erotisch getinte) houdingen (op een wijze) die niet

bij hun leeftijd past en/of waarbij deze personen zich (vervolgens) in

opeenvolgende afbeeldingen van hun kleding ontdoen en/of (waarna) door het

camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de

afbeeldingen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht

worden (waarbij) de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling;

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2011 tot en met 30 januari 2012,

te [plaatsnaam 1], in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland,

een computer(systeemkast) met een harde schijf, bevattende 781 foto's en 2

films in bezit heeft gehad

terwijl op die foto's en films seksuele gedraging(en) zichtbaar zijn, waarbij

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong van het lichaam van

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een)

voorwerp(en) en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of

de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong

en/of

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed

zijn en/of opgemaakt zijn en/of poseren in een omgeving en/of met (een)

voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die

niet bij hun leeftijd past en/of waarbij deze personen zich (vervolgens) in

opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van hun kleding ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze personen en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden, (waarbij) de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van personen die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

en/of

het spuiten van/zichtbaar maken van sperma op het lichaam van personen die

kannelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van personen die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

(waarbij) de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking hebben

en/of strekken tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland,

in of omstreeks de periode van mei 2011 tot en met 30 januari 2012, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van (de negenjarige) [aangeefster 1] en/of personen

in haar directe omgeving, in elk geval van (een) ander(en), met het oogmerk

die [aangeefster 1] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees

aan te jagen,

immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

- gevraagd of hij die [aangeefster 1] mocht begeleiden bij het zwemmen en/of

- die [aangeefster 1] een sticker gegeven met daarop zijn e-mail adres en/of

- die [aangeefster 1] een ketting en/of een hangertje met een hartje en/of een

ring gegeven en/of geld (om snoep te kopen) en/of

- foto's genomen van die [aangeefster 1] in het zwembad en/of

- een melding gedaan bij het AMK over [aangeefster 1] en/of

- een brief met een bedreigende inhoud voor die [aangeefster 1] laten bezorgen

bij de school van die [aangeefster 1]

- een brief met een bedreigende inhoud laten bezorgen thuis bij die [aangeefster 1]met daarbij een aantal DVD's met dierenporno en/of

- een Valentijnskaart met daarop een bedreigende tekst laten bezorgen thuis

bij die [aangeefster 1];

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op in of omstreeks de periode van 14 november 2011 tot en met 14 januari

2012 te [plaatsnaam 1], in elk geval in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd [aangeefster 1]

(geboren op 30 maart 2002), meermalen schriftelijk en onder een bepaalde

voorwaarde heeft bedreigd (telkens) met verkrachting en/of enig misdrijf tegen

het leven gericht en/of zware mishandeling, immers heeft hij, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk dreigend

- op 14 november 2011 die [aangeefster 1] een brief doen toekomen met de

inhoud: (onder meer) '...nu heb ik een tip maak het goed anders krijg je echt

één wip en één gratis dodetrip....' en

- op 5 december 2011 die [aangeefster 1] een brief doen toekomen met de

inhoud: (onder meer) '...blijf hem trouw....werk hem niet meer in de

bouw....en we maken je in de zwembad dood...' en/of

- op 14 januari 2012 die [aangeefster 1] een brief doen toekomen met de

inhoud: (onder meer) '...en nu maak wij koud als je niet met ons vriend één

nest bouw...'

4.

hij op of omstreeks 23 november 2011 te Delfzijl [aangever 2] (politie-agent)

meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans

met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend gezegd dat

hij [aangever 2] wilde gaan doodschieten en/of dat hij die [aangever 2] ijskoud

zou maken na de dertigste, althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking, waarna die woorden die [aangever 2] ook daadwerkelijk ter ore zijn

gekomen;

5.

hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2011 tot en met 25 mei 2011, te

Groningen, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, werknemers van het bedrijf [bedrijfsnaam], schriftelijk en onder een

bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met verkrachting en/of enig misdrijf tegen

het leven gericht en/of zware mishandeling, immers heeft hij, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk dreigend

- op 4 mei 2011 aan het bedrijf [BEDRIJFSNAAM] en zijn medewerkers een pakketje doen

toekomen met daarin twee kogels met daarbij een brief met de inhoud (onder

meer): 'Maakt het weer goed met ghost anders één voor één Bang Bang of de

gezinen van u medewerker. we hebben vijf bomen geplaast in [ziekenhuis] en het is u

keuze als de bomen af gaat...' en '....Zegt tegen [aangeefster 2] dat ze één afspraak

maakt met ghost, wat ze is toch vrij dan kan het wel anders maakt wij haar

blij met gangBang...' ondertekend met 'killer' en/of

- op 25 mei 2011 aan het bedrijf [BEDRIJFSNAAM] en zijn medewerkers een brief doen

toekomen met de inhoud (onder meer):'...als u niet ghost weer glukig maakt dan

gaat een na een Bom af wat wel doden maar dat is gaan probleem als we de doel

maar Bereiken... en '...maakt ghost weer gelukig Zo niet maak we Jullie

ongelukig klaar...' ondertekend met '(rip)' en 'groeten van killer'

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie daartoe het volgende aangevoerd. Nadat verdachte toestemming had gegeven om onder andere zijn computer en een aantal harddisks in beslag te nemen, zijn er op één van de in beslag genomen harde schijven 88 kinderpornografische foto’s aangetroffen. Deze foto’s zijn aangetroffen in de normaal te benaderen files. Volgens verdachte heeft verbalisant [aangever 2] de kinderpornografische beelden op zijn computer gezet. Deze verklaring van verdachte is volstrekt ongeloofwaardig. Gelet op het proces-verbaal met betrekking tot het aangetroffen kinderpornografisch materiaal kan feit 1 wettig en overtuigend bewezen worden.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Nadat verdachte op 30 januari 2012 is aangehouden, heeft hij (opnieuw) toestemming verleend om zijn computer in beslag te nemen. Op deze computer werden 781 kinderpornografische foto’s en 2 kinderpornografische films aangetroffen. Een groot deel van het kinderpornografisch materiaal, te weten 95% van alle afbeeldingen, bestaat uit zogenaamde hentai afbeeldingen (getekende afbeeldingen) en virtuele afbeeldingen. Uit het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 4 februari 2008, LJN BC3225, blijkt dat ook evident niet levensechte virtuele kinderpornografie tot strafbare kinderpornografie wordt gerekend. Deze jurisprudentie sluit aan bij het in de wetsgeschiedenis geformuleerde uitgangspunt van de beschermwaardigheid van kinderen in zijn algemeenheid tegen beeldmateriaal dat seksueel misbruik suggereert, gedrag dat kan worden gebruikt om kinderen aan te moedigen of te verleiden om deel te nemen aan seksueel gedrag en gedrag dat deel kan gaan uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert. Ook ten aanzien van dit feit heeft verdachte verklaard dat verbalisant [aangever 2] de kinderpornografische beelden op zijn computer heeft gezet. Deze verklaring van verdachte is volstrekt ongeloofwaardig. Gelet op het proces-verbaal met betrekking tot het aangetroffen kinderpornografisch materiaal kan feit 2 wettig en overtuigend bewezen worden.

Met betrekking tot het onder 3 primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Gelet op de gedeeltelijke bekentenis van verdachte, het feit dat ook uit de getuigenverklaringen blijkt van een focus van verdachte op [aangeefster 1], de overeenkomst in de schrijffouten in de brieven en de verwijzingen in de brieven naar [aangeefster 1] en verdachte, kan het onder 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen worden. In de periode van mei 2011 tot en met januari 2012 gaat het niet om een heel groot aantal contacten. Gelet echter op het feit dat het hier gaat om een 41-jarige man met een focus op een 9-jarig meisje, de langere periode en intensiteit van de ongewenste contacten en de dreigende inhoud van een aantal verzonden brieven, is er sprake van het stelselmatig wederrechtelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van [aangeefster 1].

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Verbalisant [aangever 2] heeft aangifte gedaan van bedreiging. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij deze woorden misschien heeft gezegd uit kwaadheid. Gelet op de aangifte en de processen-verbaal van bevindingen van de verhorende verbalisanten kan het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen worden.

Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Gelet op de historie van verdachte bij het bedrijf [BEDRIJFSNAAM], de bevindingen van het NFI met betrekking tot de herkomst en het handschrift van beide dreigbrieven en het aangetroffen DNA van verdachte op de postzegel van de brief van 4 mei 2011, het motief van verdachte en zijn ongeloofwaardige verklaringen kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de beide dreigbrieven heeft verzonden aan [BEDRIJFSNAAM].

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gepleit voor vrijspraak van al het ten laste gelegde. Daarbij heeft hij het volgende aangevoerd.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde: hier is sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. Verdachte is onder druk gezet om zijn computer mee te geven. Er was geen enkele verdenking. Voorts stond het kinderpornografisch materiaal al vanaf 2008 op de computer. Verdachte heeft de tweedehandse computer in 2010 gekocht. Het kinderpornografische materiaal is er zeer waarschijnlijk door de vorige eigenaar opgezet. Het kan ook niet worden uitgesloten dat het kinderpornografisch materiaal door manipulaties van de politie op de computer is beland. Bovendien bevond het kinderpornografisch materiaal zich voor een groot deel in de deleted files.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde: ook hier was geen sprake van een redelijke verdenking. De computer van verdachte is dan ook onrechtmatig in beslag genomen. Voorts is er sprake van virtueel materiaal, te weten manga’s. Het bezit van manga’s is niet strafbaar. Uit het arrest van het Gerechtshof Den Bosch van 14 april 2011, LJN BQ1179 blijkt dat de wetgever de strafbaarstelling van virtuele kinderporno uitdrukkelijk heeft willen beperken tot realistische afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij naar het schijnt echte kinderen zijn betrokken.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde geldt dat het handschrift van de brieven aan [aangeefster 1] niet het handschrift van verdachte is en het is dan ook niet verdachte die de brieven aan [aangeefster 1] heeft geschreven. De begeleiding bij het zwemmen, het geven van een emailadres, een kettinkje en geld voor snoep en het doen van een melding bij het AMK kunnen de belaging niet steunen.

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde geldt dat er een redelijke vrees moet zijn ontstaan bij degene die bedreigd is. Het is niet aannemelijk dat daar in dit geval sprake van is.

Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde geldt dat het handschrift van de brieven die aan [BEDRIJFSNAAM] zijn gestuurd, niet het handschrift van verdachte is. Het DNA van verdachte op een postzegel is onvoldoende om te bewijzen dat verdachte de brief heeft verzonden. Voorts volgt er uit de tekst van de brief geen vrees voor verkrachting. Ook staat er geen expliciete doodsbedreiging in de brief.

Beoordeling

(On)rechtmatigheid van het verkregen bewijs

Voordat de rechtbank overgaat tot de bespreking van de bewijsmiddelen, zal zij eerst haar oordeel geven over het verweer van de verdediging met betrekking tot de vraag of de verkregen bewijsmiddelen uit de computers van verdachte, die op 12 oktober 2011 en

30 januari 2012 in beslag zijn genomen, onrechtmatig zijn verkregen.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2011, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2/aangever 2], blijkt dat verdachte op 12 oktober 2011 toestemming aan de verbalisanten heeft gegeven om zijn computer in beslag te nemen. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 januari 2012 dat verdachte op 30 januari 2012 (opnieuw) toestemming heeft gegeven om zijn computer in beslag te nemen. Verdachte heeft daartoe een document ‘vrijwillige toestemming’ getekend. De rechtbank is van oordeel dat de computer van verdachte zowel op 12 oktober 2011 als op 30 januari 2012 rechtmatig in beslag is genomen. Het verweer van de raadsman dat er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs wordt verworpen, nu niet aannemelijk is geworden dat aan de verleende toestemming gebreken kleven.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1 en 2

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2011, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2/aangever 2], opgenomen op pagina 121 e.v. van dossier nummer PL01ML2012009234 d.d. 9 maart 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij, verbalisanten, hebben op 12 oktober 2011 [verdachte], wonende op het adres [woonadres] te [plaatsnaam 1], aangehouden. Na de aanhouding gaf [verdachte] toestemming aan de politie om zijn fotocamera’s en zijn computer uit de woning te halen teneinde de inhoud van deze apparatuur te bekijken voor nader onderzoek.

Een proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek d.d. 7 december 2011, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], opgenomen op pagina 144 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Onder verdachte werden een systeemkast en een harde schijf in beslag genomen. Wij verbalisanten hebben kinderpornografische fotoafbeeldingen aangetroffen. Drie foto’s zijn aangetroffen in de RecycleBin van de harde schijf met beslagnummer 218175-1.

Bijlage ‘Collectiescan aangetroffen kinderpornografisch materiaal’, opgenomen op pagina 152 e.v. van voornoemd dossier, behorend bij het proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek voornoemd.

Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 30 januari 2012, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5], opgenomen op pagina 241 van dossier nummer PL01ML2012009234 d.d. 9 maart 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats van inbeslagneming: [woonadres] te [plaatsnaam 1]. Datum van inbeslagneming: 30 januari 2012. In beslag genomen object: computer. Bijzonderheden: merkloze pc, eigendom van [verdachte].

Een proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek d.d. 8 maart 2011 (de rechtbank begrijpt: 8 maart 2012), opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], opgenomen op pagina 170 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Onder verdachte werd een systeemkast in beslag genomen. Ik, verbalisant, heb vastgesteld dat afbeeldingen voorkwamen die kinderpornografisch zijn. Het betreft voornamelijk zogenaamde hentai afbeeldingen (getekende afbeeldingen) en virtuele afbeeldingen en enkele echte fotoafbeeldingen (poserende).

Bijlage II ‘Collectiescan aangetroffen kinderpornografisch materiaal’, opgenomen op pagina 178 e.v. van voornoemd dossier, behorend bij het proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek voornoemd, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Virtueel/ digitaal gemanipuleerd en zogenaamde hentai afbeeldingen (ongeveer 95 %).

Ten aanzien van feit 3 primair

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb het AMK gebeld omdat [aangeefster 1] onder de blauwe plekken zat. Dat was mijn plicht. Als [aangeefster 1] 18 jaar is, zou ik wel met haar willen trouwen. We moeten dan eerst met elkaar uitgaan en kijken of het nog steeds zo leuk is. Het liefst zou ik willen dat [aangeefster 1] dan 21 jaar is.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 7 december 2011, opgenomen op pagina 13 e.v. van dossier nummer PL01ML2012009234 d.d. 9 maart 2012, inhoudende de verklaring van

[ouder 1] en [ouder 2] (ouders van [aangeefster 1]), zakelijk weergegeven:

Op 5 december 2011 is er post bezorgd bij onze woning gelegen aan [woonadres aangeefster 1] perceel 2 te [gemeente]. Het pakketje was gericht aan onze dochter: [aangeefster 1]. In het pakketje zat een gedichtje. Wij wisten dat er iets zou komen, omdat het zoontje van [verdachte] tegen [aangeefster 1] had gezegd dat zij heel gauw iets van zijn vader zou krijgen. Zijn vader miste [aangeefster 1] heel erg en hield nog steeds van haar. Verder zaten er drie dvd’s in het pakketje. Wij voelen ons erg bedreigd door [verdachte].

Korte opmerking verbalisant: de tekst van het gedichtje luidt:

sint en piet heeft verdriet

wat je hebt gelogen en bedrogen

en Zeker tegen [verdachte] en dat is link

wat hij houd van jou en dat merk

je al gauw en blijf hem trouw wat je word later Zijn vrouw en werk hem

niet meer in bouw of je zegt snel auw

je vrienden ook of ze ze zijn dood en zwem

je vaak nu ook is family dood wat wij zien

rood en we maken je in de zwembad

dood en der vrijwilliger dan ook en dan

voelen wij weer vrij en blij

Eronder staat een hartje met daarin de letters ‘[letter 1]’ & ‘[letter 2]’ en een pijl door het hartje. Verder staat er een kruis met de letters “RIP’.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2011, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6]opgenomen op pagina 163 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 6 december 2011 werd mij door een collega een drietal dvd’s verstrekt voor onderzoek. [aangever 2] deelde mij mede dat deze dvd’s per post bij het gezin van [aangeefster 1] waren bezorgd. Deze gegevensdragers zijn door mij bekeken. Ik zag hierbij dat op alle 3 deze dvd’s porno tussen mens en dier zichtbaar was. Op 18 november 2011 is onderzoek verricht naar de computer van verdachte [verdachte]binnen een ander onderzoek. Hierbij zijn bestanden aangetroffen die als dierenporno gekwalificeerd zijn.

De rapportage met betrekking tot dit onderzoek is door mij, verbalisant, gezien. Ik zag in de bijbehorende fotomap enkele afbeeldingen van seks tussen mens en dier afkomstig van één van de drie door mij onderzochte dvd’s.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 12 januari 2012, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [ouder 1], zakelijk weergegeven:

In september of oktober 2011 was er een brief voor [aangeefster 1] bezorgd op haar school.

Een schriftelijk bescheid, opgenomen op pagina 38 van dossier nummer

PL01ME 2011118680 d.d. 25 november 2011, inhoudende een kaart met een gedicht, gericht aan [aangeefster 1] met eronder getekend twee hartjes met daarin de letters ‘[letter 1]’ en ‘[letter 2]’ en een pijl door die hartjes.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 16 januari 2012, opgenomen op pagina 28 e.v. van dossier nummer PL01ML2012009234 d.d. 9 maart 2012, inhoudende de verklaring van

[ouder 1], zakelijk weergegeven:

Op 14 januari 2012 kreeg [aangeefster 1] een kaart toegezonden. Op de achterzijde stond dat [naam] de afzender was. De volgende tekst was in de kaart geschreven: “Je zit op de verkeerde pad ter wel op de goede weg zat maar je lieg en bedrieg zit nu fout en je had een hart van goud en die vriend je vertrouw maar dat liet je koud ontdanks hij van je houd en nu maak wij koud als je niet met ons vriend één nest bouw en zegt ik zie je gauw en ik zwem met jou.”

Ons gezin gaat er aan onder door. Door de bedreigingen voelen [aangeefster 1] en mijn vrouw zich vooral erg bang. We kunnen hierdoor ook niet meer doen en laten wat we willen. Het beheerst ons leven. We kijken constant achterom. [verdachte] tekent ook iedere keer een hartje.

Een schriftelijk bescheid, opgenomen op pagina 31 en 32 van voornoemd dossier, inhoudende een valentijnskaart met een gedicht met eronder getekend twee hartjes met daarin de letters ‘[letter 1]’ en ‘[letter 2]’ en een pijl door die hartjes.

Ten aanzien van feit 4

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 november 2011, opgenomen op pagina 49 e.v. van dossier nummer PL01ME2011118680 d.d. 25 november 2011, inhoudende de verklaring van [aangever 2], zakelijk weergegeven:

Op woensdag 23 november 2011 heb ik verdachte [verdachte] aangehouden. Het verhoor is gedaan door collega’s van mij. Zij hebben mij verteld dat de [verdachte] hen vertelde dat hij na zijn invrijheidstelling [aangever 2] wilde gaan doodschieten. Doordat deze collega’s mij dit hebben verteld, voel ik mij persoonlijk bedreigd met een levensdelict.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2011, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8], opgenomen op pagina 54 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 23 november 2011 heb ik, verbalisant [verbalisant 7], verdachte horen zeggen dat hij collega [aangever 2] wilde gaan doodschieten.

Een proces-verbaal d.d. 24 november 2011, opgenomen op pagina 57 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

U houdt mij voor dat ik in de cel in het politiebureau te [gemeente] heb geroepen dat ik [aangever 2] zal doodschieten als ik vrij kom. Hmmm, misschien heb ik dit uit kwaadheid gezegd.

Ten aanzien van feit 5

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 6 mei 2011, opgenomen op pagina 30 van dossier nummer PL01KN2011044057 d.d. 23 maart 2012, inhoudende de verklaring [aangever 3], zakelijk weergegeven:

Ik ben namens het bedrijf [BEDRIJFSNAAM] gerechtigd tot het doen van aangifte. [BEDRIJFSNAAM] heeft een vestiging binnen het [ziekenhuis] te Groningen. Op 4 mei 2011 werd er een pakketje bezorgd aan de balie van [BEDRIJFSNAAM]. In het doosje zaten een brief en twee patronen. In het briefje stond een verwijzing naar de patronen en naar een vrijwilliger bij ons, die genaamd werd Ghost. Ik vond de brief met de patronen erg bedreigend. De brief was ondertekend met ‘Killer’.

Schriftelijke bescheiden, opgenomen op pagina 98 en 99 van voornoemd dossier, inhoudende brieven gericht aan [BEDRIJFSNAAM] en ondertekend met Killer.

Een proces-verbaal d.d. 25 april 2012, opgemaakt door verbalisant [naam verbalisant] , behorende bij dossiernummer PL01KN2011044057, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van en in aansluiting op onderzoek BVH-nummer 2011044057 van de regiopolitie Groningen verklaar ik, verbalisant, het volgende.

Voorwerp 1, SIN AAAE 8318 NL. Dit voorwerp werd door mij herkend als een onderdeel van munitie. Het gaat hier om een huls van het kaliber 5.56 mm NATO/.223 Remington. De aanduiding 97 vermeldt de verkorte aanduiding van het jaar van aanmaak, in dit geval 1997.

Voorwerp 2, SIN AAAE 8317 NL. Dit voorwerp werd door mij herkend als een knalpatroon. Het gaat hier om een huls van het kaliber 5.56 mm NATO/.223 Remington. De aanduiding 00 vermeldt de verkorte aanduiding van het jaar van aanmaak, in dit geval 2000.

Een proces-verbaal d.d. 5 mei 2011, opgenomen op pagina 18 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik heb een emailadres, dat is: [mailadres]. Bij [bedrijfsnaam], dat nu [BEDRIJFSNAAM] heet, ben ik 9 keer geweest. Ik mocht er op een bepaald moment niet meer komen, omdat de zusters bang voor mij zouden zijn. Ik ga net zo lang door, ik wil van de zwarte lijst af. Ik heb vroeger kogels bewaard en verzameld. [naam persoon] ken ik van [BEDRIJFSNAAM]. Hij kwam wel bij mij thuis. Ik weet zeker dat hij een aantal kogels uit mijn huis heeft meegenomen. Ghost is mijn bijnaam.

Een proces-verbaal d.d. 8 december 2011, opgenomen op pagina 27 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik heb u op 5 mei 2011 verklaard dat ik de kogels uit het pakketje van [BEDRIJFSNAAM] eerder zou hebben gevonden. Ik heb die soort kogels later met mijn zoon gevonden nabij een oefenterrein in Anloo, dus de kogels zijn van een latere datum.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2011, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9], opgenomen op pagina 75 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 5 juli 2011 vond het verhoor van [naam persoon] plaats. [naam persoon] verklaarde ons, verbalisanten, het volgende. Ik ben [verdachte] tegengekomen bij een studie van [bedrijfsnaam]/[BEDRIJFSNAAM]. [verdachte] werd op een gegeven moment geboycot. Hij mocht ineens niet meer meedoen bij [BEDRIJFSNAAM]. [verdachte] had foto’s van [aangeefster 2] in zijn huis. [aangeefster 2] werkt als verpleegster bij [BEDRIJFSNAAM]. [verdachte] was verliefd op haar en wilde met haar samenwonen. Ik heb die foto zelf bij hem thuis gezien. Ik heb geen munitie weggenomen bij [verdachte]. Met het verzenden van brieven aan [BEDRIJFSNAAM] heb ik niets te maken.

Een NFI rapport ‘Onderlinge vergelijking handschrift van twee dreigbrieven aan [BEDRIJFSNAAM] Groningen’ nr. 2011.07.04.270 d.d. 2 augustus 2011, opgemaakt door Drs. [NFI deskundige], als bijlage bij voornoemd dossier gevoegd op pagina 143 e.v., inhoudende, zakelijk weergegeven:

SIN-code AAAE8314NL: zaak d.d. 4 mei 2011. Een brief met aanhef “hallo [bedrijfsnaam], maakt het weer goed met ghost”.

SIN-code AAAE8316NL: zaak 4 mei 2011. Een stuk papier met handgeschreven adressering “[bedrijfsnaam] [adresgeggevens] Groningen”.

SIN-code AAAU8714NL: zaak 25 mei 2011. Een envelop geadresseerd “[BEDRIJFSNAAM], [postbusgegevens] Groningen” en een brief met aanhef “hallo [bedrijfsnaam], heb jullie al bom gevonden”.

Ik, rapporteur, acht de bevindingen van het onderzoek zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is (de brieven van 4 mei 2011 en 25 mei 2011 zijn door dezelfde persoon geschreven) dan wanneer hypothese 2 juist is (de twee brieven zijn door verschillende personen geschreven).

Bijlage met SIN-code AAAE8314NL, opgenomen op pagina 156 van voornoemd dossier, behorend bij het NFI rapport ‘onderlinge vergelijking handschrift van twee dreigbrieven aan [BEDRIJFSNAAM] Groningen’, voornoemd.

Bijlage met SIN-code AAAU8714NL, opgenomen op pagina 158 van voornoemd dossier, behorend bij het NFI rapport ‘onderlinge vergelijking handschrift van twee dreigbrieven aan [BEDRIJFSNAAM] Groningen’, voornoemd.

Een NFI-rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van bedreiging in Groningen op 4 mei 2011’ d.d. 13 oktober 2011, opgemaakt door dr. [NFI deskundige 2], als bijlage bij voornoemd dossier gevoegd op pagina 210 e.v., inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van het DNA in de bemonstering AABZ8888NL#02 van de postzegels is een DNA-mengprofiel verkregen dat DNA-kenmerken bevat van minimaal 2 personen. Het DNA profiel van verdachte [verdachte] matcht met de reproduceerbare DNA-kenmerken in dit DNA- mengprofiel. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met de reproduceerbare DNA-kenmerken in dit DNA-mengprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Verdachte ontkent weliswaar niet dat er kinderpornografische foto’s op zijn computer zijn aangetroffen, maar hij heeft verklaard dat hij die kinderpornografische foto’s en films niet zelf op zijn computer heeft gezet. Gedurende het opsporingsonderzoek van de politie en het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte drie verschillende scenario’s geschetst met betrekking tot de aanwezigheid van kinderpornografie op zijn computer. Zo heeft verdachte bij de politie verklaard dat verbalisant [aangever 2] de kinderpornografie op de computer van verdachte heeft gezet.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de kinderpornografie door de vorige eigenaar op de computer moet zijn gezet. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij van een medegedetineerde heeft gehoord dat de kinderpornografie op zijn computer kan zijn gezet door een virus genaamd “CIM”.

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte is niet consistent in zijn verklaringen over de wijze waarop de kinderpornografie op zijn computer kan zijn gekomen. De drie scenario’s die verdachte heeft geschetst zijn bovendien elk op zich dermate ongeloofwaardig dat de rechtbank die als onaannemelijk terzijde schuift. Ten aanzien van het scenario van verdachte dat de kinderpornografie op de computer zou zijn gezet door de vorige eigenaar van de computer, merkt de rechtbank op dat uit de stukken in het dossier niet is gebleken dat de kinderpornografische afbeeldingen al in 2008 op de computer van verdachte zijn gezet.

De rechtbank acht het onder 1 tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken in het dossier is gebleken dat ongeveer 95 % van de aangetroffen foto’s en films op de computer van verdachte bestaat uit zogenaamde hentai, zijnde Japanse pornografische tekeningen. Onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof ‘s –Hertogenbosch van 14 april 2011 (gepubliceerd op rechtspraak.nl, LJN BQ1179) is de rechtbank van oordeel dat de op de computer van verdachte aangetroffen hentai niet valt onder de reikwijdte van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Uit de stukken in het dossier blijkt dat het overige deel van de aangetroffen foto’s en films (zo’n 5 %) op de computer van verdachte wel valt onder de reikwijdte van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Het onder 2 ten laste gelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3 primair

De rechtbank overweegt als volgt. Dat verdachte de brieven aan [aangeefster 1] niet zelf heeft geschreven, staat er niet aan in de weg dat verdachte deze brieven wel aan [aangeefster 1] heeft gestuurd. Zo wordt er in de brieven steeds verwezen naar een relatie die goed past op die tussen verdachte en [aangeefster 1]. Daarbij komt dat verdachte een motief had om de brieven te schrijven. Hij mocht immers niet meer in het zwembad komen waar hij eerder samen met [aangeefster 1] zwom. Gelet op de inhoud, strekking en ondertekening van de betreffende brieven is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die de brieven naar [aangeefster 1] heeft gestuurd.

Gedurende een periode van vier maanden heeft verdachte drie brieven met bedreigende inhoud aan [aangeefster 1] gestuurd. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting erkend een melding te hebben gedaan bij het AMK over [aangeefster 1]. Door zo te handelen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangeefster 1] en de personen in haar directe omgeving.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de uitlating die verdachte heeft gedaan ten overstaan van collega’s van aangever, inhoudende dat verdachte [aangever 2] dood wilde schieten, van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd, ook gepleegd zou worden.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 5

De rechtbank overweegt als volgt. Dat verdachte de brieven aan [BEDRIJFSNAAM] niet zelf heeft geschreven, staat er niet aan in de weg dat verdachte deze brieven wel aan [BEDRIJFSNAAM] heeft gestuurd. Zo wordt er in de brieven steeds verwezen naar (de relatie tussen) verdachte, [BEDRIJFSNAAM] en een verpleegster van [BEDRIJFSNAAM]. Hij was door [BEDRIJFSNAAM] op de zwarte lijst geplaatst, hetgeen inhield dat hij niet meer mee mocht werken aan onderzoeken van [BEDRIJFSNAAM]. Verdachte heeft zelf aangegeven dat hij net zo lang doorgaat tot hij van de zwarte lijst wordt gehaald. Bovendien is er op een postzegel van één van beide brieven DNA van verdachte aangetroffen. Daarnaast ontkent verdachte niet dat de kogels die met de eerste brief zijn meegestuurd, zijn kogels zijn. Het alternatieve scenario van verdachte waaruit naar voren komt dat [naam persoon] de betreffende kogels van verdachte heeft gestolen en vervolgens met een brief naar [BEDRIJFSNAAM] heeft gestuurd, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Dit oordeel van de rechtbank is mede ingegeven door de eerste verklaring die verdachte aflegt over de herkomst van de kogels. Wanneer na onderzoek door de politie blijkt dat de verklaring van verdachte over het tijdstip van het verkrijgen van de kogels niet kan kloppen, stelt verdachte zijn verklaring op dat punt bij.

Gelet op de inhoud, strekking en ondertekening van de betreffende brieven en hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen met betrekking tot het DNA en de kogels, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die de brieven naar [BEDRIJFSNAAM] heeft gestuurd.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 12 oktober 2011 te [plaatsnaam 1], een harde schijf van een computer bevattende

foto's in bezit heeft gehad

terwijl op die foto's seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens)

een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt,

was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of de mond/tong van het

lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt

en/of

het vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de

penis

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met

(een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen poseren

in een omgeving en/of in (erotisch getinte) houdingen (op een wijze) die niet

bij hun leeftijd past en/of waarbij deze personen zich (vervolgens) in

opeenvolgende afbeeldingen van hun kleding ontdoen en/of (waarna) door het

camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de

afbeeldingen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht

worden (waarbij) de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling;

2.

hij in de periode van 12 oktober 2011 tot en met 30 januari 2012,

te [plaatsnaam 1], in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland,

een computer(systeemkast) met een harde schijf, bevattende foto's in bezit heeft gehad

terwijl op die foto's seksuele gedraging(en) zichtbaar zijn, waarbij

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong van het lichaam van

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een)

voorwerp(en) en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of

de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong

en/of

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed

zijn en/of opgemaakt zijn en/of poseren in een omgeving en/of met (een)

voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die

niet bij hun leeftijd past en/of waarbij deze personen zich (vervolgens) in

opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van hun kleding ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze personen en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden, (waarbij) de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van personen die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

en/of

het spuiten van/zichtbaar maken van sperma op het lichaam van personen die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van personen die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

(waarbij) de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking hebben

en/of strekken tot seksuele prikkeling

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij in de gemeente [gemeente] in de periode van oktober 2011 tot en met 30 januari 2012,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van de negenjarige [aangeefster 1] en personen

in haar directe omgeving, met het oogmerk die [aangeefster 1] te dwingen iets te doen,

te dulden en vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte,

- een melding gedaan bij het AMK over [aangeefster 1] en

- een brief met een bedreigende inhoud voor die [aangeefster 1] laten bezorgen

bij de school van die [aangeefster 1] en

- een brief met een bedreigende inhoud laten bezorgen thuis bij die [aangeefster 1] met daarbij een aantal DVD's met dierenporno en

- een Valentijnskaart met daarop een bedreigende tekst laten bezorgen thuis

bij die [aangeefster 1];

4.

hij op 23 november 2011 te [gemeente] [aangever 2] (politieagent) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend gezegd dat

hij [aangever 2] wilde gaan doodschieten, waarna die woorden die [aangever 2] ook daadwerkelijk ter ore zijn gekomen;

5.

hij in de periode van 4 mei 2011 tot en met 25 mei 2011, te

Groningen, meermalen werknemers van het bedrijf [BEDRIJFSNAAM], schriftelijk en onder een

bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met verkrachting en enig misdrijf tegen

het leven gericht, immers heeft hij opzettelijk dreigend

- op 4 mei 2011 aan het bedrijf [BEDRIJFSNAAM] en zijn medewerkers een pakketje doen

toekomen met daarin twee kogels met daarbij een brief met de inhoud (onder

meer): 'Maakt het weer goed met ghost anders één voor één Bang Bang of de

gezinen van u medewerker. we hebben vijf bomen geplaast in [ziekenhuis] en het is u

keuze als de bomen af gaat...' en '....Zegt tegen [aangeefster 2] dat ze één afspraak

maakt met ghost, wat ze is toch vrij dan kan het wel anders maakt wij haar

blij met gangBang...' ondertekend met 'killer' en

- op 25 mei 2011 aan het bedrijf [BEDRIJFSNAAM] en zijn medewerkers een brief doen

toekomen met de inhoud (onder meer):'...als u niet ghost weer glukig maakt dan

gaat een na een Bom af wat wel doden maar dat is gaan probleem als we de doel

maar Bereiken’... en '...maakt ghost weer gelukig Zo niet maak we Jullie

ongelukig klaar...' ondertekend met 'rip' en 'groeten van killer'.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

2: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

3: Belaging.

4: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5: Bedreiging met verkrachting en met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 24 april 2012, aangevuld op 4 augustus 2012 opgemaakt door [psychiater], psychiater en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 23 juli 2012 opgemaakt door [psycholoog], Gz-psycholoog.

De conclusies van deze rapporten luiden, zakelijk weergegeven, als volgt.

Volgens de psychiatrische onderzoeksrapportage lijdt verdachte aan een verstandelijke beperking en daaruit voortvloeiende een kwetsbare persoonlijkheidsopbouw met vooral narcistische trekken. De verstandelijke beperking en de daaruit voortvloeiende kwetsbare persoonlijkheidsopbouw beïnvloedt verdachte in al zijn keuzes. Van deze beïnvloeding was ook sprake bij het ten laste gelegde. Verdachte functioneert verstandelijk en emotioneel op een kinderlijk niveau. Hij begrijpt niet geheel hoe hij om hoort te gaan met kinderen en kan de grenzen van kinderen overschrijden. Het is echter ook wel duidelijk dat hij er wel weet van heeft dat hij iets doet wat niet hoort. Zijn reactie is dan ontkennen. Verdachte dient derhalve als verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Volgens de psychologische onderzoeksrapportage is er bij verdachte sprake van een verstandelijke beperking (zwakbegaafdheid) met daarnaast een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en schizotypische kenmerken. De zwakbegaafdheid van verdachte is naar alle waarschijnlijkheid sinds zijn geboorte aanwezig. Het is iets dat zijn hele leven een rol speelt en zijn gedragskeuzes heeft beïnvloed. Al op relatief jonge leeftijd ontwikkelt zich hierbij een kwetsbare narcistische en schizotypische persoonlijkheidsstoornis NAO. Van persoonlijkheidsproblematiek is bekend dat ze voortdurend en op alle levensgebieden het gedrag en het maken van gedragskeuzes beïnvloedt. Verdachte kan vanwege zijn verstandelijke beperking in combinatie met deze persoonlijkheidsontwikkeling geen gedragsalternatieven bedenken, dan wel overzien wat de gevolgen (kunnen) zijn van zijn gedrag. Daarbij is de pathologie zo verhard en hardnekkig dat verdachte zijn eigen waarheid heeft en deze als leidraad heeft in zijn leven. Verdachte dient derhalve als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en TBS met dwangverpleging. Deze strafeis doet recht aan de aard en ernst van de ten laste gelegde feiten. Daarbij heeft zij met name aangevoerd dat er een verband is tussen de stoornis van verdachte en het ten laste gelegde, waarbij de kans op herhaling groot is indien er geen behandeling plaatsvindt. Gelet op de problematiek van verdachte is TBS met dwangverpleging de enige passende maatregel om deze recidive in te perken.

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte is betoogd dat de nadere onderzoeken die hebben plaatsgevonden zeer beperkt zijn geweest en grotendeels hebben plaatsgevonden op basis van hypotheses.

De TBS met dwangverpleging is geïndiceerd omdat verdachte niet wil bekennen en niet ambulant te behandelen is. Verdachte heeft echter de afgelopen 15 jaar meegewerkt aan behandeling en stelt zich begeleidbaar op. Verdachte heeft de afgelopen jaren, los van het ten laste gelegde, niets strafrechtelijk relevants misdaan. De vraag blijft welk risico op welke herhaling er is en of dwangverpleging daarbij wel geïndiceerd is. Verdachte wil ambulant begeleid worden.

De raadsman pleit voor een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld een ambulant behandeltraject.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno in twee gevallen, belaging van de negenjarige [aangeefster 1] en een tweetal ernstige bedreigingen.

Op de computer van verdachte zijn kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen met daarop seksuele handelingen waarbij (jonge) kinderen waren betrokken.

Door zijn handelen heeft verdachte het vervaardigen van kinderporno, waarbij kinderen onder meer door volwassenen aan seksuele handelingen worden onderworpen, indirect bevorderd. Dergelijk seksueel misbruik kan leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade aan de slachtoffers. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Ook heeft verdachte gedurende vier maanden op stelselmatige wijze inbreuk gemaakt op het privéleven van de negenjarige [aangeefster 1] en haar familie door brieven en een kaart aan haar te sturen met begeleidende teksten en hartjes. Ook heeft verdachte aan [aangeefster 1] DVD’s toegezonden met onder meer pornografische afbeeldingen en hij heeft melding gedaan over [aangeefster 1] bij het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling. Door zijn handelen heeft verdachte op zeer grove wijze een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van dit jonge slachtoffer en het hele gezin angst aangejaagd waardoor het privé- en gezinsleven is ontwricht.

Tot slot heeft verdachte gedreigd om (voormalig) wijkagent [aangever 2] dood te schieten. Daarnaast heeft verdachte medewerkers van [BEDRIJFSNAAM] en/of hun gezinnen gedreigd te doden door middel van bomaanslagen, alsmede een bedreiging met verkrachting van één van de vrouwelijke medewerkers van [BEDRIJFSNAAM]. Daartoe heeft verdachte tot tweemaal toe brieven (waaronder een kogelbrief) aan [BEDRIJFSNAAM] gericht met de bovenstaande strekking als inhoud. Verdachte heeft door zijn handelen meerdere mensen angst aangejaagd en grote onrust veroorzaakt.

De rechtbank heeft gelet op de inhoud van de voornoemde psychiatrische en psychologische rapportages. Hieruit komt naar voren dat de kans op recidive is en voortkomt uit de problematiek van verdachte. Ook in het reclasseringsadvies van 11 juli 2012 wordt gesproken over een hoog recidiverisico op meerdere vlakken. Verdachte blijft bovendien erg gefocust op [aangeefster 1] en politieagent [aangever 2].

De rechtbank overweegt ten aanzien van de bovenstaande conclusies dat er in algemene zin wordt gesproken over gevaar op herhaling, gelet op de beperktheid van verdachte en zijn problematiek die onverminderd voort blijft bestaan. Dit gevaar wordt echter verder niet geconcretiseerd, in die zin dat de veiligheid van andere personen in het geding zou zijn. De rechtbank merkt in dat verband op dat noch de bewezen verklaarde strafbare feiten noch de justitiële documentatie van verdachte thans aanleiding geeft om zulk gevaar aan te nemen.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat niet voldaan is aan het criterium dat ‘de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van goederen of personen het opleggen van de maatregel eist’. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden het opleggen van een TBS met dwangverpleging thans niet aan de orde.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank zal daarbij tevens bepalen dat een deel van deze straf voorwaardelijk wordt opgelegd, mede om hieraan bijzondere voorwaarden te verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 240b, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 3 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde voor het einde van dan wel gedurende de proeftijd van 2 jaren één of meer voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en,

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden

- dat veroordeelde gedurende de proeftijd van 2 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster 1] en haar familie, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat veroordeelde gedurende de proeftijd van 2 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever 2], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 26 oktober 2012.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.W. Janssen, voorzitter, E.W. van Weringh en

J.V. Nolta, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Mulder, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september 2012.