Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BX2337

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
23-07-2012
Zaaknummer
18/670618-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd. Vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. Ontucht plegen met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. Het verbergen van een minderjarige die onttrokken was aan het wettig over haar gesteld gezag.

Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670618-11 (promis)

datum uitspraak: 23 juli 2012

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. M.H. Heeg

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op datum],

wonende te [adres en plaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juli 2012.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

in of omstreeks de periode van 9 december 2006 tot en met 8 december 2010

in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, in elk geval in Nederland,

meermalen, met zijn dochter, angeefster (geboren op [datum]de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die angeefster, hebbende verdachte

- zich op haar afgetrokken en/of

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in/bij haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in/bij haar vagina geduwd/gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

in of omstreeks de periode van 1 mei 2008 tot en met 3 augustus 2011

in de gemeente [plaats] geval in Nederland,

meermalen (telkens) een (aantal) foto('s) en/of een (aantal) video('s) en/of

(aantal) film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en)

heeft

vervaardigd en/of in bezit gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

het (laten) aftrekken van de stijve penis van een volwassen man door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis van

een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert

in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar

leeftijd past en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

terwijl hij bovenvermeld feit heeft begaan tegen zijn kind;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

A.

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 juli 2010

in de gemeente [plaats] geval in Nederland,

meermalen, met [getuige 2] (geboren op [datum]), die de leeftijd van

twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [getuige 2], hebbende verdachte

- haar op de mond gekust en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht;

en/of

B.

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 april 2011

in de gemeente [plaats], in elk geval in Nederland,

meermalen, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of

waakzaamheid

toevertrouwde minderjarige [getuige 2] (geboren op [datum]), hebbende

verdachte

- haar op de mond gekust en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

4.

Dat verdachte op of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 7

januari 2011 opzettelijk een minderjarige, te weten Getuige 2

(geboren op [datum]), die onttrokken was of zich onttrokken had aan het

over haar gestelde gezag of opzicht van degene die het toezicht over haar

uitoefende, verborgen heeft en/of aan de nasporing van van de ambtenaren van

de justitie of de politie onttrokken heeft, immers heeft hij haar terwijl hij

wist dat zij was weggelopen van huis, onderdak verschaft, heeft hij niet aan

de politie gemeld waar zij verbleef terwijl hij daarvan wel op de hoogte was

omdat ze bij hem was, en heeft hij niet gereageerd op verzoeken van haar

ouders hen te laten weten of ze nog leefde.

art 280 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie wijst daartoe op de verklaring van Aangeefster, de verklaring van getuige 1, de verklaring van getuige 2, de verklaring van getuige 3 en de verklaring van verdachte.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie wijst daartoe op de verklaring van Aangeefster, de verklaring van Getuige 1 en de verklaring van Getuige 2.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het eerste deel van het onder 3A ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden nu er onvoldoende bewijs in het dossier is dat verdachte en Getuige 2 voor haar 16e verjaardag seksueel contact met elkaar hebben gehad.

Het onder 3B ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen. De officier van justitie wijst daartoe op de verklaring van Getuige 2, de verklaring van verdachte en de verklaring van getuige 4. Volgens de officier van justitie was sprake van een situatie waarin verdachte ontucht heeft gepleegd met de minderjarige Getuige 2, die feitelijk aan zijn zorg was toevertrouwd. De officier van justitie wijst in dit verband op jurisprudentie waaruit blijkt dat ook het feitelijk toevertrouwen kan gelden als situatie als bedoeld in artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 4 ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen. De officier van justitie wijst daartoe allereerst op het stam proces-verbaal waarin wordt aangegeven dat in de aangifte abusievelijk staat vermeld dat de aangever op dinsdag 14 december 2010 is verschenen, maar dat dit donderdag 6 januari 2012 moet zijn. Voorts wijst de officier van justitie op de aangifte van aangever 2, de aangifte van aangever 3, het proces-verbaal van bevindingen en de twee sms-berichten waaruit blijkt dat de ouders van Getuige 2 haar zochten.

Naar aanleiding van het pleidooi van de raadsvrouw heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd:

De verklaring van Aangeefster en Getuige 1 kunnen als betrouwbaar worden aangemerkt. De verklaringen zijn heel gedetailleerd en duidelijk over hetgeen ten laste is gelegd. Voorts is Aangeefster conform de voorschriften in een studio verhoord. Er is geen sprake van hervonden herinneringen nu uit het dossier blijkt dat zij de herinneringen wel had, maar deze niet eerder heeft gedeeld. Het feit dat de verklaring niet volledig consistent is, vergroot juist de betrouwbaarheid daarvan.

Dat Aangeefster niet eerder heeft verklaard is verklaarbaar. De relatie tussen verdachte en Getuige 2 was voorbij en verdachte liet merken dat hij zijn seksuele behoeften opnieuw door Aangeefster wilde laten bevredigen.

De hoogte van het IQ zegt niets over de betrouwbaarheid van de verklaringen van Aangeefster en Getuige 1.

Het feit dat Getuige 1 niet is gewezen op haar verschoningsrecht maakt de verklaring niet tot onrechtmatig verkregen bewijs nu er geen plicht bestaat om een getuige op het verschoningsrecht te wijzen. Er zijn geen onderdelen doelbewust buiten de verklaring van

Getuige 1 gehouden. De verklaring is conform de voorschriften opgenomen en de raadsvrouw heeft de mogelijkheid gehad de opname te beluisteren. Voorts heeft Getuige 1 verdachte herkend op de beelden.

Het bewijs van het vervaardigen van kinderporno kan ook worden geleverd ondanks het feit dat er geen beelden zijn aangetroffen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte het tenlastegelegde uitdrukkelijk ontkent.

De raadsvrouw heeft de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van Aangeefster en Getuige 1 betwist. Aangeefster heeft een IQ van 82 en kan derhalve als zwakbegaafd worden aangemerkt. Ook heeft zij door het overlijden van haar moeder een grote psychische klap gekregen. Daarnaast komt zij uit een instabiele gezinssituatie waar zij regelmatig onder invloed van middelen was. Bovendien heeft zij het seksueel misbruik door haar vader aanvankelijk uitdrukkelijk ontkend.

Aangeefster heeft in haar verklaring meermalen aangegeven dat zij zich niet alles goed kan herinneren. Wellicht is sprake van fictieve herinneringen. Aangeefster heeft wellicht haar verklaring gebaseerd op een eerdere seksuele relatie die zij had met een derde. De door haar omschreven beelden kan zij onder meer op internet hebben gezien. Niet kan worden uitgesloten dat het pilgebruik niets met het seksueel misbruik te maken heeft gehad.

Verder is de verklaring van Aangeefster niet consistent en wordt deze onvoldoende ondersteund door de overige bewijsmiddelen.

De verklaring van Getuige 1 dient buiten beschouwing te worden gelaten. Ten eerste dient die verklaring te worden beschouwd als onrechtmatig verkregen bewijs aangezien zij door de politie niet op haar verschoningsrecht is gewezen. Daarnaast is slechts een gedeelte van het verhoor in het proces-verbaal opgenomen.

Voorts heeft Getuige 1 een IQ dat nog lager ligt dan het IQ van Aangeefster en was zij slechts 10 jaar oud ten tijde van het tenlastegelegde. Er kan niet met zekerheid worden gesteld dat Getuige 1 verdachte heeft gezien op de door haar beschreven foto- en camerabeelden dan wel dat deze beelden door verdachte zijn gemaakt. Die beelden zijn overigens niet gevonden.

De verklaringen van getuige 3 en getuige 5 zijn terug te voeren op dezelfde bron namelijk Aangeefster, zodat deze niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

Mocht de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen acht dan kan de tenlastegelegde periode niet worden bewezen.

Verdachte dient van het onder 1 tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Daartoe heeft zij aangevoerd dat alleen Aangeefster heeft verklaard dat er beeldmateriaal zou zijn. De verklaring van Getuige 1 dient buiten beschouwing te worden gelaten. De raadsvrouw verwijst in dit kader naar hetgeen zij bij het onder 1 tenlastegelegde heeft aangevoerd.

Verdachte dient van het onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 3A ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit de in het dossier opgenomen verklaringen kan niet worden afgeleid dat voor de 16e verjaardag van Getuige 2 de tenlastegelegde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

De verklaring van Getuige 1 kan niet voor het bewijs worden gebezigd. De raadsvrouw verwijst in dit kader naar hetgeen zij bij het onder 1 tenlastegelegde heeft aangevoerd. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verklaring van Getuige 1, dat verdachte en Getuige 2 al in 2009 een relatie hadden, niet aan het bewijs kan bijdragen nu niet bekend is wat Getuige 1 verstaat onder een relatie.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 3B ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Er is geen sprake van een situatie waarin tussen de minderjarige en degene aan wiens zorgen deze is toevertrouwd een betrekking heeft bestaan die door een zekere mate van feitelijke afhankelijkheid van de minderjarige ten opzichte van de volwassene wordt gekenmerkt, terwijl er daarnaast geen sprake is van een daad van toevertrouwing door bijvoorbeeld de ouders van de minderjarige dader. Getuige 2 is steeds uit eigen beweging naar verdachte toegegaan en niet door haar ouders aan de zorg van verdachte toevertrouwd. Er was sprake van een gelijkwaardige relatie.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte Getuige 2 in de periode voor 3 januari 2011 heeft onttrokken aan het gezag. Op 3 januari 2011 is weliswaar geconstateerd dat zij bij verdachte verbleef maar uit één van de door de ouders van Getuige 2 gestuurde sms'jes te weten “Je mag haar houden”, kan worden geconcludeerd dat zij met toestemming van haar ouders bij verdachte verbleef.

Beoordeling

Vrijspraak

Ten laste gelegde onder 3A

De rechtbank is, overeenkomstig het zowel door de officier van justitie als de raadsvrouw bepleite standpunt, van oordeel dat het onder 3A tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte voor de zestiende verjaardag van Getuige 2 de in de tenlastelegging omschreven ontuchtige handelingen bij haar heeft gepleegd.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 3A tenlastegelegde.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen (zakelijk weergegeven).

Ten laste gelegde onder 1

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

¬Aangeefster is mijn wettige dochter. Het klopt dat Aangeefster vanaf het overlijden van haar moeder ongeveer anderhalf jaar bij mij in bed heeft geslapen. Het klopt dat ik bij de politie heb verklaard dat ik Aangeefster er iedere dag aan herinnerde dat zij de pil innam omdat zij anders zwanger kon raken. Ik had geen weet van een relatie van Aangeefster of van seksuele contacten. Zij is op 10 januari 2011 bij mij weggegaan.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 januari 2011 opgenomen op pagina 34 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van aangever 4

Ik werk voor het Legers des Heils, Jeugdzorg en Reclassering te Groningen. Mijn functie daar is jeugdbeschermer. In deze zaak van Verdachte ben ik de gezinsvoogd. Namens Aangeefster doe ik aangifte van structureel seksueel misbruik door Verdachte.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2011, opgenomen op pagina 53 e.v. van dossier nr. PLO1PL 2011003222, inhoudende de verklaring van Aangeefster

Op donderdag 20 januari 2011 om 09:43, werd in een kindervriendelijke verhoorstudio aan de Schweitzerlaan te Groningen de minderjarige Aangeefster, geboren [datum] te [plaats] gehoord.

Ik wil aangifte doen tegen mijn vader wegens seksueel misbruik. Toen het is begonnen leefde mijn moeder nog. Ik was zeven of acht of zoiets volgens mij toen hij zich op mij ging aftrekken in zijn slaapkamer. Ik zat toen in groep 5 op de [school]. Dit gebeurde ongeveer 5 keer in de maand. Dat ging door totdat ik in groep 6 zat. Hij trok zijn broek naar beneden, hij pakte zijn lul beet en zat er gewoon aan te trekken. Dat stopte nadat ie klaar was gekomen. Ik wist dat ie klaar kwam omdat het spul eruit kwam, sperma dus. En dan kreunde hij.

Daarna moest ik meer dingen bij hem doen. Hij zat aan mijn borsten onder mijn bh, hij kneep er in. Ook zoende hij mij met zijn tong.

Een paar maanden nadat mijn moeder was overleden op [datum] begon het neuken. Het neuken begon toen ik ongeveer 14 jaar was en dat gebeurde zowat om de dag, meestal op zijn bed en soms ook beneden op de bank. Nadat mijn moeder was overleden sliep ik altijd bij mijn vader in bed. Hij begon mij gewoon uit te kleden enzo en dan stak hij gewoon zijn piemel in mijn vagina. In het begin lukte het niet maar hij probeerde het wel steeds. Na een paar keer lukte het wel. Toen deed hij het bijna elke dag.

Ik moest mijn vader ook pijpen. Hij heeft gefilmd dat ik hem stond te pijpen volgens mij. Pijpen is gewoon je mond open doen en dan zeg maar die lul in je bek steken. Dat heb ik in die twee jaar ongeveer dertig keer gedaan en dat gebeurde door het hele huis heen. Hij zei gewoon pijp me effe en dat soort dingen en dan doe ik het automatisch. Een keer kwam hij klaar toen ik hem pijpte. Soms ging het tegelijk dan deed hij gewoon even van pijp me even, hij moet even stijf worden zeg maar. Toen pakte hij glijmiddel en begon me gewoon te neuken. Ik moest hem pijpen zeg maar. En begon hij zo aan mijn haren een beetje te zitten trekken zeg maar. Zo van naar voren en naar achteren en zo. Ik stikte er half gewoon in.

Hij had mij een keer gebeft zeg maar. Hij ging eerst likken omdat mijn kut nat moest zijn zodat hij ‘m erin kon steken.

Dat ging door tot getuige 2 bij ons in kwam wonen dus twee weken voordat ik naar de politie ging. Toen het uit was met getuige 2 wilde hij weer opnieuw beginnen.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 mei 2011, opgenomen op pagina 118 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van getuige 1

Ik heb wel eens gezien dat mijn vader mijn zus Aangeefster een tongzoen gaf. Ik weet wel wat een tongzoen is. Ik zag dat de wang soms wat dikker werd bij Aangeefster. Ik zag dat de mond van mijn vader op de mond van Aangeefster zat zodat haar wang dikker werd. De tongzoen duurde altijd wel lang. Ik denk dat het kort na het overlijden van mijn moeder was dat die tongzoenen er waren. Ongeveer een maand later werden mijn vader en Aangeefster closer en daarna gingen ze tongzoenen. Ik heb het vier of vijf keren gezien in twee maanden tijd.

Ik kwam een blauw sd kaartje tegen. Deze had een blauwe kleur. Er stond ook [NAAM] op. Toen ik deze beluisterde hoorde ik geluiden van de douche. Ik heb toen gekeken op de computer op de mediaplayer en ik zag toen een paar foto's van mijn zus. Ik zag dat mijn zus naakt was. Ik zag haar hele lijf. Ik zag haar gezicht, haar borsten en haar kut en haar voeten. Mijn zus was volgens mij aan het poseren. Ze keek volgens mij niet echt blij ondanks dat ze lachte. Mijn zus stond bij een wasbakje te poseren. Deze foto is bij ons thuis gemaakt. De foto's zijn in de douche gemaakt. Ik herkende het aan de spullen die daar stonden.

Later kwam ik ook het filmpje tegen op de mediaplayer. Ik zag mijn vader zijn benen terwijl hij altijd een trainingsbroek aan heeft. Mijn zus was hem aan het aftrekken en hem aan het pijpen. Ik kan u zeggen dat het mijn vader wel moet zijn. Ik kon niet zijn gezicht zien of zo maar wel zijn benen. Ik zag wel mijn zus en deze keek niet blij. Ik zag mijn bureaustoel bij de computer. Ik zag alles wat bij ons in de kamer stond. Ik herkende alles. Mijn vader zat op de bureaustoel. Mijn zus zat op haar hurken. Ik zag het gezicht van mijn zus en mijn vaders zijn benen en alles er om heen. Ik zag dat mijn zus haar hand heen en weer bewoog en dat ze wat met haar mond deed. Ik weet wel wat pijpen is. Dit is de piemel in je mond doen. Ik weet ook wat aftrekken is dan zit je te schudden met je hand om de piemel heen. Ik zag dat mijn zus hem aan het pijpen en aan het aftrekken was.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 maart 2011, opgenomen op pagina 110 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van Getuige 3

Ik heb gezien dat verdachte in de borsten van Aangeefster kneep. Hij deed het redelijk vaak. Ik denk dat het ongeveer 2 keer in de week was dat hij dit deed.

Ik zag dat hij haar borst dan helemaal vast pakte en kneep. Ik kan een voorbeeld hiervan noemen. Als Verdachte zat en Aangeefster moest drinken voor hem neer zetten op tafel en ze boog voorover om het kopje op tafel te zetten dan kneep hij erin.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 september 2011, opgenomen op pagina 124 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van Getuige 2

Eind vorig jaar heb ik 4 dagen bij Verdachte gewoond.

Er stond een kastje in zijn slaapkamer met een camera op het kastje. Het kastje stond voor het bed. De camera stond op de televisie op het kastje voor zijn bed. Ik heb zelf nooit beelden of films van ons gezien. De lens van de camera was gericht op het bed.

Ten laste gelegde onder 2

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2011, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van Aangeefster

Ik moest mijn vader ook pijpen. Hij heeft gefilmd dat ik hem stond te pijpen volgens mij. Pijpen is gewoon je mond open doen en dan zeg maar die lul in je bek steken. Dat heb ik in die twee jaar ongeveer dertig keer gedaan en dat gebeurde door het hele huis heen. Hij zei gewoon pijp me effe en dat soort dingen en dan doe ik het automatisch. Een keer kwam hij klaar toen ik hem pijpte. Soms ging het tegelijk dan deed hij gewoon even van pijp me even, hij moet even stijf worden zeg maar. Toen pakte hij glijmiddel en begon me gewoon te neuken. Ik moest hem pijpen zeg maar. En begon hij zo aan mijn haren een beetje te zitten trekken zeg maar. Zo van naar voren en naar achteren en zo. Ik stikte er half gewoon in.

Hij had mij een keer gebeft zeg maar. Hij ging eerst likken omdat mijn kut nat moest zijn zodat hij ‘m erin kon steken.

Een keer toen ik ging douchen kwam mijn vader binnen met een camera en maakte hij foto?s van mij. Dat is twee/drie keer ofzo gebeurd. Ik moest toen gewoon sexy gaan staan zoals je wel in de blaadjes ziet zeg maar. Hij heeft een stuk of dertig, vijftien, twintig foto’s gemaakt. Dat was nadat mijn moeder was overleden. Dat ging dit door tot getuige 2 bij ons in kwam wonen.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 mei 2011, opgenomen op pagina 118 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van getuige 1

Ik kwam een blauw sd kaartje tegen. Deze had een blauwe kleur. Er stond ook NAAM op. Toen ik deze beluisterde hoorde ik geluiden van de douche. Ik heb toen gekeken op de computer op de mediaplayer en ik zag toen een paar foto's van mijn zus. Ik zag dat mijn zus naakt was. Ik zag haar hele lijf. Ik zag haar gezicht, haar borsten en haar kut en haar voeten. Mijn zus was volgens mij aan het poseren. Ze keek volgens mij niet echt blij ondanks dat ze lachte. Mijn zus stond bij een wasbakje te poseren. Deze foto is bij ons thuis gemaakt. De foto's zijn in de douche gemaakt. Ik herkende het aan de spullen die daar stonden.

Later kwam ik ook het filmpje tegen op de mediaplayer. Ik zag mijn vader zijn benen terwijl hij altijd een trainingsbroek aan heeft. Mijn zus was hem aan het aftrekken en hem aan het pijpen. Ik kan u zeggen dat het mijn vader wel moet zijn. Ik kon niet zijn gezicht zien of zo maar wel zijn benen. Ik zag wel mijn zus en deze keek niet blij. Ik zag mijn bureaustoel bij de computer. Ik zag alles wat bij ons in de kamer stond. Ik herkende alles. Mijn vader zat op de bureaustoel. Mijn zus zat op haar hurken. Ik zag het gezicht van mijn zus en mijn vaders zijn benen en alles er om heen. Ik zag dat mijn zus haar hand heen en weer bewoog en dat ze wat met haar mond deed. Ik weet wel wat pijpen is. Dit is de piemel in je mond doen. Ik weet ook wat aftrekken is dan zit je te schudden met je hand om de piemel heen. Ik zag dat mijn zus hem aan het pijpen en aan het aftrekken was.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 september 2011, opgenomen op pagina 124 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van Getuige 2

Ik ging dus met de vader van Aangeefster. Eind vorig jaar heb ik 4 dagen bij Verdachte gewoond. Er stond een kastje in zijn slaapkamer met een camera op het kastje. Het kastje stond voor het bed. De camera stond op de televisie op het kastje voor zijn bed. Ik heb zelf nooit beelden of films van ons gezien. De lens van de camera was gericht op het bed.

Ten laste gelegde onder 3B

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

Ik heb Getuige 2 leren kennen toen zij 15 jaar oud was. Na haar 16e verjaardag op [datum] kregen Getuige 2 en ik een relatie. Getuige 2 ging overal met mij mee naar toe.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 augustus 2011, opgenomen op pagina 157 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte

Vanaf haar 15e kwam Getuige 2 bij ons. Om het weekend sliep Getuige 2 wel bij ons. Getuige 2 was net 16 toen wij een relatie kregen. Getuige 2 vroeg of ze me mocht zoenen. Ongeveer een maand na het begin hadden we seks. Dat moet rond 25 augustus 2010 zijn geweest. Ik heb haar dus ook rond die tijd geneukt. Ik neukte haar en ik vingerde haar. Ik heb Getuige 2 ook tongzoenen gegeven. Op 25 juli 2010 kregen wij een relatie en in december 2010 is het uitgegaan. In januari tot in april 2011 hebben we toen weer een relatie gekregen en nu dus weer uit.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 september 2011, opgenomen op pagina 124 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van Getuige 2

Vanaf 30 april 2010 had ik heel veel contact met Verdachte. Op 8 augustus 2010 kreeg ik een relatie met Verdachte. Hij gaf mij kusjes en zat aan mijn borsten. We hadden ook seks samen. De relatie heeft tot april 2011 geduurd. Ik heb hem op Koninginnedag gebeld. Eind vorig jaar heb ik 4 dagen bij Verdachte gewoond.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 juni 2011 opgenomen op pagina 25 e.v. van voornoemd dossier PL01PC 2010122515 d.d. 26 juli 2011, inhoudende de verklaring van Getuige 2

Verdachte en ik hebben ook seks gehad. Het is wel geweest dat hij mij ophaalde uit Winschoten, Driever's Dale, het 3 uur 's nachts was en dat hij seks met mij wilde. Ik wilde dan eigenlijk gelijk slapen, maar dan ging hij wel gewoon door.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 7 juni 2011, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte

Op [datum] is Getuige 2 16 jaar geworden. Een week later gingen wij met elkaar. De eerste 2 weken van onze relatie hebben wij alles stiekem gedaan, maar daarna heeft zij het tegen haar ouders verteld. Ze kreeg gewoon toestemming van haar ouders.

Op een gegeven moment is Getuige 2 weggelopen en is ze bij mij thuis gekomen.

Ten laste gelegde onder 4

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

Het klopt dat ik Getuige 2 op 2 januari 2011 heb opgehaald toen zij bij Driever’s Dale was weggelopen. Zij had mij gebeld. Ik heb haar in januari 2011 twee keer opgehaald. Zij is daarna bij mij verbleven. Ik heb de politie niet gewaarschuwd.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2011, opgenomen op pagina 2 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van E. Hoogendoorn

In de aangifte staat abusievelijk vermeld dat de aangever is verschenen op dinsdag 14 december 2010. Dit moet zijn donderdag 6 januari 2011.

Op zondag 2 januari 2011 belt aangeefster 3 naar de politie met het verhaal dat haar dochter was weggelopen. Hierop zijn S. Blomsma en E. Datema, beiden hoofdagent politie Hoogezand, bij de ons bekende verdachte aan de deur geweest. Het was namelijk bekend dat Getuige 2 een relatie gehad met deze verdachte. Getuige 2 is niet bij verdachte aangetroffen. verdachte gaf aan te snappen waarom getuige 2 van huis wegliep en wilde niet op het verzoek van genoemde collega's in gaan te bellen met de politie wanneer hij getuige 2 aantrof. Verdachte gaf aan stapelgek op getuige 2 te zijn. Hierop is getuige 2 als vermist opgegeven in de politiesystemen alsmede op de telex geplaatst.

Op maandag 3 januari trof Y. Mos, inspecteur politie Hoogezand, verdachte bij een benzinestation te Hoogezand. Zij zag getuige 2 bij verdachte in de auto zitten.

Op woensdag 5 januari 2011 krijgen S. Blomsma en E. Datema, beiden hoofdagent politie Hoogezand, een melding te gaan naar het adres van verdachte. In de woning hebben zij gesproken met getuige 2. Getuige 2 gaf aan niet meer naar huis te willen.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 december 2010 opgenomen op pagina 11 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van aangever 2

Ik ben de vader van Getuige 2 geboren op [datum] en ik doe aangifte van onttrekking aan het ouderlijk gezag. Ik ben hier samen met mijn vrouw, de moeder van Getuige 2.

Toen Getuige 2 in Driever’s Dale zat heeft zij een mobiele telefoon van Verdachte gekregen. Op een avond mocht Getuige 2 een sigaret roken, waarna zij weggelopen is. Vervolgens heeft ze bij onbekende mensen aangebeld met de vraag of zij even mocht telefoneren. Ze heeft Verdachte gebeld welke haar opgehaald heeft. Waarschijnlijk heeft ze de nacht bij Verdachte doorgebracht. Voor kwart over zes 's morgens hebben zij zijn woning verlaten. Verdachte wist namelijk dat wanneer je door de politie van je bed gelicht wordt, dat 's morgens vroeg zal plaats vinden. Dit is ons verteld door Driever's Dale.

Gisteravond is Getuige 2 wederom weggelopen. We werden gebeld door Driever's Dale dat Getuige 2 weer weggelopen was en dat de politie in kennis was gesteld. Om half negen kreeg wij het bericht dat ze weer terug was. We hoorden tevens dat Verdachte haar dit keer terug gebracht heeft. We hebben geen idee hoe zij dit keer bij Verdachte terecht gekomen is. Vanaf dat moment hebben wij geen contact met Getuige 2 gehad.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juni 2011 opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van getuige 4

Ik ben werkzaam bij Tien voor Toekomst van het Leger des Heils. Vanuit die functie ben ik gezinscoach geweest van het gezin van verdachte. Op 3 januari 2011 ga ik op huisbezoek. Getuige 2 zat op de bank. Verdachte toont mij onmiddellijk 2 sms’jes van de ouders van Getuige 2. Moeder wilde graag een berichtje van Verdachte dat Getuige 2 nog zou leven. Verdachte laat nog een sms van vader zien waarin hij schrijft dat hij hoopt dat deze relatie langer zal duren dan zijn vorige relatie.

Getuige 2 vertelde dat haar vader haar opgehaald had bij opa en oma en dat zij tot 1 januari bij haar ouders was geweest. Ze vertelde dat ze nog net niet aan de ketting vast lag. Op 1 januari heeft zij kans gezien om weg te komen. Getuige 2 zou bij een vriendin hebben geslapen. Verdachte heeft haar 's ochtends bij deze vriendin opgehaald.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Ten laste gelegde onder 1 en 2

De rechtbank ziet - anders dan de raadsvrouw - geen aanleiding om de verklaring van Aangeefster als onbetrouwbaar aan te merken. Aangeefster heeft op hoofdlijnen zeer gedetailleerd, consistent en duidelijk verklaard over de ten laste gelegde feiten. De verschillen in de verklaringen over de exacte toedracht en tijdstippen van de gebeurtenissen doen niet af aan de essentie van haar verklaring. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de hoogte van het IQ geen reden is om de verklaring van Aangeefster als onbetrouwbaar aan te merken.

De verklaring van Aangeefster kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor het bewijs gebruikt worden.

De rechtbank ziet – anders dan de raadsvrouw – evenmin reden om de verklaring van getuige 1 als onbetrouwbaar aan te merken. De rechtbank is van oordeel dat noch haar leeftijd noch de hoogte van haar IQ aanleiding is om de verklaring van Getuige 1 als onbetrouwbaar aan te merken.

Het feit dat Getuige 1 niet door de verbalisanten is gewezen op haar verschoningsrecht ten opzichte van verdachte, haar vader, is geen vormverzuim. De rechtbank overweegt daartoe dat opsporingsambtenaren noch rechters verplicht zijn om personen die door hen als getuige worden gehoord uitdrukkelijk te wijzen op de onder omstandigheden bestaande mogelijkheid zich te verschonen van het beantwoorden van bepaalde aan hen gestelde vragen. De rechtbank wijst in dit verband op HR 30 augustus 2005, LJN AT7091. De rechtbank zal dit verweer van de raadsvrouw dan ook passeren.

Gelet op het voorgaande kan ook de verklaring van Getuige 1 naar het oordeel van de rechtbank voor het bewijs worden gebezigd.

De aangifte wordt naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen. De aangifte wordt met name ondersteund door de verklaring van getuige 1, het zusje van Aangeefster. Getuige 1 heeft niet alleen gezien dat verdachte Aangeefster meermalen een tongzoen gaf, zij heeft ook de foto’s, waarover Aangeefster heeft verklaard, gezien, waarop zij heeft gezien dat Aangeefster naakt aan het poseren is. Daarnaast heeft Getuige 1 op een filmpje gezien dat Aangeefster verdachte aan het aftrekken en aan het pijpen is. De aangifte wordt tevens ondersteund door de getuigenverklaring van Getuige 3, die heeft gezien dat verdachte Aangeefster in haar borsten kneep alsmede door de getuigenverklaring van Getuige 2 die heeft verklaard dat op de slaapkamer van verdachte een camera op het kastje stond, die was gericht op het bed.

Voorts heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte van elkaar afwijkende verklaringen heeft afgelegd. Zo herinnerde verdachte Aangeefster er iedere dag aan om de pil te nemen omdat zij anders zwanger kon raken terwijl hij ook heeft verklaard dat zij de pil louter nam vanwege buikklachten. Voorts heeft verdachte van elkaar afwijkende verklaringen gegeven over de reden waarom Aangeefster bij hem in bed sliep en ten aanzien van de periode wanneer hij zich ter vervulling van zijn seksuele behoeften tot een escortdame heeft gewend. Dat verdachte van elkaar afwijkende verklaringen heeft afgelegd doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van die verklaringen.

Ten laste gelegde onder 3B

Artikel 249 Wetboek van Strafrecht beoogt blijkens de wetsgeschiedenis minderjarigen te beschermen die zich in een zodanige afhankelijke positie bevinden, dat de dader daaraan een zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen.

Verdachte is een volwassen man, de vader van de vriendin van Getuige 2, waarbij bovendien sprake is van een significant leeftijdsverschil met Getuige 2. Getuige 2 kwam gedurende een langere periode veel bij verdachte thuis, aanvankelijk als de vriendin van zijn dochter, later als de vriendin van verdachte. Verdachte nam Getuige 2 veel mee in zijn auto op uitjes naar onder meer auto-evenementen. In deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat van de zijde van verdachte sprake was van een zodanig overwicht dat niet kan worden gesproken van een gelijkwaardige relatie.

Voorts heeft verdachte Getuige 2 een aantal keren opgehaald terwijl zij in een hulpverleningsinstelling verbleef, waarna zij vervolgens bij hem thuis bleef logeren. Onder deze omstandigheden is bij deze personen naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin de minderjarige Getuige 2 aan verdachtes zorg dan wel waakzaamheid geacht kon worden te zijn toevertrouwd. Dat van de zijde van de ouders van Getuige 2 geen toestemming dan wel wetenschap bestond van de aanwezigheid van Getuige 2 bij verdachte doet daaraan niet af.

Ten laste gelegde onder 4

De rechtbank is van oordeel dat uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De aangifte van de vader van Getuige 2, van 6 januari 2011 dat Getuige 2 nog werd vermist, wordt voldoende ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij Getuige 2 op 2 januari 2011 heeft opgehaald nadat zij was weggelopen uit de instelling waar zij verbleef en dat zij toen bij hem is gebleven. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de politie kan ook worden afgeleid dat verdachte Getuige 2 heeft opgehaald en bij hem thuis onderdak heeft verschaft. De politie heeft Getuige 2 op 3 januari 2011 in de auto van verdachte aangetroffen. Voorts blijkt daaruit dat verdachte de politie te kennen heeft gegeven niet de politie te gaan bellen als hij Getuige 2 zou aantreffen. Daarnaast wordt in het proces-verbaal van bevindingen gewag gemaakt van 2 sms-berichten die verdachte van de ouders van Getuige 2 heeft ontvangen, waaruit kan worden afgeleid dat de ouders Getuige 2 zochten en wanhopig waren. Verdachte heeft vervolgens niet de politie ingelicht over de verblijfplaats van Getuige 2. Uit de verklaring van getuige 4 kan worden afgeleid dat zij Getuige 2 op 3 januari 2011 bij verdachte thuis heeft aangetroffen.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3B en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

in de periode van 9 december 2006 tot en met 8 december 2010

in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

meermalen, met zijn dochter, Aangeefster (geboren op datum]), die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die Aangeefster, hebbende verdachte

- zich op haar afgetrokken en

- haar borsten betast/bevoeld en

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en

- zijn tong in/bij haar vagina geduwd/gebracht en

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht.

2.

hij

in de periode van 1 mei 2008 tot en met 3 augustus 2011

in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

meermalen telkens foto's en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen

heeft vervaardigd en in bezit gehad,

terwijl op die afbeeldingen (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

het (laten) aftrekken van de stijve penis van een volwassen man door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het (laten) vasthouden en in de mond (laten) nemen van de stijve penis van

een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert

in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar

leeftijd past en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

terwijl hij bovenvermeld feit heeft begaan tegen zijn kind.

3.B

hij

in de periode van 30 april 2010 tot en met 30 april 2011

in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, in elk geval in Nederland,

meermalen, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige Getuige 2 (geboren op [datum]), hebbende verdachte

- haar op de mond gekust en

- zijn tong in haar mond gebracht en

- haar borsten betast/bevoeld en

- zijn penis in haar vagina gebracht.

4.

Dat verdachte omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 7

januari 2011 opzettelijk een minderjarige, te weten Getuige 2

(geboren op [datum]), die zich onttrokken had aan het

opzicht van degene die het toezicht over haar uitoefende,

verborgen heeft en aan de nasporing van de ambtenaren van

de politie onttrokken heeft, immers heeft hij haar terwijl hij

wist dat zij was weggelopen van huis, onderdak verschaft, heeft hij niet aan

de politie gemeld waar zij verbleef terwijl hij daarvan wel op de hoogte was

omdat ze bij hem was, en heeft hij niet gereageerd op verzoeken van haar

ouders hen te laten weten of ze nog leefde.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen 1, 2, 3B en 4 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

2.

Een afbeelding bevattende een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen/in bezit hebben, meermalen gepleegd.

3B.

Ontucht plegen met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

4.

Het verbergen van een minderjarige die onttrokken was aan het wettig over haar gesteld gezag.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het 1, 2, 3B en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval de rechtbank het ten laste gelegde bewezen mocht achten, gepleit voor een gevangenisstraf voor de duur van maximaal twee à drie jaar. De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op het feit dat verdachte een first offender is. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht in aanmerking te nemen dat verdachte zijn vrouw en kinderen is kwijtgeraakt en dat er geen recidivegevaar is nu verdachte geen contact meer heeft met Aangeefster en Getuige 1.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van zijn dochter, namelijk van haar tiende tot haar zestiende levensjaar. Het seksueel misbruik door verdachte vond meerdere keren per week plaats en is in de loop der tijd in ernst toegenomen. Uiteindelijk bestond het misbruik mede uit het seksueel binnendringen bij Aangeefster.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische foto’s en andere gegevensdragers. Verdachte heeft zijn dochter naakt laten poseren en opnamen gemaakt van het seksueel misbruik van zijn dochter.

Door zijn handelen heeft verdachte voor Aangeefster een jarenlange situatie van onveiligheid en angst gecreëerd. Het vertrouwen dat Aangeefster als kind in haar vader mocht stellen heeft verdachte op zeer ernstige wijze geschonden. Dit is des te schrijnender doordat de moeder van Aangeefster in 2008 is overleden en Aangeefster volledig was aangewezen op verdachte.

Het is van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenmisdrijven nog lange tijd als gevolg daarvan psychische problemen kunnen ondervinden. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring van Aangeefster d.d. 21 juni 2012. Zij geeft daarin aan dat door het seksueel misbruik haar middelbare schooltijd grotendeels is verpest; zij spijbelde veel en is een aantal keren een niveau lager gezakt in de opleiding. Voorts was het voor Aangeefster heel aangrijpend dat zij uit huis moest worden geplaatst. Zij heeft nog dagelijks te kampen met ernstige psychische problemen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij enkel uit was op de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en totaal geen oog heeft gehad voor de gevolgen die zijn handelen voor Aangeefster zou kunnen hebben.

Voorts is ten laste van verdachte bewezen verklaard dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met Getuige 2 die aan zijn zorg dan wel waakzaamheid was toevertrouwd en haar heeft verborgen terwijl zij onttrokken was aan het gezag.

De door verdachte begane feiten rechtvaardigen in beginsel zonder meer oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank stelt vast dat uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 juli 2012 is gebleken dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke strafbare feit onherroepelijk is veroordeeld. Niettemin zal de rechtbank aan dit gegeven geen doorslaggevende invloed ten gunste van verdachte toekennen.

Verdachte is niet ingegaan op uitnodigingen van de Reclassering. Ter zitting heeft verdachte te kennen gegeven geen medewerking te willen geven aan persoonlijkheidsonderzoek. De rechtbank heeft derhalve geen inzicht gekregen in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zodat de rechtbank daarmee geen rekening heeft kunnen houden bij de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur moet worden opgelegd. De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 240b, 245, 249 en 280 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 3A tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3B en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het 1, 2, 3B en 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. P.H.M. Smeets, voorzitter, L.W. Janssen en J.V. Nolta, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. de Wind, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 juli 2012.