Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BX1757

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
24-05-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
18-670059-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk, voor één van de twee overvallers van het Albert Heijnfiliaal aan de Eikenlaan te Groningen. Deze straf is conform de eis van het openbaar ministerie.De veroordeelde heeft zichzelf gemeld bij de politie als dader van de overval. Hij moet zich onder toezicht gaan stellen van de reclassering zodra hij het onvoorwaardelijk deel van zijn straf heeft uitgezeten. Hij is bereid immateriële schade te betalen aan het slachtoffer ( één van de caissières ) en de rechtbank heeft hem daartoe veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670059-12 (promis)

datum uitspraak: 24 mei 2012

op tegenspraak

raadsman: mr. C. Eenhoorn

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op datum],

wonende te [plaats],

thans preventief gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel, Ter Apel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 mei 2012.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij

op of omstreeks 24 januari 2012

in de gemeente Groningen

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel van Albert Heijn aan de

Eikenlaan heeft weggenomen (ondermeer) 285 euro, althans hoeveelheden of een

hoeveelheid geld, toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader

- zich heeft/hebben vermomd met een sjaal of T-shirt, althans een kledingstuk

of een doek, en/of (een) capuchon(s) en/of een zonnebril, althans zijn/hun

gelaat onherkenbaar of moeilijk herkenbaar heeft/hebben gemaakt, en/of

- zichtbaar een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gedragen en/of

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

gericht op, althans gehouden in de richting van en/of getoond aan, die

[aangeefster 1] en/of tegen die [aangeefster 1] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Dit is een

overval" en/of "Geld, doe de la open" en/of "Geef ons al het geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de winkel in

heeft/hebben gericht, althans gehouden, en/of heeft/hebben gericht op, althans

gehouden in de richting van en/of getoond aan, die [aangeefster 2] en/of tegen die

[aangeefster 2] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Doe open, doe open" en/of "Je krijgt 10

seconden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of daarbij op

een kassaklep heeft/hebben geslagen en/of (hoorbaar voor en/of doelende op die

[aangeefster 2]) heeft/hebben gezegd: "Schiet dat wijf anders maar dood" en/of "Knal

haar neer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

gericht op, althans gehouden in de richting van en/of getoond aan, die [aangeefster 3]

en/of tegen die [aangeefster 3] heeft/hebben geschreeuwd/gezegd: "Kassa open, doe je

kassa open", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

EN/OF

hij

op of omstreeks 24 januari 2012

in de gemeente Groningen

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in een winkel van

Albert Heijn aan de Eikenlaan met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3], heeft gedwongen tot de afgifte

van (ondermeer) 285 euro, althans hoeveelheden of een hoeveelheid geld, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader

- zich heeft/hebben vermomd met een sjaal of T-shirt, althans een kledingstuk

of een doek, en/of (een) capuchon(s) en/of een zonnebril, althans zijn/hun

gelaat onherkenbaar of moeilijk herkenbaar heeft/hebben gemaakt, en/of

- zichtbaar een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gedragen en/of

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

gericht op, althans gehouden in de richting van en/of getoond aan, die

[aangeefster 1] en/of tegen die [aangeefster 1] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Dit is een

overval" en/of "Geld, doe de la open" en/of "Geef ons al het geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de winkel in

heeft/hebben gericht, althans gehouden, en/of heeft/hebben gericht op, althans

gehouden in de richting van en/of getoond aan, die [aangeefster 2] en/of tegen die

[aangeefster 2] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Doe open, doe open" en/of "Je krijgt 10

seconden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of daarbij op

een kassaklep heeft/hebben geslagen en/of (hoorbaar voor en/of doelende op die

[aangeefster 2]) heeft/hebben gezegd: "Schiet dat wijf anders maar dood" en/of "Knal

haar neer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

gericht op, althans gehouden in de richting van en/of getoond aan, die [aangeefster 3]

en/of tegen die [aangeefster 3] heeft/hebben geschreeuwd/gezegd: "Kassa open, doe je

kassa open", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het eerste deel van de tenlastelegging (diefstal met geweld, in vereniging gepleegd) wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie wijst daartoe op de aangiften van [aangeefster 1], [aangeefster 2] en [aangeefster 3] alsmede op de bekennende verklaringen van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring aangesloten bij de officier van justitie.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 januari 2012, opgenomen in proces-verbaal met nummer 2012008669, d.d. 23 maart 2012 van de Regiopolitie Groningen. inhoudende de verklaring van [aangeefster 1] (p.151 e.v.)

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 januari 2012, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [aangeefster 2] (p.159 e.v.)

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 januari 2012, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [aangeefster 3] (v.a. p.162)

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 25 januari 2012, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 4] (v.a. p.166)

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 24 januari 2012 in de gemeente Groningen

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in een winkel van Albert Heijn aan de

Eikenlaan heeft weggenomen 285 euro, toebehorende aan Albert Heijn,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging

met geweld tegen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] en [aangeefster 3],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond

dat verdachte en/of zijn mededader

- zich heeft/hebben vermomd met een sjaal of T-shirt, en/of

een capuchon en/of een zonnebril, en/of

- zichtbaar een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gedragen en/of

- dat pistool, heeft/hebben gericht op, die [aangeefster 1] en/of tegen die [aangeefster 1]

heeft/hebben geroepen: "Dit is een overval" en "Geld, doe de la open" en

"Geef ons al het geld", en/of vervolgens

- dat pistool, heeft/hebben gericht op, die [aangeefster 2] en/of tegen die

[aangeefster 2] heeft/hebben geroepen: "Doe open, doe open" en/of "Je krijgt 10

seconden", en/of daarbij op een kassaklep heeft/hebben geslagen

en/of (hoorbaar voor en/of doelende op die

[aangeefster 2]) heeft/hebben gezegd: "Schiet dat wijf anders maar dood" en/of "Knal

haar neer", en/of vervolgens

- dat pistool, heeft/hebben gericht op, die [aangeefster 3]

en/of tegen die [aangeefster 3] heeft/hebben geschreeuwd: "Kassa open, doe je

kassa open".

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen gepleegd, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het eerste deel van de tenlastelegging wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk, waarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht wordt opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd in het reclasseringsrapport d.d. 2 mei 2012, zullen worden opgelegd, te weten

- een meldingsgebod;

- deelname aan een gedragsinterventie;

- behandelverplichting.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte niet in staat was zelf zijn problemen op te lossen. Verdachte heeft de hulp, die hij voor zijn problemen heeft gezocht bij diverse instanties, niet gekregen omdat daarvoor geen kader werd gevonden. Verdachte raakte steeds verder verzeild in een gewelddadige wereld. Verdachte heeft vervolgens uit wanhoop een drastische actie ondernomen door de overval te plegen. Verdachte heeft daarvoor zijn verantwoordelijkheid genomen door zichzelf bij de politie te melden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapportage, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn medeverdachte, schuldig gemaakt aan een overval op supermarkt Albert Heijn te Groningen. Verdachte en medeverdachte zijn, vermomd en met een vuurwapen, Albert Heijn binnengegaan. Verdachte en zijn medeverdachte hebben dit vuurwapen gericht op aangeefster [aangeefster 1] en daarbij bedreigende taal geuit. Toen [aangeefster 1] - verlamd van angst - niet reageerde, hebben verdachte en medeverdachte bij de volgende kassa het vuurwapen op aangeefster [aangeefster 2] gericht en dreigende taal geuit. Aangezien zich in deze pinkassa geen geld bevond, zijn verdachte en medeverdachte naar de volgende kassa gelopen en hebben aangeefster [aangeefster 3] bedreigd met een vuurwapen en geschreeuwd dat ze de kassa moest openen. Bij deze kassa hebben verdachte en medeverdachte € 285,- buitgemaakt.

Dergelijke overvallen veroorzaken bij de slachtoffers veelal gevoelens van onveiligheid en brengen in de samenleving grote onrust teweeg. Slachtoffers van dergelijke berovingen ondervinden daarvan in het algemeen nog langdurig de gevolgen. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring van aangeefster [aangeefster 1] waarin zij aangeeft dat zij na de overval overstuur en in paniek was en een aantal weken niet in staat was om normaal te werken. Nog steeds heeft zij last van psychische problemen als gevolg van de overval. Het plezier dat zij in haar werk had is verdwenen.

Het door verdachte begane feit rechtvaardigt in beginsel zonder meer oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf in aanmerking dat uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 januari 2012 is gebleken dat verdachte weliswaar ter zake van vermogensdelicten, maar niet eerder ter zake van dergelijke ernstige soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld.

Voorts neemt de rechtbank in aanmerking het reclasseringsadvies d.d. 2 mei 2012 opgemaakt door M. de Bruin. Daarin wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij de volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd:

- meldingsgebod te weten zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering; verdachte moet zich melden na (schriftelijke) uitnodiging door de reclassering. Hierna moet hij zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering gedurende deze perioden nodig acht;

- deelname aan een gedragsinterventie te weten cognitieve vaardigheidstraining;

- behandelverplichting m.b.t. zijn middelengebruik.

Verdachte heeft ter zitting verklaard zijn medewerking te willen verlenen aan de bijzondere voorwaarden.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. De rechtbank zal een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen, mede om daaraan de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringstoezicht te verbinden. Daarnaast zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het reclasseringsrapport opleggen.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [aangeefster 1], wonende te [plaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen waarbij verdachte en medeverdachte hoofdelijk worden veroordeeld. Voorts heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij geen opmerkingen. Verdachte gaat akkoord met de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij [aangeefster 1] als gevolg van het tenlastegelegde feit, rechtstreeks schade heeft geleden voor een bedrag van € 1.700,-. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot een bedrag van € 1.700,- zal worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Hoofdelijkheid

Verdachte is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag van € 1.700,- gehouden voor zover dit bedrag al door verdachtes mededader is voldaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het eerste deel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde voor het einde van dan wel gedurende de proeftijd van 2 jaren één of meer voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

-zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en,

-ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldingsgebod:

De veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, voor zover deze niet al zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet veroordeelde zich melden na (schriftelijke) uitnodiging door Reclassering Nederland. Hierna moet hij zich gedurende door RN bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering dat gedurende deze perioden nodig acht.

Deelname aan een gedragsinterventie:

Veroordeelde moet deelnemen aan de cognitieve vaardigheidstraining.

Behandelverplichting:

Veroordeelde moet deelnemen aan behandeling met betrekking tot zijn middelengebruik.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1], wonende te [plaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 1.700,- (zegge zeventienhonderd euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 1.700,- (zegge zeventienhonderd euro) ten behoeve van de benadeelde partij [aangeefster 1], wonende te [plaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.700,- ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Verdachte is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit al door verdachtes mededader is voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A.F. Gerding, voorzitter, L.M.E. Kiezebrink en J.V. Nolta, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. de Wind, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 mei 2012.