Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BX1536

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-07-2012
Datum publicatie
16-07-2012
Zaaknummer
134568/KG ZA 12-173
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Krakers vinden dat er rauwelijks is gedagvaard, omdat zij niet schriftelijk zijn gesommeerd en hen geen termijn is gesteld om het terrein te verlaten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er van rauwelijks dagvaarden geen sprake, omdat tussen partijen vast staat dat medewerkers van eiseres meermalen in gesprek zijn gegaan met de krakers en dat zij de krakers hebben verzocht om het terrein te verlaten. Omdat de krakers hieraan geen gehoor hebben gegeven, stond het eiseres vrij om hen te dagvaarden. Een schriftelijke sommatie is niet vereist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 134568 / KG ZA 12-173

Vonnis in kort geding van 13 juli 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KUWAIT PETROLEUM NEDERLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. B.M.B. Gruppen te Groningen,

tegen

1. [A], verblijvende op de onbebouwde onroerende zaak, plaatselijk bekend als Van der Hoopstraat 11 te Groningen,

advocaat mr. R. Zwiers te Schiedam,

2. ZIJ DIE VERBLIJVEN OP DE ONBEBOUWDE ONROERENDE ZAAK, plaatselijk bekend als Van der Hoopstraat 11 te Groningen,

gedaagden sub 2 zijn niet verschenen.

Partijen zullen hierna Kuwait, [A] en de overige krakers genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de mondelinge behandeling op 4 juli 2012 waarbij namens Kuwait is verschenen [B] met mr. B.M.B. Gruppen voornoemd en namens gedaa[A] met mr. R. Zwiers voornoemd,

- de pleitnota van Kuwait,

- de pleitnota van [A].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Kuwait is eigenaresse van het onbebouwde perceel aan de Van der Hoopstraat 11 te Groningen, kadastraal bekend gemeente Groningen, sectie A, nummer 8118.

2.2. Het perceel is op 12 juni 2012 zonder recht of titel in gebruik genomen door [A] en de overige krakers. [A] en de overige krakers wonen momenteel op het terrein. Zij hebben daar onder andere enkele tenten en caravans geplaatst.

2.3. Een medewerker Kuwait is tweemaal op het terrein geweest en heeft de krakers gevraagd om het terrein te verlaten. [A] en de overige krakers hebben hieraan geen gehoor gegeven.

3. Het geschil

3.1. Kuwait heeft samengevat - ontruiming gevorderd van de onbebouwde onroerende zaak plaatselijk bekend als Van der Hoopstraat 11 te Groningen, alsmede dat het vonnis tot één jaar na uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging op de onbebouwde onroerende zaak bevindt.

3.2. [A] heeft verweer gevoerd.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ambtshalve dient te worden beoordeeld of de dagvaarding op een zodanige wijze is betekend dat tegen de niet verschenen krakers verstek kan worden verleend. Gelet op de ratio van de eisen voor betekening en de wetsgeschiedenis omtrent het anoniem dagvaarden, zal de voorzieningenrechter artikel 61 Wetboek van Rechtsvordering (Rv) aldus uitleggen dat het ook van toepassing is in geval van ontruiming van een onbebouwde onroerende zaak. Uit de schriftelijke verklaring van de gerechtsdeurwaarder van 20 juni 2012 blijkt dat is voldaan aan het voorschrift van artikel 47 Rv. Daarnaast is de dagvaarding (althans een kennisgeving) gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de dagvaarding niet lijdt aan een gebrek dat nietigheid meebrengt zodat - nu ook overigens aan de wettelijke formaliteiten is voldaan en een redelijke termijn in acht is genomen - de overige krakers verstek zal worden verleend.

4.2. [A] heeft gesteld dat er rauwelijks is gedagvaard, omdat zij en de overige krakers niet schriftelijk zijn gesommeerd en hen geen termijn is gesteld om het terrein te verlaten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er van rauwelijks dagvaarden geen sprake, omdat tussen partijen vast staat dat medewerkers van Kuwait meermalen in gesprek zijn gegaan met de krakers en dat zij de krakers hebben verzocht om het terrein te verlaten. Omdat [A] en de overige krakers hieraan geen gehoor hebben gegeven, stond het Kuwait vrij om hen te dagvaarden. Een schriftelijke sommatie is niet vereist.

4.3. [A] heeft niet weersproken dat zij zonder recht of titel gebruik maakt van het aan Kuwait toebehorende terrein. Daarmee staat vast dat zij onrechtmatig op het terrein verblijft.

4.4. Tussen partijen is in discussie of Kuwait een spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming van het terrein. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Ingevolge artikel 5:1 BW is het eigendom het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Blijkens lid 2 van dat artikel staat het de eigenaar met uitsluiting van ieder ander vrij om van zijn eigendom gebruik te maken zoals hij dat wenst. De enige beperkingen die de eigenaar bij het gebruik van zijn eigendom in acht moet nemen, zijn dat hij de rechten van anderen moet respecteren alsook de overheidsregels die de vrijheid van de eigenaar beperken. Ingevolge artikel 5:2 BW is de eigenaar bevoegd zijn eigendom terug te eisen van een ieder die de zaak zonder recht onder zich houdt of in gebruik neemt. Dat betekent dat de eigenaar zijn eigendomsrecht kan handhaven tegenover iedereen die er inbreuk op maakt.

Uit voorgaande blijkt dat een eigenaar een onrechtmatige inbreuk op zijn recht niet hoeft te dulden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de aard van het gevorderde dat sprake is van een spoedeisend belang.

4.5. Voor het aannemen van een uitzondering op voormeld beginsel zou wellicht aanleiding kunnen zijn als Kuwait het onrechtmatige gebruik van haar terrein door [A] en de overige krakers jarenlang had gedoogd, dan wel indien Kuwait onredelijk lang had gewacht met het nemen van rechtsmaatregelen tegen inbreukmakers. Een dergelijke situatie doet zich echter niet voor. Enkele dagen na ingebruikname van het terrein heeft Kuwait [A] en de overige krakers immers gevraagd het terrein te verlaten. Toen [A] en de overige krakers hieraan geen gehoor gaven, heeft Kuwait hen op 20 juni 2012 gedagvaard in kort geding.

4.6. Een belangenafweging kan niet tot een ander oordeel leiden. [A] heeft niet gesteld dat zij een bijzonder belang heeft bij voortgezette bewoning van het perceel en hiervan is ook niet op andere wijze gebleken. Met de belangen van de niet verschenen gedaagden kan geen rekening worden gehouden.

4.7. In het licht van het voorgaande is de vordering tot ontruiming van het (gehele) terrein jegens [A] toewijsbaar, met dien verstande dat voor ontruiming een in dit geval redelijk te achten termijn van drie weken zal worden bepaald. In die periode zal [A] moeten kijken of zij een andere rustige en vrije woonplek kan vinden.

4.8. Nu de vordering ten aanzien van de overige krakers niet onrechtmatig of ongegrond moet worden geacht en er, mede gelet op hetgeen door [A] is aangevoerd, geen grond bestaat om jegens hen anders te oordelen, zal deze vordering worden toegewezen, met dien verstande dat voor ontruiming een redelijk te achten termijn van drie weken zal worden bepaald.

4.9. De gevorderde mogelijkheid om het vonnis bij herkraak ten uitvoer te leggen is voor toewijzing vatbaar voor een termijn van één jaar.

4.10. [A] en de overige krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Kuwait worden begroot op:

- dagvaarding EUR 76,17

- griffierecht 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.452,17

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [A] en de overige krakers om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de aan Kuwait toebehorende onroerende zaak aan de Van der Hoopstraat 11 te Groningen met al het hunne en de hunnen te verlaten en te ontruimen en ter vrije en algehele beschikking aan Kuwait te stellen,

5.2. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,

5.3. veroordeelt [A] en de overige krakers in de proceskosten, aan de zijde van Kuwait tot op heden begroot op € 1.452,17,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Molema en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2012.?