Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BW6687

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
14-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
133845-PR RK 12-202
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking op voorhand van de president nu deze mogelijk het wrakingsverzoek zal gaan behandelen.

Wrakingsverzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GRONINGEN

MEERVOUDIGE KAMER

Zaaknummer: 133845 / PR RK 12-202

Datum beslissing: 11 mei 2012

Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. R.B.M. Keurentjes.

1. Procesverloop

1.1. Bij brief van 8 mei 2012 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.B.M. Keurentjes, president van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer 133563/PR RK 12-181, waarbij verzoeker als partij is betrokken.

1.2. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verzoeker ook in het recente verleden veelvuldig soortgelijke wrakingsverzoeken bij deze rechtbank heeft ingediend en dat die verzoeken telkens ongegrond zijn verklaard. De rechtbank verwijst daarbij onder meer naar de zaken met de volgende nummers: 129640/HA RK 11-343,126065/HA RK 11-131, 125938/HA RK 11-124, 125865/HA RK 11-119, 125330/HA RK 11-53.

2. De beoordeling

2.1. Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zich baseert op de doorlooptijd van zijn wrakingsverzoek inzake AWB 12/212. Verzoeker acht mr. R.B.M. Keurentjes hiervoor verantwoordelijk.

2.2. Artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht luidt: op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het verzoekschrift voldoet niet aan dit vereiste nu de wrakingskamer die het wrakingsverzoek inzake AWB 12/212 zal behandelen ten tijde van het wrakingsverzoek nog niet was geformeerd. Verzoeker houdt mr. R.B.M. Keurentjes als president van de rechtbank verantwoordelijk voor de gang van zaken, doch nu niet vaststaat dat mr. R.B.M. Keurentjes een van de rechters is “die de zaak behandelen” is niet voldaan aan de in de wet gestelde eis.

2.3. Het wrakingsverzoek is daarom niet ontvankelijk. Tot een mondelinge behandeling behoeft niet te worden overgegaan.

2.4. De rechtbank overweegt met betrekking tot een eventueel volgend wrakingsverzoek het volgende. Het is de rechtbank ambtshalve gebleken dat verzoeker herhaaldelijk verzoeken indient die niet voldoen aan de wettelijke vereisten. In dat licht moet het ervoor worden gehouden dat sprake is van misbruik van het middel van wraking. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking op de voet van artikel 8:18 lid 4 Awb niet in behandeling zal worden genomen.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,

3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 133563/PR RK 12-181) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,

3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. R.B.M. Keurentjes, mr. F. Sijens en het college van burgemeester en wethouders Groningen, Dienst SOZAWE.

3.4. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.

Aldus gegeven door mrs G. Tangenberg, voorzitter, M.W. de Jonge en S.M. Schothorst, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2012.

kb