Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BW2501

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
16-04-2012
Zaaknummer
528398 - CV EXPL 11-15318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betalingsovereenkomst aangegaan op 15e. UMCG stelt ten onrechte dochter aansprakelijk voor betalingsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 528398 \ CV EXPL 11-15318

Vonnis d.d. 4 april 2012

inzake

de rechtspersoon de publiekrechtelijke rechtspersoon krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Universitair Medisch Centrum Groningen,

gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,

eiseres, hierna te noemen UMCG,

gemachtigde De Jong-Kistemaker, gerechtsdeurwaarder te Amersfoort

tegen

X,

wonende te [adres],

gedaagde, hierna X te noemen,

in persoon procederend.

PROCESGANG

UMCG heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad X te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.612,38 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, tot 24 oktober 2011 een bedrag van € 316,79, en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 357,00 met veroordeling van X in de kosten van de procedure.

X heeft de vorderingen betwist.

Partijen hebben volgens over en weer hun standpunten nader toegelicht waarna vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De feiten

1.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende betwist, staat tussen partijen het navolgende vast.

1.2 X, geboren op [geboortedatum], heeft medische diensten van de afdeling orthodontie van UMCG ontvangen. UMCG heeft voor die behandeling nota's gestuurd voor een totaal bedrag van € 1.612,38.

1.3 UMCG heeft ter zake van het uitblijven van betaling van die nota's betalingsverzoeken en aanmaningen gestuurd. Die verzoeken en aanmaningen zijn gericht zowel aan de ouders/verzorgers als aan X.

2 Het standpunt van UMCG

2.1 UMCG heeft naast voormelde feiten, aanvullend naar voren gebracht dat UMCG zich vanwege uitblijven van betaling, genoodzaakt heeft gezien de vordering uit handen te geven van haar incassogemachtigde. X heeft diverse malen telefonisch contact opgenomen waarbij zij heeft aangegeven dat haar ouders verantwoordelijk zijn voor de vorderingen. De incassogemachtigde van UMCG heeft X uitgelegd dat X zelf de overeenkomst is aangegaan. Inmiddels heeft zij bovendien de meerderjarige leeftijd bereikt zodat zij verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de voldoening van het openstaande bedrag.

2.2 Bij repliek heeft UMCG, onder verwijzing naar uitspraken van de kantonrechter te Groningen van 4 juni 2009 (LJN: BM1623) en 24 juni 2010 (LJN: BN 9168), kort gezegd, betoogd dat op grond van de heersende jurisprudentie ervan uit mocht worden gegaan dat de ouders die voor behandeling van hun kind een overeenkomst sluiten, die overeenkomst in naam van het kind sluiten. Dat is slechts anders indien bij het sluiten van de overeenkomst duidelijk is besproken dat de ouders (mede) voor zichzelf optreden.

2.3 (De gemachtigde van) UMCG verwijst in dat kader tevens naar het bepaalde in artikel 7:447 BW. Een minderjarige die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt is bekwaam tot het aangaan van een geneeskundige behandelingsovereenkomst voor zichzelf. De minderjarige is daarbij tevens aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende verbintenissen. X is dan ook zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor voldoening van de openstaande vordering.

2.4 Indien en voor zover zij meent dat haar ouders verantwoordelijk zijn zal zij haar ouders daarvoor moeten aanspreken. De door X geschetste persoonlijke omstandigheden zijn voor haar uiterst vervelend doch kunnen niet aan UMCG worden tegengeworpen.

2.5 Mochten er al door de incassogemachtigde brieven zijn verstuurd naar het verkeerde adres van X, dit wordt betwist, dan zou dat een omstandigheid zijn die voor rekening van X blijft. X heeft dan verzuimd een adreswijziging door te geven. X heeft bovendien ter zake van de gezonden brieven telefonisch contact opgenomen. Daaruit blijkt dat zij die brieven wel degelijk heeft ontvangen.

3 Het standpunt van X

3.1 X was op het moment dat de tandarts aandrong op het plaatsen van een beugel, op haar leeftijd niet bezig met de financiële kant voor zo'n ingreep. Het kan haar niet worden aangerekend dat haar ouders daarvoor kennelijk niet goed verzekerd waren.

Zouden haar ouders destijds een bedrag hebben betaald voor een aanvullende tandartsverzekering dan zou zij niet met deze claim zijn geconfronteerd.

Toewijzing van de vordering zou betekenen dat zij als kind gestraft wordt voor de (bewuste) nalatigheid van haar ouders.

3.2 Zij heeft een persoonlijkheidsstoornis en probeert een relatie op te bouwen. Zij heeft schulden die direct of indirect het gevolg zijn van haar ouders en/of opvoeding. Haar partner heeft eveneens een laag inkomen. Zij heeft dus ook geen ruimte voor het betalen van een openstaande factuur van een orthodontist ten tijde van haar 16e jaar.

3.3 Zij heeft bij dupliek nader aangegeven dat zij het aangaan van de overeenkomst 15 jaar was. Zij was zich niet bewust van eventuele kosten voor een dergelijke ingreep hield zich daarmee niet bezig.

3.4 Zij erkent dat zij heeft gebeld met de incassogemachtigde. Zij heeft aangegeven dat zij niet verantwoordelijk gesteld diende te worden en dat haar ouders contact zouden opnemen. Dat is niet gebeurd.

4 Beoordeling

4.1 X heeft betwist dat UMCG haar kan aanspreken ter zake van de kosten van de aangegane behandelingsovereenkomst voor de behandeling door een orthodontist.

Overwogen wordt als volgt.

4.2 Minderjarigen zijn op grond van het bepaalde in artikel 1:234 BW in beginsel onbekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen. Op grond van artikel 7:447 BW is een minderjarige die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt wel bekwaam om een behandelingsovereenkomst aan te gaan en is ook zelf aansprakelijk voor de uit die behandelingsovereenkomst voortvloeiende verbintenissen.

4.3 Gelet op de data van de facturen zijn de behandelingen door de orthodontist kennelijk aangevangen vanaf omstreeks mei 2007. Veruit het grootste deel van de facturen ziet ook op de periode voor 29 januari 2008, de datum waarop X 16 jaar werd. Naar van algemene bekendheid is plegen de werkzaamheden van een orthodontist zich over een langere periode uit te strekken. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat de behandelingsovereenkomst op basis waarvan de orthodontist zijn werkzaamheden heeft verricht, is aangegaan op een moment dat X nog geen 16 jaar oud was.

4.4 Dat levert een andere situatie op dan in de door UMCG vermelde uitspraken van de kantonrechter te Groningen. In die zaken handelde het immers om een minderjarige die reeds de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Dat enkele van de periodieke behandelingen van X in het kader van de behandelingsovereenkomst ook hebben plaatsgehad na het bereiken van de zestienjarige leeftijd, maakt het vorenstaande niet anders nu met name beslissend is het moment van het aangaan van die behandelingsovereenkomst.

4.5 X heeft gesteld dat zij, zeker destijds, geen zicht had op de financiële gevolgen van de behandeling door de orthodontist en de vraag of de kosten van die behandeling krachtens de door haar ouders aangegane verzekeringsovereenkomst zouden worden gedekt. UMCG heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit op te maken valt dat het de bedoeling is geweest dat X op haar naam de overeenkomst wilde aangaan en dat haar ouders daarbij slechts toestemming hebben verleend voor die overeenkomst.

Gelet op de aard, duur en kosten van die behandeling en mede gelet op verzekeringsaspecten ligt het naar het oordeel van de kantonrechter ook niet voor de hand dat de bedoeling heeft voorgestaan deze overeenkomst in naam van X aan te gaan.

4.6 UMCG heeft dan ook onvoldoende gesteld om tot de conclusie te kunnen komen dat het de bedoeling is geweest dat de behandelingsovereenkomst is aangegaan door X met toestemming van haar ouders. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat die overeenkomst door de ouders als opdrachtgever is aangegaan om hun dochter de nodige behandeling door een orthodontist te bieden.

4.7 UMCG heeft dan ook ten onrechte X in rechte betrokken en heeft haar ten onrechte aansprakelijk gehouden voor de nota's voortvloeiend uit die behandeling. De tegen X ingestelde vorderingen worden afgewezen.

5 Proceskosten

UMCG dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Nu aan de zijde van X niet is gebleken van reis- of verletkosten worden die kosten op nihil begroot.

Beslissing:

De kantonrechter:

-wijst de vorderingen van UMCG af;

-veroordeelt UMCG in de kosten van het geding, aan de zijde van X begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 4 april 2012 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: BvdB

coll: