Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:BV9057

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-03-2012
Datum publicatie
15-03-2012
Zaaknummer
18/670306-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

29-jarige man wordt door de rechtbank veroordeeld wegens moord tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren. De straf is overeenkomstig de eis. Volgens de rechtbank heeft de man met voorbedachten rade zijn 20-jarige vriendin met een groot aantal messteken om het leven gebracht. De man heeft uit vrees voor een mogelijke TBS geweigerd mee te werken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670306-11 (Promis)

datum uitspraak: 15 maart 2012

op tegenspraak

raadsman: mr. E. van der Meer

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[naam.verdachte],

geboren te [geboorteplaats.verdachte] op [geboortedatum.verdachte],

wonende aan [adres.verdachte], [woonplaats.verdachte],

thans preventief gedetineerd in [plaats.PI].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

15 september 2011, 5 december 2011 en 1 maart 2012.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 juni 2011 te [plaatsnaam], gemeente Groningen, opzettelijk

en, al dan niet, met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven

heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en, al dan niet, na kalm

beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een

mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam gestoken,

althans getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

Bewijsvraag

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer, met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd.

Zij baseert haar standpunt op de bekennende verklaring van verdachte, het onderzoek op het lichaam van het slachtoffer en het aantreffen van het mes, het NFI rapport betreffende de sectie en de verklaring van [getuige 1].

Met betrekking tot de voorbedachten rade overweegt zij als volgt. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij zijn plan zorgvuldig heeft doordacht en voorbereid. Immers wist verdachte dat het slachtoffer die middag zou komen. Daarom heeft hij in de loop van de ochtend de harde schijf van zijn computer vernield, zodat de politie hierop niets kon aantreffen. Ook heeft hij cocaïne gekocht en gebruikt en twee flesjes bier gedronken om in een roes te komen. Hij heeft het mes zorgvuldig klaargelegd. Toen het slachtoffer haar spullen ging pakken op de zolder heeft hij haar eerst in de rug gestoken en vervolgens meermalen in haar borst, armen, handen, hals en gezicht.

Het gebruik van alcohol en cocaïne doet geen afbreuk aan de verwijtbaarheid van verdachte, mede gelet op verdachtes verklaring omtrent het motief van zijn gebruik.

Standpunt van de verdediging

De raadsman pleit voor vrijspraak van het bestanddeel voorbedachten rade en heeft daarvoor het navolgende aangevoerd. Hoewel verdachte heeft verklaard over zijn handelingen, voorafgaand aan het uiteindelijk (fatale) steken, dient er op het moment van het steken sprake te zijn van voorbedachten rade. Met andere woorden, enkel de gedachte om iemand van het leven te willen beroven en daartoe een mes klaar te leggen, betekent nog niet dat verdachte zijn daad daarmee in koelen bloede uitvoert. Verdachte moet ook daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om zich te beraden en na te denken. Verdachte had immers de hoop dat het slachtoffer bij hem terug zou komen, maar zij bleek haar besluit te hebben genomen. Toen het slachtoffer daarop haar spullen kwam halen onder de mededeling dat zij weer uit zou gaan en aan een deken rook, ging bij verdachte de knop om. Het lijkt erop dat verdachte op dat moment de controle verliest en handelt in een opwelling. Ook het grote aantal messteken wijst op ongecontroleerdheid.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

A)

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2012, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik de harde schijf uit mijn computer heb gesloopt en op de barbecue heb gelegd en dat ik ongeveer twee gram cocaïne heb geregeld. Ik heb vooraf ongeveer één gram cocaïne gebruikt, twee sigaretten gerookt en twee flesjes bier gedronken. De overige cocaïne heb ik na afloop gebruikt. Ik had cocaïne nodig om te kunnen doen wat ik van plan was. Ik had er die avond ervoor al aan gedacht. Ik heb wel vaker met die gedachte gespeeld, maar nooit ter uitvoering gebracht.

Het klopt dat ik bang was dat ze met andere mannen naar huis zou gaan, dat wou ik absoluut niet meer. Ik had het mes op zolder klaargelegd, daar lagen ook haar kleren. Ik heb het mes nog een keer verplaatst, omdat ik bang was dat ze het zou vinden. Het klopt dat ik het mes uiteindelijk in de binnenzak van de leren jas heb gestopt.

Beneden sprak ze over uitgaan en dergelijke. Het moment dat het daadwerkelijk gebeurde stond ze op zolder en pakte mijn deken. Ze rook eraan en zei iets van: “hmm, wat lekker”. Ik heb het mes toen uit de binnenzak gepakt en haar gestoken van achteren in haar zij. Het klopt dat ze zei: “hou op of wat doe je”. Ik ben dichterbij gaan staan en heb opnieuw meermalen gestoken.

B)

Een proces-verbaal nummer PL01KN 2011054330-11 d.d. 2 juni 2011 opgenomen op pagina’s 5.9 van het dossier met nummer 2011054330 d.d. 12 augustus 2012 (verder te noemen dossier), inhoudende de verklaring van verdachte bij de politie, zakelijk weergegeven:

Ik had al bedacht dat als ze bij mij zou komen voor haar spullen. Ik heb haar gezegd dat ze de zolder niet alleen leeg ging pakken. Ik had gehoopt dat ze eerst wat anders zou zeggen. Ik had voordat ze kwam een paar biertjes gepakt, coke gesnoven, mes verstopt in kledingkast. In mijn lederen jas neergelegd.

Ik heb een paar keer dingen van haar aangepakt en neergelegd in de kamer. Ik had gehoopt dat ze steeds zou zeggen dat ze dit niet wilde. Maar ze zei de hele tijd dat ze uit zou gaan, naar onder andere een [feest] en lachte. Ik heb toen het mes gepakt en ben naar haar toe gelopen. Ze stond met haar rug naar me toe. Ik stak haar met het mes in de onderrug. Ze draaide zich om en vroeg: "Wat doe je" of "hou op". Dat weet ik niet meer zeker. Ik ben toen dichter bij haar gaan staan. Ik heb weer gestoken. We zijn samen komen vallen en ik viel op haar. Ik heb weer gestoken. Ze weerde af en ik heb meer gestoken. Ik ben er toen weer heen gegaan en heb gestoken. Ik heb mijn hand op haar mond gelegd.

Het is op zolder gebeurd. U vraagt mij waarom ik het mes heb verstopt. Ik liep al langer met die gedachte rond. Sinds ze vreemd was gegaan. Ik heb dat eerder verteld.

Ik had eerder al verteld dat ze niet vreemd moest gaan. Dat ik dan niet voor mezelf zou instaan. Ik heb haar wel eens gezegd dat ik haar eigenlijk af moest maken als ze me dit flikte.

Het was een lang mes. Er staat [merknaam] of zoiets op. Het is een soort gevechtsmes. Dat was hetzelfde mes als in de douche is aangetroffen.

Wanneer heb je bedacht dat als je dat zou aandoen je haar dood zou maken?

Ik weet niet meer wanneer dat was. Ik heb in het begin wel eens dromen gehad dat ik haar wilde verdrinken. Dat was nadat ik erachter kwam en we het erover hadden gehad. Ik heb dat toen ook tegen haar gezegd. Een paar weken geleden is het ook zo uit de hand gelopen. Ik was toen helemaal door het dolle heen. Ze zei dat ze weg wilde gaan. Ik zei je gaat helemaal niet weg. Ik zei dat als ze weg zou gaan dan was dat in een houten kistje. Ik heb toen mijn zus gebeld voor haar auto. We zijn naar het [ziekenhuis] gereden voor haar been.

Ik liep al langer met het idee rond om haar overhoop te steken. Hoe had ze dat kunnen voorkomen? Als ze had gezegd dat ze verder met mij wilde gaan.

Ik heb de harde schijf uit mijn computer gehaald en vernacheld. Ik dacht "wat moeten jullie ermee". Ik heb op de harde schijf gekrast en hem op de barbeque gelegd, vervolgens ben ik er met de bijl overheen gegaan. Dit heb ik ’s ochtends gedaan rond half 12.

Je hebt cocaïne gehaald en gesnoven, je hebt de computer vernield zodat de politie er niet in kon kijken. Op welk moment had je bedacht dat je dit zou doen? Ik denk dat het die avond ervoor is geweest.

Wat was de aanleiding dat je dat op dat moment zou gaan doen. Waarom die avond?

Ik had haar een sms gestuurd over haar spullen. Ik was heel erg boos geworden.

Was het puur het feit dat ze weg zou gaan? Ja, ik denk het wel. Ik was bang dat hetzelfde zou gebeuren als in het begin. Dat ze dan steeds weer naar haar huisje zou gaan en wat zou gaan gebeuren met andere mannen. Dat wou ik niet weer.

Heb je nog meer dingen voor die tijd gedaan dan coke gebruik en harde schijf? Dat mes heb ik boven nog verstopt in mijn jas. Dat was rond half 3. [slachtoffer] zou om 3 uur komen.

Waarom op zolder? Omdat hij daar het dichtste bij was.

Je verwachtte haar daar om het leven te brengen? Ja.

Waarom heb je hem ook weer bij de computer vandaan gehaald? Ik had ook geen goed gevoel van die plek.

Toen in de lederen jas? Ja. Hij hing daar gewoon. Ik heb hem gewoon in een binnenzak gedaan.

Ik heb een paar biertjes gedronken, sigaretje gerookt, afwas gedaan. Ik heb nog in de tuin gezeten om die harde schijf te bekijken.

C)

Een proces-verbaal nummer PL01KD 2011054330-11 d.d. 2 juni 2011 opgenomen op pagina’s 5.9 van het dossier, inhoudende de verklaring van verdachte bij de politie, zakelijk weergegeven:

Ik heb dat meisje leren kennen in de kroeg bij ons. We kregen vrij vlot een relatie, omdat ze snel bij me sliep. Ik heb haar gewaarschuwd dat ze niet vreemd moest gaan, omdat ik dat zelf ook niet doe. Ik kwam er achter dat ze een vriendschappelijke relatie had met een man van 58. Ik vond dat vreemd. Ze stuurde hem ook kusjes en teksten “ik hou van je”. Tot ik op een dag ruzie met haar kreeg, omdat ze een kameraad van mij over zijn wang likte. Ik zei: “dat is mijn kameraad en zoiets doe je niet”. Ik heb haar toen het huis uitgestuurd en ze ging weg.

Ik keek in haar telefoon en zag dat zij de volgende dag een afspraak had met die man, maar ze kon niet afspreken bij haar kamer omdat haar huisbaas binnen kon komen. Ze wilden afspreken bij de [een meer]. Uiteindelijk is ze naar [plaatsnaam 2] gereden en hebben ze het daar in de bosjes gedaan. En tussendoor nog een keer met een collega van haar werk. Ze zou vriendschappelijk wat met hem drinken. Ik las later in de MSN dat ze het ook met hem gedaan had.

Van dat meisje hield ik echt. Maar ze heeft me meer pijn gedaan, dan het verlies van mijn eigen vader. Ik merkte dat het voor mij erg moeilijk was om er mee om te gaan. Ik zei tegen haar dat ze er ook voor 110% voor moest gaan, anders maar niet. Zij is toen weggegaan naar haar zus. De volgende dag kreeg ik een berichtje. Ze had rust nodig en wilde ook dingetjes op een rijtje zetten. Ze had haar eigen plekje nodig. Dat heeft ze me persoonlijk verteld en in een sms.

D)

Een proces-verbaal nummer PL01KD 2011054330-8 d.d. 2 juni 2011 opgenomen op pagina’s 6.4 van het dossier, inhoudende de verklaring van getuige [getuige 2], zakelijk weergegeven:

[slachtoffer] heeft [verdachte] dinsdag 31 mei 2011 ’s avonds opgebeld. Ik stond naast haar toen zij met hem belde. Zij wilde graag dat [verdachte] haar spullen zou komen brengen, maar [verdachte] wilde dat zij bij hem zou komen. Zij heeft tegen hem gezegd dat het definitief over was en dat zij niet bij hem terugkwam.

E)

Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI rapport d.d. 15 juli 2011, inhoudende Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, opgenomen in het proces-verbaal forensische opsporing nummer 2011054330 d.d. 29 augustus 2011, inhoudende:

Het was het lijk van een vrouw met 22 scherprandige huidperforaties, alle met onderhuidse en meerdere met omgevende bloeduitstorting, waarvan 2 doorsteken. Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer], oud 20 jaren, wordt het intreden van de dood zonder meer verklaard door weefselschade en functieverlies van het hart en de longen, in combinatie met algehele weefselschade door doorgemaakt fors bloedverlies, opgeleverd door inwerking van meermalen toegepast uitwendig mechanisch scherprandig klievend/snijdend en perforerend geweld.

F)

Een proces-verbaal nummer PL01KD 2011054355-2 d.d. 1 juni 2011 opgenomen op pagina’s 7.1 van het dossier, inhoudende proces-verbaal van bevindingen aantreffen [slachtoffer], zakelijk weergegeven:

Op woensdag 1 juni 2011 om 17.05 uur waren wij verbalisanten ter plaatse aan de [straatnaam] te Groningen. Hier hebben wij met de sleutel, gekregen van verdachte de woning geopend. Ik, verbalisant, zag in een ruimte op de eerste verdieping een lichaam van een vrouw.

Wij, verbalisanten, hebben de vrouw bekeken. Wij zagen dat de vrouw haar gezicht onder het bloed zat. Verder zagen wij dat de vrouw haar ogen waren weggedraaid en opengesperd, dat haar mond openstond en dat haar arm stijf over haar lichaam lag. Wij hoorden en zagen geen ademhaling. De vrouw vertoonde geen levenstekens meer. Ook op aanroepen reageerde de vrouw niet. Wij zagen dat de vrouw was overleden.

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen overweegt de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde het navolgende.

Verdachte had een moeizaam verlopende relatie met het slachtoffer, [slachtoffer], en ontwikkelde tijdens die relatie kwade gedachten ten opzichte van haar. Deze kwade gedachten kwamen tot een climax toen [slachtoffer], nadat zij bij verdachte was weggegaan en naar haar zus was gegaan, aangaf dat het definitief over was, dat zij niet meer bij hem terug kwam en dat zij haar spullen bij verdachte zou ophalen. Op dat moment – de avond voorafgaande aan 1 juni 2011 – heeft verdachte besloten [slachtoffer] van het leven te beroven.

Wetende dat wanneer hij daartoe zou overgaan, de politie onderzoek zou doen naar onder andere zijn persoonlijke gegevens, heeft hij op de ochtend van de eerste juni 2011 de harde schijf van zijn computer vernietigd. Ook heeft hij die ochtend cocaïne gekocht omdat hij, naar eigen zeggen, zonder vooraf cocaïne gebruikt te hebben niet met [slachtoffer] zou kunnen doen wat hij zich had voorgenomen met haar te doen. Vervolgens heeft hij het mes, waarmee hij zijn daad wilde verrichten, verborgen neergelegd op de zolder waar [slachtoffer] spullen lagen en waar hij zijn voorgenomen besluit om haar om het leven te brengen zou uitvoeren. Tenslotte heeft hij voor de komst van [slachtoffer] rond 15:00 uur cocaïne gesnoven en bier gedronken. [slachtoffer] zou haar lot nog kunnen afwenden, aldus verdachtes bij de politie afgelegde verklaring, als zij zou zeggen dat zij met hem verder wilde gaan.

Toen [slachtoffer] haar spullen bij verdachte aan het pakken was werd het voor verdachte – mede door haar ruiken aan de deken en haar mededeling dat ze zou uitgaan naar een [feest] – duidelijk kenbaar, dat het haar menens was om bij hem weg te gaan en dat zij niet zou gaan zeggen dat ze met hem verder wilde.

Op dat moment ging er, gelet op het zich daarvóór bij verdachte afgespeeld hebbende besluit- en handelingsproces, niet een “knop om”, zoals door zijn raadsman is betoogd, maar was voor hem het moment daar gekomen om de door hem zorgvuldig voorbereide daad ten uitvoer te brengen. Hij bracht haar een eerste messteek in de rug toe en toen zij daarop vroeg “wat doe je nou” is verdachte dichterbij haar gaan staan en heeft hij haar weer gestoken tot 22 keer toe.

Buiten redelijke twijfel is hiermee komen vast te staan dat het handelen van verdachte het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en dat hij tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering ervan de gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

Verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan moord.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 1 juni 2011 te [plaatsnaam], gemeente Groningen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen met een mes in het lichaam gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

De rechtbank acht hetgeen meer of anders is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert het volgende strafbare feit op:

Moord

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de onderzoeksrapportage d.d. 23 februari 2012, opgemaakt door [naam psycholoog], psycholoog en [naam psychiater], psychiater, beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum.

Beide deskundigen verklaren in hun rapporten, dat verdachte deelname aan het gedragskundig onderzoek volledig en consequent heeft geweigerd.

Verder vermelden de rapporten dat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte het onderzoek heeft geweigerd op grond van psychotische motieven, noch uit onbegrip over de context, werkwijze of de procedures.

Er zijn tijdens de observatieperiode geen aanwijzingen naar voren gekomen voor evidente psychopathologie. Het tegendeel – dat er bij verdachte met zekerheid geen sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens – kan echter op basis van dit beperkte onderzoek evenmin worden geconcludeerd.

Een middelen gebonden stoornis bij verdachte kan op basis van beperkt beschikbare informatie noch bevestigd noch uitgesloten worden. Ook wat betreft de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte is op grond van alle beperkingen in het huidige onderzoek geen diagnose vast te stellen of uit te sluiten. De deskundigen kunnen dan ook niet vaststellen, noch uitsluiten dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling. Zij onthouden zich van een advies met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid aangezien zij onvoldoende zicht hebben gekregen op de aan- of afwezigheid van pathologie en daarmee op de gedrags- en keuzemogelijkheden van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde, op grond van genoemde beperkingen en tekortkomingen aan dit onderzoek.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.

Bij het bepalen van de strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gebeurd. Verdachte heeft op geen enkele wijze mee willen werken aan onderzoek naar zijn persoon en derhalve is er geen enkel zicht op behandeling. Een forse straf is volgens de officier van justitie het enige dat rest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat een gevangenisstraf voor de duur van tien tot twaalf jaar passend is. Hij heeft ter onderbouwing verwezen naar verschillende vonnissen en arresten.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de onderzoeksrapportage van het PBC, de justitiële documentatie van verdachte, alsmede de vordering van de officier van justitie.

In dit verband overweegt de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord op de 20-jarige [slachtoffer], met wie hij sinds een jaar een moeizaam verlopende relatie had. De vrijheden die [slachtoffer] zich binnen hun relatie veroorloofde of waarvan verdachte dacht of vermoedde dat zij zich die veroorloofde, waren een voortdurende bron van ruzies, die [slachtoffer] uiteindelijk deden besluiten de relatie te beëindigen, rust te nemen, dingen op een rijtje te zetten en bij haar zus te gaan wonen. Verdachte heeft haar dat niet gegund, omdat hij vreesde dat zij de gelegenheid zou aangrijpen om (seksuele) relaties met andere mannen aan te gaan en/of te onderhouden. Kennelijk uit jaloezie, krenking en bezitterigheid heeft verdachte [slachtoffer] op een gruwelijke en zeer gewelddadige manier van het leven beroofd.

Verdachte heeft het slachtoffer het hoogst denkbare goed, te weten het leven, ontnomen. Verdachte heeft de nabestaanden van het slachtoffer ontredderd achtergelaten en onherstelbaar leed toegebracht, zoals ter zitting is verwoord door de moeder van het slachtoffer.

Voorts neemt de rechtbank in aanmerking het feit dat verdachte noch tijdens de verhoren bij de politie, noch ter zitting enige doorleefde spijt betoont. Erger nog, verdachte lijkt de schuld van zijn handelen nog steeds bij het slachtoffer, [slachtoffer], te leggen; hij komt daarbij kil/ijzig over en toont geen emotie. Het lijkt er sterk op dat hij zichzelf als slachtoffer ziet.

Enig inzicht in zijn persoon wil verdachte niet geven, maar uit de door hem afgelegde verklaringen, bezien in samenhang met zijn houding, komt naar oordeel van de rechtbank een sterk vermoeden van het bestaan van een aanmerkelijk recidiverisico naar voren, wanneer in de toekomst zich het allerminst onwaarschijnlijk te achten geval voordoet, dat verdachte in een nieuwe relatie verzeild raakt. Ook hiermee zal de rechtbank rekening houden bij het bepalen van de strafmaat.

Nu verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht is de rechtbank van oordeel dat een zeer langdurige gevangenisstraf passend en geboden is.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [nabestaande], wonende te [plaatsnaam 3].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering van [nabestaande] geheel toewijsbaar met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering duidelijk is onderbouwd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering van [nabestaande] geheel te worden toegewezen tot een bedrag van € [bedrag] vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadedelict. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van causaal verband tussen de schade en het strafbaar- en bewezenverklaarde. Voorts is de vordering goed onderbouwd en wordt deze niet weersproken.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) JAREN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [nabestaande], wonende te [plaatsnaam 3], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ [bedrag] (zegge [bedrag]) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadedelict.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € [bedrag] (zegge [bedrag]), vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van de benadeelde partij [nabestaande], wonende te [plaatsnaam 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door [X] dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € [bedrag], vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. J.M.M. van Woensel, voorzitter, L.M.E. Kiezebrink en P.H.M. Smeets, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Mulder, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 maart 2012.