Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:3641

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
03-07-2013
Zaaknummer
131193
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vernietiging erkenning; vaststelling vaderschap; geslachtsnaamwijziging.

Tussen de ouders bestaat geen overeenstemming over de geslachtsnaamwijziging van de minderjarige. De rechtbank oordeelt dat gelet op het bepaalde in artikel 1:5, tweede lid, BW de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder zal dragen. Voor een belangenafweging biedt artikel 1:5, tweede lid, BW in dit verband geen ruimte (zie uitspraak van 14 april 2006 van de Hoge Raad, LJN AU9239).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige kamer

zaaknr.: 131193 / FA RK 11-2826

beschikking d.d. 13 maart 2012

in de zaak van:

mr. M.R. HOLTHINRICHS,

in haar hoedanigheid als bijzondere curator over de minderjarige

[naam 1], geboren op [datum] in de gemeente Groningen,

verzoekster,

hierna te noemen de bijzondere curator,

en

[naam 2],

wonende te [adres],

belanghebbende,

hierna te noemen [naam 2],

advocaat mr. H.A. Jeuring,

en

[naam 3],

wonende op een geheim adres,

belanghebbende,

hierna te noemen de moeder,

in rechte niet verschenen,

en

[naam 4],

wonende te [adres],

belanghebbende,

hierna te noemen [naam 4],

in rechte niet verschenen.

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 15 november 2011 is mr. Holthinrichs, advocaat te Groningen, benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige [naam 1].

De bijzondere curator heeft op 27 december 2011 een verzoekschrift ingediend, waarin wordt verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    de erkenning van [de minderjarige] door [naam 4] te vernietigen;

  • -

    het vaderschap van [naam 2] ten aanzien van [de minderjarige] vast te stellen;

  • -

    te bepalen dat [de minderjarige], nadat het vaderschap van [naam 2] is vastgesteld, voortaan de geslachtsnaam [naam 2] zal dragen.

De rechtbank heeft op 7 februari 2012 de zaak meervoudig behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

  • -

    de bijzondere curator

  • -

    [naam 2], bijgestaan door zijn advocaat

  • -

    mevrouw Schoenmaker, namens Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering te Groningen (LJ&R).

Ter zitting heeft de advocaat van [naam 2] een analyserapport vaderschapstest van Life-ID overgelegd, waaruit blijkt dat aan zekerheidgrenzende waarschijnlijkheid kan besloten worden dat [naam 2] de biologische vader is van [de minderjarige].

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

- Uit een affectieve verhouding tussen de moeder en [naam 2] is de minderjarige

[naam 1], geboren op [datum] in de gemeente Groningen.

  • -

    De relatie tussen de moeder en [naam 2] is voorafgaand aan de geboorte van [de minderjarige] verbroken.

  • -

    De moeder en [naam 4] hadden ten tijde van de geboorte van [de minderjarige] een affectieve relatie.

  • -

    Op 11 maart 2003 heeft [naam 4] [de minderjarige] erkend en is gekozen voor de geslachtsnaam [naam 4].

  • -

    De relatie tussen de moeder en [naam 4] is kort na de geboorte van [de minderjarige] beëindigd.

  • -

    [naam 2] is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader van [de minderjarige].

  • -

    De moeder heeft het gezag over de minderjarige [de minderjarige].

  • -

    Bij beschikking van 27 april 2009 van de rechtbank Zwolle-Lelystad is de minderjarige onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar. De ondertoezichtstelling is nadien jaarlijks verlengd.

  • -

    Voorts heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad bij beschikking van 15 juli 2011 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, waarbij [de minderjarige] bij [naam 2] is geplaatst.

Standpunten van partijen

Ter zitting heeft de bijzondere curator aangevoerd dat nu [de minderjarige] bij [naam 2] woont de juridische situatie in overeenstemming dient te worden gebracht met de feitelijke situatie. De moeder stemt in met de vernietiging van de erkenning door [naam 4] en de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [naam 2]. [naam 4] stemt ook in met verzoek van de bijzondere curator.

De moeder verzet zich tegen een geslachtsnaamwijziging van [de minderjarige]. [de minderjarige] zelf wenst graag bij het gezin van [naam 2] te horen en wenst de geslachtsnaam van [naam 2] te dragen.

Ter zitting is door [naam 2] naar voren gebracht dat het goed gaat met [de minderjarige]. [de minderjarige] wil zelf graag de achternaam [naam 2] dragen. Te zijner tijd wenst [naam 2] ook graag het gezag over [de minderjarige].

De gezinsvoogd heeft ter zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met [de minderjarige] in het gezin van [naam 2]. Er is een contactregeling met de moeder. [de minderjarige] gebruikt overal de geslachtsnaam [naam 2].

Beoordeling

Vernietiging erkenning

Ingevolge artikel 1:205, eerste lid, aanhef en onder a, Burgerlijk Wetboek (BW) kan door het kind zelf een verzoek tot vernietiging van de erkenning bij de rechtbank worden ingediend, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is.

Uit het door [naam 2] ter zitting overgelegde DNA-onderzoek blijkt dat [naam 2] met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van [de minderjarige]. Hieruit volgt dat [naam 4], de erkenner, niet de biologische vader is van [de minderjarige]. Nu [naam 4] niet de biologische vader is van [de minderjarige] kan naar het oordeel van de rechtbank de door de bijzondere curator ten behoeve van [de minderjarige] verzochte vernietiging van de erkenning door [naam 4] worden ingewilligd.

Op grond van artikel 1:206, eerste lid, BW wordt, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de erkenning door [naam 4] geacht nimmer gevolg te hebben gehad.

Vaststelling vaderschap

Ingevolge artikel 1:207, eerste lid, aanhef en onder b, BW - voor zover hier van belang - kan op verzoek van het kind het vaderschap van een man door de rechtbank worden vastgesteld op de grond dat de man de verwekker is van het kind.

Nu de erkenning van [de minderjarige] door [naam 4] wordt vernietigd en vast staat dat [naam 2] de biologische vader is van [de minderjarige], acht de rechtbank het verzoek tot vaststelling van het vaderschap van [naam 2] als vader van [de minderjarige] toewijsbaar.

Ingevolge artikel 1:207, vijfde lid, BW werkt de vaststelling van het vaderschap terug tot het moment van de geboorte van [de minderjarige], mits deze beschikking in kracht van gewijsde gaat.

Geslachtsnaamwijziging

Uit het bepaalde in artikel 1:5, tweede lid, zesde volzin en verder, BW volgt dat bij de vaststelling van het vaderschap [de minderjarige] de geslachtsnaam van de moeder zal dragen, tenzij de ouders gezamenlijk verklaren dat hij de geslachtsnaam van [naam 2] zal hebben.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het verzoek tot geslachtsnaamwijziging dat de moeder tegenover de bijzondere curator heeft aangegeven, dat zij niet instemt met een geslachtsnaamwijziging van [de minderjarige]. De moeder is niet ter zitting verschenen, zodat ook ter zitting niet door de ouders gezamenlijk is verklaard dat [de minderjarige] de geslachtsnaam van [naam 2] zal hebben. Gelet op het bepaalde in artikel 1:5, tweede lid, BW zal [de minderjarige] derhalve de geslachtsnaam van de moeder dragen. Voor een verdere belangenafweging biedt artikel 1:5, tweede lid, BW in dit verband geen ruimte (zie uitspraak van 14 april 2006 van de Hoge Raad, LJN AU9239).

De rechtbank zal het verzoek van de bijzondere curator op dit punt afwijzen.

BESLISSING

vernietigt de door

[naam 4], geboren op [datum] in de gemeente Groningen, wonende te [adres],

op [datum] in de gemeente Tynaarlo gedane erkenning

van het minderjarige kind

[naam 1], geboren op [datum] in de gemeente Groningen, waardoor de geslachtsnaam zal wijzigen van [naam 4] in [naam 3];

stelt vast dat

[naam 2], geboren op [datum] in de gemeente Groningen, wonende te [adres],

de vader is van

[naam 1], geboren op [datum];

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.R. Bosker (voorzitter), M.J.B. Holsink en D.W.J. Vinkes en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 13 maart 2012 in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier.

aw

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.