Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2012:3639

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
03-07-2013
Zaaknummer
129758
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrouw verzoekt gerechtelijke vaststelling vaderschap van de man als vader van minderjarige. De man is in rechte niet verschenen. Rechtbank gelast DNA-onderzoek. Verwijst naar artikel 198, lid 3, Rv: de verplichting tot meewerken aan deskundigenonderzoek, bij gebreke waarvan de rechter daaruit de gevolgtrekking kan maken die zij geraden acht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige kamer

zaaknr.: 129758 / FA RK 11-2290

beschikking d.d. 13 maart 2012

in de zaak van:

[naam 1]

wonende te [adres],

feitelijk verblijvende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat J.S. Özsaran,

en

[naam 2],

wonende te [adres],

verweerder,

hierna te noemen de man,

in rechte niet verschenen.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 19 oktober 2011 een verzoekschrift ingediend, waarin zij heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, over te gaan tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man als de vader van [naam 3], kosten rechtens.

De rechtbank heeft bij beschikking van 25 oktober 2011 mr. J. Doornbos als bijzondere curator benoemd over de minderjarige:

[naam 3], geboren op [datum] in de gemeente Groningen.

De rechtbank heeft op 7 februari 2012 de zaak meervoudig behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de bijzondere curator verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

Standpunt van de vrouw

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Toen de relatie verbroken was merkte de vrouw dat zij zwanger was. Na de geboorte van [de minderjarige]heeft de vrouw de man er van in kennis gesteld dat hij de vader is van [de minderjarige]

De man is de verwekker van [de minderjarige]. De vrouw heeft geen gemeenschap gehad met een andere man. De man heeft tegenover de vrouw niet betwist dat hij de vader is van [de minderjarige] maar wenst hem niet te erkennen. De vrouw en de minderjarige hebben er recht op en belang bij dat de rechtbank overgaat tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man. [de minderjarige]moet weten wie zijn vader is. De vrouw zal [de minderjarige]alleen opvoeden en financieel verantwoordelijk voor hem zijn.

Standpunt van de bijzondere curator

Het is in het belang van de minderjarige [naam 3]dat komt vast te staan wie zijn biologische vader is. Daarom is het van belang dat een DNA-onderzoek wordt verricht, zodat vast komt te staan of de man wel of niet de vader is van [de minderjarige] Indien het vaderschap van de man wordt vastgesteld, verkrijgt [de minderjarige]daarmee het Nederlandschap, hetgeen eveneens in zijn belang is te achten.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:207, eerste lid, aanhef en onder a, Burgerlijk Wetboek (BW) - voor zover hier van belang - kan het vaderschap van een man op verzoek van de moeder door de rechtbank worden vastgesteld op de grond dat de man de verwekker is van het kind.

De man is in rechte niet verschenen en heeft zijn mening over het verzochte niet ter kennis van de rechtbank gebracht.

Hoewel de vrouw heeft gesteld dat de man de vader is van [de minderjarige]en de man dat niet heeft betwist, dient naar het oordeel van de rechtbank een DNA-onderzoek te worden verricht alvorens het vaderschap van de man kan worden vastgesteld. Door middel van een DNA-onderzoek kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden vastgesteld of de man de verwekker van de minderjarige [de minderjarige]is. De rechtbank acht het dan ook noodzakelijk dat er een DNA-onderzoek wordt bevolen.

De vrouw heeft zich ter zitting bereid verklaard om aan een DNA-onderzoek mee te werken, maar zij heeft gesteld dat zij niet in staat is om de kosten daarvan te voldoen. Zij ontvangt een uitkering van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA).

De kosten van het DNA-onderzoek (welke in Groningen plaatsvindt) zijn begroot op € 990,-. De rechtbank ziet aanleiding om het te betalen voorschot van de onderzoekskosten ten laste van het Rijk te brengen, nu gebleken is dat de vrouw met een toevoeging procedeert en geen inkomensgegevens van de man voorhanden zijn. Bij eindbeschikking zal een definitieve beslissing met betrekking tot de onderzoekskosten worden genomen.

De rechtbank wijst er op dat partijen op grond van artikel 198, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verplicht zijn om aan het onderzoek mee te werken. Wordt aan deze verplichting niet voldaan dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten over het deskundigenrapport, waarna de rechtbank een beslissing zal nemen, tenzij partijen -of één van hen- verzoeken om een nadere behandeling ter zitting of de rechtbank ambtshalve een nadere behandeling noodzakelijk acht. Indien partijen een nadere behandeling wensen, dienen zij bij akte hun verhinderdata kenbaar te maken, een en ander als hierna te melden.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

beveelt een deskundigenonderzoek naar het DNA in het bloed of wangslijm van

[naam 2], geboren op [datum], voornoemd, ter beantwoording van de vraag of hij de verwekker is of zou kunnen zijn van het minderjarige kind

[naam 3], geboren op [datum] in de gemeente Groningen;

benoemt tot deskundige dr. N.M. Lardy, hoofd Vaderschapsonderzoek van Sanquin Diagnostiek, Afdeling Vaderschapsonderzoek, Antwoordnummer 16031, 1000 SE Amsterdam;

bepaalt dat de voorlopige kosten van de benoemde deskundige ten bedrage van € 990,- uit ’s Rijks kas dienen te worden voorgeschoten;

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank zo spoedig mogelijk een afschrift van deze beschikking aan de benoemde deskundige zal doen toekomen;

bepaalt dat de deskundige binnen acht weken na ontvangst van een afschift van deze beschikking het deskundigenbericht ter griffie van deze rechtbank zal deponeren;

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 1 mei 2012 voor het uitbrengen van het deskundigenbericht;

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 15 mei 2012 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het deskundigenrapport als hiervoor is overwogen;

houdt iedere overige beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.R. Bosker (voorzitter), M.J.B. Holsink en D.W.J. Vinkes en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 13 maart 2012 in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier.

aw