Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BV5602

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
16-02-2012
Zaaknummer
129394 - KG ZA 11-303
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Welk recht - het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 lid 1 EVRM) of het recht op bescherming van eer of goede naam - weegt zwaarder: belangenafweging.

Een – door feiten en foto’s onderbouwde – beschrijving van de mislukte verbouwing niet onrechtmatig in de zin van artikel 6: 162 BW.

De kwalificaties “bedrieglijk persoon”, “een zichzelf noemende aannemer” en een “boef” zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter – in het licht van de vaststaande mislukte verbouwing – bezwaarlijk als zeer krenkend en als een zodanige aantasting van de eer en goede naam van eiser aan te merken dat deze onrechtmatig jegens eiser zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 129394 / KG ZA 11-303

Vonnis in kort geding van 25 november 2011

in de zaak van

1. [A],

wonende te [woonplaats],

2. [B],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. M.A. Knobben,

tegen

1. [C],

wonende te [woonplaats],

2. [D],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. J. Faas.

Eisers zullen hierna [A] en [B] genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk in enkelvoud als [C] worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling d.d. 26 oktober waar partijen zijn verschenen, vergezeld van hun respectievelijke raadslieden;

- de pleitnota van [C].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 13 augustus 2008 hebben [bedrijf B] een aannemingovereenkomst gesloten met betrekking tot de verbouwing van het woonhuis van [C]. Partijen zijn een aanneemsom van € 110.000,00 overeengekomen en [C] heeft voorafgaand aan en tijdens het begin van de verbouwing een bedrag van € 21.322,38 aan [B] betaald.

2.2. Op enig moment heeft [C] aan [B] laten weten ontevreden te zijn met de door de Roemeense werknemers verrichte werkzaamheden. Vervolgens heeft [B] zelf nog enkele dagen metselwerkzaamheden verricht waar [C] evenmin tevreden over was. [B] heeft zijn werkzaamheden beëindigd terwijl de verbouwing nog niet afgerond was.

2.3. [C] heeft [B] meermaals tevergeefs gevraagd herstelwerkzaamheden te komen uitvoeren. Bij brief van 13 oktober 2008 is de overeenkomst ontbonden en heeft [C] aanspraak gemaakt op schadevergoeding.

2.4. Op 13 oktober 2008 heeft [C] een website opgericht, genaamd eigenhuisenpuin.nl, waarop de door [B] verrichte werkzaamheden worden besproken en getoond. Ook verhalen van derden die zich door [B] gedupeerd voelen worden op de website opgenomen.

2.5. Op 14 oktober 2008 heeft [C] aangifte van oplichting door [B] gedaan. Voorts heeft [C] in oktober 2008 een tweetal deskundigen ingeschakeld die rapporten hebben uitgebracht over de verbouwing.

2.6. Ook op de website www.ikbengenaaid.nl en andere websites zijn mededelingen over [B] geplaatst.

2.7. Op 23 juni 2009 is [bedrijf B] failliet verklaard. [A] is de partner van [B].

2.8. Eind januari 2011 hebben [A] en [B] [C] in kort geding betrokken en een soortgelijke vordering ingesteld als die thans ter beoordeling voorligt. Die vordering heeft geleid tot een vonnis in kort geding d.d. 7 maart 2011 (nr. 123826 / KG ZA 11-12), waarbij in conventie de dagvaarding van [A] en [B] nietig is verklaard en de vordering in reconventie van [C] is toegewezen in die zin dat [A] en [B] zijn veroordeeld, met versterking daarvan met een dwangsom, om zich na de betekening van dat vonnis te onthouden van het plaatsen van seksadvertenties met daarin de naam, telefoonnummer of adres van [C] c.s. op het internet of in een ander medium.

2.9. Bij scheidsrechterlijk vonnis d.d. 18 juli 2011 tussen [C] en [B] is vastgesteld dat [B] als aannemer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en daarnaast schade aan de opstallen van opdrachtgevers

[C] c.s. heeft veroorzaakt.

3. Het geschil

3.1. De vordering van [A] en [B] strekt ertoe [C] te veroordelen

1. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle internetpagina’s, webadressen en postings waarbij [C] is betrokken en waarop onrechtmatige uitingen jegens [A] en [B] zijn gedaan, te verwijderen en verwijderd te houden. Dit betreffen in ieder geval (postings op de) websites: www.eigenhuisenpuin.nl, www.ikbengenaaid.com, www.trosradar.nl, www.opgelicht.org , www.tweetmeme.com, www.pageinsider.com, www.123people.nl, www.politie2.0.nl, www.eerstehulpbijoplichting.nl, www.belazerdophetnet.nl, http://criminaliteitswijzer.ning.com/profile/[D]?xg source=activity, alsmede de links naar deze websites;

2. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een aangetekend verzoek met ontvangstbevestiging te hebben ingediend bij de domeinhouders/beheerders van de sites www.eigenhuisenpuin.nl, www.ikbengenaaid.com, www.trosradar.nl, www.opgelicht.org , www.tweetmeme.com, www.pageinsider.com, www.123people.nl, www.politie2.0.nl, www.eerstehulpbijoplichting.nl, www.belazerdophetnet.nl, http://criminaliteitswijzer.ning.com/profile/[D]?xg source=activity, tot het verwijderen en verwijderd houden van alle door [C] op deze sites geschreven postings met betrekking tot [A] en [B], voor zover verwijdering van deze postings door [C] zelf niet mogelijk is;

3. zich binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te onthouden van het opzetten van of betrokken te zijn bij websites, weblogs of forums waarop onrechtmatige uitingen jegens [A] en [B] worden gedaan;

4. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een aangetekend verzoek met ontvangstbevestiging te hebben ingediend bij de exploitanten van Google, Altavista, Alltheweb, AOL, Clusty, Dogpile, Excite, Gigablast, Ilse, Lxquick, Izit0, Metacrawler, Metaspider, Bing, Nl-menu, Vinden, Yahoo, Zoeken, Zoekhet, tot het verwijderen en verwijderd houden, ook uit het cachegeheugen, van alle zoekresultaten waarin melding wordt gemaakt van de publicaties en spin-off van de publicaties van [C];

5. met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden het doen van uitlatingen in Nederland, anders dan via het medium internet, aan derden die een aantasting vormen van de eer en goede naam van [A] en [B];

6. tot betaling aan [A] en [B] van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of deel daarvan dat [C] niet voldoet aan het gevorderde onder 1, 2, 3, 4 en 5;

7. in de kosten van het geding.

3.2. [C] heeft verweer gevoerd.

4. De beoordeling

4.1. Als meest verstrekkend verweer heeft[C] het volgende aangevoerd:

1. [C] is geen beheerder van de websites www.ikbengenaaid.com, www.trosradar.nl,www.opgelicht.org, www.tweetmeme.com, www.pageinsider.com, www.123people.nl, www. politie2.0.nl, www.belazerdophetnet.nl, www.eerstehulpbijoplichting.nl, en derhalve überhaupt niet in staat om de op deze websites geplaatste berichten te verwijderen, zoals primair wordt gevorderd.

2. [C] betwist de gewraakte berichten te hebben geplaatst, althans geen berichten over [B] en [A], op de websites www.ikbengenaaid.com, www.opgelicht.org, www.tweetmeme.com, www.pageinsider.com, www.123people.nl, www.politie2.0.nl, www.belazerdophetnet.nl, www.eerstehulpbijoplichting.nl en

http:f/criminaliteitswijzer.ning.com/profile/[D]?xg_source=activity.

3. de websites www.ikbengenaaid.com en www.belazerdophetnet.nl bestaan niet meer.

4.2. [A] en [B] hebben hun stellingen en vorderingen met betrekking tot de zojuist bedoelde websites en de gepretendeerde betrokkenheid daarbij van de zijde van [C] niet nader – met justificatoire bescheiden – onderbouwd, zodat de vorderingen in zoverre reeds voor afwijzing gereed liggen.

4.3. [C] heeft erkend de website www.eigenhuisenpuin.nl op 13 oktober 2008 te hebben opgericht.

Daaromtrent heeft [C] onder meer het volgende aangevoerd.

De omstandigheid dat [C] deze uitlatingen heeft gedaan via internet is gelegen in het feit dat [C] de website heeft aangemaakt als middel om familie en vrienden op de hoogte te houden. Het internet is het meest geschikte medium om een soort logboek bij te houden en daarnaast foto’s te plaatsen. Pas in een later stadium is de website een maatschappelijk van belang zijnde functie gaan vervullen, namelijk het waarschuwen van de medemens tegen de praktijken van [B].

4.4. Uitgangspunt is dat de vordering van [A] en [B] in beginsel een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het (Europese) Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van [C] op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van [C] onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht - het recht op vrijheid van meningsuiting of het recht op bescherming van eer of goede naam - in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.

4.5. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting kan worden vastgesteld dat de inhoud van de website www.eigenhuisenpuin.nl grotendeels betrekking heeft op de in opdracht van [C] door [B] aangenomen verbouwing die is mislukt. Dat de verbouwing niet juist is uitgevoerd en dat dit aan [B] is toe te rekenen, is daarbij met feiten onderbouwd. Tevens geven de van de verbouwing gemaakte foto’s die op de website zijn geplaatst daarvan een goed beeld.

Bovendien is dat verhaal bevestigd door het in het geschil tussen [C] en [B] gewezen arbitrale vonnis d.d. 18 juli 2011.

4.6. Gegeven voormelde maatstaf acht de voorzieningenrechter de uitingen op de site www.eigenhuisenpuin.nl voor zover deze een beschrijving van de mislukte verbouwing geven niet onrechtmatig in de zin van artikel 6: 162 BW.

4.7. Voor zover daarbij – zoals ter zitting is aangegeven – termen zijn gebezigd als een “bedrieglijk persoon”, “een zichzelf noemende aannemer” en een “boef”, komt de voorzieningenrechter tot hetzelfde oordeel.

Deze kwalificaties zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter – in het licht van de vaststaande mislukte verbouwing – immers bezwaarlijk als zeer krenkend en als een zodanige aantasting van de eer en goede naam van [B] aan te merken dat deze onrechtmatig jegens [B] zijn en kunnen dan ook geen rechtvaardiging vormen voor toewijzing van de gevraagde voorzieningen.

4.8. Voor het overige hebben [A] en [B] de grondslag van hun vorderingen onvoldoende onderbouwd met objectieve en controleerbare bescheiden. Weliswaar hebben zij aangevoerd dat hun vorderingen gebaseerd zijn op onrechtmatige uitlatingen van de zijde van [C] die de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschrijden, doch zij zijn niet in staat gebleken deze stelling nader te concretiseren.

[A] en [B] hebben evenmin nader aangegeven welke specifieke uitlatingen op de website van [C] onrechtmatig zouden zijn. Ook ter zitting hebben zij dat nagelaten.

Derhalve bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende grond voor toewijzing van de gevraagde voorzieningen.

4.9. Voor zover de vorderingen van [A] op zichzelf moeten worden beoordeeld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat ook deze – ondanks dat ook daarom ter zitting nadrukkelijk is gevraagd – onvoldoende zijn geconcretiseerd.

4.10. Gelet op het vorenoverwogene worden de gevraagde voorzieningen afgewezen.

4.11. [A] en [B] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Waar [B] al dan niet gezamenlijk met [A] reeds eerder bij kort geding vonnis d.d. 7 maart 2011 en bij arbitraal vonnis d.d. 18 juli 2011 is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan [C] en daaraan tot op heden niet heeft voldaan, zou aanleiding kunnen bestaan [B] en [A] in de volledige proceskosten te veroordelen. Bij gebreke van een nadere specificatie van die kosten is de vordering in zoverre echter niet toewijsbaar, zodat de kosten aan de zijde van [C] worden begroot op de geldende liquidatiekosten:

- griffierecht EUR 260,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.076,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt [A] en [B] in de proceskosten, aan de zijde van [C] tot op heden begroot op EUR 1.076,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Oostdijk en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2011.?