Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BV1553

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
23-01-2012
Zaaknummer
127661/FA RK 11-1495
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot (vervangende toestemming) tot plaatsing van de kinderen op een door de man gewenste basisschool wordt afgewezen, omdat dit niet in hun belang is en bovendien voor het oudste kind - dat het goed naar de zin heeft op een andere school - ook niet te begrijpen zou zijn.

Partijen kunnen niet op een constructieve wijze met elkaar communiceren, maar zijn er desondanks wel in geslaagd om een goed lopende omgangsregeling te realiseren.

Loyaliteitsconflict. Dringend behoefte aan rust, duidelijkheid en stabiliteit. Partijen dienen al het mogelijke te doen om met deskundige hulp tot een betere situatie voor de kinderen te komen.

Het ONS-traject van Elker wordt geadviseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 127661/FA RK 11-1495

18 oktober 2011

in de zaak van:

verzoeker,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. S.Y. Dijkstra,

en

verweerster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. P.A.K. van Eck.

PROCESVERLOOP

De man heeft op 1 juli 2011 een verzoekschrift ingediend. Daarbij heeft de man

verzocht om bij beschikking - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen A. en B. hun basisonderwijs zullen volgen op de openbare basisschool De Vlint te Groningen.

De man heeft verder verzocht om de vrouw te veroordelen hieraan haar medewerking te verlenen, bij gebreke waarvan de rechtbank vervangende toestemming dient te verlenen voor inschrijving op voornoemde basisschool.

De vrouw heeft op 26 juli 2011 een verweerschrift ingediend.

Daarbij heeft zij verzocht om de man in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren althans hem dat verzoek te ontzeggen, althans zodanig te bepalen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 28 juli 2011. Daarbij zijn partijen, de advocaat mr. C. Heijs, optredende in plaats van mr. Dijkstra en mr. Van Eck, alsmede de heer D. Nowee namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, verschenen en gehoord.

Mr. Heijs heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen.

RECHTSOVERWEGINGEN

vaststaande feiten

Partijen hebben van september 1989 tot oktober 2009 een relatie met elkaar gehad en hebben samengewoond.Beide kinderen zijn door de man erkend.Uit hun relatie zijn twee, thans nog minderjarige, kinderen geboren, A. en B. De relatie is in oktober 2009 verbroken.

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 mei 2011 is bepaald dat partijen gezamenlijk met het ouderlijke gezag over [A.] en [B.] worden belast.

Verder is de volgende definitieve contactregeling in het kader van de verdeling van de

zorg- en opvoedingstaken vastgesteld.

[A.] en [B.] zullen één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag uit de crèche/school tot maandagmorgen na de crèche/school bij de man verblijven.

Daarnaast zullen de kinderen in de even jaren de eerste week van de kerstvakantie (inclusief de kerstdagen) bij de man doorbrengen en de tweede week bij de vrouw.

In de oneven jaren zijn de kinderen de eerste week van de kerstvakantie (inclusief de kerstdagen) bij de vrouw en de tweede week van die vakantie bij de man.

Voor de zomervakantie geldt dat de kinderen in de even jaren de eerste drie weken bij de vrouw verblijven en de laatste drie weken bij de man.

In de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de man en de laatste drie weken bij de vrouw.

Ten aanzien van de overige, kortere vakanties geldt dat deze bij helfte zullen worden gedeeld.

Wanneer de omgangsregeling in het eerste weekend van de korte vakanties valt, blijven de kinderen tot woensdag 19.00 uur bij de man en wanneer de omgangsregeling in het laatste deel van de vakantie valt, verblijven de kinderen vanaf woensdag 19.00 uur bij de man.

standpunt van de man

Partijen hebben er al voordat zij uit elkaar zijn gegaan, gelet ook op hun eigen achtergrond, zeer bewust voor gekozen om [A.] onderwijs te laten volgen op een school waar vanuit een neutrale levens- en geloofsvisie wordt lesgegeven, zodat de kinderen in ieder geval niet zouden worden geconfronteerd met een bepaalde godsdienstige overtuiging. Er is toen gekozen voor de openbare basisschool De Vlint in Groningen. Op die school wordt zogenaamd “Daltononderwijs’ gegeven. Dat partijen er ook over hebben gesproken om de kinderen eventueel op een katholieke school te plaatsen had te maken met een praktische afweging op dat moment.

De man heeft op een gegeven moment contact gezocht met deze school om te worden geïnformeerd over de schoolprestaties en ontwikkeling van [A.].

Toen is hem gebleken dat [A.] in het afgelopen schooljaar was uitgeschreven en dat zij was ingeschreven bij de naastgelegen christelijke basisschool De Hoeksteen.

Inmiddels is ook [B.] door de vrouw op die school ingeschreven. Men geeft daar les vanuit de Bijbelse levensbeschouwing.

De man heeft de vrouw hierover benaderd. De vrouw heeft de man slechts beperkte informatie verstrekt over haar gewijzigde schoolkeuzes en zij wil hier verder niet met de man over spreken.

Door haar handelwijze heeft de vrouw de man de mogelijkheid ontnomen om zelf een goede afweging te maken en mee te kunnen beslissen over de juiste school voor de kinderen. De vrouw heeft in strijd gehandeld met de in artikel 1:377b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde informatie- en consultatieplicht. Zij heeft misbruik gemaakt van haar gezagspositie.

De man heeft overigens nooit vernomen dat [A.] problemen op De Vlint zou hebben.

Hij heeft met de schooljuf van [A.] op De Hoeksteen gesproken. [A.] heeft het bij deze juf erg naar haar zin. De andere leerkrachten op De Hoeksteen zijn echter minder vrij voor wat betreft het volgen van de christelijke leer.

Er is geen enkele noodzaak geweest voor het plaatsen van de kinderen op De Hoeksteen te plaatsen. Zij moeten weer op De Vlint worden ingeschreven.

standpunt van de vrouw

De openbare basisschool De Vlint en de school op christelijke grondslag De Hoeksteen zijn feitelijk in één gebouw in de wijk Gravenburg ondergebracht.

Partijen hebben oorspronkelijk in de Reitdiepwijk gewoond. Daar bevindt zich ook de buitenschoolse opvang van de kinderen.

Begin 2010 is duidelijk geworden dat er in de Reitdiepwijk een nieuwe openbare basisschool, De Meander, wordt gebouwd. De school zal in het voorjaar van 2012 gereed zijn. Ook werd bekend dat De Hoeksteen naast de vestiging in Gravenburg een vestiging in hetzelfde gebouw als De Meander in de Reitdiepwijk zou krijgen.

De vrouw heeft zich uitvoerig laten informeren over de werkwijze van de verschillende scholen. De Vlint wordt niet gesplitst en blijft in Gravenburg. [A.] had het eigenlijk ook niet goed naar de zin op die school. Van verschillende ouders begreep de vrouw dat

De Hoeksteen een duidelijk onderwijsprogramma heeft en dat daarbij veel aandacht wordt besteed aan de sociale en emotionele ontwikkeling van de kinderen.

De kinderen die naar De Hoeksteen gingen zouden in het begin van het schooljaar 2010/2011 in klassen worden verdeeld voor de kinderen uit Gravenburg en voor de kinderen die uiteindelijk naar de locatie Reitdiepwijk zouden gaan.

Het onderwijsprogramma was niet duidelijk en er was alleen nog maar sprake van de groepen 1 en 2.

De man vond blijkbaar dat de kinderen naar De Meander moesten gaan, maar de vrouw heeft besloten om [A.] op De Hoeksteen te doen plaatsen in de klas, die uiteindelijk naar de locatie Reitdiepwijk zou gaan.

Daarbij heeft de vrouw gekozen voor het beste schoolsysteem en heeft zij de belangen van [A.] voorop gesteld. Het spreekt voor zich dat [B.] te zijner tijd ook naar

De Hoeksteen zal gaan. Praktisch voordeel is dat de kinderen naar school gaan in de buurt van de buitenschoolse opvang.

De vrouw heeft haar keuze aan de man medegedeeld. Omdat partijen in 2010 niet of nauwelijks contact met elkaar hadden en weinig constructief afspraken konden maken is hierover in 2010 verder niet gesproken.

De man is in mei 2011 uitvoerig door de vrouw geïnformeerd. Daarvoor heeft de man nooit bemerkt dat [A.] naar een andere school ging omdat hij haar nooit van school heeft gehaald of naar school heeft gebracht.

De man heeft in 2010 een gesprek gehad met een onderwijzeres van [A.] op

De Hoeksteen. Hij heeft zich kennelijk niet gerealiseerd dat [A.] al naar die school toeging.

De verandering van school is erg positief voor [A.] geweest. Zij gaat met plezier naar school en is op meerdere fronten vooruitgegaan. Er is meer structuur en in sociaal opzicht is er een duidelijke verbetering waar te nemen.

Het is in het belang van [A.] dat de huidige schoolsituatie wordt gehandhaafd.

Overigens hebben partijen in het verleden de mogelijkheid opengelaten om de kinderen op een katholieke school te plaatsen.

De vrees dat de man - nu hij ook met het ouderlijke gezag is belast - de beslissingen van de vrouw ten aanzien van de kinderen ter discussie zal stellen lijkt te worden bewaarheid.

Dat de vrouw zelf knopen heeft doorgehakt voor wat betreft de door de kinderen te bezoeken school heeft ook te maken met het onvermogen van partijen om samen constructief over de kinderen te overleggen en beslissingen te nemen.

Er zijn inmiddels twee jaar verstreken sedert het feitelijk uit elkaar gaan maar partijen zijn er nog steeds niet in geslaagd om tot een daadwerkelijke, ook financiële, afwikkeling te komen.

Met de man kan enkel op zijn voorwaarden worden overlegd. Keer op keer ontaardt het onderlinge contact van partijen in geruzie en geschreeuw. Een poging tot mediation is mislukt. Zolang de situatie niet verandert is er geen basis voor begeleid overleg.

beoordeling

Op grond van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen door en/of namens partijen ter zitting naar voren is gebracht overweegt de rechtbank het volgende.

Twee jaar nadat zij feitelijk uit elkaar zijn gegaan zijn partijen er nog steeds niet in geslaagd om hun scheiding ook daadwerkelijk te effectueren. Het uitblijven van beslissingen over een aantal geschilpunten is mede de oorzaak van de voortdurende strijd tussen partijen.

Zij zijn niet in staat om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren.

Er lijkt zelfs sprake te zijn van totale miscommunicatie.

Dat partijen er desondanks wel in zijn geslaagd om een goed lopende omgangsregeling te doen functionerend valt hen te prijzen.

Niet hun onderlinge strijd maar het belang van [A.] en [B.] moet voortaan voor partijen voorop staan. De kinderen worden al veel te lang betrokken bij en belast door het constante ongenoegen tussen hun ouders. De kans is reëel dat zij hierdoor in een loyaliteitsconflict terechtkomen, voor zover dat al niet reeds het geval is.

De kinderen hebben dringend behoefte aan rust, duidelijkheid en stabiliteit. Zij moeten weten en voelen dat hun ouders elkaar respecteren.

Van partijen mag in het kader van hun taak als gezaghebbende ouder worden gevergd dat zij met steun van hun advocaten alles in het werk gaan stellen om hun scheiding daadwerkelijk af te ronden en dat zij voortaan constructief over hun kinderen gaan overleggen en samen

- zonder dat een beroep wordt gedaan op de rechtbank - beslissingen gaan nemen.

Hoewel dit ook reeds ter zitting is gebeurd wil de rechtbank partijen er nogmaals op wijzen, dat het project Ouderschap na Scheiding (ONS), uitgevoerd door Elker Groningen, bij uitstek geschikt is om voormeld doel te bereiken.

In het kader van dat traject worden partijen begeleid bij het opruimen van blokkades.

Voor deelname aan het ONS-traject is het noodzakelijk dat partijen zich zelf tot Bureau Jeugdzorg Groningen (telefoonnummer 050-5239200) zullen wenden.

Dat de vrouw zonder tevoren met de man te hebben overlegd heeft gekozen voor plaatsing van de kinderen op De Hoeksteen is op zich niet juist, maar het is echter in het licht van de bestaande problematiek wel begrijpelijk.

Voldoende is komen vast te staan dat [A.] het goed naar de zin heeft op haar huidige school en dat zij zich daar goed ontwikkelt. Bovendien is er geen enkele grond om aan te nemen dat dit straks voor [B.] anders zal zijn.

Voor [A.] zou het onbegrijpelijk zijn wanneer zij weer terug zou moeten keren naar haar oude school. Het zou bij haar alleen maar meer onduidelijkheid en onzekerheid veroorzaken en dat is zeker niet in haar belang.

Gelet op het vorenoverwogene is het naar het oordeel van de rechtbank niet in het belang van de kinderen dat zij weer op De Vlint naar school zullen gaan.

Het door de man verzochte wordt daarom afgewezen.

BESLISSING

wijst - met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen - het door de man verzochte af.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.Th. Buijtenhuijs en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 18 oktober 2011, in tegenwoordigheid van

G.D. Kuilman, griffier.