Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BV1360

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
29-11-2011
Datum publicatie
19-01-2012
Zaaknummer
126700-FA RK 11-1101
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van de vrouw om alleen met het ouderlijke gezag te worden belast. Zij verzoekt ook om het recht van de man op omgang ter schorsen, terwijl de man verzoekt om de omgangsregeling uit te breiden.

Het verzoek tot het schorsen van het recht op omgang van de man wordt afgewezen.

Met het uitgangspunt dat de ouders samen het ouderlijke gezag blijven uitoefenen en dat er regulier omgang blijft plaatsvinden gaan partijen het ONS-traject van Elker in.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

zaaknr.: 126700/FA RK 11-1101

29 november 2011

in de zaak van:

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. S. Wiersma,

en

verweerder,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. A.E. van Nimwegen.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 17 mei 2011 een verzoekschrift ingediend. Daarbij heeft de vrouw verzocht om bij beschikking

- uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat -

te bepalen dat zij alleen met het gezag wordt belast over het minderjarige kind van partijen A. en dat het recht op omgang van de man met voornoemde minderjarige wordt geschorst voor de duur van een jaar, althans voor de duur van een in goede justitie te bepalen termijn, met veroordeling van de man in de proceskosten.

Op 9 juni 2011 is ter griffie een bief met bijlage van dezelfde datum van mr. Wiersma ontvangen.

Ter griffie is op 5 augustus 2011 een brief ontvangen van het Mediationbureau bij deze rechtbank van dezelfde datum, waaruit blijkt dat partijen ervoor hebben gekozen om door middel van mediation te proberen overeenstemming te bereiken.

Op 14 oktober 2011 is ter griffie een brief van voormeld Mediationbureau van dezelfde datum ontvangen, waaruit blijkt dat partijen in de mediationprocedure geen overeenstemming hebben bereikt.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 17 november 2011.

Daarbij zijn partijen, hun advocaten, alsmede de heer J. Scholte Aalbes namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, vestiging Groningen, verschenen en gehoord. De man heeft ter zitting verzocht om de bestaande omgangsregeling uit te breiden.

Mr. Van Nimwegen heeft gebruik gemaakt van pleitnotities.

RECHTSOVERWEGINGEN

vaststaande feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit hun huwelijk is het thans nog minderjarige kind A. geboren.

Bij beschikking van deze rechtbank is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Het huwelijk is geëindigd door inschrijving van voormelde beschikking in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.

[A.] heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw.

Bij beschikking van deze rechtbank is de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld.

De man is gerechtigd [A.] in de eerste week dat de man vrij is van donderdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur bij zich te ontvangen. In de tweede week dat de man vrij is, is hij gerechtigd [A.] van donderdag na school tot vrijdag 19.00 uur bij zich te ontvangen, waarbij hij [A.] van school haalt. In de derde week dat de man vrij is, is hij gerechtigd [A.] van donderdag na school tot zondag 19.00 uur bij zich te ontvangen.

Daarnaast begeleidt de man [A.] op de momenten dat hij vrij is bij voetbaltrainingen en voetbalwedstrijden en haalt en brengt hij [A.] naar deze trainingen en wedstrijden.

standpunt van de vrouw

Partijen zijn niet in staat om met elkaar te communiceren, hetgeen ook reeds door de rechtbank in de eerdere beschikking is vastgesteld.

De houding en de handelwijze van de man tijdens de huwelijkse samenleving en na de verbreking daarvan is altijd zo geweest, dat er het een en ander tussen partijen en aangaande [A.] moet gebeuren wanneer hem dat uitkomt en dat de vrouw volgens de man moeilijk doet als zij het er niet mee eens is.

De man maakt [A.] voortdurend deelgenoot van hetgeen er tussen partijen speelt. Hij laat zich daarbij in negatieve/verwijtende wijze over de vrouw uit.

De man heeft tegen de wil van de vrouw wietplantages gehouden. Hij is daarvoor strafrechtelijk veroordeeld. Dit heeft voor de vrouw tot gevolg gehad dat zij pas vijf jaar later de Nederlandse nationaliteit kon verkrijgen.

Ondanks dat de vrouw haar bezwaren hierover heeft geuit heeft de man ook thans weer een wietplantage. Dit is niet in het belang van [A.] en ook niet van de vrouw. Wanneer de plantage wordt ontdekt komt haar verblijfsstatus in gevaar.

De man heeft de vrouw op 22 februari 2011 via een SMS-bericht laten weten dat [A.] in het ziekenhuis was opgenomen als gevolg van een ongeluk. De vrouw bevond zich op dat moment in Berlijn. Zij had werk gekregen als administratieve kracht en moest allerlei seminars en cursussen volgen.

Op herhaalde telefoontjes en SMS-berichten van de zijde van de vrouw heeft de man niet gereageerd. De vrouw heeft vervolgens allerlei ziekenhuizen gebeld om duidelijkheid te krijgen over de toestand van [A.].

In wanhoop is de vrouw halsoverkop met de auto naar huis gereden. Daar heeft zij opnieuw ziekenhuizen en ook de politie gebeld. De man bleef voor de vrouw onbereikbaar.

De volgende ochtend heeft [A.] de vrouw gebeld en toen bleek dat er niets aan de hand was. De man liet de vrouw weten dat hij niet begreep waar zij zich druk over had gemaakt.

Hiermee heeft de man aangetoond geen enkel respect voor de vrouw te hebben.

De vrouw is door de actie van de man haar baan kwijtgeraakt.

Het gebeuren is voor haar aanleiding geweest om het onderhavige verzoek in te dienen.

[A.] heeft alles meegekregen. De man lijkt niet te beseffen welke impact zijn doen en laten op [A.] heeft. Hij heeft geen besef van de belangen van [A.].

Tijdens het gesprek dat in het kader van de mediation in de aanwezigheid van een psycholoog heeft plaatsgevonden is het gebeuren ter sprake gebracht. De man liet op geen enkele wijze blijken in te zien dat hij volstrekt verkeerd had gehandeld. De vrouw heeft toen haar deelname aan de mediation beëindigd. Zij heeft ten behoeve van [A.] een kinderpsycholoog ingeschakeld.

De vrouw heeft een autoruit van de man ingegooid. Zij deed dit nadat zij zich door de man in het nauw gedreven voelde in de buurt van het voetbalveld. De vrouw heeft zich vervolgens gerealiseerd dat dit een verkeerde reactie was geweest. [A.] was er overigens niet bij aanwezig. Een dag na het incident heeft de vrouw de hulp van een psycholoog ingeroepen om te leren om te gaan met hetgeen er is gebeurd en met de spanningen tussen partijen. Momenteel staat zij nog steeds onder behandeling van een psycholoog.

[A.] trekt zich door de handelwijze van de man terug.

Hij vertoont zowel thuis als op school moeilijk gedrag. [A.] heeft zelfs brandgesticht in huis en hij heeft uit de dorpswinkel gestolen.

A. is door het optreden van de man klem/verloren tussen zijn ouders geraakt, dan wel is er een onaanvaardbaar risico dat dit alsnog gebeurt.

Het is voor [A.] van groot belang dat hij de gelegenheid krijgt om tot rust te komen en zich op een evenwichtige wijze geestelijk (en lichamelijk) kan ontwikkelen.

De vrouw heeft geen enkel vertrouwen meer in de man. De man is ook niet in staat tot positieve communicatie met de vrouw over [A.] en zij verwacht niet dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal optreden.

De man stelt zich niet flexibel op wanneer er gemaakte omgangsafspraken moeten worden gewijzigd, bijvoorbeeld in verband met een verjaardagsfeest.

Hij eist steeds nakoming van het ouderschapsplan voor wat betreft zijn aandeel in het begeleiden van [A.] naar en van voetbaltrainingen/-wedstrijden.

Verder verloopt de bestaande omgangsregeling goed. [A.] gaat graag naar zijn vader toe.

Zij hebben een goede onderlinge band. De vrouw heeft van [A.] nog nooit negatieve geluiden over de man vernomen. Zij laat zich tegenover [A.] ook niet negatief over de man uit.

standpunt van de man

De man vindt dat hij vanaf het feitelijk uit elkaar gaan door de vrouw wordt tegengewerkt. Steeds opnieuw wordt afgeweken van gemaakte omgangsafspraken. De man kreeg iedere keer van de vrouw niet de gelegenheid om [A.] naar een voetbaltraining of -wedstrijd te begeleiden.

Op de bewuste dag werden partijen bij de notaris verwacht in verband met de overdracht van de voormalige echtelijke woning. De vrouw liet de man toen via een SMS-bericht ongeveer één uur van tevoren weten dat zij in Berlijn was. Dit kwam bovenop een brief van haar raadsman dat het aan de man was te wijten dat de afwikkeling van de echtscheiding zo lang duurde. Het werd de man toen teveel en hij vond dat hij iets terug moest doen.

Vervolgens heeft hij het hiervoor al genoemde SMS-bericht naar de vrouw verzonden.

Een dag later kwam de man tot bezinning en realiseerde hij zich dat hij volstrekt verkeerd had gehandeld.

De vrouw heeft zich ook jegens de man misdragen, onder meer door in aanwezigheid van [A.] een autoruit in te gooien.

De man is 2001 veroordeeld ter zake van het hebben van een wietplantage.

Hij heeft zich daarna niet meer met deze activiteiten bezig gehouden.

Partijen hebben tevergeefs geprobeerd om via mediation hun geschillen op te lossen.

De vrouw heeft zich al na één gesprek teruggetrokken.

Wijziging van de gezagsverhoudingen zal de problemen tussen partijen rondom de omgangsregeling niet oplossen. Er is overigens ook geen grond voor wijziging in eenoudergezag en evenmin voor schorsing van het recht van de man op omgang met [A.].

Er is geen sprake van dat [A.] zich bezighoudt met stelen en brandstichten.

Hij is ook niet alleen/eenzaam op school. Volgens zijn leerkracht doet [A.] het goed op school en heeft hij voldoende contact met zijn leeftijdsgenoten.

De omgang tussen [A.] en de man verloopt prima. [A.] heeft het zeer naar zijn zin wanneer hij bij de man is.

De man stelt voor dat wordt bepaald dat de omgangsregeling zo wordt uitgebreid, dat [A.] in de eerste week dat hij aan wal is van donderdag tot en met zondag bij hem zal zijn, in de tweede week van woensdagmiddag na school tot en met zondag en in de derde week van woensdagmiddag na school tot en met zondag en in de laatste week, voordat hij weer offshore gaat, op woensdagmiddag.

Partijen hebben dan geen last meer van losse voetbalmomenten en de man en [A.] hebben “qualitytime” met elkaar.

De man is bereid mee te werken aan een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.

beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is er onder de gebleken omstandigheden geen enkele grond om het recht van de man op omgang met [A.] te schorsen.

Tussen partijen is niet in geschil dat [A.] en de man een goede onderlinge band hebben, dat [A.] graag naar de man toegaat en dat de vastgestelde omgangsregeling op zich goed verloopt.

Uitgangspunt is dat de ouders samen het ouderlijke gezag over [A.] blijven uitoefenen en dat er regulier omgang blijft plaatsvinden tussen de man en [A.].

Voor een goede gezamenlijke gezagsuitoefening en het soepel verlopen van de omgang is het noodzakelijk dat er door partijen wordt gewerkt aan verbetering van hun onderlinge communicatie.

Er moet voldoende basis van vertrouwen, overleg en samenwerking als ouders van [A.] ontstaan. Professionele hulp en begeleiding is daarbij noodzakelijk.

Partijen hebben zich ter zitting bereid verklaard daartoe mee te werken aan het traject Ouderschap na Scheiding (ONS), uitgevoerd door Elker Groningen.

Het ONS-traject biedt partijen hulp om met elkaar tot goed overleg te komen in het belang van [A.]. In gesprekken worden partijen begeleid in het opheffen van blokkades.

Tijdens het traject dient in ieder geval de thans goed functionerende omgangsregeling tussen de man en [A.] te worden voortgezet.

Het ONS-traject betreft hulpverlening in het vrijwillig kader en partijen moeten zich hier zelf voor aanmelden. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich zo spoedig als mogelijk maar uiterlijk binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking wenden tot het bureau jeugdzorg Groningen (tel.: 050-5239200) om te kunnen beginnen met het ONS-traject.

Het telefoonnummer van de vrouw is [telefoonnummer] en dat van de man [telefoonnummer].

In afwachting van de uitkomst van het ONS-traject wordt de beslissing op het verzoek van de vrouw tot gezagswijziging en van de man tot uitbreiding van de omgangsregeling aangehouden.

Bjz wordt verzocht op de rolzitting van dinsdag 12 juni 2012 of zoveel eerder indien noodzakelijk, de door Elker opgestelde rapportage over het verloop van het ONS-traject aan de rechtbank en aan partijen te overleggen.

Partijen dienen zich ter rolzitting van dinsdag 26 juni 2012 schriftelijk bij akte uit te laten en daarbij aan te geven of er een beslissing kan worden genomen, of dat een verdere behandeling ter zitting noodzakelijk wordt geacht.

BESLISSING

wijst het verzoek van de vrouw tot het schorsen van het recht op omgang van de man met [A.] af;

houdt, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, de beslissing op het verder door partijen verzochte (de gezagswijziging en uitbreiding van de omgangsregeling) verzochte aan;

partijen dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen veertien dagen na deze beschikking, zelf contact op te nemen met het Bureau Jeugdzorg Groningen

(tel.nr.: 050-5239200) ter zake het traject Ouders Na Scheiding (ONS), uitgevoerd door Elker Groningen;

verzoekt Bureau Jeugdzorg Groningen uiterlijk op de rolzitting van dinsdag 12 juni 2012 of zoveel eerder indien noodzakelijk de door Elker opgestelde rapportage over het verloop van het ONS-traject aan de rechtbank en aan belanghebbenden over te leggen;

bepaalt dat partijen zich ter rolle van dinsdag 26 juni 2012 schriftelijk bij akte ter zake dienen uit te laten, waarbij zij tevens aangeven of er een beslissing kan worden genomen of dat een nadere behandeling ter zitting noodzakelijk wordt geacht.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.Th. Buijtenhuijs en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 29 november 2011, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman, griffier.

gdk

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.