Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BV0405

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
19-07-2011
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
124328 - FA RK 11-251
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot erkenning minderjarige. Verzoeker volgens gba gehuwd. Sprake van band met de moeder die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat tussen verzoeker en minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Erkenning in belang van minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige kamer

zaaknr.: 124328 / FA RK 11-251

beschikking d.d. 19 juli 2011

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [adres] (postadres),

feitelijk verblijvende te [adres],

verzoeker,

advocaat mr. E.H. Jansen,

en

de AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,

gevestigd te 9712 HW Groningen, Kreupelstraat 1,

verweerder,

hierna te noemen de gemeente,

vertegenwoordigd door de heer A.A.G. Laan.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft op 8 februari 2011 een verzoekschrift ingediend, waarin hij de rechtbank heeft verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beslissing van verweerder van 28 december 2010 te vernietigen en te bepalen dat verweerder gehouden is een akte van erkenning van de minderjarige [naam minderjarige] op te maken, althans een verklaring voor recht af te geven, inhoudende dat verweerder wordt gelast een akte van erkenning van dit kind op te maken binnen een door de rechtbank vast te stellen termijn, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht.

Verweerder heeft op 25 februari 2011 een verweerschrift ingediend.

Op 8 april 2011 is ter griffie van de rechtbank een brief met bijlagen van de advocaat van verzoeker binnengekomen.

De rechtbank heeft op 3 mei 2011 de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

- verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;

- mevrouw [naam moeder], de moeder van de minderjarige [naam minderjarige] (verder te noemen [naam moeder]);

- de heer Z.S. Iessa, tolk in de Arabische taal;

- de heer A.A.G. Laan en mevrouw G.I. Wieringa, namens verweerder.

De Officier van Justitie heeft met schrijven van 29 april 2011 bericht niet bij de behandeling aanwezig te zullen zijn.

Ter zitting heeft verzoeker zijn verzoek aangevuld met een subsidiair verzoek, waarbij hij de rechtbank heeft verzocht om vast te stellen dat er tussen verzoeker en [naam moeder] een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen en dat tussen de verzoeker en het minderjarige kind van verzoeker en [naam moeder] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, als bedoeld in artikel 1:204, eerste lid, aanhef en onder e, Burgerlijk Wetboek (BW).

Op 13 mei 2011 is ter griffie van de rechtbank een brief met bijlagen van de advocaat van verzoeker binnengekomen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

- Uit de relatie tussen verzoeker en [naam moeder] is op [geboortedatum] geboren in de gemeente Groningen [naam minderjarige] (verder te noemen [naam minderjarige]).

- Verzoeker is de biologische vader van [naam minderjarige].

- Verzoeker heeft een onbekende nationaliteit.

- [naam moeder] heeft de Tsjechische nationaliteit.

- Volgens de gemeentelijke basisadministratie (gba) van de gemeente Groningen is verzoeker op 15 november 2007 gehuwd met [naam echtgenote] te Bagdad, Irak.

- Op [geboortedatum] heeft verzoeker bij verweerder kenbaar gemaakt dat hij [naam minderjarige] wil erkennen.

- Op 17 september 2010 heeft verzoeker verweerder verzocht om zijn huwelijksgegevens uit de gba te verwijderen.

- Bij besluit van 27 december 2010 heeft verweerder besloten om niet te voldoen aan het verzoek tot verwijdering van de huwelijksgegevens uit de gba. Hiertoe heeft de gemeente overwogen dat verzoeker op 9 april 2009 in de gemeente Emmen onder ede heeft verklaard gehuwd te zijn. Verweerder heeft gerede twijfel over de inhoud van de documenten die verzoeker heeft overgelegd waaruit zou blijken dat hij onbehuwd is.

- Bij besluit van 28 december 2010 heeft verweerder besloten om het opmaken van een erkenningsakte te weigeren. Reden hiervoor is dat de man gehuwd is met een andere vrouw dan de moeder van [naam minderjarige]. Een erkenning is daarom nietig.

Standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft gesteld dat hij met de door hem overgelegde documenten heeft aangetoond dat hij ongehuwd is. Hij is in het land van herkomst verloofd geweest, maar is niet gehuwd. Toen hij bij de gemeente Emmen een verklaring onder ede moest afleggen was er geen tolk aanwezig. Verzoeker sprak toen niet of nauwelijks Nederlands. Verzoeker moest het Eerste gehoor van de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) laten zien. Daarna vroegen ze hem of het zijn gegevens waren en heeft hij een verklaring ondertekend. Verzoeker begreep niet wat hij ondertekende.

Verzoeker heeft een relatie met [naam moeder] en woont met haar samen. Zij hebben samen een kind gekregen en leven in gezinsverband met elkaar. Verzoeker wenst [naam minderjarige] te erkennen als zijn kind. Tussen verzoeker en [naam moeder] bestaat een band die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. Verzoeker wil met haar trouwen. Aannemelijk is dat tussen verzoeker en [naam minderjarige] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.

Standpunt van verweerder

Uit de gba blijkt dat verzoeker gehuwd is met een andere vrouw. Uit het Eerste Gehoor bij de IND blijkt dat verzoeker heeft verklaard dat hij traditioneel gehuwd is in het land van herkomst. Omdat verzoeker geen huwelijksakte kon overleggen heeft hij bij de gemeente Emmen onder ede verklaard dat hij gehuwd is. Deze gegevens zijn opgenomen in de gba. Van de door verzoeker overgelegde documenten wordt de echtheid betwist. Vanwege de hoge mate van onbetrouwbaarheid heeft verweerder de door verzoeker overgelegde verklaring van ongehuwd zijn buiten beschouwing gelaten.

Beoordeling

Toepasselijk recht

Artikel 4, eerste lid, Wet conflictenrecht afstamming (WCA) bepaalt dat de vraag of erkenning door een man familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind, bepaald wordt, wat betreft de bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor de erkenning, door het recht van de staat waarvan de man de nationaliteit bezit.

Nu de man echter een onbekende nationaliteit heeft is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is, als zijnde het recht van de woonplaats van verzoeker dan wel het land van zijn verblijf.

Ingevolge artikel 4, vierde lid, WCA is -voor zover hier van toepassing- op de toestemming van de moeder tot de erkenning toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder de nationaliteit bezit.

[naam moeder] heeft de Tsjechische nationaliteit, zodat Tsjechisch recht van toepassing is op de toestemming tot erkenning.

Indien het Tsjechische recht de erkenning niet kent, is toepasselijk het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de moeder, zijnde Nederlands recht.

Primair verzochte

Verzoeker heeft primair verzocht te bepalen dat verweerder gehouden is een akte van erkenning van de minderjarige [naam minderjarige]inderjarige] op te maken, althans een verklaring voor recht af te geven, inhoudende dat verweerder wordt gelast een akte van erkenning van dit kind op te maken binnen een door de rechtbank vast te stellen termijn.

De rechtbank overweegt dat de gegevens in de gba betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Volgens vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraak van 18 januari 2006 van de Raad van State (LJN AU 9793)) kunnen in het licht van de hoge eisen van betrouwbaarheid waaraan de in de gba opgenomen gegevens moeten voldoen, de gegevens van een ingeschreven persoon slechts onder omstandigheden -na overtuigend bewijs- worden gewijzigd en uitsluitend indien daartoe een door de wet aangewezen geschikt document wordt overgelegd. Daarbij zal onomstotelijk moeten vaststaan dat de gegevens in de gba feitelijk onjuist zijn.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker er niet in is geslaagd om aan te tonen dat de gegevens van verzoeker met betrekking tot de huwelijkse staat feitelijk onjuist zijn. Het door verzoeker overgelegde individueel uittreksel bevolkingsregister van het Ministry of Interior te Irak is blijkens het rapport van 13 oktober 2010 door het Bureau Documenten van de IND als hoogstwaarschijnlijk niet echt beoordeeld. Met de verklaring van familie van verzoeker of de verklaring van de Irakese Ambassade van 5 januari 2011 - nog afgezien van de mate van betrouwbaarheid van deze verklaringen- heeft verzoeker naar het oordeel van de rechtbank evenmin aangetoond dat de gegevens in de gba feitelijk onjuist zijn.

De rechtbank wijst daarom het primaire verzochte af.

Subsidiair verzochte

Verzoeker heeft de rechtbank subsidiair verzocht om vast te stellen dat er tussen verzoeker en [naam moeder] een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen en dat tussen verzoeker en [naam minderjarige] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, als bedoeld in artikel 1:204, eerste lid, onder e, BW.

Ingevolge artikel 1:204, eerste lid, aanhef en onder e, BW is de erkenning nietig, indien zij is gedaan door een op het tijdstip van de erkenning met een andere vrouw gehuwd man, tenzij de rechtbank heeft vastgesteld dat aannemelijk is dat tussen de man en de moeder een band bestaat of heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen of dat tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.

Vast is komen te staan dat verzoeker duurzaam samenwoont met [naam moeder]. Zij hebben samen een kind gekregen. Vanaf de geboorte wonen verzoeker, [naam moeder] en hun kind in gezinsverband met elkaar. Zowel verzoeker als [naam moeder] hebben ter zitting verklaard met elkaar te willen trouwen en bij elkaar te willen blijven.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een band tussen verzoeker en [naam moeder] die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat tussen verzoeker en [naam minderjarige] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Daar komt bij dat de rechtbank het ook in het belang van de minderjarige [naam minderjarige] oordeelt dat vast komt te staan dat verzoeker zijn vader is.

De rechtbank zal daarom het subsidiaire verzoek toewijzen.

BESLISSING

verklaart voor recht:

dat tussen [verzoeker], geboren op [geboortedatum], en [naam moeder], geboren op [geboortedatum], sprake is van een band die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen, als bedoeld in artikel 1:204, eerste lid, aanhef en onder e, BW;

verklaart voorts voor recht:

dat tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum], en [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum], een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, als bedoeld in artikel 1:204, eerste lid, aanhef en onder e, BW;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. D.A. Flinterman (voorzitter), M.J.B. Holsink en J.H.H.M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 19 juli 2011 in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier.

aw

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.