Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BV0399

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
02-08-2011
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
124201 - FA RK 11-207
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot erkenning kind met Gambiaanse nationaliteit. Op vraag of kind in Gambia reeds is erkend is in beginsel Gambiaans recht van toepassing. Niet duidelijk of volgens Gambiaans recht erkenning heeft plaatsgevonden. Uit artikel 7 en artikel 39 IVRK volgt dat de minderjarige er belang bij heeft dat de vraag of erkenning heeft plaatsgevonden wordt beantwoord aan de hand van een toetsbaar rechtsstelsel. Rechtbank ziet aanleiding om aan te knopen bij het Engelse recht. Volgens het Engelse recht heeft geen erkenning plaatsgevonden, zodat verzoeker minderjarige kan erkennen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige kamer

zaaknr.: 124201 FA RK 11-207

beschikking d.d. 2 augustus 2011

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker,

hierna te noemen verzoeker,

advocaat E. Leentjes,

en

de AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,

gevestigd te 9712 HW Groningen, Kreupelstraat 1,

verweerder,

hierna te noemen verweerder,

vertegenwoordigd door de heer A.A.G. Laan.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft op 1 februari 2011 een verzoekschrift ingediend, waarin hij heeft verzocht:

1. verweerder te gelasten om binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak van de rechtbank alsnog een akte op te maken, waarin [verzoeker] [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats], als zijn kind erkent;

2. vast te stellen of te verstaan dat de geslachtsnaam van dit kind [verzoeker] zal zijn.

Verweerder heeft op 17 februari 2011 een verweerschrift ingediend.

Op 22 en 29 april 2011 zijn ter griffie van de rechtbank brieven met bijlagen van de advocaat van verzoeker binnengekomen.

De rechtbank heeft op 3 mei 2011 de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

- verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;

- de heer A.A.G. Laan en mevrouw G.I. Wieringa, namens verweerder.

Ter zitting heeft de advocaat van verzoeker een pleitnota overgelegd en deze voorgedragen.

De Officier van Justitie heeft met schrijven van 29 april 2011 bericht niet bij de behandeling aanwezig te zullen zijn.

RECHTSOVERWEGINGEN

Verweerder heeft bij verweerschrift gesteld dat niet langer aan het bestreden besluit ten grondslag wordt gelegd dat sprake zou zijn van een schijnerkenning van [naam minderjarige] door verzoeker. De rechtbank behoeft dit punt van het verzoekschrift daarom niet meer te beoordelen.

Vaststaande feiten

- Op [geboortedatum] is in de gemeente [geboorteplaats] geboren [oorspronkelijke naam minderjarige] (verder te noemen [naam minderjarige]).

- De moeder van [naam minderjarige], [naam moeder] (verder te noemen [naam moeder]), heeft de Gambiaanse nationaliteit.

- Niet bekend is wie de biologische vader is van [naam minderjarige].

- Verzoeker heeft [naam minderjarige] aangegeven bij de burgerlijke stand van de gemeente Groningen.

- Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

- Verzoeker is ongehuwd.

- In september 2007 is [naam moeder] met [naam minderjarige] teruggekeerd naar Gambia.

- In september 2007 heeft in Gambia een geboortefeest, Naming Ceremony, plaatsgevonden, waarbij [naam minderjarige] de namen [naam minderjarige] heeft gekregen.

- Op 4 februari 2008 is in Britannia, Gambia een geboorteakte opgemaakt. In deze akte staat als vader van [naam minderjarige] vermeld [man A] (verder te noemen [man A]).

- Op 7 december 2010 heeft verzoeker aan verweerder kenbaar gemaakt dat hij tot erkenning van [naam minderjarige] als zijn kind wil overgaan en heeft hij verweerder verzocht om een akte van erkenning op te maken.

- Bij besluit van 21 december 2010 heeft verweerder geweigerd om een erkenningsakte op te maken.

Besluit van 21 december 2010

Verweerder heeft geweigerd om een erkenningsakte op te maken. Verweerder heeft -voor zover hier van belang- daaraan ten grondslag gelegd dat [naam minderjarige] al een juridische vader heeft, zodat de erkenning door verzoeker ingevolge artikel 1:204, eerste lid, onder f, Burgerlijk Wetboek (BW) nietig zou zijn.

Standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft in Gambia gewerkt. Hij heeft daar ongeveer negen jaar geleden [naam moeder] leren kennen. [naam moeder] werkte voor het bedrijf van verzoeker. Sindsdien hebben zij een vriendschappelijke relatie onderhouden. Toen [naam moeder] door een geweldadige verkrachting zwanger werd heeft verzoeker toegezegd het kind te zullen onderhouden en te verzorgen. De bevalling heeft in Nederland plaatsgevonden. Verzoeker heeft [naam minderjarige] aangegeven bij de burgerlijke stand. Een maand na de bevalling heeft het geboortefeest van [naam minderjarige] in Gambia plaatsgevonden. Verzoeker was bij het geboortefeest aanwezig en heeft dit feest betaald.

[naam moeder] verblijft regelmatig bij verzoeker in Nederland en als verzoeker in Gambia is verblijft zij ook bij hem. Toen [naam moeder] voor een kort verblijf samen met [naam minderjarige] naar Nederland wilde reizen moest zij een paspoort voor [naam minderjarige] aanvragen in Gambia. In verband hiermee is [man A] bereid geweest om zijn achternaam aan [naam minderjarige] te geven. Daarmee kon [naam minderjarige] in Gambia geregistreerd worden en kon [naam moeder] een paspoort voor haar aanvragen om naar Nederland te reizen.

Verzoeker wil [naam minderjarige] erkennen om juridisch vast te leggen dat [naam minderjarige] zijn erfgenaam wordt en dat hij voor [naam minderjarige] zal zorgen in het geval dat [naam moeder] zal overlijden. Door erkenning kan verzoeker de band tussen hem en [naam minderjarige] bevestigen.

Standpunt van verweerder

Volgens het gewoonterecht van Gambia is erkenning van het vaderschap mogelijk en de verkrijging van een wettige status voor een kind dat buiten een huwelijk is geboren. Het registreren van een vader in een Gambiaanse geboorteakte regelt op grond van het gewoonterecht het juridische vaderschap van een onwettig kind. Door de registratie van [man A] als de vader is het juridische vaderschap vastgelegd. Hierdoor heeft [naam minderjarige] twee ouders en kan verzoeker niet tot erkenning overgaan.

Beoordeling

Erkenning door [man A]

Verweerder stelt zich op het standpunt dat sprake is van erkenning van [naam minderjarige] door [man A]. De rechtbank gaat er bij gebrek aan wetenschap vanuit dat [man A] de Gambiaanse nationaliteit bezit en zijn gewone verblijfplaats zich in Gambia bevindt. Of sprake is van erkenning door [man A] en hierdoor familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan tussen hem en [naam minderjarige] wordt, wat betreft de bevoegdheid van [man A] en de voorwaarden voor de erkenning bepaald door artikel 4, eerste lid, Wet Conflictenrecht Afstamming (WCA). Hieruit volgt dat de voorwaarden voor de erkenning worden bepaald door het recht van de staat waarvan de man de nationaliteit bezit. Indien volgens dat recht erkenning niet of niet meer mogelijk is, is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Is zij ook volgens dat recht niet of niet meer mogelijk, dan is bepalend het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Is zij volgens dat recht ook niet of niet meer mogelijk, dan is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de man. Deze verwijzigingsregels verwijzen in het onderhavige geval allemaal naar het Gambiaanse recht.

Uit de ambtshalve bekende naslagwerken blijkt dat er weinig tot geen informatie beschikbaar is met betrekking tot het Gambiaanse kinderrecht. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken en het verhandelde ter zitting niet eenduidig of volgens het Gambiaanse recht erkenning mogelijk is en op welke wijze erkenning geschiedt.

Ingevolge artikel 7 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) wordt het kind onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en heeft het kind vanaf de geboorte het recht op een naam, het recht een nationaliteit te verwerven en, voor zover mogelijk, het recht zijn of haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd. De Staten die partij zijn, waarborgen de verwezenlijking van deze rechten in overeenstemming met hun nationale recht en hun verplichtingen krachtens de desbetreffende internationale akten op dit gebied, in het bijzonder wanneer het kind anders staatloos zou zijn.

Artikel 39 IVRK bepaalt dat de Staten die partij zijn, alle passende maatregelen nemen ter bevordering van het lichamelijk en geestelijk herstel en de herintegratie in de maatschappij van een kind dat het slachtoffer is van: welke vorm ook van verwaarlozing, exploitatie of misbruik; foltering of welke andere vorm ook van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; of gewapende conflicten. Dit herstel en deze herintegratie vinden plaats in een omgeving die bevorderlijk is voor de gezondheid, het zelfrespect en de waardigheid van het kind.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 7 en artikel 39 van het IVRK dat [naam minderjarige] er belang bij heeft dat de vraag of erkenning heeft plaatsgevonden wordt beantwoord aan de hand van een toetsbaar rechtsstelsel. Te meer nu [naam minderjarige] recht heeft op verzorging door haar ouders en zij voorts is geboren uit een geweldadige verkrachting en de Nederlandse staat ook om die reden alle passende maatregelen dient te nemen ter bevordering van het lichamelijk en geestelijk herstel en de herintegratie in de maatschappij van [naam minderjarige].

Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.

Gambia was een Britse kolonie tot 1965. Het Gambiaanse rechtsstelsel is een mix van het Engelse recht, Islamitische recht en gewoonterecht. Het Gambiaanse internationale familierecht komt overeen met het Engelse internationale familierecht. Op grond hiervan ziet de rechtbank aanleiding om ten aanzien van de vraag of sprake is van erkenning van [naam minderjarige] door [man A] aan te knopen bij het Engelse recht.

Ingevolge de Births and Deaths Registration Act 1953 -voor zover hier van belang- kan de vader van een kind in het geboorteregister worden vermeld, wanneer hetzij de ouders dit gezamenlijk verzoeken, hetzij één van de ouders een formele verklaring overlegt waarin beide ouders het vaderschap bevestigen.

Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval niet gebleken dat [naam moeder] en [man A] gezamenlijk hebben verzocht om [man A] als de vader van [naam minderjarige] te laten registreren in het geboorteregister. Evenmin is gebleken dat sprake is van een formele verklaring waarin [naam moeder] en [man A] het vaderschap van [man A] bevestigen. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank volgens Engels recht geen sprake van erkenning van [naam minderjarige] door [man A] en zijn er geen familierechtelijke betrekking ontstaan tussen [man A] en [naam minderjarige].

Erkenning door verzoeker

Of erkenning van [naam minderjarige] door verzoeker mogelijk is en door een eventuele erkenning familierechtelijke betrekkingen ontstaan tussen hem en [naam minderjarige] wordt, wat betreft de bevoegdheid van verzoeker en de voorwaarden voor de erkenning, eveneens bepaald door artikel 4, eerste lid, WCA. Hieruit volgt dat de voorwaarden voor de erkenning worden bepaald door het recht van de staat waarvan de man de nationaliteit bezit.

Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit, zodat het Nederlandse recht van toepassing is.

Artikel 204, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang met het tweede lid, BW bepaalt -voor zover hier van belang- dat de erkenning nietig is, indien het kind de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder. De vereiste toestemming kan ook geschieden ter gelegenheid van het opmaken van de akte van erkenning.

Gelet op het bovenoverwogene staat het verzoeker vrij om tot erkenning van [naam minderjarige] over te gaan, mits [naam moeder] hem daartoe schriftelijk toestemming verleend dan wel zij ter gelegenheid van het opmaken van de akte van erkenning toestemming verleend aan verzoeker om over te gaan tot erkenning van [naam minderjarige]. Gelet hierop zal de rechtbank verweerder een voorwaardelijk bevel geven om over te gaan tot het opmaken van een akte van erkenning van [naam minderjarige] door verzoeker, op de voorwaarde dat [naam moeder] verzoeker hetzij schriftelijk, hetzij ter gelegenheid van het opmaken van de akte van erkenning toestemming verleend om [naam minderjarige] te erkennen.

Geslachtsnaam [naam minderjarige]

Artikel 1:5, tweede lid, BW bepaalt -voor zover hier van belang- dat indien een kind door erkenning in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het de geslachtsnaam van de moeder houdt, tenzij de moeder en de erkenner ter gelegenheid van de erkenning gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in de akte van erkenning.

Uit het bovenstaande volgt dat de naamskeuze is voorbehouden aan de ouders en geschiedt bij de erkenning door een gezamenlijke verklaring van de ouders. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek met betrekking tot de vaststelling van de geslachtsnaam van [naam minderjarige] afwijzen.

BESLISSING

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen een akte van erkenning op te maken, waarin

[verzoeker],

wonende te [adres],

de minderjarige

[oorspronkelijke naam minderjarige], dan wel [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats],

als zijn kind erkent, onder de voorwaarde dat de moeder van dit kind, [naam moeder], schriftelijk danwel ter gelegenheid van het opmaken van de akte van erkenning toestemming verleend tot erkenning;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J.B. Holsink (voorzitter), D.A. Flinterman en J.H.H.M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2011 in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier.

aw

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.