Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9778

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
30-12-2011
Zaaknummer
128067 - FA RK 11-1633
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 1:253r lid 2 BW is het gezag van de moeder geschorst. De grootouders zijn de meest gerede partij om op de voet van artikel 1:253q in verbinding met artikel 1:253r lid 1 BW met de voogdij te worden belast. De rechtbank ziet, in weerwil van (het in artikel 1:253q BW niet analoog van toepassing verklaarde) artikel 1:284 lid 4 BW en in weerwil van het feit dat artikel 1:253q lid 2 BW bepaalt dat de rechtbank een voogd benoemt, geen beletselen om de grootouders gezamenlijk te belasten met de voogdij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 128067 / FA RK 11-1633

beschikking d.d. 15 november 2011

in de zaak van:

[grootouders],

wonende te [adres],

verzoekers,

hierna te noemen de grootouders,

advocaat mr. E.H. Jansen,

en

[de moeder],

verblijvende te [adres],

adres bij gemeente Vlagtwedde in onderzoek,

verweerster,

hierna te noemen de moeder,

niet in rechte verschenen.

PROCESVERLOOP

De grootouders hebben op 20 juli 2011 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ingediend. Daarin wordt verzocht bij beschikking - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - te bepalen dat aan de grootouders de voogdij toekomt over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie zal oordelen.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de grootouders, bijgestaan door hun advocaat, gehoord ter zitting met gesloten deuren van 27 oktober 2011, in aanwezigheid van A.I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming te Groningen (verder te noemen de Raad).

De moeder is, hoewel op juiste wijze opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

Uit de moeder is geboren het minderjarige kind:

* [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats].

De moeder heeft alleen het gezag over [naam minderjarige]. De vader van [naam minderjarige] is niet bekend.

Standpunt van de grootouders

Vanaf haar geboorte staat [naam minderjarige] ingeschreven op het adres van grootouders en wordt zij door de grootouders verzorgd en opgevoed. De moeder heeft zich vanaf de geboorte van [naam minderjarige] niet met de verzorging en opvoeding bemoeid. De moeder is verslaafd aan drugs en leidt al geruime tijd een zwervend bestaan. De grootouders weten vaak niet waar de moeder verblijft. Zij verblijft vanaf de geboorte vaker niet dan wel bij de grootouders. Het komt voor dat zij maandenlang niets van zich laat horen.

De moeder heeft het gezag over [naam minderjarige], maar is feitelijk niet in staat het ouderlijk gezag vorm en inhoud te geven. Dit is een ongewenste situatie omdat naast de gebruikelijke dagelijkse zorg ook ten behoeve van [naam minderjarige] beslissingen moeten worden genomen. Aangezien de moeder daartoe niet in staat is moeten de grootouders deze beslissingen nemen, bijvoorbeeld op medisch gebied. De grootouders willen ongemakkelijke situaties in de toekomst voorkomen.

Standpunt van de Raad

De Raad verzoekt de moeder in de uitoefening van het gezag te schorsen en de tijdelijke voogdij op te dragen aan de grootouders. De Raad kan vervolgens onderzoek doen naar een mogelijke ontheffing van de moeder van het gezag.

Beoordeling

Op grond van artikel 1: 253r lid 1 BW is het bepaalde in artikel 253q BW van overeenkomstige toepassing, indien: één of beide ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen dan wel het bestaan of de verblijfplaats van één of beide ouders onbekend is. Ingevolge het tweede lid is het gezag dat aan één of beide ouders toekomt, geschorst gedurende de tijd waarin één van de in het eerste lid bedoelde omstandigheden zich voordoet. Ingevolge artikel 1:253q lid 2 BW, gelezen in verbinding met artikel 1:253r lid 1 BW dient de rechtbank, indien het gezag van rechtswege is geschorst vanwege één van de in artikel 1:253r lid 1 BW genoemde omstandigheden, een voogd te benoemen. Wanneer de omstandigheid zich niet langer voordoet, kan de schorsing van het gezag op grond van artikel 1:253q lid 5 BW op verzoek van de ouder weer ongedaan worden gemaakt, indien de rechtbank ervan overtuigd is dat het kind weer aan de ouder mag worden toevertrouwd.

Voldoende is komen vast te staan dat de moeder vanwege haar verslaving en de daaruit voortvloeiende onbereikbaarheid al langere tijd in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen en dat haar verblijfplaats voor een substantieel deel van de tijd onbekend is. Gelet op artikel 1:253r lid 2 BW is het gezag van de moeder op grond hiervan geschorst.

Uit de processtukken en de toelichting ter zitting blijkt voorts dat [naam minderjarige] sinds haar geboorte door de grootouders wordt verzorgd en opgevoed. Aangezien het gezag van de moeder is geschorst, thans niet in het gezag is voorzien en de grootouders de meest gerede partijen zijn om op de voet van artikel 1:253q BW in verbinding met artikel 1:253r lid 1 BW met de voogdij te worden belast, komt hun verzoek voor inwilliging in aanmerking. De rechtbank ziet, in weerwil van (het in artikel 1:253q BW niet analoog van toepassing verklaarde) artikel 1:282 lid 4 BW en in weerwil van het feit dat artikel 1:253q lid 2 BW bepaalt dat de rechtbank een voogd benoemt, geen beletselen om de grootouders gezamenlijk te belasten met de voogdij. Weliswaar betreft het hier een tijdelijke voorziening in de voogdij, i.e. gedurende de schorsing van het gezag, maar gezien het feit dat onweersproken is gebleven dat de moeder al vanaf de geboorte van [naam minderjarige] vanwege haar verslaving niet in de mogelijkheid verkeerde om het gezag uit te oefenen en haar verblijfplaats voor een substantieel deel van de tijd onbekend is, zijn er sterke aanwijzingen dat die situatie vooralsnog zal voortduren zo niet dat die blijvend is. Voorts doet benoeming van beide grootouders tot voogd recht aan de belangen van [naam minderjarige] die al vanaf haar geboorte door de grootouders gezamenlijk wordt verzorgd en opgevoed.

De rechtbank overweegt ten slotte dat een opdracht aan de Raad om onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van gronden om moeder te ontheffen van het gezag buiten het bestek van de onderhavige procedure valt. De rechtbank adviseert de Raad wel om dit onderzoek ambtshalve te verrichten.

BESLISSING

De rechtbank:

stelt vast dat het gezag over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum], is geschorst;

benoemt [grootvader], geboren op [geboortedatum], en [grootmoeder], geboren op [geboortedatum], tot voogd over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Stenfert Kroese, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2011 in aanwezigheid van mr. M.M. Verbeek, griffier.

mmv

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.