Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9714

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
522607 / 11-13490
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit auto. Kwalificatie "opknapper" in contract niet doorslaggevend. De kantonrechter beoordeelt op basis van omstandigheden van het geval. Vordering tot ontbinding koopovereenkomst toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/75
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 522607/11-13490

Vonnis d.d. 21 december 2011

inzake

Q., wonende te [plaatsnaam],

eiser, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. E.Tj. van Dalen, advocaat te Groningen,

tegen

de commanditaire vennootschap R. C.V., gevestigd en kantoorhoudende te [adres],

gedaagde, hierna R. te noemen,

gemachtigde [naam], werkzaam bij R.

PROCESGANG

Bij tussenvonnis d.d. 2 november 2011 is een comparitie van partijen gelast. Deze heeft plaatsgevonden op 7 december 2011 in aanwezigheid van Q., bijgestaan door mr. E.Tj. van Dalen als gemachtigde en [naam] namens R., bijgestaan door [naam] als gemachtigde. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier. Tenslotte is vonnis bepaald. De uitspraak daarvan is, nader, vastgesteld op heden.

OVERWEGINGEN

De feiten

1.1. Q. heeft op 14 februari 2011 onder toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van R. een auto gekocht van het merk Volvo, type S40 1.6 D, bouwjaar 2005, gekentekend [kenteken] met een kilometerstand van 184.300 kilometer. Partijen zijn een koopsom van € 7.250,-- overeengekomen. Voorts zijn partijen overeengekomen dat voorafgaande aan de aflevering ondermeer de motorolie zou worden ververst, de defecte turbo zou worden vervangen, de boordcomputer zou worden hersteld en dat de auto zal worden voorzien van een nieuwe APK. Bij de onderhandelingen waren aanwezig Q., diens vader alsmede [naam] en X., respectievelijk verkoper en bedrijfsleider in dienst van R.. De auto werd op de website van R. aangeboden tegen een verkoopprijs van € 7.500,-- vermeerderd met een bedrag van € 300,-- terzake van de kosten voor het rijklaar maken.

1.2. Op de door partijen ondertekende koopovereenkomst heeft Q. door middel van het zetten van een paraaf verklaard dat hij van R. een auto uit de categorie “opknapper” heeft gekocht.

1.3. Ingevolge de algemene voorwaarden wordt onder het begrip “opknapper” verstaan:

“Een gebruikte auto waarvan de datum van eerste toelating op het kentekenbewijs, gerekend vanaf de datum van de koopovereenkomst tenminste 1 maand bedraagt en waarvan de staat van onderhoud dusdanig is dat zonder technische ingrepen en restauratiewerkzaamheden de auto niet geschikt is om gebruik van de openbare weg te maken.”

1.4. De auto is op 26 februari 2011 aan R. geleverd.

1.5. Toen Q. ongeveer 14.000 kilometer met de auto had gereden, is de auto op 4 juli 2011 stil komen te staan nadat Q. een hard mechanisch geratel in de motor had opgemerkt. Tussen het moment van aflevering en 4 juli 2011 heeft Q. geen onderhoudsbeurt aan de auto laten uitvoeren.

1.6. R. heeft de auto vervolgens per autoambulance naar een gespecialiseerd bedrijf in Drachten, [naam], vervoerd. Dit bedrijf heeft de nokkenassensor vervangen. Op 15 juli 2011 is Q. door X. ervan op de hoogte gesteld dat deze reparatie niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.

1.7. Partijen zijn vervolgens overeengekomen om een aanvullende diagnose te laten uitvoeren door garagebedrijf [naam] in Surhuisterveen. Dit bedrijf heeft als diagnose gesteld dat er onherstelbare schade aan het motorblok is ontstaan vanwege een haperende smering tengevolge van een verstopte olieaanzuigbuis. R. heeft Q. vervolgens verzocht om het motorblok op kosten van Q. te vervangen. Q. heeft hieraan geen gehoor gegeven.

1.8. Bij brief d.d. 28 juli 2011 heeft Q. R. aansprakelijk gesteld voor de ontstane schade.

1.9. Bij brief d.d. 4 augustus 2011 heeft R., onder verwijzing naar het begrip “opknapper”, alle aansprakelijkheid van de hand gewezen.

1.10. Bij brief d.d. 14 september 2011 aan R. heeft de gemachtigde van Q. de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

1.11. De auto is op 1 oktober 2011 door Q. bij R. opgehaald. De auto is door Q. thans gestald bij een garagebedrijf. Tot het moment van de mondelinge behandeling is de auto niet gerepareerd.

Het standpunt van Q.

2.1. Q. vordert in deze procedure ontbinding van de tussen partijen gesloten koop- overeenkomst. Naast de vaststaande feiten legt Q. - kort weergegeven - het volgende aan de vordering ten grondslag.

2.2. Het begrip “opknapper” heeft geen enkele juridische betekenis. Hij heeft immers een zesjaar oude auto gekocht tegen een marktconforme prijs. Voorafgaande aan de aflevering heeft er bovendien een afleveringscontrole plaatsgevonden waarbij ondermeer de turbo en de motorolie is vervangen. Hij behoefde na 14.000 kilometer redelijkerwijs niet te verwachten dat hij zou worden geconfronteerd met onherstelbare motorschade. Er is derhalve sprake van non-conformiteit. Op basis van de ouderdom van de auto, de hoogte van de koopprijs en de wijze van aflevering, bestond er bovendien geen noodzaak om op korte termijn onderhoud aan de auto te plegen.

2.3. Q. ontkent dat hij na het branden van het oliedrukcontrolelampje met de auto is doorgereden. Hij heeft de auto onmiddellijk tot stilstand gebracht en vervolgens een liter motorolie aan het blok toegevoegd. Het controlelampje is hierna weer uitgegaan. Volgens Q. is de schade aan het motorblok ontstaan doordat R. de turbo destijds op ondeugdelijke wijze heeft vervangen.

Het standpunt van R.

3.1. R. concludeert tot afwijzing van de vordering en voert daartoe - kort weergegeven - het volgende aan.

3.2. De betreffende auto werd als occasion aangeboden. Tegen betaling van de vraagprijs en de afleveringskosten was zij dan ook bereid geweest om garantie op de auto te verstrekken. Ten tijde van de onderhandelingen stelt zij echter nadrukkelijk met Q. te zijn overeengekomen, dat deze de auto zou kopen tegen een koopsom van € 7.250,--, dat de auto zou worden gecategoriseerd als “opknapper” en dat Q. zou afzien van iedere vorm van garantie. Q. is zowel door de verkoper als door middel van schriftelijke informatie in de verkoophal en het kantoor veelvuldig op de consequenties van het kopen van een “opknapper” gewezen.

3.3. Gelet op de indeling in de categorie “opknapper” heeft Q. zonder zelfstandig onderzoek niet de verwachting mogen koesteren dat de staat van onderhoud van de auto dusdanig was, dat zonder technische ingrepen - waaronder het laten uitvoeren van de door Volvo Cars voorgeschreven periodieke onderhoudsbeurt bij 180.000 kilometer - normaal gebruik van de auto kon worden gemaakt. Bovendien was Q. ervan op de hoogte dat de onderhoudshistorie van de auto niet bekend was en dat er geen onderhoudsboekje meer in de auto aanwezig was. Daar komt nog bij dat gezien de geringe carterinhoud van dit type motor, het van evident belang is dat het oliepeil met grote regelmaat wordt gecontroleerd. Volgens R. heeft Q. dit nagelaten terwijl hij bovendien met een opgelicht oliedrukcontrolelampje met de auto is blijven doorrijden. Het nalaten van het benodigde onderhoud heeft er toe geleid dat er onherstelbare motorschade is ontstaan. R. ontkent dat de motorschade verband houdt met de vervanging van de turbo, zoals door R. is gesteld. Gezien het voorgaande stelt R. zich op het standpunt dat er van non-conformiteit geen sprake is.

De beoordeling

4.1. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het onderhavige geval aan het aangevinkte hokje “opknapper” niet het door R. gewenste rechtsgevolg worden verbonden. Krachtens de van toepassing zijnde algemene voorwaarden van R. wordt onder het begrip “opknapper” immers verstaan een auto waarvan op voorhand vast staat dat deze zonder reparatie niet de weg op kan. Daarvan is hier geen sprake. Dit klemt temeer waar het hier ging om een zes jaar oude Volvo (diesel) met een kilometerstand van 184.000 die verkocht is voor een prijs die doorgaans voor normale occasions wordt gevraagd en waarvan geen gebreken bekend waren. Ook in de advertentie waarin de auto wordt aangeboden is geen aanwijzing te vinden dat de auto als “opknapper” zou moeten worden bestempeld. Bovendien zou R. ook bereid zijn geweest om de auto als occasion te verkopen. Daar komt nog bij dat de auto werd afgeleverd met een nieuwe turbo, een nieuwe APK, een afleveringscontrole en nieuwe motorolie. Gelet op voormelde omstandigheden rustte op Q. derhalve niet de verplichting om zelf nog nader onderzoek te doen naar de technische staat van de auto.

4.2. De kennelijke bedoeling van de door R. gekozen kwalificatie is om haar te exonereren voor alle eventuele schade aan de zijde van de koper en niet om de koper duidelijk te maken dat de onderhoudstoestand van de auto te wensen overlaat. Ingevolge het bepaalde in artikel 7:6 lid 1 BW is een dergelijke exoneratieclausule niet geoorloofd in het geval van een consumentenkoopovereenkomst.

4.3. Zoals reeds is overwogen is in deze zaak sprake van consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:18 BW. Krachtens het tweede lid van dat artikel wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien de afwijking zich binnen zes maanden heeft gemanifesteerd. In casu heeft het gebrek zich binnen zes maanden voorgedaan. R. heeft bedoeld vermoeden niet, althans onvoldoende weerlegd. Er is derhalve sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Hieraan doet niet af dat R., zoals zij stelt, geen garantie op de auto heeft gegeven. Ook zonder garantie rust op R. de (basis)verplichting om te verkopen en te leveren van datgene wat Q. op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.

4.4. Aangezien, zoals hierboven is vastgesteld, de afgeleverde auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, heeft Q. het recht om de koopovereenkomst krachtens het bepaalde in artikel 7:22 BW te ontbinden. De vordering zal mitsdien worden toegewezen.

4.5. R. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Omdat Q. met een toevoeging procedeert, zal de kantonrechter bepalen dat zowel het gemachtigdensalaris als 75% van de zuivere explootkosten (artikel 40 Besluit vergoeding rechtsbijstand) aan de griffier moet worden voldaan. De overige kosten moeten aan Q. te worden betaald.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de op 14 februari 2011 tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de Volvo met kenteken [kenteken];

veroordeelt R. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Q. te betalen een bedrag van € 7.250,-- vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2011 tot de dag der algehele voldoening onder bepaling dat R. de Volvo aan R. ter beschikking zal stellen;

veroordeelt R. in de kosten van de procedure, die aan de zijde van Q. tot aan deze uitspraak vastgesteld op in totaal € 661,81, waarvan te voldoen aan de griffier van dit gerecht € 68,11 aan door de griffier betaalde explootkosten en € 500,-- aan salaris van de gemachtigde en te voldoen aan Q. € 71,-- aan vastrecht en € 22,70 aan resterende explootkosten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op woensdag 21 december 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: gv