Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9672

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
514200 - CV EXPL 11-10020
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Persoonsgebonden budget (PGB); verantwoordingsplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 514200 \ CV EXPL 11-10020

Vonnis d.d. 1 december 2011

inzake

de stichting Stichting Zorgkantoor Menzis,

statutair gevestigd te Wageningen,

eiseres, hierna Menzis te noemen,

gemachtigde Tijhuis & Partners GGN, gerechtsdeurwaarders te Meppel,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

2. [gedaagde sub 2],

tezamen zowel voor zichzelf als in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige zoon,

beiden wonende te Winsum,

gedaagden, hierna in enkelvoud [gedaagde] te noemen,

beiden in persoon procederende.

PROCESGANG

Bij dagvaarding van 26 juli 2011 heeft Menzis gevorderd om Gedaagde hoofdelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om tegen bewijs van kwijting aan haar te betalen een bedrag van € 21.004,40 (waarvan € 18.826,52 aan hoofdsom, € 952,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.225,88 aan rente) vermeerderd met rente en kosten.

Gedaagde heeft schriftelijk geantwoord.

Bij vonnis van 1 september 2011 is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft op 24 november 2011 plaatsgevonden. Namens Menzis is haar gemachtigde J. de Wolff ter zitting verschenen. [Gedaagde sub 2] is, mede namens [gedaagde sub 1] in persoon verschenen.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de comparitie is besproken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

OVERWEGINGEN

1. De vaststaande feiten

1.1 Tussen partijen staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende (gemotiveerd) weersproken het volgende vast.

1.2 Menzis voert als uitvoeringsorgaan in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een verbindingskantoor als bedoeld in het Administratie besluit Bijzondere Ziektekostenverzekering, het Zorgkantoor Menzis.

1.3 Ten behoeve van de verzorging van de zoon van [gedaagde] heeft [gedaagde] een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor de toekenning van een persoonsgebonden budget (PGB).

1.4 Menzis heeft ten aanzien van het PGB voor de zoon van [gedaagde] voor 2008 en 2009 een tweetal toekenningsbeschikkingen, van respectievelijk 3 december 2008 en 17 december 2008, genomen. Het PGB wordt uitbetaald door middel van voorschotten. De beschikkingen bepalen dat [gedaagde] periodiek, met behulp van haar toegezonden verantwoordingsformulieren, aan Menzis verantwoording moet afleggen over de met het PGB verrichte betalingen. Een deel van het toegekende budget (in 2008 € 376,21 en in 2009 € 250,00) hoeft niet verantwoord te worden.

1.5 In de toekenningsbeschikking van 3 december 2008 staat onder punt 4. vermeld dat er € 0,00 behoeft te worden betaald in het kader van verrekening afrekening 2007. Dit staat ook in de beschikking van 12 december 2008 over de verrekening afrekening 2008.

1.6 Op 12 maart 2009 heeft Menzis een eindbeschikking genomen over de periode 1 januari tot en met 31 december 2008. De beschikking vermeldt dat aan de zoon van [gedaagde] in 2008 een bedrag van € 25.080,71 aan PGB is toegekend, dat daarvan € 376,21 vrij besteedbaar was en dat € 2.610,00 verantwoord is. Dientengevolge dient [gedaagde] een bedrag van € 22.094,50 aan Menzis terug te betalen.

1.7 Op 23 maart 2010 heeft Menzis een eindbeschikking genomen over de periode 1 januari tot en met 31 december 2009. Die beschikking vermeldt dat aan de zoon van [gedaagde] in 2009 een bedrag van € 10.552,15 aan PGB is toegekend, dat daarvan € 250,00 vrij besteedbaar was en dat € 3.635,00 verantwoord is. Dientengevolge dient [gedaagde] over het jaar 2009 nog een bedrag van € 6.667,15 aan Menzis terug te betalen.

1.8 [gedaagde] heeft tegen geen van bovengenoemde beschikkingen bezwaar aangetekend.

1.9 Door [gedaagde] is een bedrag van € 851,52 aan Menzis voldaan.

2. Het standpunt van Menzis

2.1 Naast de vaststaande feiten legt zij het volgende aan haar vordering ten grondslag.

2.2 Menzis heeft [gedaagde] meerdere malen aangemaand verantwoording af te leggen over de besteding van het PGB. [gedaagde] heeft zich echter niet volledig aan de verantwoordingsplicht gehouden. [gedaagde] dient daarom het bedrag dat niet aantoonbaar aan zorg is besteed terug te betalen.

2.3 Omdat over de jaren voorafgaande aan 2008 en 2009 ook PGB terug dient te worden betaald, is het openstaande bedrag verrekend met de voorgaande jaren. Uit de door Menzis overgelegde specificatie blijkt dat daarom ook niet alle periodieke betalingen door haar zijn verricht. [gedaagde] is door middel van zogenoemde verrekeningsbrieven ervan op de hoogte gesteld dat Menzis het PGB heeft verrekend. Deze verrekeningsbrieven zijn niet meer beschikbaar.

2.4 De gegevens, met betrekking tot de bedragen voor verrekening, uit de door Menzis overgelegde beschikkingen zijn mogelijk onjuist ten gevolge van het feit dat deze beschikkingen (nogmaals) ten tijde van het opstellen van de dagvaarding zijn uitgedraaid.

2.5 Menzis maakt tevens aanspraak op rente en kosten.

4. Het standpunt van [gedaagde]

4.1 Hij voert - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang - het volgende als verweer aan.

4.2 [gedaagde] heeft voor de door hem ingekochte zorg ten behoeve van zijn zoon verantwoording afgelegd door middel van de door Menzis bij de beschikking gevoegde verantwoordingsformulieren.

4.3 De zoon van [gedaagde] ontvangt nu geen PGB meer, maar zorg in natura.

4.4 Op hetgeen hij voorts nog heeft aangevoerd zal bij de beoordeling worden ingegaan, voor zover dit relevant blijkt te zijn voor de (eventuele) uitkomst van deze procedure.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 Als uitgangspunt neemt de kantonrechter de in de dagvaarding genoemde gronden van de vordering. Bij dagvaarding heeft Menzis gevorderd om [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot het terugbetalen van PGB over de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009, voor zover er minder kosten zijn gemaakt dan er aan voorschot is uitgekeerd. De kantonrechter oordeelt als volgt.

5.2 Op grond van de door Menzis overgelegde specificaties blijkt dat voor de jaren 2008 en 2009 een bedrag van € 12.400,08 daadwerkelijk aan [gedaagde] is uitbetaald. Door [gedaagde] is volgens de eindbeschikkingen van 12 maart 2009 en 23 maart 2010 een bedrag van € 6.245,00 aan ingekochte zorg verantwoord. Voor een totaalbedrag van € 626,21 behoefde [gedaagde] geen verantwoording af te leggen. Tot slot is door [gedaagde] een bedrag van € 851,52 aan Menzis terugbetaald.

5.3 Uit de door Menzis genomen toekenningsbeschikkingen van 3 december 2008 en

17 december 2008 volgt dat er geen verrekening over het jaar 2007 hoeft plaats te vinden. De stelling van Menzis hieromtrent dat de door haar verstrekte gegevens op dit punt mogelijk onjuist zijn omdat er wel verrekend dient te worden, dient voor haar rekening en risico te komen. Nog daargelaten dat dat een grondslagwijziging zou betekenen. Op grond van die gegevens in de beschikking mocht [gedaagde] ervan uitgaan dat Menzis over de voorgaande jaren niets meer te verrekenen had. [gedaagde] heeft ter zitting ook verklaard telefonisch contact met Menzis te hebben gehad, waarin hem gezegd is dat tot en met 2007 "er geen schuld" was. De kantonrechter neemt de door genoemde jaren van voor 2008 dan ook niet mee in zijn beoordeling.

5.4 Gelet op de in rechtsoverweging 5.2 genoemde bedragen komt de kantonrechter tot de conclusie dat [gedaagde] nog een bedrag van € 4.677,35 aan Menzis dient terug te betalen. Omdat dit bedrag niet tijdig door [gedaagde] aan Menzis is terugbetaald, dient hij eveneens de gevorderde rente over dit bedrag te betalen.

5.5 Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten oordeelt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat deze werkzaamheden meer moeten omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. Nu hiervan niet is gebleken, dienen deze werkzaamheden te worden aangemerkt als zijnde ter voorbereiding van de processtukken en instructie van de zaak. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

5.6 Voor het treffen van een afbetalingsregeling dient [gedaagde] zich te wenden tot de gemachtigde van Menzis omdat de kantonrechter onbevoegd is om een afbetalingsregeling eenzijdig op te leggen.

5.7 Als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure op basis van het toegewezen bedrag.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, zo dat wanneer de een betaald de ander ook zal zijn bevrijd, om aan Menzis tegen kwijting te betalen de som van € 4.677,35, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de onderliggende vervaldata van de eindafrekeningen van 2008 en 2009;

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de kosten van het geding die aan de zijde van Menzis tot aan dit moment worden begroot op € 111,50 aan explootkosten, € 426,00 aan vastrecht en € 400,00 voor het salaris van haar gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 1 december 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

eh