Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9641

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
512408 / 11-9454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6:82 BW, vaste prijsafspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 512408/11-9454

Vonnis d.d. 30 november 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bescon Bestrijdings- technieken B.V., statutair gevestigd te Roden,

eiseres, hierna te noemen Bescon,

gemachtigde AGC gerechtsdeurwaarders te Zuidbroek,

tegen

Q., wonende te [adres],

gedaagde, hierna te noemen Q.,

in persoon procederende.

PROCESGANG

Bescon heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd Q. te veroordelen tot betaling van € 619,47 vermeerderd met rente en kosten. Partijen hebben geconcludeerd voor antwoord, re- en dupliek. Hierna is vonnis bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. de feiten

1.1 Tussen partijen staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende (gemotiveerd) weersproken het volgende vast.

1.2 Bescon heeft in opdracht van Q. werkzaamheden verricht in de woning van laatstgenoemde. Deze werkzaamheden, die op 24 maart 2009 hebben plaatsgevonden, bestonden uit het repareren van een lekkage in de kelder.

1.3 Bescon heeft Q. voor de werkzaamheden op 30 maart 2009 gefactureerd voor een bedrag van € 500,00. Ondanks aanmaningen heeft Q. dit bedrag onbetaald gelaten.

2. het standpunt van Bescon

2.1 Naast voormelde feiten legt zij het volgende aan haar vordering ten grondslag.

2.2 Als gevolg van de nalatigheid van Q. heeft zij de vordering ter incasso uit handen gegeven. Zij maakt aanspraak op wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.

2.3 Zij betwist dat de werkzaamheden niet naar behoren zijn uitgevoerd. Zij wijst er op dat Q. eerst een jaar ná de werkzaamheden over de uitvoering daarvan heeft gereclameerd. Zij weerspreekt het door Q. gestelde telefoongesprek ter zake van de werkzaamheden van 2 april 2009, althans is zij met dit gesprek niet bekend.

3. het standpunt van Q.

3.1 Hij voert - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang - het volgende als verweer aan.

3.2 Bescon heeft de werkzaamheden niet naar behoren uitgevoerd. Ook na de reparatie bleven zich problemen voordoen met betrekking tot de lekkage. Hij heeft daarover op 2 april 2009 per telefoon gereclameerd. Ondanks toezeggingen van Bescon is namens haar niemand niet langs geweest. Hij heeft de lekkage uiteindelijk zelf verholpen.

3.3 Hij wijst er op dat in de werkopdracht melding wordt gemaakt van maximaal twee uren werk, waar hem volgens het weekrapport van Bescon uiteindelijk acht uren in rekening zijn gebracht.

3.4 Op hetgeen hij/zij voorts nog heeft aangevoerd zal bij de beoordeling worden ingegaan, voor zover dit relevant blijkt te zijn voor de (eventuele) uitkomst van deze procedure.

4. de beoordeling

4.1 Uit de verweer van Q. begrijpt de kantonrechter dat hij zich op het standpunt stelt dat Bescon in verzuim is gekomen, met andere woorden dat zij toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Dit werpt de vraag op of Q. zich in deze procedure met succes op dit verweer kan beroepen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat niet het geval. Op grond van het bepaalde in artikel 6:82 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een dergelijk verweer - behoudens de in artikel 6:83 BW vermelde uitzonderingsgevallen, die zich hier niet voordoen - namelijk alleen slagen als vast staat dat Bescon door Q. in gebreke in gesteld. Van een schriftelijke ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW door Q. is echter niet gebleken. Bescon was derhalve niet in verzuim en bedoeld verweer van Q. kan alleen al op die grond niet slagen. In dit verband merkt de kantonrechter nog op dat telefonisch contact, zoals door Q. gesteld, niet voldoende is om het verzuim te doen intreden.

4.2 Voorzover Q. met zijn overige verweer, dat hem acht werkuren in rekening zijn gebracht, terwijl op de werkopdracht melding wordt gemaakt van twee uren, heeft bedoeld aan te voeren dat hem teveel uren in rekening zijn gebracht, deelt de kantonrechter deze opvatting niet. Daartoe wordt overwogen dat, gelet op de inhoud van de door beide partijen ondertekende opdrachtbevestiging, is overeengekomen dat de werkzaamheden voor een prijs van € 500,00 zou worden verricht. Het aantal opgegeven of (daadwerkelijk) gewerkte uren doen aan deze vaste prijsafspraak niet af.

4.3 Het voorgaande leidt er toe dat de vordering in hoofdsom, vermeerderd met de niet weersproken wettelijke rente zal worden toegewezen.

4.4 Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter het volgende. Uitgangspunt voor toewijzing van de vordering met betrekking tot deze kosten is dat de buitengerechtelijke werkzaamheden meer moeten omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. Nu hiervan niet is gebleken dienen deze werkzaamheden te worden aangemerkt als zijnde ter voorbereiding van de processtukken en instructie van de zaak. De buitengerechtelijke kosten komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.

4.5 Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Q. worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Q. om tegen bewijs van betaling aan Bescon te voldoen een bedrag van€ 538,55 vermeerderd met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 1 juni 2011 tot de algehele voldoening;

veroordeelt Q. in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van Bescon tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 76,31 aan dagvaardingskosten € 426,00 aan griffierecht en € 200,00 aan salaris van de gemachtigde, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na dit vonnis en zonder die voldoening daarna te vermeerderen met de wettelijke rente over het niet betaalde bedrag tot de algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van den Noort, kantonrechter, en op 30 november 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: jg