Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9259

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
17-11-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
494287 - CV EXPL 11-2699
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

pedagogisch medewerker jeugdinrichting geschopt door pupil; geen vergoeding ex artikel 7:658 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-1058
NJF 2012/53

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 494287 \ CV EXPL 11-2699

Vonnis d.d. 17 november 2011

inzake

Q.,

wonende te Groningen,

eiseres, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. G.A.S. Maduro, advocaat te Rotterdam,

tegen

de stichting Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen,

gevestigd te 9746 TN Groningen, Hoogeweg 9,

gedaagde, hierna Het Poortje te noemen,

gemachtigde mr. J. Boer, advocaat te Amsterdam.

PROCESGANG

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- incidentele vonnissen sector civiel

- dagvaarding

- conclusie van antwoord

- conclusie van repliek

- conclusie van dupliek

Partijen hebben producties overgelegd.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De feiten

1.1 Het Poortje is een instelling die intensieve gedwongen begeleiding en behandeling biedt aan jongeren tot en met 23 jaar.

1.2 Tot 15 mei 2007 is Q. als pedagogisch medewerker bij Het Poortje in dienst geweest. In die hoedanigheid hield zij zich (als groepsleidster) hoofdzakelijk bezig met de begeleiding en behandeling van jongeren met ernstige gedragsproblemen.

1.3 Op 7 mei 2006 heeft zich tijdens het werk een incident voorgedaan. Een bewoonster van Het Poortje weigerde naar haar kamer te gaan, waarbij deze zich dreigend opstelde tegen Q. en haar collega. Daarop hebben Q. en haar collega assistentie opgeroepen. Bij het verwijderen van de bewoonster heeft deze Q. tegen haar linker enkel geschopt en haar bril beschadigd.

1.4 Q. en haar collega R. hebben nog op dezelfde dag rapport opgemaakt van het incident. Dat rapport luidt aldus:

“X. had na het rustuurtje al een conflict met 2 andere meisjes van de groep. Dit is toen gesust onder de dames. Hierna liep X. al geruime tijd op de groep op haar tenen. Mijn collega's en ik hebben de dames in de gaten gehouden. Na de warme maaltijd hebben we de andere meiden op kantoor gehad om te vragen wat er aan de hand was. De meiden hebben met pijn en moeite uitgelegd wat er aan de hand was. Ze vroegen ons om X. door te geven dat ze hen met rust moest laten. Hierna hebben we X. op kantoor geroepen en haar gevraagd of ze nou wel wist waarom ze bij ons op kantoor zat. Ze zei dat ze dat wel wist. Hierna begon ze te schreeuwen en begon ze dingen te zeggen over kankerhoer en dit en dat. Dat hebben wij niet serieus genomen en hebben haar de groep opgestuurd omdat ze niet meer voor rede vatbaar was. Hierna begon ze te schreeuwen en zei ze dat ze een klacht wilde indienen. Ze mocht dit doen van ons maar ze ging door met schreeuwen. Toen hebben we haar op een rustige manier verzocht om naar haar kamer te gaan in eerste instantie voor een time out. Dit weigerde zij pertinent. Haar nog een keer verzocht om mee te lopen naar haar kamer. Toen kwam een collega van oranje binnen om klachtenformulieren te brengen daar die van ons op waren. Op de groep escaleerde het dermate dat X. dreigend werd naar ons toe. Toen heeft de collega van oranje sos gedrukt en zijn de collega's gearriveerd. Ze weigerde om mee te lopen dus moest ze geholpen worden. Ze begon een meisje van de groep te slaan en te schoppen omdat zij haar rustig wilde krijgen. Hierna heeft ze mij in haar arm getrapt en heeft ze Q. (Q., kr) ook een trap gegeven waarna Q. haar bril stuk is gegaan. X. is naar de iso van bruin met cameratoezicht geplaatst omdat zij een meisje is die bekend staat als iemand die zich automutileert.”

1.5 Naar aanleiding van het incident heeft de verzekeraar van Het Poortje in de persoon van [naam] een onderzoek ingesteld. In zijn verslag van 12 maart 2007 wordt onder meer het volgende gerelateerd:

Voor de toedracht heb ik gesproken met mevrouw R. Zij had samen met betrokkene op dat moment dienst. Een bewoonster X. (...) bevond zich in de zithoek. Andere bewoonsters van dezelfde groep waren buiten. X. moest uit de zithoek naar haar kamer maar weigerde dat. Dit escaleerde en zij richtte haar woede op betrokkene en mevrouw R. Een collega vond de situatie dermate escaleren dat de sos procedure in werking werd gesteld. Dit houdt in dat de beveiliging werd opgepiept. In korte tijd stonden er verschillende mannelijke collega's van betrokkene om X. heen. Om te voorkomen dat dit weer aanleiding zou kunnen zijn tot andere aantijgingen tegen de mannelijke collega's, wilden betrokkene Q. en haar collega R. X. bewegen mee te werken. Zij trapte echter wild om haar heen en raakte daarbij de enkel van betrokkene Q.

1.6 Q. heeft Het Poortje onder meer bij schrijven van 22 april 2009 aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade.

1.7 Bij schrijven van 29 mei 2009 heeft de verzekeraar van Het Poortje aan de gemachtigde van Q. te kennen gegeven geen aansprakelijkheid te erkennen.

2. Het standpunt van Q.

2.1 Zij heeft in essentie betoogd dat Het Poortje op de voet van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor haar materiële en immateriële schade. Volgens haar is er sprake van een bedrijfsongeval waarbij Het Poortje zich niet, althans onvoldoende, heeft gekweten van haar zorgplicht.

2.2 Toen het conflict escaleerde is op alarmknop gedrukt, waarna een aantal mannelijke collega's verscheen. Niettemin moesten Q. en haar collega de agressieve bewoonster getweeën onder bedwang houden. Daarbij heeft zij, Q., rake klappen en trappen gekregen. Ook in de isoleercel heeft zij klappen gekregen, terwijl haar collega's toekeken.

3. Het standpunt van Het Poortje

3.1 Zij heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd al het redelijkerwijs mogelijke te hebben gedaan om onderhavig ongeval te voorkomen. Zij heeft ter adstructie van haar stelling verwezen naar het opleidingsniveau van haar medewerkers, de cursussen om dat niveau op peil te houden en uit te breiden, de periodieke fysieke en mentale weerbaarheidtraining en het geldende protocol voor escalerende situaties.

4. De beoordeling

4.1 Krachtens artikel 7:658 lid 2 BW is de werkgever aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen.

4.2 Bedoelde zorgplicht behelst ingevolge artikel 7:658 lid 1 BW onder meer dat de werkgever voor het verrichten van het werk zodanige maatregelen moet treffen en aanwijzingen moet verstrekken als redelijkerwijze - zorgplicht biedt geen absolute garantie - nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

4.3 In dit geval staat niet ter discussie dat Q. in de uitoefening van haar werkzaamheden schade heeft geleden. De stelling van Q. dat zich op de isoleerafdeling nog een tweede incident heeft voorgedaan zal evenwel worden gepasseerd, aangezien deze stelling niet wordt gedragen door het door Q. zelf en haar collega opgemaakte rapport van 7 mei 2006.

4.4 De vraag die thans beantwoording behoeft luidt of Het Poortje met betrekking tot het incident op de groep aan haar zorgplicht jegens Q. heeft voldaan. De kantonrechter overweegt daaromtrent nader het volgende.

4.5 Bij gebrek aan gemotiveerde betwisting van Q. kan als vaststaand worden aangenomen dat de werknemers van Het Poortje, onder wie Q., toereikend zijn opgeleid op MBO SPW niveau. Daarnaast verzorgt Het Poortje aanvullend interne cursussen als BHV (Bedrijfshulpverlening) en JIC (Jeugd Introductie Cursus.).

4.6 Voorts volgen alle medewerkers, onder wie Q., tweemaal per jaar een training fysieke en mentale weerbaarheid, waarin uitgebreid aandacht wordt besteed aan methoden en technieken om aanvallen te ontwijken, alsmede aan te volgen noodprocedures. In dat kader wordt aan de deelnemers bovendien een uitvoerige reader ter beschikking gesteld.

4.7 Tevens wordt door Het Poortje beoogd de veiligheid op de werkvloer te borgen door haar medewerkers, zoals in het onderhavige geval, zoveel mogelijk in duoverband in te zetten. Ten slotte is in dit verband onweersproken gebleven dat Het Poortje haar medewerkers, onder wie Q., instructies geeft. Er wordt gewerkt met een vast protocol, waarin een stroomschema is opgenomen. In dit geval hebben de desbetreffende medewerkers dat protocol ook gevolgd. Een en ander heeft erin geresulteerd dat spoedig na het noodsignaal mannelijke collega's van ter plaatse waren en zich rondom de pupil hebben geschaard teneinde verdere escalatie in te dammen.

4.8 In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen komt de kantonrechter tot het oordeel dat Het Poortje ten aanzien van Q. aan haar zorgplicht heeft voldaan.

4.9 De omstandigheid dat Q. desondanks een schop heeft gekregen doet, hoe ingrijpend die ervaring voor Q. ook moge zijn geweest, aan dit oordeel niet af, waar die schop hoogstens te voorkomen zou zijn geweest als de hiervoor bedoelde mannelijke collega's zich reeds aanstonds op de dreigende pupil hadden gestort. Een dergelijk optreden zou onder de gegeven omstandigheden evenwel op gespannen voet hebben gestaan met de vigerende geweldinstructie en het gewenste pedagogische bejegeningsklimaat in Het Poortje, zoals dat onder meer tot uitdrukking wordt gebracht in de reader Fysiek Mentale Weerbaarheid.

4.10 Aangezien Q. in het ongelijk wordt gesteld zal zij ook de proceskosten van Het Poortje moeten dragen zoals in het dictum nader begroot.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst af de vorderingen van Q.;

veroordeelt Q. in de proceskosten aan de zijde van Het Poortje gevallen en stelt deze vast op € 300,00 aan salaris van de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 17 november 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: AF

coll: