Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8468

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
31-10-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
518802 BU VERZ 11-289
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Indien het voor betrokkene kenbaar is dat de maximumsnelheid 50 km per uur bedraagt, doet de inrichting van de weg en het feit of andere weggebruikers niet op de hoogte zijn van de aldaar geldende maximumsnelheid daar niet aan af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 518802 \ BU VERZ 11-289

CJIB-nummer: 147343081

d.d. 31 oktober 2011

inzake

naam: Betrokkene

adres: Groningen

hierna te noemen betrokkene.

Verloop van de procedure

Bij brief van 5 april 2011, ontvangen op 6 april 2011, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, gegeven op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), met bovengenoemd CJIB-nummer.

Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is behandeld ter zitting van

17 oktober 2011. Betrokkene is verschenen. Namens de officier van justitie is verschenen J. Meerdink, werkzaam bij de CVOM.

De gedraging

Aan betrokkene is een sanctie opgelegd ter zake van de gedraging: overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 6 km/h.

De standpunten van partijen

Betrokkene heeft (zakelijk weergegeven) aangevoerd dat de situatie op de N361 te Winsum erg onduidelijk is. Betrokkene heeft hiertoe meerdere argumenten aangevoerd waaronder het feit dat er vanuit noordelijke richting tien keer meer bekeuringen worden opgelegd dan het geval is in vanuit de zuidelijke richting. Betrokkene is op die plek eveneens meerdere keren beboet voor te hard rijden. De uiterlijke kenmerken van de weg duiden er volgens betrokkene op dat weggebruikers zich buiten de bebouwde kom bevinden. Naar aanleiding van de protesten van betrokkene over deze situatie, heeft de wegbeheerder een extra bord A1 geplaatst.

De vertegenwoordiger van het openbaar ministerie heeft de kantonrechter verzocht het beroep van betrokkene ongegrond te verklaren en ter zitting aangevoerd dat de gedraging door betrokkene niet wordt betwist. Uit het aanvullende proces-verbaal blijkt betrokkene bij het inrijden van de bebouwde kom van Winsum het bord H1 "Winsum" is gepasseerd.

Binnen de bebouwde kom geldt een maximumsnelheid van 50 km per uur. Het bord H2 was betrokkene nog niet gepasseerd, hij bevond zich dan ook nog binnen de bebouwde kom.

De flitspaal is in 1991 geplaatst. Sindsdien wordt het fotomateriaal tweewekelijks vervangen. Daarbij wordt ook de bebording gecontroleerd. Betrokkene was op de hoogte van de aldaar geldende maximumsnelheid en van het feit dat er op die plaats een flitspaal is geplaatst. De uiterlijke kenmerken van het landschap zijn niet ter beoordeling van de weggebruiker. Weggebruikers dienen zich aan de aanwijzingen van de bebording te houden.

De beoordeling

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Het beroep is ontvankelijk nu het tijdig is ingesteld en zekerheid is gesteld.

Wat ook zij van de door betrokkene aangevoerde omstandigheden, in essentie gaat het erom of de sanctie aan betrokkene terecht is opgelegd. Door betrokkene is niet betwist dat hij de gedraging heeft begaan. Dit staat dan ook in rechte vast. Betrokkene voert argumenten aan waarom hij van mening is dat de beschikking van de officier van justitie dient te worden vernietigd. De door betrokkene aangevoerde argumenten kunnen echter niet tot het oordeel leiden dat de sanctie ten onrechte is opgelegd. Betrokkene was op de hoogte van de aldaar geldende maximumsnelheid. Eveneens was betrokkene ervan op de hoogte dat er op dat punt een flitspaal staat. Betrokkene staat sinds 2007 immers al in contact met de wegbeheerder over deze situatie op de N361 te Winsum. Het argument van betrokkene dat de uiterlijke kenmerken van de weg de weggebruiker mogelijk op het verkeerde been zetten - de weg heeft geen kenmerken van een bebouwde kom - kan aan het voorgaande niet af doen. Het gaat er immers om of betrokkene van de aldaar geldende maximumsnelheid op de hoogte was c.q. kon zijn. Dat andere weggebruikers de situatie verkeerd inschatten maakt niet dat de sanctie aan betrokkene ten onrechte is opgelegd. Daarnaast brengt het enkele feit dat de situatie ter plaatse in strijd is met de eisen die het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer aan de omgeving van de kom stelt niet met zich dat geen sprake kan zijn van overtreding van de verbodsbepaling van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Nu in het door betrokkene voor het overige naar voren gebrachte evenmin feiten of omstandigheden liggen besloten die de vernietiging van de oorspronkelijke beschikking of een matiging van de daarbij opgelegde administratieve sanctie rechtvaardigen, zal het beroep ongegrond worden verklaard.

De kantonrechter zal, gelet op het bovenstaande, beslissen als volgt.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.P. van Eerde , kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2011.

eh

Verzonden op:

Indien het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of de opgelegde administratieve sanctie bedraagt meer dan € 70,00, kan tegen de beslissing hoger beroep worden ingesteld door binnen zes weken na de hiervoor vermelde datum van verzending een beroepschrift in te dienen bij dit gerecht (correspondentieadres: postbus ).

Het hoger beroep wordt behandeld door het gerechtshof te Leeuwarden.

Die procedure verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling kunt toelichten.