Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8466

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-10-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
513285 EJ VERZ 11-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbindingsverzoek afgewezen, functie werknemer vervallen; werkgever verwijt werknemer ten onrechte onvoldoende medewerking bij het aanvaarden van een passende functie, aangezien werkgever zelf zich onvoldoende heeft ingespannen en te snel naar zwaarste middel - beëindiging dienstverband - heeft gegrepen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-1044
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Winschoten

Zaak\rolnummer: 513285 EJ VERZ 11-97

Beschikking d.d. 27 oktober 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sodexo B.V.,

statutair gevestigd te (2909 LK) Capelle aan den IJssel aan de Rivium Boulevard 2,

verzoekster, hierna Sodexo te noemen,

gemachtigde M.M. Wessels, als juridisch medewerkster verbonden aan Sodexo,

tegen

Q.,

wonende te [adres],

verweerster, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. H.G.B. van der Wal, advocaat te Winschoten.

PROCESGANG

Bij verzoekschrift, binnengekomen op de griffie van de rechtbank op 1 augustus 2011, is verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, primair op grond van een dringende reden en subsidiair op grond van een verandering van de omstandigheden. Voorts is verzocht om Q. te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder het salaris van de gemachtigde daar Sodexo met een interne betalingssystematiek werkt en de unit doorbelast wordt met de kosten van het proces.

Q. heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft daarbij verzocht om het verzoek af te wijzen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 september 2011, gelijktijdig met de comparitie na antwoord in de door Q. geëntameerde bodemprocedure. Partijen, Sodexo deugdelijk vertegenwoordigd, en hun gemachtigden zijn ter zitting verschenen. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De feiten

1.1 Q. is op 1 december 1997 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster) van Sodexo als assistent Catering manager in de regio Rijnmond. Sinds 2007 is zij werkzaam als District Supervisor, laatstelijk tegen een bruto salaris van € 1.886,00 per vier weken exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de Contractcateringbranche van toepassing.

1.2 Op 31 augustus 2010 heeft Sodexo Q. schriftelijk te kennen gegeven dat er met ingang van 1 september 2010 een wijziging zou worden aangebracht in de regionale gebieden binnen de Corporate Services. Q. was vanaf dat moment werkzaam binnen de regio Midden-Noord Nederland.

1.3 Op 2 september 2010 heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden, waarbij Q. is medegedeeld dat haar functie was komen te vervallen. Sodexo heeft Q. vervolgens de Regionaal Personeelservices (RPS) functie van Catering Manager A aangeboden. Q. heeft deze functie niet geaccepteerd.

1.4 Op 15 oktober 2010 vindt er een gesprek tussen de regiodirecteur Janssen en Q. plaats, waarbij Q. tot 22 oktober 2010 bedenktijd is gegeven over het aanbod van Sodexo.

1.5 Q. heeft zich op grond van ziekteverschijnselen voortvloeiend uit stress op 21 oktober 2010 ziek gemeld. De bedrijfsarts oordeelt dat sprake is van een arbeidsconflict en adviseert een mediator in te schakelen. Mediation is gestart en Q. heeft zich weer beter gemeld.

1.6 Op 17 december 2010 heeft Sodexo Q. bericht dat zij het voortzetten van de mediation zinloos acht. Daarbij is Q. gemaand met ingang van 21 december 2010 te starten in de functie van Vervangende Catering Manager B, waarbij is aangekondigd dat de loonbetaling zal worden stopgezet indien Q. ervoor kiest niet in de functie te starten.

1.7 Q. heeft vervolgens voorgesteld de zaak aan de kantonrechter voor te leggen en in afwachting daarvan haar vakantiedagen op te nemen. Dit voorstel is door Sodexo geaccepteerd.

1.8 Op 25 januari 2011 heeft de mondelinge behandeling van de door Q. gevraagde voorlopige voorziening plaatsgevonden. De kantonrechter heeft vervolgens op 8 februari 2011 vonnis gewezen, waarbij de gevorderde doorbetaling van loon is toegewezen en de gevorderde wedertewerkstelling in haar functie als District Supervisor is afgewezen "omdat het er vooralsnog voor dient te worden gehouden dat de functie van District Supervisor is komen te vervallen".

Ten aanzien van de vraag of van Q. (redelijkerwijs) kan worden gevraagd om de voorgestelde functie (van Catering Manager B) te aanvaarden is het volgende overwogen: " Deze vraag dient naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter ontkennend te worden beantwoord. Het enkele feit dat Sodexo Q. geen functie kan aanbieden die passender is voor Q., maakt nog niet dat de aangeboden functie passend is. (...)".

1.9 Sodexo heeft op 20 februari 2011 een ontslagvergunning voor Q. gevraagd bij het UWV gebaseerd op bedrijfseconomische redenen.

1.10 Bij beslissing van 14 april 2011 is de ontslagaanvraag afgewezen. Daarbij is het volgende overwogen:

"Uw aanvraag is gebaseerd op bedrijfseconomische redenen, te weten werkvermindering en organisatorische veranderingen. U heeft geen van deze elementen onderbouwd conform de vereisten van de Beleidsregels Ontslagprocedure UWV WERKbedrijf. (...)

Alhoewel het aanpassen van de regiostructuur in principe tot de beleidsvrijheid van u wordt gerekend, kan ik in casu, gelet op het ontbreken van een adequate onderbouwing met concrete stukken niet concluderen dat u in redelijkheid tot deze aanpassing heeft kunnen komen.

Daarmee wordt voor ons niet aannemelijk dat een arbeidsplaats zou moeten komen te vervallen dan wel dat de arbeidsplaats van district supervisor zou moeten komen te vervallen. U heeft mij evenmin aannemelijk gemaakt, dat er sprake is van een strategische heroriëntatie op de markt. Ook dan geldt dat u de reden hiervan (vergelijk het voorgaande) onvoldoende heeft toegelicht. Het bevreemdt daarbij dat enkel de functie van district supervisor geraakt wordt."

1.11 Op 22 april 2011 heeft Sodexo Q. schriftelijk andere werkzaamheden aangeboden, te weten projectmatige werkzaamheden die tijdelijk van aard zijn en verricht kunnen worden in het woon/werkgebied van Q.

1.12 Q. heeft bij brief van 26 april 2011 het volgende medegedeeld:

"Ik ben uiteraard bereid werkzaamheden te verrichten, maar uitsluitend in mijn formele hoedanigheid van District Supervisor en passend binnen de kaders van de daarbij behorende functieomschrijving. (...)

Nu het UWV Werkbedrijf uw aanvraag om mij te mogen ontslaan in mijn huidige functie - zijnde District Supervisor - heeft afgewezen, is de juridische realiteit van dit moment dat mijn functie nog gewoon bestaat. (...)

1.13 Bij brief van 23 mei 2011 heeft Sodexo Q. onder meer medegedeeld "Als vervolg op de uitspraak van het UWVwerkbedrijf en het gegeven dat Sodexo nog altijd van mening is dat de functie van District Supervisor is komen te vervallen, wil ik u attenderen op de volgende vacatures (..)".

1.14 De gemachtigde van Q. heeft bij brief van 10 juni 2011 Sodexo - onder meer - het volgende bericht:

(...) Cliënte wenst te benadrukken dat u geenszins heeft aangetoond dan wel aannemelijk heeft gemaakt dat de functie District Supervisor is komen te vervallen. Cliënte verwijst naar de door Sodexo gevoerde ontslagprocedure bij het UWVwerkbedrijf. (...) Het vonnis kan niet als bewijs van het tegendeel strekken, nu het hier gaat om een voorlopige uitspraak. (...) Overigens constateer ik dat u cliënte attendeert op vacatures, hetgeen geheel anders is dan passende functies aanbieden (hetgeen verplicht is bij het schrappen van een bestaande functie).

Onverminderd het vorenstaande heeft cliënte volstrekt op vrijwillige basis de betreffende vacatures aandachtig doorgenomen. Zij komt ten aanzien van de voormelde vacatures tot de conclusie dat deze niet passend zijn. Voor alle zes vermelde vacatures is de reisafstand tussen haar woon- en werkplaats te groot. Daarnaast geeft u zelf in uw schrijven van 23 mei 2011 al aan dat deze functies, in ieder geval vier van de zes functies, niet passend zijn. Conclusie van vorenstaande moge duidelijk zijn. Cliënte zal niet op de door u genoemde vacatures solliciteren wegens de hierboven weergegeven redenen. (...)".

1.15 Bij faxbericht van 10 juni 2011 heeft Sodexo Q. geattendeerd op een vacature als Catering Manager op locatie in Leeuwarden. Daarbij is aangegeven dat het een zwaardere management positie (salarisschaal 6) voor 38 uur per week betreft.

1.16 De gemachtigde van Q. heeft bij brief van 17 juni 2011 aan Sodexo gemeld dat Q. wenst te benadrukken dat de functie in Leeuwarden in het geheel niet passend is. Bij acceptatie zou zij alsdan aanzienlijk afdalen in functie, hetgeen zij niet kan accepteren. Daarbij is verwezen naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat een dergelijke functie niet als passend kan worden beschouwd.

1.17 Op 30 juni 2011 heeft er een mailwisseling tussen partijen plaatsgevonden, waarbij namens Q. is aangegeven dat zij bereid is een gesprek aan te gaan over terugkeer in haar eigen functie dan wel werkhervatting in een andere passende functie. Sodexo heeft (de gemachtigde van) Q. vervolgens verzocht aan te geven wat als een passende functie binnen Sodexo wordt beschouwd.

2. Standpunten partijen

Naast de vaststaande feiten hebben partijen de nodige argumenten aangevoerd ter onderbouwing van hun standpunten. De stellingen van partijen zullen hierna worden besproken, voor zover zij relevant blijken voor de uitkomst van de procedure.

3. Beoordeling

3.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

3.2 Sodexo heeft aan het ontbindingsverzoek primair ten grondslag gelegd dat er sprake is van dringende redenen, die gelegen zijn in het feit dat Q. niet accepteert dat haar functie is komen te vervallen en op voorhand alle functies afwijst die haar worden aangeboden. Subsidiair is gesteld dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen omdat Sodexo het vertrouwen in Q. is verloren, hetgeen veroorzaakt wordt door de onredelijke houding van Q.

3.3 Uit de stukken en uit wat er ter zitting is besproken valt genoegzaam af te leiden dat Sodexo ervoor heeft gekozen om de door Q. verrichte werkzaamheden als District Supervisor in de regio Midden-Noord op een ander niveau te beleggen. Dat daaraan bedrijfseconomische gronden ten grondslag liggen is in deze procedure weliswaar gesteld, maar onvoldoende komen vast te staan, hetgeen op zich ook niet van belang is, aangezien Sodexo geen bedrijfsecomische gronden aan het onderhavige verzoek ten grondslag heeft gelegd. Dat had Sodexo wel aan de ontslagaanvraag bij het UWVwerkbedrijf ten grondslag gelegd. In verband met het niet kunnen aantonen van die bedrijfsecononomische gronden heeft het UWVwerkbedrijf de ontslagaanvraag afgewezen. Dat is wat anders dan concluderen dat de functie van Q. niet is komen te vervallen. Sodexo heeft als werkgever op zich de (beleids)vrijheid om haar organisatie, op wat voor gronden dan ook, anders in te richten. Als dat, zoals voor Q., betekent dat een werknemer een functie kwijtraakt, dan heeft een werkgever vergaande verplichtingen om een andere passende functie te vinden. Sodexo stelt zich op het standpunt dat Q. zich in die zoektocht naar een passende functie zodanig heeft opgesteld dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen dient te worden beëindigd zonder toekenning van een vergoeding aan Q. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.

3.4 Vooropgesteld wordt dat Sodexo zich niet als goed werkgever heeft gedragen door Q. op zo korte termijn te overvallen met de boodschap dat haar functie is komen te vervallen. De kantonrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat met deze 'valse start' voor een groot deel de houding van Q. is bepaald. Sodexo heeft weliswaar gesteld dat Q. juist vanuit haar functie had kunnen weten dat de zaken slecht(er) gingen, maar geenszins is aannemelijk geworden dat Q. had kunnen concluderen dat dit van invloed zou zijn op haar functie, sterker nog, alléén op haar functie. Een en ander doet overigens ook niet af aan het feit dat Sodexo Q. een andere functie moest aanbieden.

3.5 In feite draait het debat tussen partijen dan ook om de vraag of de functies die Sodexo heeft aangeboden passend zijn. De kantonrechter stelt daarbij voorop dat in het begin wellicht nog niet redelijkerwijs van Q. kon worden gevergd dat zij een niet of minder passende functie moest aanvaarden, maar dat naarmate er meer tijd verstrijkt en er zich geen passende(r) functies hebben voorgedaan van haar meer gevergd kan worden, in die zin dat ook minder passende functies moeten worden aanvaard. Q. heeft overigens zelf - zo is onvoldoende weersproken - niet helemaal stilgezeten en ook functies aangedragen waarvoor zij in aanmerking zou willen komen. Onvoldoende duidelijk is geworden waarom Sodexo haar daarvoor niet geschikt achtte. De kantonrechter is van oordeel dat Sodexo zich aanvankelijk onvoldoende heeft ingespannen om voor Q. een passende functie te vinden. Met Q. is de kantonrechter van oordeel dat het enkele wijzen op vacatures in dat opzicht in ieder geval onvoldoende is. De functies waar wel op gewezen is, zijn in ieder geval niet passend en Sodexo kan Q. daarom niet verwijten dat zij deze functies heeft afgewezen. Van een op voorhand afwijzen is overigens geen sprake, gelet op de inhoud van de brief van 10 juni 2011.

3.6 Na de afwijzing van de ontslagaanvraag door het UWVwerkbedrijf heeft Sodexo Luijkcx alleen nog geattendeerd op de functie in Leeuwarden. Opvallend is dat de inhoud van de aangeboden functie onvoldoende is toegelicht en dat het op papier lijkt te gaan om een vergelijkbare functie waarover partijen eerder al over de passendheid daarvan hadden geprocedeerd. Hoewel het in dat licht enigszins voorstelbaar is dat Q. afwijzend op dit aanbod reageert, had van haar wel verwacht mogen worden dat zij nadere informatie over deze functie had gevraagd alvorens tot afwijzing over te gaan. Dat valt Q. dus wel te verwijten, zeker omdat zij op dat moment al bijna 8 maanden haar loon doorbetaald kreeg zonder dat daar van haar kant arbeid tegenover stond. In plaats van het lichtere middel van het opschorten van de loondoorbetaling, is Sodexo deze procedure gestart en heeft meteen naar het zwaarste middel gegrepen. De vraag is of dat in dit stadium terecht is. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is.

3.7 Het is duidelijk dat partijen in een impasse terecht zijn gekomen en dat het onzeker is of en op welke termijn er binnen Sodexo een passende functie voor Q. voor handen is. De functie in Leeuwarden is intussen niet meer, althans voorlopig niet meer, beschikbaar en het is maar de vraag of er op korte termijn nog passende(r) functies vacant komen. Dat er geen functie (meer) voor handen is, dient naar het oordeel van de kantonrechter in het licht van wat zich tussen partijen heeft afgespeeld, thans nog voor risico van de werkgever te komen, zeker gelet op het belang dat Q. heeft op behoud van werk, afgezet tegen het gegeven dat Sodexo een grote werkgever is, waardoor het niet uitgesloten moet worden geacht dat er binnen een redelijke termijn nog een passende functie beschikbaar komt. Het gaat in ieder geval niet aan om met een werknemer - zo is niet in geschil - die jarenlang en altijd naar volle tevredenheid heeft gefunctioneerd, na eenzijdige wijziging van haar arbeidsvoorwaarden, en na een (te) beperkte zoektocht naar een passende functie, vervolgens de arbeidsovereenkomst zonder enige vergoeding te willen (laten) beëindigen.

3.8 Alles afwegende is de kantonrechter van oordeel dat op grond van de thans voorliggende feiten en omstandigheden (nog) niet sprake is van gewichtige redenen die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Van een dringende reden als door Sodexo omschreven is in ieder geval geen sprake en van de subsidiair gestelde - door Q. betwiste - verstoorde relatie is de kantonrechter evenmin gebleken. Sodexo mag zich dan weliswaar ergeren aan de hardnekkige houding van Q., maar dat is onvoldoende om van een verstoorde relatie te spreken, zeker omdat die ergernis is ontstaan bij personen die in op de werkvloer niet (dagelijks) met Q. te maken zullen krijgen, wat haar functie ook moge worden. Q. zal echter wel moeten inzien dat zij enkel al door het verloop van de tijd minder hoge eisen kan stellen aan een andere functie.

3.9 Sodexo zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt Sodexo in de kosten van deze procedure welke aan de zijde van Q. aan salaris van de gemachtigde worden begroot op € 500,-.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. de Jong, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2011 in aanwezigheid van de griffier.

typ: FdJ

coll: