Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU7130

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
17-11-2011
Datum publicatie
07-12-2011
Zaaknummer
499232 CV EXPL 11-4531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet dwangbevel studiefinanciering. Absolute bevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 499232 CV EXPL 11-4531

Vonnis in het incident d.d. 17 november 2011

inzake

A,

wonende te [adres],

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna A te noemen,

gemachtigde: mr. R. Blom, advocaat te Enschede,

tegen

het publiekrechtelijke lichaam de Staat der Nederlanden, Dienst Uitvoering Onderwijs, als rechtsopvolgster van de Informatie Beheer Groep,

gevestigd te Groningen,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna de DUO te noemen,

gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis, gerechtdeurwaarders & Incasso te Enschede.

PROCESGANG

A is bij dagvaarding in verzet gekomen tegen een door de DUO tegen haar uitgevaardigd dwangbevel. DUO heeft vervolgens een incidentele conclusie genomen houdende exceptie van onbevoegdheid, waarbij is verzocht om verwijzing naar de sector civiel van deze rechtbank. A heeft daarna een conclusie van antwoord in het incident genomen. Vervolgens is vonnis bepaald in het incident, waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden.

OVERWEGINGEN

1. Per 1 juli 2009 is de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking getreden. Daarbij is een nieuwe titel 4.4. betreffende bestuursrechtelijke schulden ingevoegd. Uit het tweede lid van het in die titel vermelde artikel 4:123 Awb volgt dat op de wijze als bepaald in artikel 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tegen een dwangbevel kan worden opgekomen.

2. Artikel III lid 1 van de overgangs- en slotbepalingen van de vierde tranche van de Awb bepaalt dat op een verplichting tot betaling van een geldsom aan of door een bestuursorgaan die is vastgesteld of ontstaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van de vierde tranche van de Awb, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing is.

3. Onderhavig dwangbevel is op 14 februari 2011 - aldus na inwerkingtreding van de vierde tranche van de Awb - uitgevaardigd, zodat op grond van het overgangsrecht de nieuwe regeling van toepassing is.

4. Als hiervoor vermeld dient op grond van die nieuwe regeling voor de bevoegdheid in een geschil als het onderhavige artikel 438 Rv te worden toegepast. Ingevolge laatstgenoemd artikel wordt een geschil gebracht voor de rechtbank die naar "de gewone regels" bevoegd zou zijn. Anders dan de uitspraak van 13 oktober 2010 van deze rechtbank waarnaar A verwijst, is de kantonrechter van oordeel dat nu het hier gaat om een executiegeschil de sector civiel van deze rechtbank - ongeacht de hoogte van het te innen bedrag - bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De zaak zal daarom op grond van artikel 71 Rv worden verwezen naar de sector civiel recht van deze rechtbank ter verdere behandeling.

5. Niet gebleken is dat het exploot van 22 februari 2011, waarin het dwangbevel aan A is betekend, de rechtsmiddelenclausule als bedoeld in artikel 4:123 Awb vermeldt. De kantonrechter ziet daarin aanleiding om DUO te veroordelen in de kosten van dit incident.

BESLISSING

De kantonrechter:

in het incident

- verklaart zich onbevoegd van de vordering van A kennis te nemen;

- veroordeelt DUO in de kosten van het incident, aan de zijde van A tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 60,00 voor salaris van de gemachtigde;

in de hoofdzaak

- verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de civiele sector van deze rechtbank;

- bepaalt dat de zaak wordt ingeschreven op de rol van woensdag 14 december 2011 om 10:00 uur;

- wijst partijen erop dat zij voor wat betreft het vervolg van deze procedure slechts door tussenkomst van een advocaat proceshandelingen kunnen verrichten.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, kantonrechter, en op 17 november 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.