Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU4083

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-09-2011
Datum publicatie
11-11-2011
Zaaknummer
128320 - JE RK 11-569
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanhouding van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot plaatsing van de minderjarige in de gesloten jeugdzorg ivm gebrekkige instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper. Hij staat in casu op onvoldoende afstand tot de verklaring van bjz dat zich een geval als bedoeld in het derde lid van art. 29b Wjz voordoet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Integraal jeugdbeleid 2012/259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 128320 / JE RK 11-569

beschikking kinderrechter d.d. 13 september 2011

inzake

* [minderjarige], geboren in de gemeente [geboorteplaats] [in 1995],

kind van:

[de vader],

wonende te [adres],

en

[de moeder],

wonende te [adres].

Het gezag over voornoemde minderjarige berust bij de moeder.

PROCESGANG

Op 29 juli 2011 heeft het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) een verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling, voor de duur van één jaar, en de machtiging tot plaatsing van voornoemde minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, voor de duur van zes maanden, ingediend, gedateerd 8 juli 2011. Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing, alsmede een indicatiebesluit. Tevens is een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper ontvangen.

Nu het een verzoek tot verlenging van een machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van de minderjarige betreft is als advocaat toegevoegd

mr. H.A. Jonker-van Dijk.

Op 7 september 2011 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: [de minderjarige], bijgestaan door haar advocaat, de moeder, bijgestaan door mr. U. van Ophoven, de vader en mevrouw B.L.G. Caldera, namens bjz. [de minderjarige] is, bijgestaan door haar advocaat, tevens afzonderlijk door de kinderrechter gehoord.

Ter zitting heeft de advocaat van [de minderjarige] stukken behorende bij het verzoekschrift van bjz van 11 mei 2011 overgelegd.

Ter griffie is op 12 september 2011 een rapportage van een psychologisch onderzoek van de moeder in 2010, opgesteld door de heer G.J. Rouwendal en mevrouw P. Visee, door de advocaat van de moeder overgelegd.

OVERWEGINGEN

Bij beschikking van 15 september 2010 is de ondertoezichtstelling verlengd voor de tijd van een jaar, ingaande 30 september 2010.

Bij beschikking van 29 juni 2011 is de beschikking van 15 juni 2011 waarin een voorlopige machtiging tot plaatsing van [de minderjarige] in de gesloten jeugdzorg is verleend voor de duur van vier weken, bekrachtigd en is aansluitend daarop een machtiging tot plaatsing van voornoemde minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling, derhalve tot 30 september 2011.

Instemmingsverklaring gedragswetenschapper

In artikel 29b lid 4 van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) is bepaald dat een machtiging tot gesloten jeugdzorg slechts kan worden verleend indien de betrokken stichting, in casu bjz, een besluit als bedoeld in artikel 6, lid 1, heeft genomen, dat strekt tot verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder, en heeft verklaard dat zich een geval als bedoeld in het derde lid van dit artikel, voordoet. In lid 5 van voornoemd artikel is opgenomen dat deze verklaring de instemming van een gedragswetenschapper behoeft, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. Van deze gedragswetenschapper mag worden verwacht dat hij of zij, op basis van een eigen onderzoek, dat mede een gesprek met de minderjarige omvat, een zelfstandig oordeel geeft over de noodzaak dat de minderjarige gesloten geplaatst wordt dan wel dat deze plaatsing wordt verlengd. Daarvoor dient de gedragswetenschapper enige afstand tot de in artikel 29b lid 4 van de Wjz bedoelde verklaring van bjz te betrachten, opdat zijn of haar oordeel, gelet op zijn of haar deskundigheid, een meerwaarde voor de beoordeling van de noodzaak tot uithuisplaatsing kan hebben.

De advocaat van [de minderjarige] heeft ter zitting gesteld dat de gedragswetenschapper de heer

G.J. Rouwendal, werkzaam bij bjz als gedragswetenschapper, in de onderhavige zaak onvoldoende objectief is, omdat hij [de minderjarige] en de moeder reeds eerder heeft onderzocht in 2010. Daarbij komt dat de overgelegde verklaring volgens de advocaat hoofdzakelijk een herhaling van eerder ingenomen standpunten van bjz bevat, zodat ook daarin een grond gevonden kan worden om aan te nemen dat de onderzoeker op onvoldoende afstand tot de verklaring van bjz dat zich een geval als bedoeld in het derde lid van dit artikel voordoet, staat.

De kinderrechter deelt de visie van de advocaat van [de minderjarige] dat de door bjz overgelegde instemmingsverklaring behorende bij het onderhavige verzoekschrift niet aan voornoemd vereiste voldoet, waardoor het verzoek vooralsnog onvoldoende feitelijk onderbouwd is. De heer G.J. Rouwendal heeft als gedragswetenschapper de verklaring als bedoeld in artikel 29b lid 5 Wjz afgegeven, terwijl hij binnen een jaar daaraan voorafgaand op 7 en 13 september 2010 [de minderjarige] als GZ-psycholoog heeft onderzocht. Dit brengt naar het oordeel van de kinderrechter mee dat hij in de onderhavige zaak op onvoldoende afstand staat tot de in artikel 29b lid 4 van de Wjz bedoelde verklaring van bjz. Gelet hierop zal de kinderrechter de beslissing over het verzoek aanhouden en bjz met spoed verzoeken een verklaring van een gedragswetenschapper te overleggen die wel aan het vereiste van voldoende afstand voldoet.

BESLISSING

houdt iedere beslissing aan;

verzoekt bjz uiterlijk 23 september 2011 een verklaring van een gedragswetenschapper te overleggen die voldoet aan het vereiste zoals hiervoor is overwogen.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

13 september 2011.

WJD

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.