Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU4028

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
11-11-2011
Zaaknummer
125315 - FA RK 11-615
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In verband met het overlijden van X is erkenning van de minderjarige niet meer mogelijk. Gerechtelijke vaststelling vaderschap zonder DNA onderzoek omdat op grond van de schriftelijke bescheiden en de toelichting ter zitting voldoende vaststaat dat X de verwekker is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 207
Burgerlijk Wetboek Boek 1 212
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2012/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige kamer

zaaknr.: 125315 / FA RK 11-615

beschikking d.d. 4 oktober 2011

in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M.R. Holthinrichs.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 21 maart 2011 een verzoekschrift, met bijlagen, ingediend strekkende tot vaststelling van het vaderschap.

Bi beschikking van 5 april 2011 is mr. J. Doornbos benoemd als bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige], geboren [in 2007] te [geboorteplaats].

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 6 september 2011. Ter zitting zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door mr. Holthinrichs en mr. Doornbos.

RECHTSOVERWEGINGEN

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan:

* de vrouw heeft een affectieve relatie gehad met [X],

* uit de vrouw is [in 2007] te [geboorteplaats] geboren de minderjarige [minderjarige];

* de heer [X] is op 9 augustus 2008 overleden.

Standpunt van de vrouw

De heer [X] is de biologische vader van [minderjarige]. Het was ook de bedoeling dat hij [minderjarige] zou erkennen. Voordat de erkenning plaats kon vinden is hij echter door een misdrijf om het leven gekomen.

De vrouw, [minderjarige] en de familie van de heer [X] gaan er vanuit dat de heer [X] de biologische vader van [minderjarige] is. [minderjarige] heeft ook een omgangsregeling met de familie van de heer [X]. Het is voor [minderjarige] van belang dat het vaderschap van de heer [X] juridisch wordt vastgesteld. Omdat een erkenning niet meer mogelijk is, verzoekt zij het vaderschap gerechtelijk vast te stellen.

Standpunt van mr. Doornbosch

Het is triest dat de vader voor de erkenning is overleden. Het is niet per definitie nodig om DNA-onderzoek te laten verrichten. De overgelegde producties en verklaringen zouden voldoende kunnen zijn.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:207 Burgerlijk Wetboek (BW) kan het vaderschap van een man, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, of op verzoek van het kind. Het verzoek wordt door de moeder ingediend binnen vijf jaren na de geboorte van het kind.

Vaststaat dat het onderhavige verzoek binnen de wettelijk gestelde termijn is ingediend, zodat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek.

De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoek een kopie van het geboortekaartje van [minderjarige] en het overlijdensbericht van de heer [X] overgelegd. Op zowel het geboortekaartje als het overlijdensbericht wordt de minderjarige als dochter van de heer [X] vermeld. De vrouw heeft ook een verklaring van de ouders van de heer [X] overgelegd waarin zij verklaren dat de minderjarige hun kleindochter is.

Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van de schriftelijke bescheiden en de toelichting ter zitting voldoende vast dat de heer [X] de verwekker is van de minderjarige. Nu ook aan de overige vereisten van artikel 1:207 BW is voldaan kan het verzoek worden toegewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

stelt vast dat [X], geboren [in 1979] in de gemeente [geboorteplaats] de vader is van [minderjarige], geboren [in 2007] in de gemeente [geboorteplaats];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. D.A. Flinterman (voorzitter), P. Schadd-de Boer en J.H.H.M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2011, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Verbeek als griffier.